ECLI:NL:RBROT:2026:8215

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
71/094730-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 33b SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen witwassen van ruim 1,1 miljoen euro met gevangenisstraf

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van witwassen van een zeer groot contant geldbedrag van ongeveer 1,1 miljoen euro. De feiten betreffen onder meer het voorhanden hebben en overdragen van grote contante geldbedragen in een parkeergarage, alsmede het witwassen van contanten aangetroffen in zijn voormalige en huidige woning.

De verdediging voerde aan dat het onderzoek onrechtmatig was gestart op basis van onderschepte SkyECC-berichten en verzocht om aanhouding van de zaak en bewijsuitsluiting wegens vormverzuim. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek tegen verdachte is gestart op basis van observaties en tactisch onderzoek, niet direct op SkyECC-berichten, en verwierp de verweren.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de geldbedragen wist te herleiden tot enig misdrijf en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van voorarrest, vanwege de ernstige aard van het witwassen en de forse overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer of teruggegeven aan rechthebbenden. Een gevorderde gevangenneming werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor medeplegen witwassen van ruim 1,1 miljoen euro.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 71/094730-21
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Datum zitting: 27 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1985 in [geboorteplaats 1] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. Y. Moszkowicz
Officier van justitie: mr. C. Goedegebuure
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een zeer groot contant geldbedrag (totaal ongeveer 1,1 miljoen euro), door dit voorhanden te hebben en over te dragen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van meerdere contante geldbedragen, die zijn aangetroffen in zijn voormalige woning en in zijn huidige woning. Rekening houdend met de forse overschrijding van de redelijke termijn van berechting wordt aan de verdachte een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte
1.
in of omstreeks de periode van op 5 maart 2021 tot en met 8 april 2021 te Schiedam , althans in Nederland, op één of meerdere tijdstippen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
van een of meer voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 600.040,- (in contanten) en/of een geldbedrag van € 499.830,- (in contanten), althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag(en) is en/of heeft verborgen en/of verhuld wie dit voorwerp voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders, wist(en), of althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf
en/of
een of meer voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 600.040,- (in contanten) en/of een geldbedrag van € 499.830,- (in contanten), althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden gehad, en/of overgedragen en/of omgezet, en/of van dit/deze geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders wist(en), of althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat deze/dit geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
2 primair
op of omstreeks 6 maart 2021 te Schiedam , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 28.373,- (in contanten), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit geldbedrag geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf;
2 subsidiair
op of omstreeks 6 maart 2021 te Schiedam , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 28.373,- (in contanten) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;
3
op of omstreeks 8 april maart 2021 te Hoogvliet , gemeente Rotterdam en/of Tiel , gemeente Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
van een of meer voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 60.000,- (in contanten) en/of een geldbedrag van € 3.800,- (in contanten) en/of £ 3.000,- (in contanten), althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze geldbedrag(en) is en/of heeft verborgen en/of verhuld wie dit voorwerp voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders, wist(en), of althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
en/of
één of meer voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 60.000,- (in contanten) en/of een geldbedrag van € 3.800,- (in contanten) en/of £ 3.000,- (in contanten), althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden gehad, en/of overgedragen en/of omgezet, en/of van dit/deze geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededaders wist(en), of althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat deze/dit geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

2.Aanhoudingsverzoek verdediging / ontvankelijkheid van de officier van justitie

2.1.
Standpunt van de verdediging
Aanhoudingsverzoek
De verdediging heeft primair verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak. Daartoe is het volgende aangevoerd:
Op 5 maart 2021, de dag waarop de verdachte werd aangehouden, bevond Nederland zich in de zogenoemde live-fase van het SkyECC-onderzoek, een operatie waarin honderden miljoenen berichten van wereldwijd ongeveer 170.000 gebruikers van de versleutelde communicatiedienst SkyECC werden onderschept, ontsleuteld en geanalyseerd. De verdachte is in beeld gekomen als gevolg van die operatie. Het strafrechtelijk onderzoek tegen hem is uitsluitend gestart op basis van een SkyECC-bericht dat live werd meegelezen op 5 maart 2021 om 17:05 UTC. Het Openbaar Ministerie heeft die werkelijkheid nooit in het dossier verantwoord. In plaats daarvan is in het dossier een afschermproces-verbaal gevoegd, waarin wordt gesuggereerd dat het onderzoek is gestart naar aanleiding van een mondelinge TCI-melding. Het onderliggende bronproces-verbaal, waaruit blijkt dat het in werkelijkheid om onderschepte SkyECC-berichten gaat, is daarbij buiten het dossier gehouden. Dit proces-verbaal was wel gevoegd in het dossier tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Doordat de verdediging zelf via hun raadslieden dat document heeft weten te verkrijgen, kon door de verdediging worden vastgesteld dat het Openbaar Ministerie de rechtbank bewust en herhaaldelijk onjuist heeft geïnformeerd over de aard en herkomst van de informatie die ten grondslag lag aan de start van het onderzoek.
De verdediging heeft een uitgebreide uiteenzetting gegeven van ontwikkelingen in de Europese jurisprudentie omtrent de toelaatbaarheid van SkyECC-bewijs in de afgelopen jaren en heeft zich op het standpunt gesteld dat eerst de uitkomst daarvan dient te worden afgewacht alvorens deze strafzaak inhoudelijk te behandelen. De verdediging heeft gesteld dat - gelet op (i) het arrest M.N. van het Hof van Justitie EU, (ii) de twee arresten van het Franse Cour de Cassation van 17 juni 2025 en 16 september 2025, (iii) de beschikking van het Obergericht des Kantons Zürich van 15 augustus 2025, (iv) de uitspraken van de Italiaanse en Spaanse rechters in januari 2026, (v) het Remling-arrest van de Grote kamer van het Hof van Justitie EU van 24 maart 2026 en (vi) de communicatie van het EHRM van vandaag in de zaken Isha en Emmen tegen Norway - de rechtbank de behandeling van de onderhavige zaak dient aan te houden tot het moment waarop:
het Hof van Justitie EU heeft beslist op de prejudiciële vragen die door de Cour de Cassation op 17 juni 2025 en 16 september 2025 zijn voorgelegd;
het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft beslist in de zaken Isha en Emmen tegen Noorwegen;
het Openbaar Ministerie de volgende stukken aan het dossier heeft toegevoegd:
i. de oorspronkelijke (JSON-)bestanden van alle in de zaak van de verdachte gebruikte SkyECC-berichten;
ii. een forensische onderbouwing van de gestelde koppeling tussen het gebruikersaccount [accountnaam 1] en de verdachte en/of enige medeverdachte;
iii. een aanvullend proces-verbaal omtrent de technische totstandkoming, uitvoering en chain of custody van de SkyECC-interceptie alsmede de wettelijke grondslag daarvan;
iv. de Belgische rechterlijke machtigingen, de vorderingen van de Nederlandse officier van justitie en de machtigingen van de Nederlandse rechter-commissaris waar in het bronproces-verbaal d.d. 7 maart 2021 naar wordt verwezen;
v. alle tussen de Sky-gebruikers [accountnaam 1] en [accountnaam 2] gevoerde berichten, alsmede tussen [accountnaam 1] en [accountnaam 3] en de zogenoemde A+B+C-kader-contacten zoals door de rechter-commissaris geautoriseerd.
Onherstelbaar vormverzuim
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, althans dat de uit het SkyECC-onderzoek voortvloeiende bevindingen en de daaruit voortgekomen vruchten, van het bewijs dienen te worden uitgesloten op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Daartoe is - kort weergegeven - het volgende aangevoerd:
Het Openbaar Ministerie heeft fundamentele en aantoonbaar onjuiste mededelingen gedaan over de aard en herkomst van de informatie die ten grondslag heeft gelegen aan de start van het onderzoek tegen de verdachte, en heeft het bronproces-verbaal alsmede het zogenoemde [processtuk] bewust uit het dossier gehouden, dit ondanks meerdere verzoeken van de verdediging tot verstrekking van alle stukken.
