ECLI:NL:RBROT:2026:839
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens te lang verblijf buitenland en oplegging bestuurlijke boete
Eiseres ontving bijstand die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag en terugvorderde over de periode 2017-2022 vanwege een te lang verblijf in het buitenland en een contante geldstorting. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het bezwaar tegen de herziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Eiseres voerde aan dat haar borderline persoonlijkheidsstoornis en haar zorg voor twee kleine kinderen de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigden, mede omdat zij eerder al bezwaar had gemaakt tegen een soortgelijke boete.
Ten aanzien van de boete stelde eiseres dat zij niet verwijtbaar had gehandeld en dat de boete disproportioneel was. De rechtbank stelde vast dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden en dat het college de boete passend had gematigd rekening houdend met de ernst, verwijtbaarheid en financiële situatie van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening van de bijstand en de opgelegde bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard.