ECLI:NL:RBROT:2026:857

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/713973 / KG ZA 26-90
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.20 lid 2 sub b Benelux Verdrag inzake de Intellectuele EigendomArt. 2.20 lid 2 sub d Benelux Verdrag inzake de Intellectuele EigendomArt. 5 HandelsnaamwetArt. 5a HandelsnaamwetArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot staking gebruik naam Partij met Lef! wegens onvoldoende inbreuk op merk en handelsnaam

LEF en Groep de Rijke zijn politieke partijen die deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezing in Voorne aan Zee. LEF vordert in kort geding dat Groep de Rijke het gebruik van de naam 'Partij met Lef!' staakt wegens vermeende inbreuk op haar beeldmerk, woordmerk en handelsnaam.

De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure sprake zal zijn van inbreuk op het beeldmerk, woordmerk of handelsnaam van LEF. De verschillen in visuele en auditieve elementen tussen de merken en namen zijn te groot om verwarring te veroorzaken. Ook is het Centraal Stembureau bevoegd en heeft het de naam 'Partij met Lef!' geregistreerd, een besluit waartegen LEF geen beroep heeft ingesteld.

De voorzieningenrechter benadrukt dat LEF met haar vorderingen de wettelijke beroepsmogelijkheden omzeilt en dat het belang van Groep de Rijke om zich te profileren zwaarder weegt dan het belang van LEF. LEF wordt veroordeeld in de proceskosten en de vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van LEF af wegens onvoldoende aannemelijkheid van inbreuk en onrechtmatig handelen door Groep de Rijke.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713973 / KG ZA 26-90
Vonnis in kort geding van 30 januari 2026
in de zaak van
LEF,
statutaire vestigingsplaats: ‘s-Gravenhage,
eisende partij,
advocaten: mrs. E.C. Menkhorst en M.C. Wichhart,
tegen
GROEP DE RIJKE,
statutaire vestigingsplaats: Voorne aan Zee,
gedaagde partij,
advocaten: mrs. H.A.J. Pors en S. Soyçiçek.
Partijen worden hierna LEF en Groep de Rijke genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
LEF en Groep de Rijke zijn beide politieke partijen, die mee willen doen aan de komende gemeenteraadsverkiezing van de gemeente Voorne aan Zee op 18 maart 2026. LEF doet dat onder de naam “LEF” en Groep de Rijke doet dat onder de naam “Partij met Lef!”. Volgens LEF maakt Groep de Rijke met het gebruik van de naam Partij met Lef! en de daarbij behorende visuele uitingen inbreuk op het beeldmerk, het woordmerk en/of de handelsnaam van LEF, dan wel handelt Groep de Rijke daarmee onrechtmatig tegenover LEF. LEF vordert daarom – kort gezegd – dat Groep de Rijke onder druk van een dwangsom wordt veroordeeld om het gebruik van de naam Partij met Lef! te staken. Groep de Rijke voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van LEF. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van LEF af. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 28 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 15B;
  • de bijlagen 1 tot en met 8 van Groep de Rijke;
  • de mondelinge behandeling op 29 januari 2026;
  • de pleitnota van mrs. Menkhorst en Wichhart;
  • de spreekaantekeningen van mrs. Pors en Soyçiçek.

3.De vorderingen

3.1.