De aan de verdediging bekend geworden gang van zaken - door middel van het via de medeverdachten verkregen bronproces-verbaal d.d. 7 maart 2021 en het [processtuk] (gedateerd 7 oktober 2020) - toont aan dat de zaak tegen de verdachte het rechtstreekse en planmatig voorziene resultaat is van een ‘gouden kans’-route die binnen het [processtuk] uitdrukkelijk is geformuleerd, onder andere voor het cluster met de codenaam ‘ [naam] ’ (witwassen). De tijdlijn van de feitelijke gang van zaken op 5 maart 2021 sluit hier naadloos op aan.
De gevolgen die deze gang van zaken voor de verdachte heeft, vormen een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv dat slechts kan worden geremedieerd door niet-ontvankelijkheidverklaring van het Openbaar Ministerie, althans bewijsuitsluiting.
Uitvaardigen Europees Onderzoeksbevel aan Frankrijk
Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht om de zaak aan te houden en een Europees Onderzoeksbevel (hierna EOB) uit te vaardigen aan Frankrijk, strekkende tot (i) veiligstelling van het Franse onderzoeksdossier nr. [dossiernummer 1] betreffende de SkyECC-interceptie, (ii) verificatie van de naleving van de notificatieplicht ex artikel 31 EOB Pro-richtlijn jegens Nederland, en (iii) verkrijging van inzage in de wettelijke en technische grondslag van de live-fase van februari/maart 2021 voor zover deze de gebruikersaccounts [accountnaam 1] , [accountnaam 2] en [accountnaam 3] raakt.
2.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aanhoudingsverzoek dient te worden afgewezen en dat de gevoerde verweren dienen te worden verworpen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de raadsman het aanhoudingsverzoek en het verweer tot niet-ontvankelijkheid al eerder heeft gevoerd op de zitting van 30 mei 2025 en dat de rechtbank hierop in een andere samenstelling toen al heeft beslist. De verdenking tegen de verdachte is niet ontstaan door de SkyECC-berichten, maar door het tactisch onderzoek dat is gevolgd na de op 5 maart 2021 ontvangen TCI-melding ten aanzien van twee auto’s met geld. Bij de observatie van deze auto’s en de bestuurders daarvan, is een persoon in beeld gekomen die voorbij liep en achterin één van de auto’s stapte. Uit nader onderzoek bleek de verdachte (zeer vermoedelijk) deze persoon te zijn. De onderbouwing van het aanhoudingsverzoek en het niet-ontvankelijkheidsverweer heeft dus betrekking op een situatie die niet speelt in deze zaak.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Algemeen
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processen-verbaal van de eerdere zittingen in deze zaak van 23 juni 2021, 1 maart 2022 en 30 mei 2025. Daaruit volgt dat de verdediging al op de eerste zitting het preliminaire verweer heeft gevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. De rechtbank heeft dit pleidooi toen als ontijdig aangemerkt, aangezien het dossier nog niet compleet was. Tijdens deze zitting en ook daarna heeft de verdediging meermalen verzocht om inzage en voeging van stukken met betrekking tot SkyECC. Op de zitting van 30 mei 2025 stond de zaak gepland voor inhoudelijke behandeling en heeft de verdediging het preliminaire verweer opnieuw gevoerd. De rechtbank heeft daar toen op afwijzend op beslist en heeft het onderzoek vervolgens aangehouden omdat onvoldoende zittingstijd resteerde om de zaak inhoudelijk te bespreken.
Ondanks het bepaalde in artikel 322, vierde lid, Sv dat beslissingen op verweren uit hoofde van artikel 283, eerste lid Sv (zoals een verweer tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie) in stand blijven bij het opnieuw aanvangen van het onderzoek op de terechtzitting, zal de rechtbank opnieuw een beslissing nemen op het pleidooi van de verdediging om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging en op het verzoek tot aanhouding van de zaak, nu daaraan deels andere feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd. De rechtbank overweegt het volgende.
Start van het onderzoek tegen de verdachte
Het strafrechtelijk onderzoek [onderzoeksnaam 1] is gestart naar aanleiding van de volgende, mondeling op 5 maart 2021 door het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI) verstrekte informatie:
‘In een Iveco Daily met Turks kenteken [kentekennummer 1] is een grote hoeveelheid geld aanwezig.
In een Opel Insignia met Duits kenteken [kentekennummer 2] is vermoedelijk een grote hoeveelheid geld aanwezig.’
Deze informatie is op 7 maart 2021 schriftelijk bevestigd in een proces-verbaal van TCI.
Op basis van deze informatie is op 5 maart 2021 een observatie gestart ten aanzien van de genoemde voertuigen. Het observatieteam zag omstreeks 19.00 uur op het Stationsplein in Schiedam een Iveco Daily bus met Turks kenteken [kentekennummer 1] die (naar later bleek) werd bestuurd door de medeverdachte [medeverdachte 2] . Om 19.14 uur werd ter hoogte van de Iveco Daily een Opel Insignia met Duits kenteken [kentekennummer 2] geparkeerd. In het voertuig zaten twee personen, later geïdentificeerd als de bestuurder [medeverdachte 1] en zijn zoon [zoon medeverdachte 1] als bijrijder. Om 19.35 uur werd gezien dat een tot dan toe onbekende persoon de straat overstak en rechts achterin de Opel Insignia stapte. Uit verder tactisch onderzoek kwam de verdachte in beeld als deze persoon. Op basis van het onderzoek door het observatieteam, camerabeelden en andere bevindingen rees de verdenking dat er tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] in de parkeergarage onder de flat waar de verdachte woont, een geldoverdracht heeft plaatsgevonden van € 1.099.870,-. [medeverdachte 1] heeft vervolgens een deel van dit geld in een verborgen ruimte in de Open Insigina gedaan en het resterende geld buiten de parkeergarage kort daarna overgedragen aan de medeverdachte [medeverdachte 2] , de bestuurder van de Iveco Daily.
De overige verdenkingen tegen de verdachte zijn (mede) gebaseerd op het nader (tactisch) onderzoek, waaronder de doorzoekingen op het oude en het nieuwe woonadres van de verdachte en van de woning van zijn schoonouders, en het onderzoek naar de op deze plaatsen in beslag genomen geldbedragen en voorwerpen.
Start onderzoek tegen inzittenden van de auto’s
In het dossier bevindt zich ook op 7 mei 2021 (dus na voornoemde observatie) opgesteld afschermproces-verbaal ( [proces-verbaalnummer 1] ) in het strafrechtelijk onderzoek onder de naam [onderzoeksnaam 2] met betrekking tot de verdenking tegen de inzittenden van de auto’s. Daarin staat:
Er worden crypte tekstgesprekken onderschept van provider SkyEcc waarna deze inzichtelijk zijn gemaakt voor het onderzoeksteam [onderzoeksnaam 2] . Uit deze gesprekken is de navolgende informatie beschikbaar geworden:
“In een Iveco Deli met Turks kenteken [kentekennummer 1] ís een grote hoeveelheíd geld aanwezig”.
“In Opel Insignia met Duits kenteken [kentekennummer 2] is vermoedelijk een grote hoeveelheíd geld aanwezig”
De informatie over genoemde voertuigen is zodanig dat een redelijk vermoeden bestaat dat de inzittende personen zich schuldig maken aan het strafbare feit witwassen (strafbaar gesteld in artikel 420 van Pro het Wetboek van Strafrecht).
Door de rechter-commissaris is toestemming verleend voor het verder analyseren van de
communicatie van de gebruiker [accountnaam 3] , zijn contacten, daar weer de contacten van en daar weer de contacten van (A+B+C kader). De gebruiker [accountnaam 3] is betrokken bij (het coördineren van) meerdere contante geldoverdrachten (ondergronds bankieren) waarvan het geld vermoedelijk afkomstig is uit enig misdrijf. De gebruiker [accountnaam 3] heeft hiervoor veelvuldig contact met de gebruiker [accountnaam 1] .’
