Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
rechtbank de vordering van Gerson tot onbevoegdverklaring heeft afgewezen
een mondelinge behandeling
[eiser], met productie 24
Rechtbank Rotterdam
Eiser sloot met verhuizer Gerson een gemengde overeenkomst voor een internationale verhuizing van Zürich naar New York. De inboedel werd ingepakt en naar het distributiecentrum van Gerson in Nederland vervoerd, maar per abuis in een container voor een andere klant geladen en in New Jersey afgeleverd.
Gerson informeerde eiser onjuist over de status van de goederen en communiceerde niet transparant over de fout. De rechtbank oordeelt dat Gerson haar verplichtingen niet is nagekomen en aansprakelijk is voor de schade. Het beroep op aansprakelijkheidsbeperkende bedingen wordt verworpen vanwege het gebrek aan zorgvuldigheid en communicatie.
De schadevergoeding wordt vastgesteld op de dagwaarde van de verdwenen goederen, USD 26.326,99, met wettelijke rente vanaf 17 april 2024. Daarnaast wordt een bedrag van €125,00 toegewezen wegens gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en €1.177,53 aan buitengerechtelijke incassokosten. Gerson wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Gerson wordt veroordeeld tot betaling van USD 26.326,99 schadevergoeding, terugbetaling van €125,00, incassokosten en proceskosten.