ECLI:NL:RBROT:2026:8285

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/10/721123 / JE RK 26-1131
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar vader. De minderjarige woont bij haar vader en ontwikkelt zich daar goed, terwijl de moeder kampt met ernstige alcoholproblematiek en psychische kwetsbaarheid. De moeder werkt onvoldoende mee aan hulpverlening en is niet in staat de opvoeding op zich te nemen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord en de ouders en vertegenwoordiger van de GI gehoord. De moeder erkent de zorgen en is bereid mee te werken aan hulpverlening. De vader steunt het verzoek en wil voor de minderjarige blijven zorgen.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd zolang de problematiek van de moeder voortduurt. De vrijwillige hulpverlening is ontoereikend gebleken. Daarom wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de duur van een jaar. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om direct effect te hebben, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader worden verlengd tot 1 juli 2027.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721123 / JE RK 26-1131
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 mei 2026, ontvangen op 9 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
Bij beschikking van 30 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 1 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader, verlengd tot 1 juli 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] woont bij haar vader en zij ontwikkelt zich hier goed. [voornaam minderjarige] spreekt ook uit dat zij bij haar vader wil blijven wonen. De zorgen rondom de moeder zijn nog steeds aanwezig. Zij kampt met ernstige alcoholproblematiek, psychische kwetsbaarheid en instabiliteit. De moeder laat al jaren een patroon zien waarin het haar niet lukt om op vrijwillige basis hulpverlening blijvend te accepteren. De moeder werkt onvoldoende mee aan noodzakelijke hulpverlening en besluitvorming. Zij komt de afspraken regelmatig niet na en is onvoldoende beschikbaar voor belangrijke opvoedings- en gezagsbeslissingen. Ook [voornaam minderjarige] maakt zich grote zorgen over de gezondheid en het functioneren van de moeder. De GI zal een gezagsbeëindigende maatregel onderzoeken waarbij het gezag van de moeder wordt beëindigd en de vader wordt belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . Hierdoor ontstaat duidelijkheid, continuïteit en stabiliteit voor [voornaam minderjarige] . De moeder houdt van [voornaam minderjarige] , maar is op dit moment niet in staat om de opvoeding en verzorging op zich te nemen. Het is van belang dat het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder wordt behouden op een voor [voornaam minderjarige] fijne en veilige manier.

4.De standpunten

4.1.
De moeder brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Zij erkent de zorgen die er zijn en is bereid mee te werken aan hulpverlening. De moeder heeft hulpverlening vanuit Antes en gaat hier de komende periode mee door.
4.2.
De vader is het eens met het verzoek van de GI. De vader is bereid om voor [voornaam minderjarige] te blijven zorgen. Hij vindt het belangrijk dat er contact is tussen [voornaam minderjarige] en de moeder.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige] verblijft bij haar vader en hier een stabiele thuissituatie heeft. Zij gaat over naar groep 8 en heeft leuke vriendinnen. Ook heeft zij uitgesproken bij haar vader te willen blijven wonen. Bij de moeder is nog steeds sprake van ernstige alcoholproblematiek en psychische problematiek. [voornaam minderjarige] maakt zich hier grote zorgen over. Dit heeft invloed op haar mentale welzijn. Gelet op het voorgaande wordt de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] nog ernstig bedreigd. Het vrijwillig kader is ontoereikend gebleken, omdat de moeder al jaren een patroon laat zien waarin het haar niet lukt om op vrijwillige basis hulpverlening blijvend te accepteren, abstinent te blijven en te werken aan haar alcoholverslaving en psychische problemen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het de moeder ditmaal lukt de noodzakelijke hulpverlening blijvend te accepteren en hiervan te profiteren. Het is in het belang van zowel de moeder als [voornaam minderjarige] dat de moeder werkt aan haar problematiek en positieve ontwikkelingen weet vast te houden, zodat zij in de toekomst een veilige en stabiele rol in het leven van [voornaam minderjarige] kan vervullen. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich naar omstandigheden goed bij de vader. Daar mag zij en mogen haar ouders trots op zijn. Om de rust en stabiliteit voor [voornaam minderjarige] te waarborgen is het van belang dat haar verblijf bij de vader wordt gecontinueerd. De kinderrechter acht de verdere betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk te waarborgen, de vader te ondersteunen en het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] in het belang van [voornaam minderjarige] te bevorderen.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder zonder gezag, te weten bij de vader, tot 1 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.