In het proces-verbaal is weergegeven dat de verdenking betrekking heeft op
de inzittendenvan deze voertuigen. Beschreven wordt dat de verdenking gebaseerd is op SkyECC-berichten tussen de gebruiker [accountnaam 1] en [accountnaam 2] op 5 maart 2021 en de waarnemingen van het observatieteam op 5 maart 2021, die aan het onderzoeksteam zijn doorgegeven.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt, gelet op het voorgaande, vast dat de start van het opsporingsonderzoek naar de verdachte is gebaseerd op de observatie die plaatsvond op 5 maart 2021 en niet op de SkyECC-berichten in het onderzoek [onderzoeksnaam 2] . De verdachte was geen subject in het onderzoek [onderzoeksnaam 2] . De in het afschermproces-verbaal genoemde SkyECC-accounts en chatberichten worden niet aan de verdachte toegeschreven. Zijn naam komt niet voor in de berichten in het afschermproces-verbaal. Ook anderszins is niet gebleken dat door of met de verdachte via een SkyECC-account is gecommuniceerd vóórdat de witwasverdenking tegen hem ontstond. Dat de observatie op 5 maart 2021 is verricht naar aanleiding van TCI-informatie die voortkomt uit SkyECC-berichten binnen het [onderzoeksnaam 2] onderzoek, doet niet af aan de conclusie dat het opsporingsonderzoek tegen de verdachte pas op een later moment van start is gegaan.
Als er al rechten zouden zijn geschonden in het onderzoek [onderzoeksnaam 2] , raakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet de belangen van de verdachte. Het recht om niet veroordeeld te worden of om de opheldering van strafbare feiten te verhinderen, is geen door artikel 359a Sv beschermd belang. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding tot aanhouding van de behandeling van de zaak - noch om de door de verdediging genoemde jurisprudentie af te wachten, noch om de hiervoor genoemde stukken aan het dossier toe te laten voegen. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding voor het afgeven van een EOB aan Frankrijk en aanhouding van de zaak in afwachting van de uitkomst daarvan.
Omdat naar het oordeel van de rechtbank jegens de verdachte geen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv wordt ook het verweer tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, dan wel tot bewijsuitsluiting verworpen.

3.Bewijs

3.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat wordt bewezen verklaard dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd.
3.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten.
Voor zover van belang zullen de standpunten van de officier van justitie en van de verdediging nader worden besproken bij de beoordeling van het bewijs.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 volgt partiële vrijspraak van een deel van de ten laste gelegde bedragen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 4.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de in de bijlage opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande nadere bewijsmotivering.
3.3.2.
Nadere bewijsmotivering
Beoordelingskader witwassen
Voorop gesteld wordt dat voor een bewezenverklaring van het in artikel 420bis, eerste lid, onder a en b van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit
enigmisdrijf.
Dat een voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”, kan, indien geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden, indien het niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als blijkt van feiten en omstandigheden die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo’n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als zo’n verklaring is uitgebleven, mag de rechtbank die omstandigheden betrekken in haar bewijsmotivering. (Vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352.)
Feit 1
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen het volgende vast met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte bij feit 1.
Op 5 maart 2021 heeft in een parkeergarage onder een wooncomplex aan het Stationsplein in Schiedam een geldoverdracht plaatsgevonden. Na verificatie met een token (via het serienummer van een 5 eurobiljet) heeft de bestuurder van een personenauto van het merk Opel, type Insignia, later geïdentificeerd als de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), in de parkeergarage een geldbedrag van in totaal € 1.099.870,- in ontvangst genomen. [medeverdachte 1] borg een bedrag van € 499.830,- op in een verborgen bergruimte onder de middenconsole van de auto en plaatste achterin de auto twee boodschappentassen met daarin een geldbedrag van € 600.040,-. De man die het geld overdroeg bleef achter in de parkeergarage toen [medeverdachte 1] zijn voertuig de garage uitreed. Vervolgens heeft hij op een parkeerplaats bij het Stationsplein de tassen met geld (€ 600.040,-) overgedragen aan de bestuurder van een bedrijfsauto van het merk Iveco, type Daily, die daar geparkeerd stond. De bestuurder van de bedrijfsauto, de medeverdachte [medeverdachte 2] , borg het geld op in de auto, nadat opnieuw verificatie had plaatsgevonden met een token.
Kort voor de overdracht van het geld in de parkeergarage zijn op camerabeelden in de lifthal van het appartementencomplex twee mannen te zien met boodschappentassen (een bigshopper en een plastic tas). Deze lifthal geeft toegang tot de parkeergarage. Een van de mannen is door de beheerder van het complex herkend en heeft daarbij het woonadres van de verdachte genoemd. De verdachte heeft ter zitting bevestigd dat hij samen met zijn zwager op de camerabeelden met de tassen te zien is.
De verdachte die samen met zijn zwager de parkeergarage binnen ging, heeft om 19:32 uur via de lifthal
alleenhet pand verlaten. Om 19:35 uur is een persoon op het Stationsplein rechts achterin de Opel Insignia van de medeverdachte [medeverdachte 1] gestapt. [medeverdachte 1] rijdt vervolgens met de Opel Insignia naar de ingang van de parkeergarage, die kennelijk met een toegangspas wordt geopend, en rijdt de garage binnen. De man die hier het geld aan hem overdroeg, is volgens [medeverdachte 1] dezelfde persoon die kort daarvoor bij hem achterin de auto is gestapt en hem naar de parkeergarage heeft geleid. Om 19:57 uur heeft de verdachte de parkeergarage, die hij kennelijk via een andere ingang weer is binnengegaan, opnieuw verlaten en is hij samen met zijn zwager de lifthal binnengelopen.
De boodschappentassen waarmee de verdachte en zijn zwager naar de parkeergarage liepen komen qua kleur, logo, opdruk en vorm overeen met de in de Iveco Daily aangetroffen boodschappentassen. Daarnaast zijn in beide voertuigen op de folies die om de bundels met bankbiljetten zaten, vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen, ook aan de binnenzijde van één van de folies. Dit vormt een sterke aanwijzing dat de verdachte de bundels met geld heeft verpakt, dan wel in handen heeft gehad of heeft aangeraakt. De verdachte heeft met betrekking tot deze bevindingen geen verklaring willen geven. Bij pleidooi in dit verband door de verdediging naar voren gebrachte ‘alternatieve’ scenario’s acht de rechtbank niet aannemelijk.
De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat de verdachte degene is geweest die de ten laste gelegde geldbedragen voorhanden heeft gehad en in de parkeergarage aan [medeverdachte 1] heeft overgedragen. Dat de verdachte, zoals hij op de zitting heeft verklaard, met zijn zwager in de parkeergarage liep omdat hij aan het verhuizen was, acht de rechtbank in het licht van het voorgaande eveneens niet geloofwaardig.
De raadsman heeft voorts aangevoerd dat mogelijk sprake is geweest van hawala-bankieren (ondergronds bankeren) en niet van witwassen. Hij noemt dit een ‘Meer en Vaart’-verweer, op basis waarvan (eveneens) vrijspraak zou moeten volgen. Bij zo’n verweer moet het gaan om een alternatieve verklaring van de verdachte zelf. De verdachte heeft echter niet verklaard over enige betrokkenheid bij een geldoverdracht. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit verweer.
De gebleken gang van zaken - het voorhanden hebben van grote geldbedragen, de overdracht hiervan in een parkeergarage met gebruik van een token, de wijze van verpakking van het geld en de omstandigheid dat een deel hiervan is aangetroffen in een verborgen ruimte in een auto - rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden dat deze geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Dat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat deze geldbedragen niet van misdrijf afkomstig zijn. De verdachte heeft echter geen verklaring over de herkomst van deze geldbedragen gegeven.
De rechtbank acht gelet daarop wettig en overtuigend bewezen dat deze geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte zich in vereniging met een ander heeft schuldig gemaakt aan witwassen.
Feiten 2 en 3
De geldbedragen van € 28.373,- en € 3.800,-
Bij de doorzoeking op 6 maart 2021 van de toenmalige woning van de verdachte aan het Stationsplein [huisnummer] te Schiedam is een contant geldbedrag van € 28.373,- aangetroffen. Op 8 april 2021 is de verdachte aangehouden in zijn nieuwe woning aan [adres 1] te [woonplaats] en is bij doorzoeking van dit pand een bedrag van ruim € 3.800,- aangetroffen.
