ECLI:NL:RBROT:2026:8300

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
ROT 25/8403
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet tijdelijke tolheffing BlankenburgverbindingArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor niet betalen tol Blankenburgverbinding

De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde eiseres een boete van €36,51 op wegens het niet betalen van het toltarief voor gebruik van de Blankenburgverbinding op 10 mei 2025. Eiseres stelde dat zij slechts eenmaal gebruik had gemaakt van de tunnel en per abuis het verkeerde betalingskenmerk had ingevuld, waardoor de betaling niet automatisch gekoppeld was aan haar tolrit.

De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had aangetoond dat de tolrit van 10 mei 2025 onbetaald was gebleven. De betaling die eiseres had gedaan betrof een andere tolrit op 30 mei 2025, met een duidelijk verschillend kenmerk. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat sprake was van een verschrijving bij het overnemen van het betalingskenmerk.

Eiseres verscheen niet op de zitting en kon haar stelling niet nader toelichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde eiseres tot betaling van de boete zonder teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete wegens niet betalen van tol op de Blankenburgverbinding is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8403

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres

en

de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister

(gemachtigde: mr. B.S. Kruize, [naam 1] en [naam 2]).

Samenvatting

1. De minister heeft met een besluit van 7 juli 2025 (het primaire besluit) aan eiseres een boete ter hoogte van € 36,51 opgelegd wegens het niet betalen van het verschuldigde toltarief. Met een besluit van 16 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de minister deelgenomen. Eiseres is zonder kennisgeving vooraf niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Op 7 december 2024 is de A24/Blankenburgverbinding geopend. De A24 verbindt de A20 bij Vlaardingen met de A15 bij Rozenburg. Om de aanleg van de A24 te kunnen financieren wordt tol geheven. Tolheffing gaat via E-tol, elektronisch betalen. Dat betekent dat betalen automatisch geschiedt via een aanbieder of via een betaling online. Er zijn geen tolpoortjes. Betaling van een tolrit kan vanaf 7 dagen vooraf tot 3 dagen (72 uur) achteraf plaatsvinden. Het toltarief wordt vastgesteld bij ministeriële regeling en bedraagt in dit geval € 1,51 per rit. Als te laat wordt betaald volgt een betalingsherinnering. Deze betalingsherinnering is het eerste jaar na opening nog kosteloos. Daarna wordt hiervoor een bedrag van € 9,- in rekening gebracht. Als betaling dan nog steeds uitblijft wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Het boetebedrag is in de wet vastgesteld op een bedrag van
€ 35,– vermeerderd met het oorspronkelijke toltarief. De tolheffing en de handhaving hiervan worden geregeld in de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 (Wet tolheffing).
3. Eiseres heeft op 10 mei 2025 om 13:47 uur gebruik gemaakt van de Blankenburgverbinding. Omdat de tol niet binnen 72 uur is betaald, is aan eiseres een betalingsherinnering verstuurd. Vanwege uitblijven van een betaling is het primaire besluit genomen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt op 4 juli 2025.
4. De minister heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres gebruik heeft gemaakt van de Blankenburgverbinding en dat zij hiervoor het toltarief niet heeft betaald. Het betalingsbewijs dat eiseres heeft overgelegd ziet op een ander kenmerk en dus niet op de betalingsherinnering van deze tolrit.
De opgelegde boete
5. Eiseres voert aan dat de minister de boete ten onrechte heeft opgelegd. Eiseres stelt daartoe dat zij slechts één keer gebruik heeft gemaakt van de Blankenburgverbinding. De betaling die zij heeft gedaan is dan ook voor die rit en niet – zoals de minister stelt – voor een andere rit. Zij heeft per abuis het verkeerde betalingskenmerk ingevuld, waardoor de betaling niet automatisch is gekoppeld aan haar kenteken.
6. De rechtbank zal aan de hand van de hierboven weergegeven beroepsgronden beoordelen of de boete terecht is opgelegd. Daarbij is van belang dat eiseres niet betwist dat zij op het genoemde moment van de Blankenburgverbinding gebruik heeft gemaakt.
Is sprake van een overtreding?
7. Vast staat dat eiseres op 10 mei 2025 om 13:47 uur gebruik heeft gemaakt van de toltunnel. Eiseres heeft het toltarief niet binnen 72 uur betaald, maar zij stelt dat zij de betalingsherinnering wel heeft betaald. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft aangetoond dat eiseres een overtreding heeft begaan. De minister heeft toegelicht dat de betaling van eiseres op 12 juni 2025 met het kenmerk “[kenmerk 1]” zag op een tolrit van 30 mei 2025. De betalingsherinnering voor het niet tijdig betalen van het toltarief voor de tolrit van 10 mei 2025 heeft het kenmerk “[kenmerk 2]”. Het standpunt van eiseres dat zij slechts eenmaal gebruik heeft gemaakt van de tunnel en per abuis het verkeerde kenmerk heeft ingevuld, acht de rechtbank niet aannemelijk. De kenmerken zijn zo verschillend dat geen sprake kan zijn geweest van een verschrijving bij het overnemen van het betalingskenmerk. Eiseres heeft niet toegelicht hoe het mogelijk is dat zij een ander kenmerk heeft ingevuld dat kennelijk aan een geldige betalingsherinnering is gekoppeld. De minister heeft daarom voldoende aangetoond dat de tolrit van 10 mei 2025 onbetaald is gebleven.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres de boete moet betalen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.