ECLI:NL:RBROT:2026:8497

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12050708 CV EXPL 26-1273
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 128 lid 3 RvArt. 233 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling achterstallige huur koffiemachine en nevenvorderingen

Jacobs Douwe Egberts Pro NL B.V. (JDE) en ProTech3D Solutions B.V. sloten op 15 september 2021 een huurovereenkomst voor een koffiemachine en waterfilter met een looptijd van vijf jaar. JDE factureerde ProTech3D per kwartaal een bedrag van €182,95 exclusief btw. ProTech3D betaalde de huur voor het tweede, derde en vierde kwartaal van 2025 niet, ondanks aanmaningen.

JDE vorderde betaling van de achterstallige huur van €548,85, buitengerechtelijke incassokosten, handelsrente en proceskosten. ProTech3D voerde onder meer aan dat de overeenkomst een looptijd van vier jaar had en dat JDE onvoldoende service verleende, maar deze verweren werden niet geaccepteerd omdat ze niet tijdig waren ingebracht en onvoldoende onderbouwd.

De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst geldig is voor vijf jaar en dat ProTech3D de huurpenningen verschuldigd is. Er was geen sprake van tekortkoming of onvoorziene omstandigheden die aanpassing van de huurprijs rechtvaardigen. De incassokosten en handelsrente werden als redelijk beoordeeld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en ProTech3D werd veroordeeld tot betaling van €651,70 plus proceskosten van €832,35.

Uitkomst: ProTech3D wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten, handelsrente en proceskosten aan JDE.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12050708 CV EXPL 26-1273
datum uitspraak: 8 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Jacobs Douwe Egberts Pro NL B.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: LikiFin - Gerechtsdeurwaarders,
tegen
ProTech3D Solutions B.V.,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam].
De partijen worden hierna ‘JDE’ en ‘ProTech3D’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 18 december 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek;
  • de dupliek (zonder de bijlagen).

2.De beoordeling

Ter inleiding: procedureel
2.1.
Geconstateerd is dat ProTech3D een aantal verweren voor het eerst in de conclusie van dupliek heeft aangevoerd. Die verweren blijven buiten beschouwing. Uit de wet [1] volgt namelijk dat alle verweren tegelijk bij antwoord naar voren moeten worden gebracht. Om diezelfde reden worden ook de bijlagen bij de conclusie van dupliek niet geaccepteerd. Hierom is er geen aanleiding geweest om JDE in de gelegenheid te stellen te reageren op de nieuwe verweren en de bijlagen.
Waar gaat de zaak over?
2.2.
JDE heeft op 15 september 2021 met ProTech3D een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan JDE aan ProTech3D een koffiemachine (en een waterfilter) verhuurt voor een bedrag van € 50,40 per maand (exclusief btw). Met facturen heeft JDE ieder kwartaal
€ 182,95 (3 x € 50,40 = € 151,20 plus 21% btw) bij ProTech3D in rekening gebracht. Volgens JDE heeft ProTech3D de bedragen van € 182,95 die bij haar in rekening zijn gebracht voor het tweede, derde en vierde kwartaal van 2025 niet betaald, ook niet na aanmaning. Daarom eist JDE om ProTech3D bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan haar van:
€ 548,85 aan hoofdsom;
€ 82,33 aan buitengerechtelijke incassokosten;
€ 20,52 aan verschuldigd geworden handelsrente tot 3 december 2025;
de handelsrente over € 548,85 vanaf 3 december 2025;
de proceskosten.
2.3.
Hiermee is ProTech3D het niet eens.
Toewijzing eisen
2.4.
De eisen van JDE worden toegewezen. Hierna wordt voor iedere eis afzonderlijk uitgelegd waarom.
Hoofdsom
2.5.
De geëiste hoofdsom van € 548,85 is toewijsbaar om de volgende reden. Niet in geschil is dat partijen de onder 2.2. vermelde huurovereenkomst zijn aangegaan. JDE heeft onderbouwd gesteld dat die huurovereenkomst is aangegaan op 15 september 2021 voor een periode van 5 jaar. Dat is zo vermeld in de op schrift gestelde huurovereenkomst, die JDE als bijlage 1 bij de dagvaarding overgelegd heeft. Het stuk is volstrekt duidelijk op dit punt. In afwijking hiervan voert ProTech3D aan dat bij het aangaan van de huurovereenkomst door de vertegenwoordiger van JDE uitdrukkelijk en herhaaldelijk meegedeeld is dat de overeenkomst een vaste looptijd van 4 jaar had. Dat blijkt echter nergens uit en het verweer doet sowieso niet af aan de verschuldigdheid van de huurpenningen voor de kwartalen 2 en 3 van 2025. Als het is gegaan zoals ProTech3D aanvoert, dan had het voor de hand gelegen het contract niet te ondertekenen, wat van de zijde van ProTech3D wel is gebeurd en waaruit instemming met de contractduur van 5 jaar volgt. Daarom wordt het verweer terzijde geschoven en uitgegaan van de juistheid van het door JDE gestelde over de duur van de overeenkomst, namelijk dat deze loopt tot 15 september 2026. Daarbij is van betekenis dat gesteld noch gebleken is dat de huurovereenkomst (voortijdig) is beëindigd. Dit brengt met zich dat JDE in beginsel recht heeft op betaling van de huurpenningen. Vaststaat dat ProTech3D het bedrag van € 548,85 niet betaald heeft aan JDE. Het aangevoerde door ProTech3D dat JDE geen of onvoldoende service heeft verleend, is weersproken en zonder nadere informatie die ontbreekt kan niet geconcludeerd worden dat JDE hierin tekort is geschoten en in (schuldeisers)verzuim is komen te verkeren. Over een gebrek aan het gehuurde wordt niet gerept, zodat huurprijsvermindering niet aan de orde is. Ook is niet aangevoerd dat sprake is van onvoorziene omstandigheden, zodat basis ontbreekt voor het oordeel dat ongewijzigde instandhouding van de huurovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en er ook geen basis is voor aanpassing van de huurprijs. Er is geen grond om het bedrag te matigen en het opeisen van de achterstallige huur wordt niet aangemerkt als misbruik van bevoegdheid. Zoals gezegd heeft JDE recht op betaling van het bedrag van € 548,85.
Incassokosten
2.6.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 82,33 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen [2] . Dat JDE hulp ingeschakeld heeft om de hoofdsom te innen is redelijk geweest en hoogte van de daarmee gemoeide kosten (15% van de hoofdsom) is ook redelijk.
Rente
2.7.
Omdat de huurpenningen niet op tijd betaald zijn, is ProTech3D handelsrente verschuldigd. Het gaat in dit geval om € 20,52 tot 3 december 2025 en de handelsrente over het bedrag van € 548,85 vanaf die datum.
Proceskosten
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van ProTech3D, omdat zij ongelijk krijgt [3] . De kantonrechter begroot de kosten die ProTech3D aan JDE moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 350,- aan griffierecht, € 288,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 144,-) en € 72,- aan nakosten. Dat is in totaal € 832,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [4] , omdat JDE dat eist en ProTech3D daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt ProTech3D om aan JDE te betalen € 651,70 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 548,85 vanaf 3 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt ProTech3D in de proceskosten, die aan de kant van JDE worden begroot op € 832,35;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 128 lid 3 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
2.artikel 6:96 Burgerlijk Pro Wetboek
3.Artikel 237 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
4.Artikel 233 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering