Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 16;
- de mondelinge behandeling op 28 januari 2026.
2.De vorderingen
3.De beoordeling
Havensteder vordert onder 2. dat de ontruimingstermijn wordt gesteld op 24 uur na betekening van dit vonnis. De voorzieningenrechter ziet in wat Havensteder in de dagvaarding heeft aangevoerd en tijdens de mondelinge behandeling heeft gezegd echter geen grond om de wettelijke beveltermijn voor een ontruiming van drie dagen te verkorten (artikel 555 lid 1 Rv Pro). De vordering onder 2. wordt dan ook in die zin toegewezen, dat de ontruimingstermijn op drie dagen na betekening van dit vonnis wordt gesteld.
Verder heeft Havensteder tijdens de mondelinge behandeling verzocht haar vordering onder 2. in die zin te mogen wijzigen, dat de zinsnede “
en/of gedeeltelijk” vervalt. De voorzieningenrechter merkt dit aan als een eisvermeerdering (van een gedeeltelijke ontruiming naar een volledige ontruiming), die bij exploot aan [gedaagde] kenbaar had moeten worden gemaakt, omdat [gedaagde] niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling (artikel 130 lid 3 Rv Pro). Dat heeft Havensteder echter niet gedaan. De eisvermeerdering wordt dan ook buiten beschouwing gelaten.
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
4.De beslissing
3349 / 1694