Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure in het incident ex art. 81 Rv Pro
- het verzoek van mr. Dornstedt van 3 juni 2026, met bijlagen;
- het verweerschrift van mr. Craenen, ontvangen op 26 juni 2026, met bijlagen.
2.De aanleiding voor het verzoek
3.De beoordeling
Jouw naam wordt in de brief van de deurwaarder genoemd” en het deel vanaf “
Hoewel je vanzelf via de deurwaarder een officiële oproeping ontvangt (…)”. Met de twee tussenliggende alinea’s wordt vooruitgelopen op de verklaring die zij nog als getuige moet afleggen en wordt daarbij druk op haar uitgeoefend. Dat is ongepast. Het had ten minste op de weg van mr. Craenen gelegen om te proberen [verweerder] ervan te weerhouden die twee alinea’s te laten staan. Dat mr. Craenen dat kennelijk heeft nagelaten is laakbaar maar – tegen de achtergrond van het in 3.1. weergegeven toetsingskader – niet zodanig ernstig dat mr. Craenen (verder) als gemachtigde moet worden geweigerd. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.