Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 juni 2026, met 7 producties;
- de mondelinge behandeling op 26 juni 2026.
2.De vordering
3.De beoordeling
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert in kort geding betaling van onbetaald gelaten facturen ter hoogte van €6.840, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 1 juni 2026, en proceskosten. Gedaagde verschijnt niet, waarna verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst de primaire vordering toe. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf 1 juni 2026 tot volledige voldoening. De subsidiaire vordering wordt niet behandeld.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €2.480,65, inclusief dagvaarding, griffierecht, advocaatkosten en nakosten. Tevens wordt wettelijke rente over de proceskosten toegewezen bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €6.840 plus wettelijke handelsrente en proceskosten.