ECLI:NL:RBROT:2026:856

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713595 / KG ZA 26-54
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot medewerking aan werkzaamheden in huurwoning met ontruimingstermijn

Stichting Havensteder vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan diverse onderhouds- en verbeteringswerkzaamheden in de huurwoning en bijbehorende berging, waaronder het vervangen van mechanische ventilatie, plaatsen van CO₂-meters, en het uitvoeren van een asbestonderzoek.

Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang van Havensteder voldoende onderbouwd en oordeelt dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De gevorderde ontruimingstermijn van 24 uur wordt echter niet toegewezen; de wettelijke termijn van drie dagen na betekening wordt gehandhaafd.

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om de werkzaamheden en voorbereidingen te gedogen en bij weigering de woning binnen drie dagen na betekening tijdelijk te verlaten. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van Havensteder, begroot op €1.781,02, met een extra vergoeding bij niet-tijdige nakoming. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering tot medewerking aan werkzaamheden in huurwoning toegewezen met ontruimingstermijn van drie dagen na betekening.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713595 / KG ZA 26-54
Vonnis in kort geding van 30 januari 2026
in de zaak van
STICHTING HAVENSTEDER,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. G. Meijerink,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde partij,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna Havensteder en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 23 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 11;
  • de mondelinge behandeling op 29 januari 2026.

2.De vorderingen

2.1.
Havensteder vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] te veroordelen om te gedogen dat Havensteder of een door Havensteder in te schakelen derde de volgende werkzaamheden uitvoert in de woning en bijbehorende berging aan de [adres]:
a) Vervangen mechanische ventilatie;
b) Plaatsen CO₂-meters;
c) Plaatsen nieuwe ventilatieroosters;
d) Herstellen tochtwering ramen en deuren;
e) Vervangen glas door HR++ glas;
f) Plaatsen hardglazen klepramen;
g) Onderhoud uitvoeren aan standleidingen en standleidingen reinigen;
h) Gasleiding afsluiten en aansluiting voor elektrisch koken plaatsen;
i) Groepenkast vervangen;
j) Elektrisch kooktoestel plaatsen;
k) Vervangen boiler;
l) Radiatoren en knoppen vervangen;
m) Keuken vervangen (indien dit na vooropname nodig blijkt);
n) Badkamer vervangen (indien dit na vooropname nodig blijkt);
o) Toilet vervangen (indien dit na vooropname nodig blijkt);
p) Plaatsen videofoon;
q) Isoleren plafond berging;
2. [gedaagde] te veroordelen om te gedogen dat Havensteder of een door Havensteder in te schakelen derde in voorbereiding op de onder 1 genoemde werkzaamheden een vooropname en een asbestonderzoek uitvoert in de woning en bijbehorende berging aan de [adres];
3. voor zover [gedaagde] weigert om te voldoen aan de onder 1 en/of 2 gevorderde veroordeling, [gedaagde] te veroordelen om de woning en bijbehorende berging aan de [adres] binnen 24 uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te verlaten, met alle zich daarin bevindende personen, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder of een door Havensteder in te schakelen derde te stellen zo lang dit noodzakelijk is om de onder 1 genoemde werkzaamheden en/of de onder 2 genoemde voorafgaande inspectie en asbestinventarisatie uit te (laten) voeren;
4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salarís en de verschotten van de advocaat van Havensteder.

3.De beoordeling

3.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde]. [gedaagde] is namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij haar oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.
3.2.
Het spoedeisend belang van Havensteder bij haar vorderingen volgt uit de stellingen in de dagvaarding en wat tijdens de mondelinge behandeling is gezegd.
3.3.
De vorderingen van Havensteder komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden om die reden toegewezen, met uitzondering van het volgende. Havensteder vordert onder 3 – voor het geval dat [gedaagde] weigert te voldoen aan de veroordelingen onder 1 en/of 2 – de ontruimingstermijn te stellen op 24 uur na betekening van dit vonnis. De voorzieningenrechter ziet, mede gelet op de datum waarop dit vonnis wordt uitgesproken en de datum waarop Havensteder wil starten met de werkzaamheden, geen grond om de wettelijke beveltermijn van drie dagen voor een ontruiming te verkorten (artikel 555 lid 1 Rv Pro). Ter zitting is namens Havensteder verklaard dat deze verkorting niet nodig is als het vonnis op 30 januari 2026 wordt gewezen. De ontruimingstermijn wordt dan ook op drie dagen na betekening van dit vonnis gesteld.
3.4.
[gedaagde] is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en zij moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Havensteder worden begroot op:
- dagvaarding € 153,02
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.781,02
3.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Havensteder of een door Havensteder in te schakelen derde de volgende werkzaamheden uitvoert in de woning en bijbehorende berging aan de [adres]:
a) Vervangen mechanische ventilatie;
b) Plaatsen CO₂-meters;
c) Plaatsen nieuwe ventilatieroosters;
d) Herstellen tochtwering ramen en deuren;
e) Vervangen glas door HR++ glas;
f) Plaatsen hardglazen klepramen;
g) Onderhoud uitvoeren aan standleidingen en standleidingen reinigen;
h) Gasleiding afsluiten en aansluiting voor elektrisch koken plaatsen;
i) Groepenkast vervangen;
j) Elektrisch kooktoestel plaatsen;
k) Vervangen boiler;
l) Radiatoren en knoppen vervangen;
m) Keuken vervangen (indien dit na vooropname nodig blijkt);
n) Badkamer vervangen (indien dit na vooropname nodig blijkt);
o) Toilet vervangen (indien dit na vooropname nodig blijkt);
p) Plaatsen videofoon;
q) Isoleren plafond berging;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Havensteder of een door Havensteder in te schakelen derde in voorbereiding op de in 4.1 genoemde werkzaamheden een vooropname en een asbestonderzoek uitvoert in de woning en bijbehorende berging aan de [adres];
4.3.
veroordeelt [gedaagde], voor zover zij weigert te voldoen aan de veroordelingen in 4.1 en/of 4.2, om de woning en bijbehorende berging aan de [adres] binnen drie dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te verlaten, met alle zich daarin bevindende personen, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder of een door Havensteder in te schakelen derde te stellen zo lang dit noodzakelijk is om de in 4.1 genoemde werkzaamheden en/of de in 4.2 genoemde voorafgaande inspectie en asbestinventarisatie uit te (laten) voeren;
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Havensteder begroot op € 1.781,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra aan Havensteder betalen, plus de kosten van betekening;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
3349/3194