ECLI:NL:RBROT:2026:8250

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
ROT 24/10463
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 WjsgArt. 35 WjsgArt. 36 WjsgArt. 6:19 AwbArt. 300 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag voor forensisch therapeutisch werker

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent gedrag met politiegegevens (VOG P) om als forensisch therapeutisch werker bij de Dienst Justitiële Inrichtingen te kunnen werken. De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen vanwege meerdere justitiële registraties, waaronder gewelds- en wapenfeiten, die binnen de terugkijktermijn van 30 jaar vallen.

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de afwijzing behandeld. Hoewel eiser persoonlijke groei en positieve ontwikkelingen heeft laten zien, waaronder het volgen van relevante opleidingen en een stabiel gezinsleven, weegt de staatssecretaris het belang van de samenleving zwaarder. Dit vanwege de ernst en aard van de gepleegde strafbare feiten, de meerderjarige leeftijd van eiser tijdens de feiten, en het feit dat deze gedragingen niet passen bij de functie waarvoor de VOG is aangevraagd.

De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de afwijzing terecht heeft gedaan en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen VOG P, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding. De rechtbank geeft de staatssecretaris in overweging om in toekomstige besluiten duidelijker onderscheid te maken tussen het objectieve en subjectieve criterium.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de VOG P-aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/10463

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2026 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaats 1] , eiser

