ECLI:NL:RBROT:2026:8168

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
11893337 VZ VERZ 25-6248
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering gemachtigde in WWZ-zaak afgewezen ondanks laakbaar gedrag

In een procedure over ontbinding van een arbeidsovereenkomst verzocht de gemachtigde van de werkgever om de gemachtigde van de werknemer te weigeren op grond van artikel 81 Rv Pro. Dit verzoek volgde op een e-mail die de werknemer aan een getuige stuurde, waarin volgens de werkgever sprake was van beïnvloeding en intimidatie.

De kantonrechter stelde vast dat de gemachtigde van de werknemer op de hoogte was van de inhoud van de e-mail en nagelaten had de werknemer te weerhouden deze te versturen. Hoewel dit laakbaar werd geoordeeld, voldeed het niet aan de criteria van ernstige bezwaren zoals bedoeld in artikel 81 Rv Pro.

Daarnaast bepaalde de kantonrechter de volgorde van het getuigenverhoor om verdere discussie te voorkomen en compenseerde de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek om weigering van de gemachtigde werd afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot weigering gemachtigde afgewezen ondanks laakbaar gedrag; proceskosten gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11893337 VZ VERZ 25-6248
datum uitspraak: 1 juli 2026
Beschikking van de kantonrechter
in het incident in de zin van artikel 81 Rv Pro gericht tegen:
mr. R. Craenen,
vestigingsplaats: Leusden,
in de zaak van
[verzoekster] .
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
verzoekster in de hoofdzaak,
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt,
tegen
[verweerder],
woonplaats: [woonplaats] ,
verweerder in de hoofdzaak,
gemachtigde: mr. R. Craenen.

1.De procedure in het incident ex art. 81 Rv Pro

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
  • het verzoek van mr. Dornstedt van 3 juni 2026, met bijlagen;
  • het verweerschrift van mr. Craenen, ontvangen op 26 juni 2026, met bijlagen.

2.De aanleiding voor het verzoek

2.1.
Tussen [verzoekster] en [verweerder] is een procedure aanhangig. In die procedure heeft [verzoekster] verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst die zij met [verweerder] heeft. In de tussenbeschikking van 30 januari 2026 in die procedure heeft de kantonrechter aan [verzoekster] een bewijsopdracht gegeven, die luidt:
“draagt [verzoekster] op om te bewijzen dat [verweerder] [persoon A] en [persoon B] op 18 augustus
2025 op het kantoor van [verzoekster] heeft bedreigd door te zeggen ‘hier ga jij spijt van
krijgen, je weet niet met wie je ruzie zoekt, ik weet zoveel’ en vervolgens heeft
aangekondigd dat hij woensdag terugkomt en iemand mee zal nemen”.”
2.2.
Namens [verweerder] heeft mr. Craenen laten weten onder meer mevrouw [persoon C] , werkzaam bij [verzoekster] , als getuige te willen laten horen. Het getuigenverhoor is bepaald op 16 juli 2026.
2.3.
Op 1 mei 2026 heeft [verweerder] een e-mail gestuurd aan [persoon C] . In deze e-mail schrijft hij:
“Beste [persoon D] ,
[verzoekster] heeft een ontslagprocedure tegen mij ingesteld, die ook gebaseerd is op een getuigenverklaring die jij hebt ondertekend (zie de bijlage).
De rechtbank heeft besloten tot een getuigenverhoor, waarbij ook jij als getuige wordt opgeroepen. De datum van het getuigenverhoor is 16 juli 2026 (tweede bijlage). Jouw naam wordt in de brief van de rechtbank genoemd.
Omdat jij een handtekening hebt gezet onder de verklaring dat ik Wim zou hebben bedreigd, wil mijn jurist jou via de deurwaarder als getuige oproepen om onder ede te verklaren wat jij als getuige hebt gezien of gehoord van die bedreiging. Ik heb nooit iemand bedreigd. Jij was er toen ook niet bij. Een getuigenverhoor “onder ede” betekent dat er geen meineed mag worden gepleegd.
Mocht je van mening zijn dat alles één groot misverstand is, dan mag je mijn juridisch adviseur Remco Craenen daarover altijd bellen: [mobiele nummer] .
Hoewel je vanzelf via de deurwaarder een officiële oproeping ontvangt, leek het me zorgvuldig om je hierover vast te informeren. Anders schrik je misschien van een deurwaarder aan je voordeur.”
2.4.
Mr. Dornstedt heeft, als gemachtigde van [verzoekster] , op 3 juni 2026 een verzoek gericht aan de kantonrechter om mr. Craenen (verder) te weigeren als gemachtigde van [verweerder] . Volgens mr. Dornstedt levert de e-mail van [verweerder] aan [persoon C] een strafbaar feit op, omdat [verweerder] daarmee heeft geprobeerd [persoon C] te beïnvloeden en haar heeft bedreigd. Mr. Dornstedt gaat ervan uit dat mr. Craenen tevoren van deze actie op de hoogte was maar heeft nagelaten [verweerder] hiervan te weerhouden, wat hij wel had moeten doen.
2.5.
Mr. Craenen heeft bij verweerschrift van 26 juni 2026 gereageerd op het verzoek om hem te weigeren als gemachtigde. Hij verzet zich tegen de weigering. Volgens hem is daar geen goede reden voor en is ook geen sprake van beïnvloeding of bedreiging van [persoon C] . [verweerder] zou alleen hebben willen aankondigen dat zij zou worden opgeroepen als getuige en dat zij dan verplicht is de waarheid te spreken.
Mr. Craenen heeft in zijn verweerschrift ook opmerkingen gemaakt over de volgorde van de te horen getuigen.

