ECLI:NL:RBROT:2026:855

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713447 / KG ZA 26-46
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 lid 1 RvArt. 130 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot medewerking aan werkzaamheden in huurwoning met ontruimingstermijn

In een kort geding procedure vordert Stichting Havensteder dat gedaagde, handelend onder de naam Triangel Bewindvoering, wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan diverse renovatiewerkzaamheden in een huurwoning te Rotterdam. Deze werkzaamheden omvatten onder meer het vervangen van glas door HR++-glas, plaatsen van ventilatieroosters, vervangen van badkamer en keuken, en het verwijderen van de gasmeter.

Gedaagde is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, ondanks tijdige oproeping, waardoor verstek is verleend. Havensteder vordert tevens dat gedaagde de woning binnen 24 uur na betekening van het vonnis tijdelijk of gedeeltelijk verlaat indien zij niet meewerkt. De voorzieningenrechter wijst deze ontruimingstermijn toe, maar stelt deze op drie dagen conform artikel 555 lid 1 Rv Pro.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Havensteder een eisvermeerdering voorgesteld, die niet aan gedaagde is betekend; deze eisvermeerdering wordt buiten beschouwing gelaten. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.783,51, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De uitspraak benadrukt het spoedeisend belang van Havensteder en bevestigt de wettelijke ontruimingstermijn, waarbij de belangen van beide partijen zorgvuldig zijn afgewogen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan renovatiewerkzaamheden en bij weigering tot ontruiming binnen drie dagen na betekening.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713447 / KG ZA 26-46
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van
STICHTING HAVENSTEDER,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. Y.F. Rijswijk,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam Triangel Bewindvoering, in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam],
kantoorhoudend te: Rotterdam,
gedaagde partij,
die niet is verschenen (verstek).
Partijen worden hierna Havensteder en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 16;
  • de mondelinge behandeling op 28 januari 2026.

2.De vorderingen

2.1.
Havensteder vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] te veroordelen om te gedogen dat Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde de volgende werkzaamheden uitvoert in de woning aan de [adres]:
a. vervangen glas voor HR++- glas;
b. plaatsen zelfregulerende ventilatieroosters;
c. vervangen draaiende delen van de ramen;
d. nieuwe geïsoleerde voordeur plaatsen;
e. nieuwe geïsoleerde balkondeur plaatsen;
f. mechanische ventilatie met CO2- en vochtsensor plaatsen;
g. vervangen badkamer;
h. vervangen toilet;
i. vervangen keuken;
j. warmteafleverset plaatsen;
k. plaatsen perilex-aansluiting voor elektrisch koken;
l. uitbreiden meterkast voor elektrisch koken;
m. plafond in toilet verlagen voor leidingwerk;
n. plafond in badkamer verlagen voor leidingwerk;
o. verwijderen gasmeter;
2. voor zover [gedaagde] weigert om te voldoen aan de onder 1. gevorderde veroordeling, [gedaagde] te veroordelen om de woning aan de [adres], binnen 24 uur na betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te verlaten, met alle daarin en/of daarop bevindende personen, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, te stellen zo lang dit noodzakelijk is om de onder 1. genoemde uit te (laten) voeren;
3. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris en de verschotten van de advocaat van Havensteder.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] heeft op 27 januari 2026 een e-mail naar de voorzieningenrechter gestuurd, met de mededeling dat zij niet aanwezig zal zijn tijdens de mondelinge behandeling en met het verzoek de inhoud van de e-mail mee te wegen in de behandeling van de zaak. In een kort gedingprocedure is het echter niet mogelijk om als gedaagde partij alleen schriftelijk verweer te voeren; een gedaagde partij moet altijd (eventueel bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat) zelf verschijnen tijdens de mondelinge behandeling. [gedaagde] is echter niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij haar oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd. De voorzieningenrechter verleent daarom verstek tegen [gedaagde].
3.2.
Het spoedeisend belang van Havensteder bij haar vorderingen volgt uit de stellingen in de dagvaarding.
3.3.
Deze vorderingen van Havensteder komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden om die reden toegewezen, met uitzondering van het volgende.
Havensteder vordert onder 2. dat de ontruimingstermijn wordt gesteld op 24 uur na betekening van dit vonnis. De voorzieningenrechter ziet in wat Havensteder in de dagvaarding heeft aangevoerd en tijdens de mondelinge behandeling heeft gezegd echter geen grond om de wettelijke beveltermijn voor een ontruiming van drie dagen te verkorten (artikel 555 lid 1 Rv Pro). De vordering onder 2. wordt dan ook in die zin toegewezen, dat de ontruimingstermijn op drie dagen na betekening van dit vonnis wordt gesteld.
Verder heeft Havensteder tijdens de mondelinge behandeling verzocht haar vordering onder 2. in die zin te mogen wijzigen, dat de zinsnede “
en/of gedeeltelijk” vervalt. De voorzieningenrechter merkt dit aan als een eisvermeerdering (van een gedeeltelijke ontruiming naar een volledige ontruiming), die bij exploot aan [gedaagde] kenbaar had moeten worden gemaakt, omdat [gedaagde] niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling (artikel 130 lid 3 Rv Pro). Dat heeft Havensteder echter niet gedaan. De eisvermeerdering wordt dan ook buiten beschouwing gelaten.
3.4.
[gedaagde] is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Havensteder worden begroot op:
- dagvaarding € 155,51
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.783,51
3.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, de volgende werkzaamheden uitvoert in de woning aan de [adres]:
a. vervangen glas voor HR++- glas;
b. plaatsen zelfregulerende ventilatieroosters;
c. vervangen draaiende delen van de ramen;
d. nieuwe geïsoleerde voordeur plaatsen;
e. nieuwe geïsoleerde balkondeur plaatsen;
f. mechanische ventilatie met CO2- en vochtsensor plaatsen;
g. vervangen badkamer;
h. vervangen toilet;
i. vervangen keuken;
j. warmteafleverset plaatsen;
k. plaatsen perilex-aansluiting voor elektrisch koken;
l. uitbreiden meterkast voor elektrisch koken;
m. plafond in toilet verlagen voor leidingwerk;
n. plafond in badkamer verlagen voor leidingwerk;
o. verwijderen gasmeter;
4.2.
veroordeelt [gedaagde], voor zover zij weigert om te voldoen aan de veroordeling in 4.1., om de woning aan de [adres] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te verlaten, met alle daarin en/of daarop bevindende personen, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, te stellen zo lang dit noodzakelijk is om de in 4.1. genoemde werkzaamheden uit te (laten) voeren;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.783,51, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra aan Havensteder betalen, plus de kosten van betekening;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.
3349 / 1694