LEF vordert om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Groep de Rijke te veroordelen om onmiddellijk nadat uitspraak in dit geding is gedaan, doch uiterlijk 2 februari 2026, althans binnen een termijn als de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren, iedere inbreuk op de merkrechten en handelsnaamrechten van LEF te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder door (maar niet beperkt tot) staking van ieder gebruik van de tekens ‘Partij met Lef’ in haar handelsnaam, haar logo en haar domeinnaam www.partijmetlef.nl;
II. Groep de Rijke te veroordelen om onmiddellijk nadat uitspraak in dit geding is gedaan, doch uiterlijk 2 februari 2026, althans binnen een termijn als de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren, eventueel al ingediende kandidatenlijsten en alle documenten die daarbij zijn ingediend bij het Centraal Stembureau, in te trekken dan wel zodanig te wijzigen dat daarmee wordt voldaan aan de vordering onder I.;
III. indien geheel of gedeeltelijk in strijd wordt gehandeld met wat onder I. en/of II. is bepaald, Groep de Rijke te veroordelen tot het betalen van een dwangsom aan Groep de Rijke (
de voorzieningenrechter begrijpt:LEF) van € 2.500,00 per keer, en van € 500,00 voor iedere dag (waaronder begrepen een gedeelte van een dag) dat dit voortduurt, althans een bedrag dat de voorzieningenrechter zal vermenen te behoren;
IV. Groep de Rijke te veroordelen in de volledige kosten van dit geding, waaronder het verschuldigde griffierecht en de advocaatkosten van € 13.229,58, op grond van artikel 1019h Rv, te voldoen binnen veertien dagen na de dag waarop het vonnis in dit geding is gewezen, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het te wijzen vonnis, althans vanaf de veertiende dag na de datum van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
V. Groep de Rijke te veroordelen in de nakosten ter hoogte van € 131,00 indien geen betekening plaatsvindt en verhoogd met € 68,00 voor het geval wel betekening plaatsvindt, te voldoen binnen veertien dagen na de dag waarop het vonnis in dit geding is gewezen, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het te wijzen vonnis, althans vanaf de veertiende dag na de datum van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
VI. Groep de Rijke te veroordelen in de (overige) kosten van dit geding.

4.De beoordeling

Het toetsingskader in een kort geding
4.1.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom beoordelen of LEF ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Verder moet de voorzieningenrechter in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing daarvan gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter moet bij dat alles ook een belangenafweging maken.
Geen inbreuk op een beeldmerk, woordmerk en/of (handels)naam
4.2.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel komt dat Groep de Rijke door het gebruik van de naam Partij met Lef! en de daarbij behorende visuele uitingen inbreuk maakt op het beeldmerk, het woordmerk en/of de (handels)naam van LEF. De voorzieningenrechter licht dit hierna puntsgewijs toe.
Het beeldmerk
4.3.
LEF heeft sinds 23 juni 2022 het volgende Benelux beeldmerk met nummer 1466383 voor onder andere diensten van politieke partijen zoals genoemd in klasse 45 geregistreerd:
4.4.
Groep de Rijke gebruikt de volgende logo’s:
en
4.5.
LEF vergelijkt slechts een deel van het door haar geregistreerde beeldmerk, namelijk het zwarte vlak met daarin in witte, cursieve blokletters het woord “LEF”, met het logo links hierboven dat Groep de Rijke gebruikt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moet echter het gehele door LEF geregistreerde beeldmerk met de door Groep de Rijke gebruikte logo’s worden vergeleken. Als die vergelijking wordt gemaakt, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een inbreuk op grond van artikel 2.20 lid 2 sub b van het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom. Subsidiair beroept LEF zich op artikel 2.20 lid 2 sub d van dit verdrag, maar aan die grondslag komt de voorzieningenrechter niet toe omdat de voorzieningenrechter net als partijen van oordeel is dat logo’s van Groep de Rijke worden gebruikt voor gelijke diensten als die waarvoor het beeldmerk van LEF is geregistreerd, zoals bedoeld in artikel 2.20 lid 2 sub b van het verdrag.
4.6.
Hoewel partijen de logo’s ten behoeve van het aanbieden van dezelfde diensten gebruiken, beide logo’s het woord “LEF” in blokletters bevatten en beide partijen in de gemeente Voorne aan Zee willen meedoen aan de komende gemeenteraadsverkiezing, is geen sprake van een voldoende mate van visuele, auditieve en/of begripsmatige overeenstemming tussen de beide logo’s. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de volgende verschillen:
het door LEF geregistreerde beeldmerk is zwart-wit, terwijl de door Groep de Rijke gebruikte logo’s in kleur zijn;
het door LEF geregistreerde beeldmerk bevat het woord “LEF” in witte, cursieve blokletters, terwijl de door Groep de Rijke gebruikte logo’s het woord “LEF” in roze, rechte blokletters bevatten;
het door LEF geregistreerde beeldmerk bevat naast het woord “LEF” ook nog een prominent aanwezig visueel element (de twee cirkelvormen), terwijl de door Groep de Rijke gebruikte logo’s een in mindere mate aanwezige streep bevatten; en
het door LEF geregistreerde beeldmerk bevat qua woorden alleen het woord “LEF”, terwijl de door Groep de Rijke gebruikte logo’s ook consequent de woorden “PARTIJ MET” bevatten.
