ECLI:NL:RBROT:2026:8434

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
11901153 CV EXPL 25-20663
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 233 RvArt. 5.1 onder b van de algemene voorwaardenArt. 4.4 van de algemene voorwaardenBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding leaseovereenkomst na inbeslagname auto wegens rijden zonder rijbewijs en onder invloed

De zaak betreft een leaseovereenkomst tussen Volkswagen Pon Financial Services B.V. en een gedaagde die een Volkswagen Transporter had geleased. De auto werd in beslag genomen door het Openbaar Ministerie omdat de gedaagde zonder rijbewijs en onder invloed had gereden. Vervolgens werd de auto teruggegeven aan Volkswagen, waarna deze de leaseovereenkomst ontbond.

Volkswagen vorderde betaling van de openstaande leasetermijnen, verminderd met de verkoopopbrengst van de auto, inclusief rente en incassokosten. De gedaagde wilde de auto terug en de overeenkomst voortzetten, stellende dat de auto nog op zijn naam stond en dat hij nog drie maanden na de inbeslagname had betaald.

De kantonrechter wees de vorderingen van Volkswagen toe. De ontbinding van de overeenkomst was gerechtvaardigd vanwege het rijden zonder rijbewijs en onder invloed. De gedaagde moest de openstaande leasetermijnen van €4.659,09 betalen, vermeerderd met contractuele rente en incassokosten van €715,00. Ook werd hij veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.556,71. De auto behoorde niet meer toe aan de gedaagde, ondanks het kentekenbewijs dat hij toonde.

Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Volkswagen direct kon incasseren. De gedaagde werd niet in het gelijk gesteld in zijn verzoek om de auto terug te krijgen of de overeenkomst voort te zetten.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van openstaande leasetermijnen, rente, incassokosten en proceskosten en wijst het verzoek tot teruggeven van de auto af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11901153 CV EXPL 25-20663
datum uitspraak: 19 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Volkswagen Pon Financial Services B.V.,die handelt onder de naam Dutch Finance,
vestigingsplaats: Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,die handelt onder de naam [handelsnaam] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. G. Kaya, die zich heeft onttrokken.
De partijen worden hierna ‘Volkswagen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 12 september 2025, met bijlagen;
  • de twee verslagen van de mondelinge reactie en het schriftelijke antwoord, met bijlagen;
  • de toelichting van Volkswagen, met bijlagen.
1.2.
Op 20 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was mr. H.J.M. Hofman namens de gemachtigde van Volkswagen aanwezig. [gedaagde] was ook aanwezig met mevrouw [persoon A] . De gemachtigde van [gedaagde] heeft zich op 13 mei 2026 onttrokken.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft op naam van zijn bedrijf [naam bedrijf] een Volkswagen Transporter geleased van Volkswagen. Het Openbaar Ministerie heeft de Volkswagen Transporter inbeslaggenomen, omdat [gedaagde] zonder rijbewijs en onder invloed heeft gereden. De Volkswagen Transporter is door het Openbaar Ministerie teruggegeven aan de eigenaar van het voertuig: Volkswagen. Daarna heeft Volkswagen de overeenkomst ontbonden. Volkswagen eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de openstaande en resterende leasetermijnen aan Volkswagen te betalen, met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van Volkswagen. Hij wil het voertuig terug hebben en doorgaan met het contract. Hij zegt ook dat de auto nog op zijn naam staat. Verder geeft [gedaagde] aan dat hij nog drie maanden na de inbeslagname de leasetermijnen heeft betaald.
2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Volkswagen toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet € 4.659,09 aan hoofdsom betalen
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 4.659,09 aan Volkswagen moet betalen. Volkswagen mocht namelijk de overeenkomst ontbinden nadat het Openbaar Ministerie de auto in beslag heeft genomen. [gedaagde] moet dan op grond van de overeenkomst de nog openstaande leasetermijnen in één keer aan Volkswagen betalen. [1] Volkswagen heeft de hoogte van de leasevergoedingen voldoende onderbouwd. Alle betalingen op de bankafschriften die [gedaagde] heeft ingediend, zijn afgetrokken van de hoofdsom.
2.5.
[gedaagde] wil de auto terug hebben en de overeenkomst voortzetten, maar hier gaat de kantonrechter niet in mee. Voor zover [gedaagde] vindt dat het onredelijk was van Volkswagen om de overeenkomst te ontbinden, overweegt de kantonrechter dat Volkswagen de overeenkomst inderdaad mocht ontbinden omdat [gedaagde] zonder rijbewijs en ook nog onder invloed heeft gereden. Die keuze met het risico van ontbinding tot gevolg ligt bij [gedaagde] zelf en kan Volkswagen niet worden verweten.
2.6.
Ook het standpunt dat de auto nog op naam staat van [gedaagde] en daarom aan hem moet worden teruggegeven, gaat niet op. Toen de auto werd verkocht op de veiling, is [gedaagde] gevrijwaard, wat betekent dat hij niet meer verantwoordelijk is voor de auto. Het kentekenbewijs dat [gedaagde] tijdens de zitting heeft laten zien, heeft dan ook geen waarde meer. De auto staat niet meer op naam van [gedaagde] .
[gedaagde] moet incassokosten van € 715,00 betalen
2.7.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 715,00 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop Volkswagen recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 Rv Pro), inclusief btw. De buitengerechtelijke incassokosten zijn berekend op basis van het totale bedrag aan openstaande leasetermijnen verminderd met de verkoopopbrengst van de auto (€ 4.659,09). Volkswagen heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.
De contractuele rente wordt toegewezen
2.8.
De contractuele rente van 13,792% per jaar over de hoofdsom wordt toegewezen, omdat Volkswagen genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. [2] Tot en met 8 september 2025 is de rente € 239,07.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Volkswagen moet betalen op € 149,71 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 360,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.556,71. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Volkswagen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Volkswagen te betalen € 5.613,16 met de contractuele rente van 13,792% per jaar over een bedrag van € 4.659,09 vanaf 9 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Volkswagen worden begroot op € 1.556,71;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Artikel 5.1 onder b van de algemene voorwaarden.
2.Artikel 4.4 van de algemene voorwaarden.