ECLI:NL:RBROT:2026:8435

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
11808844 CV EXPL 25-16058
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 5.1 onder a van de algemene voorwaardenArtikel 237 RvArtikel 233 RvArtikel 242 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering openstaande en resterende leasetermijnen na ontbinding leaseovereenkomst

In deze zaak heeft gedaagde namens zijn bedrijf een Mercedes-Benz Vito geleased van eiseres. Gedaagde heeft enkele maanden de leasetermijnen niet betaald, waarna eiseres de leaseovereenkomst heeft ontbonden en de betaling van de openstaande en resterende leasetermijnen heeft gevorderd.

Gedaagde erkent de wanbetaling en het inleveren van de auto, maar betwist de hoogte van de vordering, met name de verkoopwaarde van de auto. De kantonrechter oordeelt dat eiseres voldoende heeft onderbouwd dat gedaagde meerdere leasetermijnen niet heeft voldaan en dat de verkoopwaarde van de auto door een onafhankelijke expert is vastgesteld en de veilingopbrengst is verantwoord.

De kantonrechter wijst de vordering toe tot betaling van € 25.468,06 aan hoofdsom, € 1.245,91 aan buitengerechtelijke incassokosten gematigd volgens het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, en de contractuele rente van 11,026% per jaar. Tevens worden de proceskosten van € 2.906,81 aan de zijde van eiseres aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande en resterende leasetermijnen, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11808844 CV EXPL 25-16058
datum uitspraak: 19 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,die handelt onder de naam [handelsnaam 1] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam 2] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 7 juli 2025, met bijlagen;
  • het verslag van het mondelinge antwoord, met bijlage;
  • de toelichting van [eiseres] , met bijlagen;
  • de bijlagen die [gedaagde] tijdens de zitting heeft overhandigd.
1.2.
Op 20 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was mr. H.J.M. Hofman namens de gemachtigde van [eiseres] aanwezig. [gedaagde] was ook aanwezig.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft op naam van zijn bedrijf [naam bedrijf] een Mercedes-Benz Vito geleased van [eiseres] . [gedaagde] moest elke maand een leasebedrag betalen aan [eiseres] . Hij heeft dit enkele maanden niet gedaan. [eiseres] heeft daarom de overeenkomst ontbonden. Zij eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de openstaande en resterende leasetermijnen aan [eiseres] te betalen, met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] erkent dat hij de leasetermijnen niet heeft betaald. Vanwege persoonlijke problemen kon hij deze niet meer betalen. Daarom heeft hij de auto ingeleverd. [gedaagde] is het echter niet eens met de hoogte van de vordering. Hij vindt het bedrag waarvoor de auto is verkocht te laag, omdat de waarde van de auto volgens de leaseovereenkomst € 33.845,00 is en de auto 1,5 jaar later op de veiling voor slechts € 10.591,52 is verkocht.
2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet € 25.468,06 aan hoofdsom betalen
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de openstaande en resterende leasetermijnen aan [eiseres] moet betalen. [eiseres] heeft namelijk voldoende onderbouwd dat [gedaagde] meerdere leasetermijnen, ook na het versturen van betalingsherinneringen, niet heeft betaald. Daarom mocht zij de overeenkomst ontbinden en de leasetermijnen in één keer opeisen. [1] Dit wordt door [gedaagde] ook niet betwist.
2.5.
De kantonrechter oordeelt verder dat [gedaagde] na aftrek van de verkoopopbrengst van de auto nog € 25.468,08 moet betalen aan [eiseres] . [gedaagde] zegt wel dat de auto voor een hoger bedrag verkocht had moeten worden, maar hij heeft dit niet verder (met stukken) onderbouwd. Tegenover de uitleg van [eiseres] dat de auto voor de veiling door een onafhankelijke expert is getaxeerd op een bedrag van € 9.300,00 en uiteindelijk is verkocht voor € 10.591,52 had dat wel gemoeten.
[gedaagde] moet incassokosten van € 1.245,91 betalen
2.6.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 1.245,91 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop [eiseres] recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 Rv Pro), inclusief btw. De buitengerechtelijke incassokosten zijn berekend op basis van het totale bedrag aan openstaande leasetermijnen verminderd met de verkoopopbrengst van de auto (€ 25.468,06). [eiseres] heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.
De contractuele rente wordt toegewezen
2.7.
De contractuele rente van 11,026% per jaar wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Tot en met 2 juli 2025 is de rente € 492,45.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 147,81 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 1.154,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 577,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.906,81. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 27.206,42 met de contractuele rente van 11,026% per jaar over € 25.468,06 vanaf 3 juli 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.906,81;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Artikel 5.1 onder a van de algemene voorwaarden.