ECLI:NL:RBROT:2026:8086

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
11428963 CV EXPL 24-30017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens non-conformiteit woning met stadsverwarming

Eisers hebben een woning gekocht in de veronderstelling dat deze verwarmd werd door een boiler, terwijl de woning feitelijk stadsverwarming had. Zij vorderden schadevergoeding van gedaagden wegens non-conformiteit.

In een tussenvonnis werd vastgesteld dat sprake was van non-conformiteit, waarna partijen nadere informatie over de schade verstrekten. Eisers stelden dat hun energiekosten lager waren dan de hypothetische situatie van € 250 per maand, maar zij investeerden wel in een warmtepomp.

De kantonrechter oordeelde dat de totale kosten van warmtepomp en energie lager waren dan de hypothetische kosten, zodat eisers geen schade hadden geleden. Kosten van zonnepanelen werden buiten beschouwing gelaten wegens gebrek aan informatie en eerdere aanspraken.

Incassokosten en rente werden afgewezen omdat geen schadevergoeding werd toegekend. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

De eis tot schadevergoeding werd derhalve afgewezen.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens non-conformiteit wordt afgewezen omdat eisers geen schade hebben geleden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11428963 CV EXPL 24-30017
datum uitspraak: 22 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van

1..[eiser 1] ,

2. [eiser 2]
woonplaats: [woonplaats] ,
eisers,
gemachtigde: mr. D. Bakker,
tegen

1..[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagden,
gemachtigde: mrs. H.F.C. Hoogendoorn.
De partijen worden hierna ‘ [eiser 1] c.s.’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 30 januari 2026 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte van [eiser 1] c.s., met bijlagen;
  • de akte van [gedaagde 1] c.s.

2.De verdere beoordeling

Kern van het geschil
2.1.
[eiser 1] c.s. hebben een woning gekocht van [gedaagde 1] c.s. Bij de koop van de woning gingen [eiser 1] c.s. ervan uit dat de woning verwarmd werd door een boiler, maar dat was niet het geval; de woning werd verwarmd door stadsverwarming. [eiser 1] c.s. eisen in deze procedure dat [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk worden veroordeeld om aan [eiser 1] c.s. een schadevergoeding te betalen (met incassokosten en rente). [gedaagde 1] c.s. zijn het daar niet mee eens.
Het tussenvonnis
2.2.
In het tussenvonnis is geoordeeld dat sprake is van non-conformiteit. De woning beantwoordt namelijk niet aan de koopovereenkomst doordat sprake was van stadsverwarming in plaats van elektrische verwarming. In het tussenvonnis is onder meer overwogen dat, om de omvang van de eventueel door [eiser 1] c.s. geleden schade te kunnen begroten, de hypothetische situatie dat de verwarmingskosten van de woning € 250,00 per maand zouden hebben bedragen moet worden vergeleken met de huidige situatie.
2.3.
Partijen hebben naar aanleiding van het tussenvonnis nadere informatie verstrekt en hun standpunten verder toegelicht. [eiser 1] c.s. voeren aan dat de kosten van energieverbruik die zij in 2025 hebben gemaakt gemiddeld € 98,16 per maand zijn geweest. Volgens hen bedraagt de levensduur van de warmtepomp waarschijnlijk twaalf tot vijftien jaar en mogelijk zelfs meer dan dat. [gedaagde 1] c.s. achten de stellingen van [eiser 1] c.s. en de door hen aangeleverde informatie onvoldoende concreet om als basis te dienen voor een schadebegroting.
[eiser 1] c.s. hebben geen schade geleden
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser 1] c.s. geen schade hebben geleden. [eiser 1] c.s. hebben een bedrag van € 9.576,88 geïnvesteerd in de warmtepomp. Dat bedrag is gefinancierd door middel van een lening, waarover [eiser 1] c.s. geen rente hoeven te betalen. Als wordt uitgegaan van een conservatieve schatting van de te verwachten levensduur van de pomp van twaalf jaar, dan wordt op de warmtepomp dus gemiddeld (€ 9.576,88 / 12 =) € 798,07 per jaar afgeschreven. Tezamen met de gemiddelde maandelijkse energiekosten van (€ 98,16 * 12 =) € 1.177,92 per jaar, bedragen de totale kosten daarmee € 1.975,99 per jaar. Dat is ruimschoots minder dan de energiekosten in de hypothetische situatie dat de verwarmingskosten van de woning € 250,00 per maand zouden zijn, te weten (€ 250,00 * 12 =) € 3.000,00 per jaar.
2.5.
[eiser 1] c.s. hebben nog aangevoerd dat ook de kosten van de zonnepanelen in de berekening zouden moeten worden meegenomen. Zij hebben echter geen informatie verstrekt over de totale kosten van de zonnepanelen of over de jaarlijkse afschrijving daarop, zodat die kosten reeds om die reden buiten beschouwing moeten blijven. Zoals [eiser 1] c.s. zelf ook al aangeven, hebben zij in deze procedure niet eerder aanspraak gemaakt op vergoeding van kosten die met de zonnepanelen samenhangen en vallen die kosten daarom buiten het kader van deze procedure. Overigens acht de kantonrechter het niet onwaarschijnlijk dat ook als die kosten wel in de schadeberekening zouden worden betrokken, de werkelijke kosten nog steeds niet hoger zouden zijn dan de kosten in de hypothetische situatie.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
2.6.
Omdat [gedaagde 1] c.s. niet worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, worden ook de incassokosten afgewezen.
De rente wordt afgewezen
2.7.
Omdat [gedaagde 1] c.s. niet worden veroordeeld tot betaling van enig bedrag, wordt ook de rente afgewezen.
Partijen betalen ieder de eigen proceskosten
2.8.
Hoewel de eis van [eiser 1] c.s. wordt afgewezen, ziet de kantonrechter in de omstandigheid dat sprake is van non-conformiteit van de woning en dat [gedaagde 1] c.s. daar aansprakelijk voor zijn, aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dat betekent dat partijen ieder hun eigen proceskosten betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis van [eiser 1] c.s. af;
3.2.
compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen proceskosten betaalt.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
37555