4.7.
Als gevolg van deze verschillen is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook geen verwarringsgevaar te duchten bij het relevante publiek. LEF stelt terecht dat moet worden uitgegaan van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone doorsnee Nederlandse stemgerechtigde burger, die geen hoge mate van kennis heeft over politieke diensten en slechts zelden de mogelijkheid heeft merken rechtstreeks te vergelijken, en derhalve aanhaakt bij het onvolmaakte beeld dat bij hem is achtergebleven. Echter, als daarvan wordt uitgegaan, is – gelet op wat hiervoor in 4.6. over de verschillen tussen het geregistreerde beeldmerk van LEF en de door Groep de Rijke gebruikte logo’s is overwogen – niet onaannemelijk dat de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone doorsnee Nederlandse stemgerechtigde burger het geregistreerde beeldmerk van LEF en de door Groep de Rijke gebruikte logo’s van elkaar zal weten te onderscheiden en deze niet met elkaar in verband zal brengen. Dit geldt te meer als beide partijen – zoals LEF heeft gesteld – op hetzelfde stembiljet komen te staan, omdat die vergelijking dan vrij gemakkelijk te maken is tijdens het stemmen.
4.8.
In het kader van de vraag of Groep de Rijke met de door haar gebruikte logo’s inbreuk maakt op het door LEF geregistreerde beeldmerk is tot slot niet van belang dat LEF een deel van dat beeldmerk (de woorden “LEF” in het zwarte vlak) in de praktijk ook gebruikt met een roze vlak om dat zwarte vlak heen (zie randnummer 3.7. van de dagvaarding). Het gaat om een vergelijking van het (volledige) geregistreerde beeldmerk – dus inclusief de graffiti-achtige illustratie – met de door Groep de Rijke gebruikte logo’s. Dat Groep de Rijke de hierboven weergegeven logo’s ook wel gebruikt in combinatie met graffiti-achtige elementen, maakt het voorgaande niet anders, omdat die elementen in visueel opzicht wezenlijk anders zijn dan de illustratie die deel uitmaakt van het door LEF geregistreerde beeldmerk.
Het woordmerk
4.9.
LEF heeft op 28 januari 2026 het Benelux woordmerk “LEF” met nummer 1541445 voor onder meer diensten van politieke partijen in klasse 45 geregistreerd. Dit betreft een spoedregistratie, die op dit moment nog niet definitief is. Tussen partijen is niet in geschil dat derden gedurende de komende maanden nog bezwaar kunnen maken tegen deze registratie. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat in dit kort geding niet vooruit kan worden gelopen op het antwoord op de vraag of het woordmerk “LEF” daadwerkelijk definitief wordt geregistreerd en, in het verlengde daarvan, of Groep de Rijke daar al dan niet inbreuk op maakt.
De handelsnaam
4.10.
LEF gebruikt de (handels)naam “LEF”. Groep de Rijke gebruikt de (handels)naam “Partij met Lef!”. Deze (handels)namen moeten daarom met elkaar worden vergeleken.
4.11.
LEF stelt terecht dat alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of bij het publiek verwarring tussen (handels)namen is te duchten. Dat geldt ook voor andere daarbij gebruikte elementen, zoals vormgeving van de (handels)namen (logo’s).
4.12.
Tegen deze achtergrond is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een inbreuk op grond van artikel 5 of Pro 5a van de Handelsnaamwet. Hoewel aan LEF kan worden toegegeven dat zij de (handels)naam “LEF” eerder gebruikte dan dat Groep de Rijke de (handels)naam “Partij met Lef!” gebruikte en beide partijen in de gemeente Voorne aan Zee willen meedoen aan de komende gemeenteraadsverkiezing, is geen sprake van een voldoende mate van visuele, auditieve en/of begripsmatige overeenstemming tussen de beide (handels)namen. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op wat hiervoor in 4.6. is overwogen over de verschillen tussen de door partijen in hun communicatie gebruikte visuele elementen. Deze verschillen dragen naar het oordeel van de voorzieningenrechter al het oordeel dat geen sprake is van een inbreuk op grond van artikel 5 of Pro 5a van de Handelsnaamwet.
