ECLI:NL:RBROT:2026:8469

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
10/027799-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden na afwijzing dwangverpleging

De rechtbank Rotterdam behandelde op 29 juni 2026 de vorderingen van het openbaar ministerie tot het alsnog bevelen van dwangverpleging en tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden van de ter beschikking gestelde, die sinds 4 augustus 2023 onder tbs staat wegens poging tot zware mishandeling en andere feiten.

De reclassering en de psychiater adviseerden de tbs-maatregel met voorwaarden te continueren en met twee jaar te verlengen. De ter beschikking gestelde vertoonde tijdens eerdere plaatsingen moeilijkheden met het naleven van voorwaarden en psychotische ontregeling. De reclassering en hulpverleners achten voortzetting noodzakelijk vanwege een hoge kans op recidive en beperkte ziekte-inzicht.

De ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw verzetten zich niet tegen verlenging en bepleitten afwijzing van de dwangverplegingsvordering. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de gebrekkige geestelijke ontwikkeling een verlenging rechtvaardigen. De vordering tot dwangverpleging werd afgewezen, en de tbs-maatregel met voorwaarden werd met twee jaar verlengd, met een time-out plaatsing in FPA De Mare voorafgaand aan terugkeer naar RIBW De Schakel.

Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot dwangverpleging af en verlengt de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/027799-23
Datum uitspraak: 13 juli 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres:
[adres], [postcode] [plaatsnaam],
thans verblijvende in [naam PI],
raadsvrouw mr. S.E.M. Hooijman, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 augustus 2023 is de terbeschikkingstelling van
[ter beschikking gestelde] gelast, met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot zware mishandeling, wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 4 augustus 2023.
Bij beslissing van deze rechtbank van 18 augustus 2025 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.
Op 4 juni 2026 heeft het openbaar ministerie een vordering bij de rechter-commissaris ingediend tot voorlopige verpleging van overheidswege, wegens het door de ter beschikking gestelde niet naleven van één of meer bij de maatregel gestelde voorwaarden.
Op 5 juni 2026 heeft de rechter-commissaris de voorlopige verpleging van overheidswege bevolen.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 5 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot het alsnog bevelen van de dwangverpleging van de ter beschikking gestelde. Tevens heeft de rechtbank op 11 juni 2026 een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel later toegezonden.
Beide vorderingen zijn op de openbare terechtzitting van 29 juni 2026 behandeld. De officier van justitie mr. S. Verhoek, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en de deskundigen [naam 1], werkzaam als reclasseringswerker bij Stichting Verslavingsreclassering GGZ Limburg, en [naam 2], werkzaam in Rotterdam als reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.

