ECLI:NL:RBROT:2026:7971

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2610553:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule wegens schulden uit onderneming

Mevrouw is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) omdat zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan van haar schulden, ondanks dat enkele schulden uit haar onderneming niet te goeder trouw zijn ontstaan. De rechtbank past de hardheidsclausule toe omdat mevrouw haar onderneming heeft beëindigd en haar financiële situatie gestabiliseerd is onder financieel beheer.

De rechtbank stelt de duur van de Wsnp-regeling op negentien maanden, mede omdat mevrouw momenteel een opleiding volgt waardoor zij niet fulltime kan werken. De ingangsdatum wordt vastgesteld op de datum van het vonnis, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een eerdere ingangsdatum.

Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen binnen de Wsnp en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. Bij succesvolle afronding van het traject krijgt mevrouw een 'schone lei', waardoor schuldeisers haar niet meer kunnen aanspreken op de betreffende schulden.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule, ingangsdatum 12 juni 2026, duur negentien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 12 juni 2026
vonnis van: 12 juni 2026
op het verzoek van:
[naam 1],
wonende te [straatnaam 1] ,
[postcode 1] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 5 juni 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [naam 1] ,
- mevrouw [naam 2] , schuldhulpverlener bij de gemeente Rotterdam.
1.3.
De schuldhulpverlener van mevrouw [naam 1] heeft op 9 juni 2026 aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
Mevrouw [naam 1] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [naam 1] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden aan de heer [naam 3] , de heer [naam 4] en aan [bedrijf 1] die binnen de driejaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Mevrouw [naam 1] heeft een onderneming gevoerd wat heeft geleid tot schulden aan de verhuurder van het ondernemingspand (de heer [naam 4] ) en de verkoper van het restaurant dat zij destijds heeft overgenomen (de heer [naam 3] ). Om de schulden te boven te komen heeft mevrouw [naam 1] een lening aangevraagd bij [bedrijf 1] , wetende dat zij deze niet zal kunnen gaan terugbetalen. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om mevrouw [naam 1] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat mevrouw [naam 1] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden, onder controle heeft gekregen. De onderneming van mevrouw [naam 1] is inmiddels uitgeschreven waardoor hier geen schulden meer uit voortvloeien. Daarnaast staat zij inmiddels onder financieel beheer en is haar financiële situatie gestabiliseerd.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat mevrouw [naam 1] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
Mevrouw [naam 1] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [naam 1] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank ziet aanleiding de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) te stellen op negentien maanden. Mevrouw [naam 1] volgt momenteel een opleiding waardoor zij bij aanvang van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet kan voldoen aan de verplichting om bij arbeidsgeschiktheid fulltime te werken. Verwacht wordt dat mevrouw [naam 1] in juli 2026 haar opleiding zal hebben afgerond waarna zij de inspanningsplicht naar behoren kan nakomen. Hierdoor zal de schuldsaneringsregeling worden verlengd met één maand. Indien de opleiding langer duurt dan momenteel wordt voorzien, zal de looptijd van de schuldsaneringsregeling zo nodig worden verlengd met de periode waarin mevrouw [naam 1] nog met de opleiding bezig is.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [naam 1] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [naam 1] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [naam 1] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [naam 1] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). Mevrouw [naam 1] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [naam 1] .
3.6.
Als mevrouw [naam 1] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [naam 1] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1] ,geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [straatnaam 1] ,
[postcode 1] [woonplaats] ,
voorheen handelend onder de naam [bedrijf 2] ,
gevestigd te [straatnaam 2] ,
[postcode 2] [woonplaats] .
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder N. Pavljasevic,
gevestigd te Postbus 136
2990 AC Barendrecht,
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 12 juni 2026 en de duur op negentien maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026. [1]