en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voorheen de Minister voor Rechtsbescherming, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. R. Stehouwer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een aanvraag van eiser tot afgifte van een verklaring omtrent gedrag met politiegegevens (VOG P) om als forensisch therapeutisch werker bij Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in [plaats 2] te kunnen werken. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris de afgifte van de VOG P terecht heeft geweigerd
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De staatssecretaris heeft de aanvraag met een besluit van 21 mei 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met een besluit van 3 oktober 2024 (het bestreden besluit I) heeft de staatssecretaris het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij zijn bezwaar te laat heeft ingediend.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen bestreden besluit I. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn echtgenote [persoon A] en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser heeft op 15 februari 2024 een aanvraag gedaan voor een VOG P. De staatssecretaris heeft op 11 maart 2024 aan eiser het voornemen geuit om de aanvraag af te wijzen. Eiser heeft op 15 maart 2024 op het voornemen gereageerd.
3.1.
De staatssecretaris heeft de aanvraag met het primaire besluit afgewezen. De staatssecretaris heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat eiser een aantal registraties van misdrijven en overtredingen heeft in het Justitieel Documentatiesysteem (JDS).
3.2.
Eiser heeft op 21 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag. Met het bestreden besluit I heeft de staatssecretaris het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en is hij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I.
3.3.
Met een besluit van 20 maart 2025 (het bestreden besluit II) heeft de staatssecretaris het bestreden besluit I ingetrokken en alsnog inhoudelijk op het bezwaar van eiser beslist en is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Op grond van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet Bestuursrecht ziet het beroep van eiser tegen bestreden besluit I van rechtswege ook op bestreden besluit II.
3.4.
Aan de afwijzing heeft de staatssecretaris het volgende ten grondslag gelegd. Voor het functieprofiel waarvoor de VOG P is aangevraagd geldt een terugkijktermijn van 30 jaar. Uit het onderzoek van de staatssecretaris is gebleken dat eiser van 4 december 2013 tot en met 18 december 2013 en 8 december 2014 tot en met 1 februari 2014 in de gevangenis zat of onder toezicht stond en dat om die reden de terugkijktermijn is verlengd met 2 maanden en 7 dagen. De staatssecretaris heeft de volgende in het JDS geregistreerde justitiële gegevens bij eisers aanvraag betrokken:
“U bent op 2 september 2016 veroordeeld wegens mishandeling onder strafverzwarende omstandigheden (artikel 300 lid 1 juncto Pro artikel 304 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht) tot een werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis. Deze uitspraak is op 2 september 2016 onherroepelijk geworden.”
“Op 11 augustus 2014 is jegens u een zaak wegens huisvredebreuk (artikel 138 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht) voorwaardelijk geseponeerd op grond van "gering feit" met een proeftijd van één jaar. Deze proeftijd is geëindigd op 12 augustus 2015.”
“U bent op 16 mei 2013 veroordeeld wegens mishandeling onder strafverzwarende omstandigheden (artikel 300 lid 1 juncto Pro artikel 304 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht) tot een gevangenisstraf van 2 dagen en een taakstraf van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis. Deze uitspraak is op 31 mei 2013 onherroepelijk geworden.”
“U bent op 24 januari 2013 veroordeeld wegens mishandeling (artikel 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht), het overtreden van de Wet wapens en munitie (artikel 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie), het aanwezig hebben van drugs (artikel 2 ahf Pro/ond C Opiumwet) en belediging van een ambtenaar in functie (artikel 266 lid 1 juncto Pro artikel 267 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht) tot een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze proeftijd is geëindigd op 18 februari 2015. Deze uitspraak is op 24 januari 2013 onherroepelijk geworden.”
“Met u is op 20 december 2010 een transactie overeengekomen van een geldsom van € 150,- wegens huisvredebreuk (artikel 138 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht).”
“Met u is op 18 mei 2007 een transactie overeengekomen van een geldsom van € 300,- en een geldsom van € 90,- wegens overtreden van de Wet wapens en munitie (artikel 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie) en overtreden van de Wet wapens en munitie (artikel 27 lid 1 Wet Pro wapens en munitie).”
“U bent op 13 april 2004 veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling (artikel 302 lid 1 juncto Pro artikel 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht) tot een werkstraf van 36 uren subsidiair 18 dagen jeugddetentie, een leerstraf van 24 uren subsidiair 12 dagen jeugddetentie, een leerstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde zich te gedragen naar de aanwijzingen van de hulpverlenende instantie. De proeftijd is geëindigd op 27 april 2006. Deze uitspraak is op 28 april 2004 onherroepelijk geworden.”
“U bent op 4 juni 2003 veroordeeld wegens overtreden van de Wet wapens en munitie (artikel 26 lid 1 juncto Pro artikel 55 lid 3 ahf Pro/ond b Wet wapens en munitie) tot voorwaardelijke jeugddetentie van 1 week met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde zich te gedragen naar de aanwijzingen van de hulpverlenende instantie. Deze proeftijd is geëindigd op 17 juni 2005. Deze uitspraak is op 4 juni 2003 onherroepelijk geworden.”
“Met u is op 10 januari 2003 een transactie overeengekomen van onbetaalde arbeid ten algemene nutte voor de duur van 24 uren en het opvolgen van de aanwijzingen van de aanwijzende instantie wegens diefstal (artikel 310 Wetboek Pro van Strafrecht).”
“Met u is op 6 augustus 2002 een transactie overeengekomen van onbetaalde arbeid ten algemene nutte voor de duur van 24 uren wegens het medeplegen van bedreiging (artikel 285 lid 1 juncto Pro artikel 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht).”
3.5.
Volgens de staatssecretaris vormen de strafbare feiten, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering voor de uitoefening van de functie van forensisch therapeutisch werker (het objectieve criterium). Daarnaast vindt de staatssecretaris de bescherming van de samenleving zwaarder wegen dan het persoonlijke belang van eiser (het subjectieve criterium).
Toetsingskader
4. Artikel 28 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) bepaalt dat een VOG wordt afgegeven als er na onderzoek niet is gebleken van bezwaren tegen de aanvrager. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Ook worden de belangen van betrokkene meegewogen. De afgifte van een VOG wordt geweigerd als in de justitiële documentatie over de aanvrager een strafbaar feit is vermeld dat, indien het zou worden herhaald, een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de VOG wordt gevraagd in de weg zal staan. Dit vanwege het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval. In het onderzoek kan kennis worden genomen van alle justitiële gegevens uit de justitiële documentatie van de aanvrager en van gegevens uit de politieregisters. Dat staat in de artikelen 35 en 36 van de Wjsg. In het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens staat dat veroordelingen, transacties, openstaande strafzaken en sepots worden aangemerkt als justitiële gegevens.
4.1.
Niet alle aantekeningen in het JDS zijn relevant voor een VOG-aanvraag. Of een gegeven relevant is voor een aanvraag hangt af van de terugkijktermijn en van het screeningsprofiel. Gegevens die ten tijde van de beoordeling langer dan 30 jaar geleden zijn en gegevens die niet relevant zijn voor het screeningsprofiel, worden niet meegenomen in de beoordeling. De terugkijktermijn wordt verlengd met de tijd waarin de betrokkene in de gevangenis zat of onder toezicht stond.
Mocht de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag blijven?
5. Eiser voert aan dat de staatssecretaris de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen op de grond dat aan het subjectieve criterium is voldaan.
5.1.
Partijen zijn het erover eens dat eiser niet voldoet aan het objectieve criterium. De staatssecretaris heeft daarom als uitgangspunt kunnen nemen dat hij de aanvraag van eiser voor de VOG P, afwijst. Het subjectieve criterium kan reden zijn om af te wijken van dat uitgangspunt. In dit geval heeft de staatssecretaris in redelijkheid kunnen besluiten om niet af te wijken van het uitgangspunt. Eiser maakt aannemelijk dat hij inmiddels keuzes maakt die niet ingaan tegen wat belangrijk is voor de samenleving. Eiser heeft bijvoorbeeld relevante opleidingen gevolgd, een gezin en een vast inkomen. Zijn werkgever en de Reclassering zijn positief over hem. Het is daardoor goed te volgen dat de staatssecretaris bewondering en ontzag heeft voor eisers persoonlijke groei. Echter, de staatssecretaris heeft in redelijkheid het volgende zwaarder kunnen laten wegen ten gunste van de belangen van de samenleving: 1) de, in relatie tot de terugkijktermijn van 30 jaar, korte periode van 9 jaar als periode sinds de laatste relevante strafrechtelijke veroordeling (namelijk voor mishandeling van zijn levensgezel), 2) de meerdere veroordelingen voor geweld- en wapenfeiten, ook gepleegd tijdens een proeftijd, 3) de ernst van de feiten die onder andere blijkt uit de hoogte en het type van de opgelegde straffen (zoals detentie van enkele dagen, voorwaardelijke detentie en taakstraffen van 60 en 70 uur) [1] , 4) de meerderjarige leeftijd die eiser had tijdens verschillende gepleegde feiten, zodat het niet alleen gaat om strafbare feiten tijdens de ontwikkeling van kind naar volwassene, 5) het kenmerkende aan meerdere gepleegde strafbare feiten (waaronder geweld), dat bij uitstek niet past bij werken in de Justitiële inrichtingen waar de aanvraag betrekking op heeft. De beroepsgrond slaagt niet.
5.2.
Ten overvloede en zoals ter zitting besproken, geeft de rechtbank de staatssecretaris in overweging om in vergelijkbare besluiten duidelijk(er) onderscheid te maken tussen het objectieve criterium en het subjectieve criterium, en om de bezwaargronden op basis daarvan te beoordelen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen VOG P krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie hiervoor de onder 3.4. genoemde feiten 1, 3, 4 en 7.