4.13.
In aanvulling daarop overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende. LEF treedt consequent naar buiten met de (handels)naam LEF, met als logo een deel van het door haar geregistreerde beeldmerk (al dan niet in combinatie met een roze vlak, kleuren en andere visuele elementen). Groep de Rijke treedt consequent naar buiten met de (handels)naam Partij met Lef!, met als logo haar (handels)naam op één lijn (in letters van dezelfde grootte en in kleur) of haar (handels)naam met bovenaan “PARTIJ” en daaronder “MET LEF!” (allemaal in letters van dezelfde grootte en in kleur) (zie hiervoor in 4.3. en 4.4.). Groep de Rijke gebruikt het woord “lef” nooit alleen in blokletters (en de rest van haar (handels)naam dus in kleine letters) en ook nooit cursief gedrukt. Het enige dat dus overeenkomt, is dat beide partijen in hun (handels)naam het woord “lef” gebruiken, al dan niet in combinatie met het gebruik van de kleur roze. Dat is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, in samenhang met alles dat hiervoor is overwogen, echter te weinig om te kunnen concluderen dat de (handels)naam van Groep de Rijke slechts in geringe mate afwijkt van die van LEF, een en ander als bedoeld in de Handelsnaamwet. In elk geval doen die verschillen af aan het te duchten verwarringsgevaar. In dat verband is ook van belang dat Groep de Rijke binnen de gemeente Voorne aan Zee al een bekende partij is, omdat haar lijsttrekker op dit moment al in de gemeenteraad van de gemeente Voorne aan Zee zit. Om die reden is aannemelijk dat de inwoners van de gemeente Voorne aan Zee (het hier relevante publiek) het onderscheid tussen beide partijen wel kunnen maken.
Geen onrechtmatig handelen van Groep de Rijke tegenover LEF
4.14.
Gelet op alles dat hiervoor is overwogen ten aanzien van de door LEF gestelde inbreuk op haar beeldmerk, woordmerk en (handels)naam is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook onvoldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel komt dat Groep de Rijke door het gebruik van de (handels)naam Partij met Lef! en de daarbij behorende visuele uitingen onrechtmatig handelt tegenover LEF.
De belangenafweging
4.15.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat niet aannemelijk is dat de vorderingen van LEF in een bodemprocedure zullen worden toegewezen, zodat in beginsel al geen reden bestaat om in dit kort geding een voorziening te treffen. Daarnaast valt ook een belangenafweging uit in het voordeel van Groep de Rijke. De voorzieningenrechter licht dit toe als volgt.
4.16.
Het Centraal Stembureau van de gemeente Voorne aan Zee heeft op 17 juli 2025 besloten dat de aanduiding ‘Partij met Lef!’ wordt opgenomen in het register van het Centraal Stembureau voor de gemeenteraadsverkiezing, waardoor kandidaten zich onder die vlag kunnen inschrijven. Bij die beslissing heeft het Centraal Stembureau onder meer getoetst aan de vraag of verwarring te duchten is met een al eerder geregistreerde naam. Het verzoek tot registratie wordt immers afgewezen als de aanduiding van de politieke groepering geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een al eerder, bijvoorbeeld op grond van artikel G1 van de Kieswet, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering en daardoor verwarring te duchten is (artikel G3, lid 4 sub b, van de Kieswet). De verwijzing naar artikel G1 van de Kieswet impliceert dat daarbij ook getoetst wordt aan landelijk geregistreerde politieke partijen, zodat aangenomen moet worden dat het Centraal Stembureau ook de mogelijke verwarring met de partijaanduiding “LEF” heeft beoordeeld. Van een besluit tot registratie van het Centraal Stembureau kan een belanghebbende in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.17.
