Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 12 januari 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 27 januari 2025;
- het vonnis in kort geding van 4 februari 2025;
- het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 27 november 2025;
- het bericht van de vrouw van 15 december 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 12 mei 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 3] .
2.De vaststaande feiten
- de man gaat – na aankondiging aan de vrouw – naar de sportwedstrijden van de minderjarigen kijken en vertrekt na afloop van de wedstrijd weer;
- partijen bespreken de mogelijkheden van videobellen tussen de man en de minderjarigen.
3.De beoordeling
Daarnaast zal de man binnen twee weken na de mondelinge behandeling brieven sturen aan beide minderjarigen. In deze brieven zal de man (kort) reflecteren over wat hij in het verleden niet goed heeft gedaan en uitleggen hoe hij dat in de toekomst anders en beter zal doen. Met deze brieven kan de man aan zowel de minderjarigen als de vrouw laten zien dat hij hun angsten en wantrouwen serieus neemt. Als de man nalaat deze brieven te sturen, mag de vrouw haar toestemming voor het hulpverleningstraject intrekken. Pas nadat de man deze brieven heeft gestuurd, zal de vrouw het traject van de omgangsbegeleiding bespreken met de minderjarigen.
- Welke zorgregeling komt het meest tegemoet aan het belang/de belangen van de minderjarigen?
- Hoe moet de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om in het advies te vermelden?
4.De beslissing
1 april 2027 PRO FORMA.