Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 19 juni 2026;
- de pleitnotitie van de man.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn ex-echtelieden die in het echtscheidingsconvenant hebben afgesproken dat de scooter Vespa met kenteken aan de vrouw toebehoort. De scooter bevindt zich echter in de garage van de man, die weigert deze af te geven zonder eerst het vrijwaringsbewijs te ontvangen. De vrouw vordert in kort geding nakoming van het convenant en afgifte van de scooter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man een afgifteverplichting heeft en dat het beroep op schuldeisersverzuim niet slaagt. De vrouw moet na ontvangst van de scooter met voortvarendheid de overschrijving regelen en het vrijwaringsbewijs aan de man verstrekken. De staat van de scooter en de vraag wie verantwoordelijk is voor eventuele schade blijft buiten beschouwing in dit kort geding.
Vanwege een patstelling over de wijze van afgifte en het toegangsverbod tot de praktijk van de man, wordt de man veroordeeld de scooter binnen drie werkdagen af te leveren bij een door de vrouw aan te wijzen scooterwinkel in Rotterdam. De man moet een dwangsom betalen van €50 per dag bij niet-nakoming, tot maximaal €5.000. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld om binnen drie werkdagen de scooter af te geven bij een door de vrouw aangewezen scooterwinkel, met een dwangsom bij niet-nakoming.