3.De beoordeling

Ten aanzien van het verzoek mr. Craenen (verder) te weigeren als gemachtigde
3.1.
Artikel 81 Rv Pro bepaalt dat de rechter de vertegenwoordiging van een procespartij door een persoon die geen advocaat of deurwaarder is, kan weigeren als tegen die gemachtigde ernstige bezwaren bestaan. Uit de toelichting op artikel 81 Rv Pro volgt dat met die bevoegdheid terughoudend moet worden omgegaan. Toepassing kan bijvoorbeeld plaatsvinden als een gemachtigde zich bij herhaling onnodig grievend uitlaat over de wederpartij, zonder daarbij de belangen van de eigen partij in het oog te houden, als de meestertitel ten onrechte wordt gevoerd, in gevallen van evidente en ernstige ondeskundigheid of als de gemachtigde herhaaldelijk de normale gang van zaken, eventueel onder bedreiging van geweld, verstoort.
3.2.
Van een van de situaties zoals hiervoor aangehaald is geen sprake. De vraag is vervolgens of het gedrag van mr. Craenen zodanig vergelijkbaar is met de gegeven voorbeelden dat een weigering als gemachtigde daarvan het gevolg moet zijn. Daarvoor is het volgende van belang.
3.3.
Mr. Craenen heeft in zijn verweerschrift niet betwist dat hij tevoren bekend was met
de e-mail die [verweerder] aan [persoon C] heeft gestuurd. Ook blijkt uit het verweerschrift niet of en zo ja op welke wijze mr. Craenen getracht heeft [verweerder] te weerhouden van het versturen van (een deel van) die e-mail. De kantonrechter neemt daarom als vaststaand aan dat mr. Craenen voorafgaand aan het verzenden van de e-mail door [verweerder] aan [persoon C] op de hoogte was van het voornemen om deze e-mail te verzenden en niets heeft gedaan om [verweerder] daarvan (deels) te weerhouden. Of mr. Craenen de tekst van de e-mail zelf heeft opgesteld, kan in het midden blijven.
3.4.
Als de mail inderdaad alleen bedoeld was om [persoon C] ervan op de hoogte te stellen dat zij zou worden opgeroepen als getuige, dan had volstaan kunnen worden met het deel tot “
Jouw naam wordt in de brief van de deurwaarder genoemd” en het deel vanaf “
Hoewel je vanzelf via de deurwaarder een officiële oproeping ontvangt (…)”. Met de twee tussenliggende alinea’s wordt vooruitgelopen op de verklaring die zij nog als getuige moet afleggen en wordt daarbij druk op haar uitgeoefend. Dat is ongepast. Het had ten minste op de weg van mr. Craenen gelegen om te proberen [verweerder] ervan te weerhouden die twee alinea’s te laten staan. Dat mr. Craenen dat kennelijk heeft nagelaten is laakbaar maar – tegen de achtergrond van het in 3.1. weergegeven toetsingskader – niet zodanig ernstig dat mr. Craenen (verder) als gemachtigde moet worden geweigerd. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Ten aanzien van de volgorde van de getuigen
3.5.
Hierover overweegt de kantonrechter het volgende. Getuigen moeten tenminste tien dagen vóór het verhoor bij exploot of aangetekende brief worden opgeroepen. Het is de gemachtigden kennelijk niet gelukt om in onderling overleg afspraken te maken. Om verdere discussie te vermijden bepaalt de kantonrechter de volgorde van de getuigen als volgt:
9
uur: mevrouw [persoon C]
9.45
uur: mevrouw [persoon E]
10.3
uur: de heer [persoon B]
11.15
uur: de heer [persoon A]
12
uur: de heer [verweerder]
De gemachtigden wordt verzocht hun getuigen op de genoemde tijdstippen op te roepen. De kantonrechter heeft met de datum van deze beschikking rekening gehouden met de termijn van oproeping van de getuigen.
Ten aanzien van de proceskosten
3.6.
Mr. Craenen heeft het, gelet op wat in 3.4 is overwogen, naar het oordeel van de kantonrechter mede aan zichzelf te wijten dat dit incident is opgeworpen. Hierbij past dat, hoewel het verzoek wordt afgewezen, de proceskosten in dit incident worden gecompenseerd.
4. De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
wijst het verzoek af;
4.2.
compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
51909