ECLI:NL:RBROT:2026:8289

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/10/721889 / JE RK 26-1230
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgelijke thuissituatie

De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die bij zijn moeder woont en waarbij beide ouders het ouderlijk gezag hebben. De moeder heeft de afgelopen periode flinke stappen gezet in het verbeteren van de situatie, waaronder het onder controle krijgen van een verslaving en het afronden van een PTSS-behandeling. De vader is gedetineerd en heeft schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om te verschijnen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd het verzoek van de Raad gehandhaafd en ondersteund door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De moeder stemde in met de verlenging, hoewel zij liever niet wil dat de biologische vader betrokken wordt bij het leven van de minderjarige. De kinderrechter erkent de positieve ontwikkelingen bij de moeder, maar acht een verlenging noodzakelijk om de situatie verder te stabiliseren.

De kinderrechter wijst erop dat het contact tussen de minderjarige en zijn biologische vader op dit moment niet als prioriteit wordt gezien, mede vanwege de ernstige mishandeling die de moeder door de vader heeft ervaren. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ondertoezichtstelling wordt verlengd van 30 juni 2026 tot 30 juni 2027.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor één jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721889 / JE RK 26-1230
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader,
gedetineerd in [detentieplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen en dat hij schriftelijk afstand heeft gedaan van het recht om te verschijnen op zitting.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De moeder heeft de afgelopen maanden flinke stappen gezet en het is een compliment waard dat de moeder de zorgen (h)erkent. De Raad verwacht niet van de moeder dat het perfect gaat, maar de scherpe randen moeten er vanaf zijn en de verslaving moet onder controle zijn. De situatie is nu nog pril, dus dat zal gestabiliseerd moeten worden. [voornaam minderjarige] is daarnaast een pittige jongen, dus er zal ook onderzocht moeten worden waar dat vandaan komt. In het raadsrapport staat dat gekeken moet worden naar het contact tussen [voornaam minderjarige] en de biologische vader, dat is van belang omdat [voornaam minderjarige] moet weten waar hij vandaan komt. De eerste prioriteit is nu echter de situatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige] .
4.2.
De GI staat achter het verzoek van de Raad. De moeder heeft grote stappen gezet de afgelopen periode. De GI is reeds betrokken bij de zus van [voornaam minderjarige] , dus is al bekend in het gezin. De moeder zegt soms nog afspraken af, maar blijft altijd in contact. Het gaat een stuk beter, maar een stok achter de deur is nog wel nodig.
4.3.
De moeder heeft ingestemd het verzoek van de Raad. Het is een periode flink fout geweest, maar inmiddels gaat het beter. Er was teveel hulpverlening betrokken, maar dat is nu verminderd. Daardoor is de samenwerking beter. SPAM is betrokken en de behandeling voor PTSS is afgerond. De moeder is dankbaar voor alle hulp die haar geboden wordt. De moeder heeft liever niet dat de biologische vader van [voornaam minderjarige] betrokken wordt in zijn leven.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 BW Pro aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling als onweersproken worden verlengd voor de duur van één jaar.
5.2.
De kinderrechter complimenteert de moeder met het feit dat zij hulp heeft gezocht en dat zij al flinke stappen heeft gezet. Daarnaast wil de kinderrechter het volgende nog aankaarten. De Raad heeft in haar raadsrapport aangegeven dat één van de doelstellingen het contact herstellen tussen de biologische vader van [voornaam minderjarige] en [voornaam minderjarige] is. De kinderrechter ziet dit op dit moment niet als een van de huidige doelstellingen. Voorlopig is het de bedoeling dat hulp voor de moeder en [voornaam minderjarige] voorop staat. De moeder zegt fors mishandeld te zijn door de vader van [voornaam minderjarige] en er moet dus goed gekeken worden naar de vraag wat er op dit punt moet gebeuren voordat er op contactherstel wordt ingezet. Het is niet in het belang van [voornaam minderjarige] dat de moeder hierdoor ontregeld raakt.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 30 juni 2026 tot 30 juni 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.