Gelet op het voorhanden hebben en de overdracht van de onder 1 ten laste gelegde geldbedragen acht de rechtbank ook ten aanzien van deze geldbedragen het vermoeden gerechtvaardigd dat deze uit enig misdrijf afkomstig zijn. Ten aanzien van het geldbedrag van € 28.373,- weegt daarbij mee dat de woning niet meer bewoond werd en grotendeels leeg was, waarmee het opmerkelijk is om daar zo’n groot geldbedrag te bewaren.
De verdachte heeft verklaard dat hij in de zomer van 2020 is getrouwd en dat een deel van het geldbedrag dat aan het Stationsplein werd aangetroffen afkomstig is van zijn bruidsschat. Hij heeft ter onderbouwing een handgeschreven overzicht overgelegd van de als bruidsschat ontvangen geldbedragen en namen van personen die dit geld zouden hebben gegeven. Het totaal van deze bedragen is ongeveer € 20.000,-. Mede gelet op de culturele achtergrond van de verdachte acht de rechtbank deze verklaring niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank daarmee een voldoende concrete en verifieerbare verklaring gegeven over de herkomst van een deel van het aangetroffen geld. Het lag op de weg van het Openbaar Ministerie om eventueel nader onderzoek te doen naar deze verklaring en de overgelegde lijst. Nu dat niet is gebeurd acht de rechtbank voor dit bedrag (€ 20.000,-) niet bewezen dat het van enig misdrijf afkomstig is.
Ten aanzien van de herkomst de resterende bedragen (€ 8.373,- en € 3.800,-) heeft de verdachte verklaard dat een deel hiervan geld betrof dat is gegeven bij de geboorte van zijn zoon, en dat zijn echtgenote en hij daarnaast jarenlang hebben gewerkt en geld hebben gespaard. Deze verklaring is - gelet op het tijdstip waarop deze is gegeven en bij gebreke van enig door de verdachte aangeleverd begin van bewijs - echter niet verifieerbaar. Het gerechtvaardigde vermoeden van witwassen van deze geldbedragen wordt daarom door deze verklaring niet ontkracht. De rechtbank stelt vast dat deze geldbedragen (€ 8.373,- en € 3.800,-) van misdrijf afkomstig zijn en acht bewezen dat sprake is van het witwassen van deze geldbedragen. Nu de verdachte heeft verklaard dat het bedrag van € 3.800,- hem samen met zijn vrouw toebehoort, acht de rechtbank ten aanzien van dit bedrag onder feit 3 bewezen dat sprake is van medeplegen.
De geldbedragen € 56.650 en £ 3.000,-
Een groot deel van de onder feit 3 ten laste gelegde geldbedragen zijn in beslag genomen in de woning van de schoonouders van de verdachte in Tiel . Het betreft een bedrag van € 56.650,- en een bedrag van £ 3.000,-.
De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte wetenschap had van het bestaan van deze geldbedragen. Daarom is er ten aanzien van deze geldbedragen geen gerechtvaardigd vermoeden van witwassen door de verdachte. De verdachte wordt ten aanzien van deze geldbedragen partieel vrijgesproken voor feit 3.
3.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
Feit 1
op 5 maart 2021 te Schiedam , tezamen en in vereniging met een ander, voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 600.040,- (in contanten) en een geldbedrag van € 499.830,- (in contanten), heeft voorhanden gehad en heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte en zijn mededader wisten dat deze geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
Feit 2 primair
op 6 maart 2021 te Schiedam een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 8.373,- (in contanten) voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dit geldbedrag geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf;
Feit 3
op 8 april maart 2021 te Hoogvliet , gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 3.800,- (in contanten), heeft voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededader wisten dat dit geldbedrag geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
medeplegen van witwassen;
Feit 2 primair
witwassen;
Feit 3
medeplegen van witwassen.
4.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2 en 3 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van voorarrest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
Bij een veroordeling moet een substantiële strafkorting worden toegepast in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte dient een eventuele vrijheidsstraf geheel voorwaardelijk te worden opgelegd, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het witwassen van een contant geldbedrag van in totaal ruim een miljoen euro. Hij heeft dit geldbedrag voorhanden gehad en in een parkeergarage overgedragen aan een ander, die in zijn bijzijn een deel heeft geplaatst in een verborgen ruimte in de auto waarin hij reed. Daarnaast heeft de verdachte meerdere geldbedragen witgewassen die zijn aangetroffen in zijn voormalige woning en in zijn huidige woning. Hij heeft die geldbedragen daar aanwezig gehad. Ten aanzien van één van die geldbedragen heeft hij dit gedaan samen met zijn vrouw.
Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer. Het is daarmee een bedreiging voor de samenleving. Witwassen bevordert bovendien het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld en/of het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder de mogelijkheid van witwassen het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. Het betreft dan ook ernstige strafbare feiten.
5.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
5.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 8 april 2021, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim 5 jaren verstreken.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden, die hebben geleid tot dit lange tijdsverloop en dat dit met name omstandigheden zijn die zijn toe te rekenen aan de verdediging. Zij heeft daartoe aangevoerd dat door de wisseling van raadsman, het indienen van onderzoekswensen door de verdediging en door aan de verdediging toe te rekenen planningsproblemen het lang heeft geduurd voordat de zaak inhoudelijk behandeld kon worden. Verder heeft de officier van justitie erop gewezen dat de inhoudelijke behandeling op 30 mei 2025 uiteindelijk geen doorgang kon vinden door andere verplichtingen van de raadsman. Aan het tijdsverloop behoren daarom maar beperkt consequenties te worden verbonden. Aan de maatschappij is niet uit te leggen dat het door de verdediging op deze wijze bewerkstelligen van vertraging in het strafproces, een korting op de straf oplevert.
De rechtbank deelt niet het standpunt van de officier van justitie dat de overschrijding van de redelijke termijn in overwegende mate aan de verdediging te verwijten is en dat er daarom geen sprake is van bijzondere omstandigheden. De verdediging heeft het recht om onderzoekswensen te doen en verweren te voeren. De tijdsduur tussen de zittingen heeft daarnaast in belangrijke mate ook te maken met de beperkte zittingscapaciteit.
De redelijke termijn in deze zaak bedraagt twee jaar en is in aanzienlijke mate, met ruim drie jaar, overschreden. De rechtbank zal deze omstandigheid in matigende zin betrekken bij bepaling van de strafmaat.
5.3.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken eerder zijn opgelegd en met de LOVS-oriëntatiepunten. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden acht de rechtbank daarbij passend. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn zal zij deze straf verminderen met 4 maanden. De rechtbank ziet, gelet op de ernst van de feiten, geen reden om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen of om het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen straf te beperken tot duur van het voorarrest, zoals de verdediging heeft bepleit. De rechtbank zal aan de verdachte daarom een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden opleggen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen boksbeugel en drugs worden onttrokken aan het verkeer en dat de in beslaggenomen geldbedragen
(de rechtbank begrijpt: geldbedragen en andere voorwerpen)onder de nummers 19 tot en met 48 en 50 tot en met 52 en 54, 55 en 57 tot en met 64 op de beslaglijst, worden verbeurdverklaard.
De officier van justitie heeft meegedeeld dat op de in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 5 tot en met 17 op de beslaglijst ook conservatoir beslag ligt ten behoeve van een op te leggen ontnemingsmaatregel of geldboete in de zaak tegen de medeverdachte. Zij heeft om die reden gevorderd dat deze goederen aan de rechthebbende moeten worden teruggegeven.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht te beslissen tot teruggave van het beslag, gelet op de bepleite vrijspraak.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
6.3.1.
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor feit 1 worden de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurdverklaard:
  • de verpakkingsmaterialen, vermeld onder de nummers 32 tot en met 37 en 44 tot en met 47,
  • de geldtelmachine in een tas van de Action, vermeld onder nummer 38;
  • de tassen, vermeld onder de nummers 62 tot en met 64.
Het strafbare feit is met behulp van deze voorwerpen gepleegd of voorbereid, deze
voorwerpen behoren aan de verdachte toe en hij was bekend met het gebruik hiervan in verband dit strafbare feit.