3.Adviezen

Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport van 5 juni 2026, aangevuld in het rapport van
24 juni 2026, om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te continueren en de maatregel te verlengen met twee jaar.
De ter beschikking gestelde verbleef vanaf augustus 2023 tot 16 april 2026 bij de FPA van Ipse de Bruggen in Poortugaal. Het traject verliep stroef, omdat de ter beschikking gestelde veel moeite had om de voorwaarden na te leven en afspraken op de afdeling na te komen. Op 16 april 2026 is de ter beschikking gestelde overgeplaatst naar de beschermde woonvorm De Schakel van de Rooyse Wissel te Oostrum, waar hij al vrij snel psychotisch ontregelde. Om deze reden werd een aanvraag gedaan voor een time-out plaatsing, die plaats zou vinden op 3 juni 2026 bij FPA De Mare te Halsteren. Op 2 juni 2026 onttrok de ter beschikking gestelde zich echter aan het reclasseringstoezicht.
De ter beschikking gestelde heeft zich gedurende de eerste plaatsing binnen RIBW De Schakel niet aan de gestelde voorwaarden binnen de maatregel gehouden. Hij trok zijn eigen plan, stelde zich niet begeleidbaar op en was niet ontvankelijk voor sturing. Onduidelijk is of dit voortkwam uit de psychotische ontregeling of dat (ook) sprake was van ingezet gedrag vanuit de persoonlijkheid. De betrokken hulpverleningsinstanties zijn van mening dat de ter beschikking gestelde nog een kans verdient om de maatregel onder voorwaarden voort te zetten. De reclassering ondersteunt dit voorstel, maar ziet ook een zeer beperkte man die de neiging heeft om zijn eigen plan te trekken en zich onvoldoende te conformeren aan voorwaarden. De reclassering vraagt zich dan ook af of de ter beschikking gestelde zich staande kan houden met geleidelijk opbouwende vrijheden binnen RIBW De Schakel, in combinatie met de gestelde voorwaarden binnen de maatregel. Het algemene risico op recidive wordt ingeschat als hoog. De ter beschikking gestelde kampt met een psychotische kwetsbaarheid en beschikt over een zeer beperkt ziekte-inzicht. Verlenging van de maatregel is daarom noodzakelijk.
Nadat de rechter-commissaris op 5 juni 2026 de voorlopige verpleging van de ter beschikking gestelde heeft bevolen, heeft de reclassering contact gezocht met RIBW De Schakel om te onderzoeken of terugkeer naar de instelling tot de mogelijkheden behoort. Het behandelteam van RIBW De Schakel heeft aangegeven hiervoor open te staan, mits de ter beschikking gestelde de reeds aangevraagde time-out plaatsing binnen FPA De Mare alsnog doorloopt. Het doel van deze plaatsing is om psychische stabiliteit te bereiken door het opnieuw instellen op medicatie in een setting waar dit uitgebreid gemonitord kan worden. Aansluitend heeft de reclassering contact gezocht met GGZ Westelijk Noord-Brabant om de mogelijkheden te inventariseren voor de beoogde time-out plaatsing. De ter beschikking gestelde staat inmiddels op de wachtlijst voor plaatsing binnen de FHIC-afdeling van FPA De Mare. De verwachting is dat de ter beschikking gestelde daar binnen twee weken na de zittingsdatum geplaatst kan worden.
De deskundigen, [naam 1] en [naam 2] hebben het advies van de reclassering op de terechtzitting bevestigd. In aanvulling daarop heeft [naam 1] verklaard dat er nog geen concrete datum bekend is voor de time-out plaatsing bij FPA De Mare. Mocht de ter beschikking gestelde een tweede kans krijgen voor verdere behandeling in een voorwaardelijk kader, dan acht de reclassering het van belang dat de ter beschikking gestelde rechtstreeks vanuit detentie wordt geplaatst bij FPA De Mare.
Advies psychiater
Psychiater [naam 3] adviseert in het rapport, gedateerd 12 mei 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van schizofrenie (met als differentiaaldiagnose een schizoaffectieve stoornis) en een stoornis in het gebruik van cannabis (matig/ernstig, in vroege remissie) en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een licht verstandelijke beperking. Er kan differentiaal diagnostisch eveneens worden gesproken van psychotische kwetsbaarheid in de zin van het opnieuw psychotisch kunnen worden onder invloed van cannabis en/of stress.
Indien de tbs-maatregel met voorwaarden nu zou worden opgeheven en de ter beschikking gestelde niet terug kan vallen op professionele behandeling/begeleiding, dan wordt de kans op een nieuw geweldsdelict op de korte termijn (binnen zes maanden) als matig tot hoog ingeschat en op de (middel)lange termijn (tussen zes maanden tot twee jaar en langer dan twee jaar) als hoog, en hoger naarmate de tijd vordert.
Continuering van de huidige tbs-maatregel met voorwaarden is noodzakelijk om zowel het therapieproces als het resocialisatietraject goed vorm te geven en te blijven monitoren. Hiervoor is zonder twijfel langer dan een jaar noodzakelijk, niet alleen om de ter beschikking gestelde langere tijd te monitoren, maar ook om hem te blijven volgen als hij nog vervolgstappen wil maken.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege en tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben eveneens afwijzing van de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege bepleit en hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

5.Beoordeling

Op grond van de adviezen van de reclassering en de psychiater en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
Op grond van de adviezen en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat er voldoende aanknopingspunten bestaan om de tbs-maatregel in een voorwaardelijk kader voort te zetten en om de ter beschikking gestelde, nadat hij psychisch verder is gestabiliseerd, opnieuw de kans te geven om met het behandelteam van RIBW De Schakel aan de slag te gaan. De vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege zal daarom worden afgewezen en de tbs-maatregel zal met twee jaar worden verlengd.
De ter beschikking gestelde zal voorafgaand aan zijn terugplaatsing bij De Schakel voor de hierbij noodzakelijk geachte time-out vanuit detentie in FPA De Mare worden geplaatst.

6.Beslissing

De rechtbank:
wijst afde vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege;
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.