ECLI:NL:RBROT:2026:850

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/702858 / HA ZA 25-563
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.A.M. Laan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:303 BWArt. 6:87 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot vervangende schadevergoeding en incassokosten grotendeels toegewezen

Eiser vordert dat de rechtbank verklaart dat zijn vordering tot nakoming is omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding en dat Sigma wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €33.638,00 plus wettelijke rente, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Sigma heeft zich niet meer laten vertegenwoordigen door een advocaat en heeft de stellingen van eiser niet weersproken. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe, maar wijst de verklaring voor recht af wegens gebrek aan voldoende belang. De wettelijke rente over de incassokosten wordt toegewezen vanaf de dagvaarding omdat eiser niet heeft toegelicht waarom een eerdere datum zou gelden.

Sigma wordt veroordeeld tot betaling van de vervangende schadevergoeding, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een extra veroordeling bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Sigma tot betaling van vervangende schadevergoeding, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, en wijst de verklaring voor recht af wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/702858 / HA ZA 25-563
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
[eiser] H.O.D.N. [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. M.P. Harten,
tegen
SIGMA PROJECT GROUP B.V.,
vestigingsplaats: Hoogvliet,
gedaagde partij,
advocaat: aanvankelijk mr. W. Boeters, maar nu niet meer vertegenwoordigd.
Partijen worden hierna [eiser] en Sigma genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 juni 2025, met bijlagen 1 tot en met 12.
1.2.
Mr. Boeters heeft de rechtbank op 2 september 2025 laten weten dat hij zich als advocaat van Sigma onttrekt. Daarop heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol van 1 oktober 2025 en vervolgens naar de rol van 12 november 2025 voor het stellen van een advocaat namens Sigma. Op die roldata heeft zich namens Sigma geen advocaat gesteld. De rolrechter heeft vervolgens beslist dat het recht van Sigma om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen en de zaak voor vonnis verwezen naar vandaag.

2.De vorderingen

2.1.
[eiser] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat de vordering tot nakoming op 11 februari 2025 is omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding (in de zin van artikel 6:87 BW Pro) en Sigma te veroordelen tot het betalen van een bedrag ter hoogte van € 33.638,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro te rekenen vanaf 11 februari 2025, althans de datum van de dagvaarding, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag van volledige betaling, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
II. Sigma te veroordelen tot het betalen van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.344,77, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro te rekenen vanaf 18 februari 2025, althans de datum van de dagvaarding, althans een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag van volledige betaling, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
III. Sigma te veroordelen in de kosten van de procedure, alsmede in de gebruikelijke nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.

3.De beoordeling

3.1.
De stellingen van [eiser] zijn door Sigma niet weersproken. Het gevorderde wordt daarom goeddeels toegewezen, met uitzondering van het volgende. Het is de rechtbank niet duidelijk welk belang [eiser] heeft bij toewijzing van de onder I. gevorderde verklaring voor recht naast toewijzing van de ook onder I. gevorderde vervangende schadevergoeding. Daarom wordt de gevorderde verklaring voor recht afgewezen bij gebreke van voldoende belang (artikel 3:303 BW Pro). De over de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gevorderde wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding (18 juni 2025), omdat [eiser] niet heeft uitgelegd waarom Sigma de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025 zou zijn verschuldigd.
3.2.
Sigma is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 148,04
- griffierecht € 1.374,00
- salaris advocaat € 786,00 (1 punt × tarief III)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.486,04
3.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
veroordeelt Sigma om binnen veertien dagen na vandaag aan [eiser] te betalen € 33.638,00 aan vervangende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 11 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt Sigma om binnen veertien dagen na vandaag aan [eiser] te betalen € 1.344,77 inclusief btw aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 18 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
4.3.
veroordeelt Sigma in de proceskosten van € 2.486,04, te betalen binnen veertien dagen na vandaag. Als Sigma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Sigma € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.4.
veroordeelt Sigma in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. Laan en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
3349 / 1885