Als bijkomende straf voor feit 2 primair wordt van de in beslag genomen geldbedragen van in totaal 28.373,10 (nummers 22 tot en met 27 op de beslaglijst), een geldbedrag van € 8.373,- verbeurdverklaard. Dit geldbedrag is vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat het strafbare feit met betrekking tot dit geldbedrag is gepleegd, dit aan de verdachte toebehoort en hij bekend was met de bestemming hiervan in verband met dit strafbare feit. Zoals hierna wordt overwogen, zal het resterende geldbedrag (€ 20.000,10) aan de verdachte worden teruggegeven.
Als bijkomende straf voor feit 3 wordt van de in beslag genomen geldbedragen van in totaal € 3.861,-, vermeld onder de nummers 28 tot en met 31, een geldbedrag van € 3.800,- verbeurdverklaard. Dit geldbedrag is vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat het strafbare feit met betrekking tot dit geldbedrag is gepleegd, dit geldbedrag aan de verdachte toebehoort en hij bekend was met de bestemming hiervan in verband met dit strafbare feit. Zoals hierna wordt overwogen, zal het resterende bedrag (€ 61,-) aan de verdachte worden teruggegeven.
De rechtbank houdt bij deze beslissingen rekening met de draagkracht van de verdachte.
6.3.2.
Onttrekking aan het verkeer
De in beslag genomen drugs (nummers 3 en 4 op de beslaglijst) en de boksbeugel (nummer 18) worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van deze goederen is in strijd met de wet.
6.3.3.
Teruggave
Teruggave aan de verdachte
De rechtbank beslist tot de teruggave van een gedeelte van de onder de nummers 22 tot en met 27 op de beslaglijst vermelde geldbedragen, te weten een bedrag van € 20.000,10 aan de verdachte (als beslagene), omdat de verdachte van het (medeplegen van) witwassen van dit geldbedrag wordt vrijgesproken en dus ten aanzien van dit deel niet is voldaan aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring in artikel 33a Sr.
De rechtbank beslist tot de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte (als beslagene), omdat deze voorwerpen niet direct te relateren zijn aan de bewezen feiten en om die reden niet is voldaan aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring in artikel 33a Sr;
  • de voorwerpen, vermeld onder 5 tot en met 17, te weten (een koffer, zes zonnebrillen, vijf tassen en een toilettas);
  • het geldbedrag van € 8,92 (10 Zwitserse Francs omgerekend naar euro’s), vermeld onder nummer 21;
  • een gedeelde van de onder de nummers 28 tot en met 31 vermelde geldbedragen, te weten een geldbedrag van € 61,-;
  • de telefoontoestellen, vermeld onder de nummers 39 tot en met 43, 50, 51, 54 tot en met 58;
  • de computers, vermeld onder de nummers 48 en 52.
Teruggave aan een ander (beslagene / redelijkerwijs rechthebbende)
De rechtbank beslist tot de teruggave van de geldbedragen van € 56.650,- en 3.404,66 (een bedrag van ₤ 3.000,- omgerekend in euro’s), vermeld onder nummers 19 en 20 op de beslaglijst aan degenen bij wie deze geldbedragen in beslag genomen zijn, namelijk [persoon A] , [persoon B] en [persoon C] , de bewoners van de woning aan [adres 3] te Tiel . Deze geldbedragen worden teruggegeven, omdat de verdachte van het (medeplegen van) witwassen van deze geldbedragen wordt vrijgesproken.
De rechtbank beslist tot de teruggave van de volgende voorwerpen aan anderen dan de verdachte, namelijk degenen bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen (de beslagenen en/of die redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt), omdat deze goederen niet direct te relateren zijn aan de bewezen feiten:
  • de personenauto van het merk Renault, met kenteken [kentekennummer 3] , vermeld onder nummer 2, aan de redelijkerwijs rechthebbende [rechthebbende] ;
  • de administratie (salarisspecificaties [rechthebbende] ), vermeld onder de nummers 59 en 60, aan de redelijkerwijs rechthebbende [rechthebbende] ;
  • de goederen (een kastje en twee pasjes, kast met laden, salontafel en twee rekenmachines/geldtelmachines) vermeld onder de nummers 61 en 65 tot en met 68, aan de beslagene; uit het dossier kan niet worden opgemaakt waar en onder wie deze goederen in beslag genomen zijn.
Indien op geldbedragen of andere goederen ook conservatoir beslag is gelegd, blijft dat beslag daarop in stand.

7.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 23 juni 2021 geschorst en met ingang van 30 mei 2025 opgeheven wegens het ontbreken van gronden.
De officier van justitie heeft gevorderd de gevangenneming van de verdachte te bevelen. De reden hiervoor is dat de hoogte van de geëiste gevangenisstraf volgens de officier van justitie rechtvaardigt dat er bij een veroordeling van de verdachte reeds direct wordt begonnen met het uitzitten van de straf. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank met kenmerk ECLI:NL:RBROT:2024:11016.
De verdachte wordt veroordeeld voor het meerdere malen (mede)plegen van witwassen, een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een maximale gevangenisstraf van 6 jaar is gesteld. Hieruit volgt dat er ernstige bezwaren zijn voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis kan worden toegepast. Op 30 mei 2025 werden er door rechtbank geen gronden voor de voorlopige hechtenis meer aangenomen. Het veroordelend vonnis maakt dit niet anders. Ook de door de officier van justitie genoemde nieuwe verdenking in een ander strafrechtelijk onderzoek, leidt vanwege de onschuldpresumptie niet tot een ander oordeel. De door de officier van justitie in dit verband aangehaalde zaak acht de rechtbank niet vergelijkbaar, nu in die zaak de voorlopige hechtenis was geschorst en hierbij eerder aangenomen gronden ten tijde van het vonnis kennelijk nog steeds actueel werden geacht.
De rechtbank zal daarom de vordering tot gevangenneming van de verdachte afwijzen.

8.Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straffen is gebaseerd op de artikelen, 33, 33a, 33b, 36b, 36c, 47, 57, 60 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9.Beslissingen

De rechtbank:
Aanhoudingsverzoek
wijst af het verzoek van de verdediging tot aanhouding van de behandeling van de zaak;
Voorvragen
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair en 3, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Vrijspraak
verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor feit 1:
  • de verpakkingsmaterialen, vermeld onder de nummers 32 tot en met 37 en 44 tot en met 47,
  • de geldtelmachine in een tas van de Action, vermeld onder nummer 38;
  • de tassen, vermeld onder de nummers 62 tot en met 64.
- verklaart verbeurd voor feit 2 primair: een gedeelte van de in beslag genomen geldbedragen van in totaal 28.373,10, vermeld onder de nummers 22 tot en met 27, te weten een geldbedrag van € 8.373,-;
- verklaart verbeurd voor feit 3: een gedeelte van de in beslag genomen geldbedragen van in totaal € 3.861,-, vermeld onder de nummers 28 tot en met 31, te weten een bedrag van € 3.800,-;
- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen drugs, vermeld onder de nummers 3 en 4, en boksbeugel, vermeld onder nummer 18;
- beveelt de teruggave van de volgende voorwerpen aan de verdachte:
  • een gedeelte van de onder de nummers 22 tot en met 27 vermelde geldbedragen, te weten een bedrag van € 20.000,10;
  • de voorwerpen, vermeld onder 5 tot en met 17, te weten (een koffer, zes zonnebrillen, vijf tassen en een toilettas);
  • het geldbedrag van € 8,92 (10 Zwitserse Francs omgerekend naar euro’s), vermeld onder nummer 21;
  • een gedeelde van de onder de nummers 28 tot en met 31 vermelde geldbedragen, te weten een bedrag van € 61,-;
  • de telefoontoestellen, vermeld onder de nummers 39 tot en met 43, 50, 51, 54 tot en met 58;
  • de computers, vermeld onder de nummers 48 en 52;
- beveelt de teruggave van de volgende voorwerpen aan anderen dan de verdachte, namelijk degenen bij wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen (de beslagenen en/of die redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt:
  • de geldbedragen van € 56.650,- en 3.404,66 (de ₤ 3.000,- omgerekend naar een bedrag in euro’s), vermeld onder nummers 19 en 20 aan degenen bij wie deze geldbedragen in beslag genomen zijn, namelijk [persoon A] , [persoon B] en [persoon C]
  • de personenauto van het merk Renault, met kenteken [kentekennummer 3] , vermeld onder nummer 2: aan de redelijkerwijs rechthebbende [rechthebbende] ;
  • de administratie (salarisspecificaties [rechthebbende] ), vermeld onder de nummers 59 en 60: aan de redelijkerwijs rechthebbende [rechthebbende] ;
  • de goederen vermeld onder de nummers 61 en 65 tot en met 68 (een kastje en twee pasjes, kast met laden, salontafel en twee rekenmachines/geldtelmachines): aan de beslagene; uit het dossier kan niet worden opgemaakt waar en onder wie deze goederen in beslag genomen zijn;
Voorlopige hechtenis
wijst af de gevorderde gevangenneming.

10.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en E. Stam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 juni 2026.
Mr. Stam is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage – Bewijsmiddelen
1.
Verklaring van de verdachte [2]
U houdt mij voor dat op de camerabeelden in de parkeergarage aan het Stationsplein te Schiedam van 5 maart 2021 te zien is dat ik met een tas liep en dat een andere man (mijn zwager) ook een tas droeg. Ik herinner mij dat wel.
2.
Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring verdachte [3] De ruim 3.000 euro die in Hoogvliet is aangetroffen, is van mij en mijn vrouw.
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Op 5 maart 2021 tussen 19.00 uur en 20:30 uur hebben medewerkers van team
Observatie & Techniek, observatie-activiteiten verricht. Daarvan is door hen een
activiteiten-journaal opgemaakt, welke als bijlage bij dit proces-verbaal wordt gevoegd:
Bijlage: activiteiten-journaal
Tijdstip
Waarnemer
Waarnemingen
19.01
N99
Ik zag dat een bedrijfsauto, merk Iveco, type Daily, kleur wit en voorzien van het Turkse kenteken [kentekennummer 1] , op een parkeerplaats, ter hoogte van het Stationsplein te Schiedam , geparkeerd stond. Deze bedrijfsauto zal verder worden aangeduid als [kentekennummer 1] .
Ik zag dat een voor mij onbekend persoon, hierna NN1 genoemd, als bestuurder en enige inzittende in de [kentekennummer 1] zat.
19.14
N99
lk zag dat een personenauto, merk Opel, type Insignia, kleur zwart en voorzien van het Duitse kenteken [kentekennummer 2] , ter hoogte van de [kentekennummer 1] , geparkeerd werd. Deze personenauto zal verder worden aangeduid als [kentekennummer 2] . Ik zag dat een voor mij onbekend persoon, hierna NN2 genoemd, als bestuurder en een voor mij onbekend persoon, hierna NN3 genoemd, als passagier voorin de [kentekennummer 2] zaten.
19.18
N57
Ik zag dat de [kentekennummer 2] vertrok.
19.23
N57
lk zag dat de [kentekennummer 2] ter hoogte van de
[kentekennummer 1] geparkeerd werd.
19.35
N03
Ik zag dat een voor mij onbekend persoon, hierna NN4 genoemd, over de Singel te Schiedam liep, overstak en als passagier rechts achterin de [kentekennummer 2] stapte. Ik kan NN4 als volgt omschrijven:
 man
 licht getinte huidskleur
 30-40 jaar oud
 donkerkleurig, kort gedekt haar
 donkerkleurig kortgeschoren baard
 donkerkleurige jas
Ik zag dat de [kentekennummer 2] vertrok.
19.37
N43
Ik zag dat de [kentekennummer 2] op de Spoorstraat te Schiedam, ter hoogte van de ingang van een parkeergarage die toegang geeft tot meerdere bedrijven en woningen, stopte.
Deze parkeergarage zal verder worden aangeduid als parkeergarage. Ik zag dat het raam van het bestuurdersportier van de [kentekennummer 2] geopend werd en dat er een klein voorwerp tegen de rode paal, welke toegang geeft tot de parkeergarage, gedrukt werd. Ik zag dat de witte toegangshekken van de parkeergarage geopend werden en dat de [kentekennummer 2] de parkeergarage binnenging.
19.56
N82
Ik zag dat de [kentekennummer 2] de parkeergarage verliet.
Ik zag dat NN2 als bestuurder en NN3 als passagier voorin de [kentekennummer 2] zaten.
19.59
N057
Ik zag dat de [kentekennummer 2] ter hoogte van de [kentekennummer 1] geparkeerd werd. Ik zag dat NN2 uit de [kentekennummer 2] stapte en naar het bestuurdersportier van de [kentekennummer 1] liep. lk zag dat NN1 uit de [kentekennummer 1] stapte en in gesprek was met NN2. Ik zag dat NN1 en NN2 richting de [kentekennummer 2] liepen. Ik zag dat de linker achter portier van de [kentekennummer 2] geopend werd. Ik zag dat NN2 een witkleurige gevulde bigshopper tas aan NN1 overhandigde. Ik zag dat NN2 als bestuurder in de [kentekennummer 2] stapte en vertrok.
20
N03
Ik zag dat NN1 de schuifdeur aan de rechterzijde van de [kentekennummer 1] opende en de witkleurige gevulde bigshopper tas in de laadruimte van de [kentekennummer 1] zette.
20.01
N03
N82
Wij zagen dat NN1 uit de witkleurige bigshopper tas, tenminste één wit met blauwkleurige tas haalde en deze samen met de witkleurige bigshopper tas in een ruimte boven de bestuurdersstoel voorin de [kentekennummer 1] stopte.
20.02
N57
Ik zag dat NN1 in de [kentekennummer 1] stapte en vertrok.
20.08
De observatie op de [kentekennummer 2] werd op de
autosnelweg A16, ter hoogte van Rotterdam, door
medewerkers van het tactisch team, overgenomen.
4.
Proces-verbaal van de politie [5]
Op 5 maart 2021 is [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1988 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), aangehouden. Hij reed op dat moment in een Iveco Daily voorzien van kenteken [kentekennummer 1] . In de Iveco zijn twee plastic tassen aangetroffen met hierin een grote hoeveelheid bankbiljetten.
Tas 1 betreft een plastic Aldi tas met een print van een kindje en blauwe handvatten. In deze tas zijn diverse plastic tassen aangetroffen met hierin bundels met geld. Dit geld is gebundeld door middel van elastieken en is gewikkeld in doorzichtig plastic folie. Op de bundels staan getallen geschreven. Daarnaast staat er op verschillende pakketten ‘Bri’ geschreven.
Tas 2 betreft een blauwwit gestreepte plastic Aldi tas. In de tas zat een plastic Albert Heijn tas met hierin een opengescheurde wikkel van plastic folie. Op de aangetroffen wikkel staat het getal 50 geschreven.
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
Op 5 maart 2021 omstreeks 20:30 uur zijn [medeverdachte 1] en [zoon medeverdachte 1] als inzittenden van de Opel Insignia aangehouden.
Uit de signalementen en de verklaringen van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [zoon medeverdachte 1] is het volgende duidelijk geworden dat:
  • NN1 is [medeverdachte 2] , bestuurder lveco Daily met Turks kenteken [kentekennummer 1] ;
  • NN2 is [medeverdachte 1] , bestuurder Opel Insignia met Duits kenteken [kentekennummer 2] ;
  • NN3 is [zoon medeverdachte 1] , bijrijder van de Opel Insignia met Duits kenteken [kentekennummer 2] .
6.
Proces-verbaal van de politie [7]
Op 8 maart 2021 heb ik, verbalisant N819, de in beslag genomen Opel Insignia, voorzien, van het Duitse kenteken [kentekennummer 2] onderzocht. Ik zag dat het voertuig was voorzien van een verborgen bergruimte. Deze verborgen ruimte bevond zich onder de middenconsole. Ik zag bij het openen van de verborgen bergruimte dat deze was gevuld met een hoeveelheid geld.
