ECLI:NL:RBROT:2026:825
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekvonnis en terugbetaling wegens ongerechtvaardigde verrijking bij autotransactie
In deze civiele verzetprocedure vordert gedaagde de vernietiging van het verstekvonnis van 6 november 2024. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een overeenkomst waarbij gedaagde partij is, waardoor het verstekvonnis wordt vernietigd. Eiseres wijzigde haar eis en baseerde deze ook op onrechtmatige daad, maar deze vordering wordt afgewezen.
Feitelijk betreft de zaak een autotransactie waarbij gedaagde als bemiddelaar optrad tussen eiseres en een Italiaanse verkoper. De auto is nooit geleverd en het kenteken bleek vervalst. Eiseres vordert schadevergoeding en ontbinding van de koopovereenkomst, maar de rechtbank oordeelt dat gedaagde geen partij is bij de koopovereenkomst en geen onrechtmatig handelen is komen vast te staan.
Wel wordt gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van €2.600 die hij onder zich hield, omdat dit bedrag ongerechtvaardigd is behouden en daarmee sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts en op 28 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd voor gedaagde en hij wordt veroordeeld tot terugbetaling van €2.600 met rente wegens ongerechtvaardigde verrijking.