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
Op 5 maart 2021 twee tassen in beslag genomen vanuit een inbeslaggenomen Iveco
Daily met kenteken [kentekennummer 1] , met hierin contante geldbedragen. Tijdens de doorzoeking van een inbeslaggenomen voertuig met kenteken [kentekennummer 2] is een verborgen ruimte aangetroffen waarin tevens een contant geldbedrag is aangetroffen.
Op 10 maart 2021 werd ik geïnformeerd over de telling van de bedragen per e-mail en twee aangehecht spreadsheets. Eén spreadsheet ten behoeve van de bankbiljetnummers en één spreadsheet ten behoeve van de tellingen. Hieronder heb ik de samengevat de informatie van laatstgenoemde spreadsheet vermeld met een specificatie van de bedragen per IBN-code:
5 x 500 euro = € 2.500,-
1. x 200 euro = € 200,-
276 x 100 euro = € 27.600,-
6026 x 50 euro = € 301.300,-
8676 x 20 euro = € 173.520,-
4320 x 10 euro = € 43.200,-
343 x 5euro = € 1.715,-
Totaal € 550.035,- IBN code [code 1] Contant geld in Aldi shopper met opdruk kindje
4 x 100 euro = € 400,-
371 x 50 euro = € 18.550,-
1161 x 20 euro = € 23.220,-
707 x 10 euro = € 7.070,-
153 x 5 euro = € 765,-
Totaal € 50.005,- IBN code [code 2] Contant geld Aldi tas blauw wit
1. x 500 euro = € 500,-
47 x 200 euro = € 9.400,-
478 x 100 euro = € 47.900,-
7275 x 50 euro = € 363.750,-
2864 x 20 euro = € 57.280,-
1937 x 10 euro = € 19.370,-
346 x 5 euro = € 1.730,-
Totaal € 499.930,- [code 3] Biljetten verpakt in bundels
De totaaltelling van deze contante bedragen komt daarmee op
€ 1.099,870.00.
8.
Proces-verbaal van de politie [9]
Ik, rechercheur [nummer 1] , heb op 6 maart 2021 telefonisch contact gelegd met de huismeester van de zwarte garage aan de Spoorstraat te Schiedam , links naast de garage met het witte hek. Hij deelde telefonisch mee dat de garage met het witte hek toegang geeft tot de woningen [huisnummers] waarvan de ingang aan het Stationsplein ligt.
Op 6 maart 2021 omstreeks 15:30 uur deed rechercheur [nummer 2] onderzoek naar de
mogelijke aanwezigheid van camerabeelden in de parkeergarage aan het Stationsplein [huisnummers] te Schiedam. Hij sprak ter plaatse met de beheerder van de VVE van de woningen welke toegang hebben tot deze parkeergarage. Zij verklaarde dat er beelden van de portiek in/uitgang parkeergarage zijn. De camera’s hadden zicht op het portiek welke bereikt wordt vanuit de parkeergarage. In dit portiek bevindt zich de lift richting de woningen.
Beschrijving camerabeelden:
Op 5 maart 2021 omstreeks 19.28 uur komen twee mannen met beiden een blauw/witte
boodschappen tas via de lift het portiek binnen en lopen de parkeergarage in. De man met de witte kraag draagt tevens een doos onder zijn arm. De mannen kunnen als volgt omschreven worden:
Man 2
Licht getint
Tussen de 30 en 40 jaar oud
Kort donker haar met inhammen
Gewatteerde donker jas met een witte kraag
Blauwe spijkerbroek met donkere onderzijde
Blauwe schoenen met witte zool.
De tassen die op de camerabeelden omstreeks 19.28 uur zichtbaar zijn, komen overeen qua kleur, logo, opdruk en vorm met de tassen waarin het geld is aangetroffen die in beslag zijn genomen afkomstig uit de Iveco Daily bus.
De beheerder van de VVE verklaarde deze man 2 te kennen als zijnde de bewoner van
[adres 2] .
In de Basis Registratie Personen (BRP) staan ingeschreven op het adres [adres 2] te [plaats 1] : [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1985.
9.
Proces-verbaal van de politie [10]
De camerabeelden van de parkeergarage aan [straat 1] [huisnummers] te Schiedam zijn door een digitaal rechercheur ( [nummer 3] ) in beslag genomen en veilig gesteld.
Beschrijving camerabeelden van parkeergarage aan het [straat 1] [huisnummers] te Schiedam op 5 maart 2021:
Lifthal 1e etage:
19:28:51: [verdachte] (met zwart gewatteerde jas, witte bontkraag en donkergekleurde schoen met witte zool) en NNMAN lopen rechterlift uit en lopen lifthal in op de 1e etage. [verdachte] draagt een blauw-witte plastic tas en NNMAN draagt een blauwe shopper tas met groen onderkant. Gezien de blauw-witte strepen op de plastic tas en het logo rechtsonderin op de shopper-tas zijn het tassen die zeer vermoedelijk van de supermarkt Aldi zijn.
19:28:52: NNman opent deur naar parkeergarage en [verdachte] volgt NNMAN. [verdachte] heeft naast de blauw-witte tas een bruine doos onder zijn arm geklemd.
19:28:52: Tas van NNMAN heeft een blauwe A op de zijkant staan.
Parking 1e etage:
19:29:04: [verdachte] en NNMAM lopen beide met een tas in de hand de parkeergarage in.
19:31:41: [verdachte] komt alleen terug naar lifthal 1e etage zonder spullen/tassen bij zich.
Lifthal 1e etage:
19:31:51: [verdachte] loopt parkeergarage uit en drukt op de knop voor de lift op de 1e etage. [verdachte] heeft geen plastic tas en/of bruine doos meer bij zich.
Centrale hal BG:
19:32:20: [verdachte] komt uit de lift op de begane grond in de centrale hal met de postbussen gelopen.
Voordeur centrale hal:
19:23:27: [verdachte] loopt naar buiten via de uitgang met de postbussen aan het Stationsplein .
Parking 1e etage:
19:57:12 [verdachte] en NNMAN lopen terug uit parkeergarage naar lifthal 1e etage.
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [medeverdachte 1] [11]
Medio december 2020 kreeg ik een voorstel. Het voorstel wat zij mij deden was dat zij mij een auto zouden geven en dat ik geld zou ophalen en naar hun zou brengen. Het was geld ophalen in Nederland en dan brengen naar Duitsland. Bij de tweede keer zeiden ze tegen mij dat het om een groter bedrag ging, namelijk € 1,1 miljoen. Ik moest € 600.000 aan dat busje geven. Over de telefoon hebben ze tegen mij gezegd dat ik twee tassen zou krijgen, één met € 500.000 en één met € 600.000. De persoon die het bracht heeft de tassen op de achterbank gezet. lk moest die € 600.000 afgeven en die € 500.000 moest ik meenemen naar Duitsland.
De persoon van wie ik tassen kreeg heeft datzelfde gezegd. Hier is € 600.000 en hier € 500.000. De tas van de € 500.000 heb ik opengemaakt en wilde ik in de verborgen ruimte doen, maar toen ik dat wilde doen paste dit niet. Toen heb ik gebeld en bleek dat de € 500.000 in de verborgen ruimte moest en dat de € 600.000 meegegeven moest worden aan het busje. Het bedrag van € 500.000 paste eigenlijk niet, ik moest twee pakketjes openmaken en heb ik ze een voor een er in gedaan. Toen paste het maar net. Dat gebeurde in de garage van de persoon de het geld kwam brengen.
Ik ben bij een pleintje aangekomen en toen kwam de persoon, die ging achterin zitten, hij deed het rechter achterportier open en ging zitten. Daarna bracht hij mij naar een garage, 250 meter afstand, we zijn vanaf het pleintje rechtsaf gegaan en toen een ondergrondse parkeergarage in gereden. Daar heeft hij het aan mij gegeven. Toen ben ik weer terug gegaan naar het pleintje en heb weer geparkeerd naast het busje, op dezelfde plek. Na drie minuten ben ik uit de auto gestapt. Toen heb ik de ruit van het busje aangetikt, portier open gemaakt. Ik zei tegen hem dat hij achter mij aan moest komen. Later kwam hij en heeft hij de achterdeur open gemaakt. Heeft het tasje gepakt en is weggereden. Ik ben toen ook weg gereden.
Ik wist dat de man met de tassen de juiste persoon was. Toen hij in de auto stapte vroeg hij namelijk om een code. Ik heb die code genoemd. Het was een code met getallen, namelijk het serienummer op een € 5-biljet. Toen hij om die code vroeg heb ik heb hem het biljet van € 5 gegeven. En toen zei hij: Laten we naar de garage rijden’. Toen zijn we naar de ondergrondse parkeergarage gereden. In de garage is die man uitgestapt, is 1 of 2 minuten weggeweest en kwam met tassen terug. Die man was er bij toen ik het geld in het verborgen ruimte wilde stoppen. Die man is blijven wachten totdat ik de parkeergarage uit was omdat die man een pasje moest gebruiken om mij er uit te laten.
Ik heb iets soortgelijks gedaan bij de man in het busje. Ik kreeg van die man in het busje een biljet van € 5. Het serienummer is de code. Door de telefoon hebben mijn opdrachtgevers de code gegeven door mij een foto van een biljet van € 5 te sturen. Ik controleerde dat nummer met het€ 5 biljet dat aan mij gegeven was. Dat klopte.
11.
Proces-verbaal van de politie [12]
Met betrekking tot de voorwerpen 1 (aangetroffen contant geld in Aldi shopper met opdruk van een kindje (IBN-code: [code 1] ) en Aldi tas blauw wit
(IBN-code: [code 2] )) en 2 (het contante geldbedrag (IBN-code: [code 3] ) dat is aangetroffen in de verborgen ruimte van de Opel Insignia met
kenteken [kentekennummer 2] ), zoals geverbaliseerd in zaaksdossier [dossiernummer 2] ,
is dactyloscopisch onderzoek uitgevoerd.
Zoals reeds geverbaliseerd in het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 2] zijn er dactyloscopische sporen aangetroffen die overeenkomen, zogenaamde matches, met de vingerafdrukken van de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1985. Deze sporen zijn aangetroffen op zowel het verpakkingsmateriaal van het contante geld uit de verborgen ruimte van de Opel Insignia (kenteken [kentekennummer 2] ) als op het verpakkingsmateriaal van het contante geld uit de Iveco Daily (kenteken [kentekennummer 1] ).
Sporen op folies contant geld aangetroffen in Opel Insignia
IBN-code
SIN-code
Beschrijving FO
SIN-code spoor
Hits
[code 4]
AANV8102NL
Folie met opschrift 100
AAKX5391NL
[verdachte]
AAKX5392NL
[verdachte]
Sporen op folies contant geld aangetroffen in Iveco Daily
IBN-code
SIN-code
Beschrijving FO
SIN-code spoor
Hits
[code 5]
AANV8097NL
Folie met opschrift 100 & bri
AALO4141NL
[verdachte]
[code 6]
AANV8095NL
Folie met opschrift 100 & bri
AALO4118NL
[verdachte]
AALO4119NL
[verdachte]
AALO4121NL
[verdachte]
AALO4131NL
[verdachte]
AALO4132NL
[verdachte]
[code 7]
AANV8092NL
Folie met opschrift 50 & bri
AALO4116NL
[verdachte]
AALO4124NL
[verdachte]
AALO4125NL
[verdachte]
AALO4126NL
[verdachte]
AALO4127NL
[verdachte]
[code 8]
AANV8091NL
Folie met opschrift 50 & bri
AALO04115NL
[verdachte]
AALO04145NL
[verdachte]
12.
Deskundigenverslagen [13]
Conclusies in deze rapporten van de dactyloscopisch deskundigen:
Ik heb zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen. Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachting wanneer het spoor van de donor afkomstig is.
13.
Proces-verbaal van de politie [14]
Bij de SIN-nummers AALO4141NL, AALO4118NL, AALO4119NL, AALO4121NL, AALO4131NL, AALO4132NL AALO4116NL, AALO4125NL, AALO4126NL, AALO4127NL, AALO04115NL, AALOO4145NL gaat het om een vingerafdruk op de buitenzijde van de folies.
Bij SIN-nummer AALO4124NL gaat het om een vingerafdruk op de binnenzijde van de folie.
14.
Proces-verbaal van politie [15]
Op 6 maart 2021 vond een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in de woning aan [adres 2] te [plaats 1] . Op dit adres staan de volgende personen ingeschreven:
- [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1985;
- [rechthebbende] , geboren [geboortedatum 3] 1996.
Opmerking verbalisant: Gezien de aangetroffen situatie lijkt de woning wel bewoond door een gezin (man/vrouw/kind). Echter lijkt het erop dat ze momenteel niet aanwezig zijn, de kledingkast was maar gedeeltelijk gevuld en er waren nagenoeg geen baby spullen aanwezig in de woning. Wel stond de kinderbox in de woonkamer, maar deze was niet voorzien van ligkleed, speelgoed of iets dergelijks.
15.
Kennisgeving van inbeslagneming [16]
Op 6 maart 2021 zijn in de woning van de verdachte [verdachte] aan [adres 2] te [plaats 1] de volgende voorwerpen aangetroffen en onder hem in beslag genomen:
€ 3.000,-
€ 3.750,-
€ 10.000,-
€ 1.545,-
Spaarpot met geldlogo met inhoud € 10.008,10
€ 70,- (niet ingenomen door stortingsapparaat).
16.
Proces-verbaal van politie [17]
Op 8 april 2021 vond een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in de woning aan [adres 1] te [plaats 2] . In de woning was de onderstaande bewoner aanwezig: [rechthebbende] , geboren [geboortedatum 3] 1996.
17.
Kennisgeving van inbeslagneming [18]
Op 8 april 2021 zijn in de woning aan het [adres 1] te [plaats 2] het volgende voorwerpen aangetroffen en [verdachte] in beslag genomen:
  • Biljetten op de eettafel
  • Biljetten uit pasjeshouder
  • Biljetten geld uit tomatenblik
  • Biljetten en munten uit blik.
18.
Proces-verbaal van politie [19]
Op 8 april 2021 is [verdachte] op zijn nieuwe woonadres, [adres 1] te [plaats 2] , aangehouden en heeft aansluitend een doorzoeking ter inbeslagname plaatsgevonden. In totaal is op deze locatie ruim € 3.800,- (exacte bedrag: € 3.861,80) contant geld inbeslaggenomen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 27 mei 2026.
3.Proces-verbaal van de rechter-commissaris van 9 april 2021.
4.Pagina BR-002 e.v. van het Algemeen dossier.
5.Pagina BR-230 e.v. van het Algemeen dossier.
6.Pagina BR-09 e.v. van het Algemeen dossier.
7.Pagina 5 en 9 relaasproces-verbaal Algemeen dossier.
8.Pagina BZ01-008 e.v. van Zaaksdossier [dossiernaam] .
9.Pagina BR-159 e.v. van het Algemeen dossier.
10.Pagina BR-11 e.v. van het Algemeen dossier.
11.Pagina BR-183 e.v. van het Algemeen dossier.
12.Proces verbaal van bevindingen ‘Overzicht sporen verpakkingsmateriaal contante geldbedragen en hits verdachte [verdachte] ’, pagina BR-030 e.v. van het Algemeen dossier.
13.Rapporten dactyloscopisch onderzoek met hits [verdachte] , bijlage 3 bij Proces verbaal van bevindingen ‘Overzicht sporen verpakkingsmateriaal contante geldbedragen en hits verdachte [verdachte] ’, pagina BR-82 e.v. van het Algemeen dossier.
14.Proces-verbaal resultaat onderzoek dactyloscopische sporen, bijlage 4 bij Proces verbaal van bevindingen ‘Overzicht sporen verpakkingsmateriaal contante geldbedragen en hits verdachte [verdachte] ’, pagina BR-143 e.v. van het Algemeen dossier.
15.Pagina ST070-013 e.v. van het Beslagdossier.
16.Pagina ST070-025 e.v. van het Beslagdossier.
17.Pagina EM017-007 e.v. van het Beslagdossier.
18.Pagina EM017-025 e.v. van het Beslagdossier.
19.Pagina 13 relaasproces-verbaal Algemeen dossier.