Uit een en ander volgt dat het Centraal Stembureau het bevoegde orgaan is om te beslissen over de registratie van een aanduiding van een politieke groepering, dat die beslissing in een met voldoende rechtswaarborgen omklede rechtsgang aan de rechter kan worden voorgelegd en dat – als die registratie onaantastbaar is geworden – kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezing zich onder die aanduiding kunnen scharen om vervolgens te proberen te worden verkozen.
4.18.
Tussen partijen is niet in geschil dat de registratie van de aanduiding ‘Partij met Lef!’ in het register van het Centraal Stembureau voor de gemeenteraadsverkiezing van de gemeente Voorne aan Zee inmiddels onherroepelijk vaststaat. LEF heeft namelijk geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om daartegen in beroep te komen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.19.
De vorderingen van LEF omzeilen in wezen de hiervoor geschetste wettelijk geregelde systematiek. LEF wil immers voorkomen dat kandidaten zich onder de naam Partij met Lef! kandideren (vordering II.) en dat kandidaten zich onder de naam Partij met Lef! profileren in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezing. De omzeiling zit hem in het feit dat LEF met haar vorderingen in feite (materieel) bereikt dat de registratie van Partij met Lef! als politieke groepering alsnog ongedaan wordt gemaakt, terwijl zij de beroepsmogelijkheid daartegen ongebruikt heeft laten verstrijken.
4.20.
Daarbij komt dat niet gegarandeerd is dat de kandidaten van Partij met Lef! feitelijk nog de gelegenheid hebben om zich op tijd (op een blanco lijst) te kandideren als Groep de Rijke gedwongen zou worden kandidatenlijsten in te trekken en te wijzigen, inclusief alle daarbij volgens de Kieswet verplichte documentatie, zodanig dat de naam van Partij met Lef! daarin niet meer voorkomt. Groep de Rijke heeft gesteld dat het maar zeer de vraag is of dit gaat lukken en gelet op de korte deadline van aanstaande maandag lijkt dit risico bepaald niet denkbeeldig. Dit mogelijke risico weegt zwaar, omdat daarmee het passieve kiesrecht van de personen die zich voor Partij met Lef! willen kandideren in het geding is.
4.21.
Dit alles noopt tot terughoudendheid van de voorzieningenrechter om een voorziening te treffen die LEF voor ogen staat. Daar komt bij dat de tijdsdruk die op deze zaak staat, en die mede bijdraagt aan de terughoudendheid die betracht moet worden, zonder goede reden door LEF zelf in het leven is geroepen. Uit de stukken moet worden afgeleid dat tussen partijen al sinds de zomer van 2023 discussie bestaat over de door Groep de Rijke gebruikte (handels)naam (destijds “LEF! Voorne aan Zee”) en dat LEF in ieder geval sinds 2 juli 2025 bekend is met het feit dat Groep de Rijke de (handels)naam “Partij met Lef!” gebruikt (bijlage 7 van LEF). Niettemin heeft LEF gewacht tot enkele dagen voor de deadline van 2 februari 2025 om dit kort geding aanhangig te maken. Een steekhoudende verklaring daarvoor is niet gegeven. In de te maken belangenafweging komt dit tijdsverloop voor risico van LEF.
4.22.
Alles overwegend is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van Groep de Rijke om zich in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen te kunnen profileren met de door het Centraal Stembureau geregistreerde naam zwaarder weegt dan het belang van LEF om op te treden tegen het gebruik door Groep de Rijke van de aanduiding Partij met Lef!.
Vordering I. voor het overige
4.23.
Voor zover vordering I. verder strekt dan alleen de kandidaatstelling en de daarop volgende verkiezingscampagne tot en met de dag van de komende gemeenteraadsverkiezing voor de gemeente Voorne aan Zee, is de voorzieningenrechter van oordeel dat LEF op dit moment onvoldoende spoedeisend belang bij vordering I. heeft.
De conclusie
4.24.
De conclusie is dat de vorderingen van LEF worden afgewezen.
LEF moet de proceskosten van Groep de Rijke betalen
4.25.
LEF is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Groep de Rijke betalen. Hoewel deze zaak onder meer een gestelde inbreuk op IE-rechten betreft en om die reden in principe een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv zou kunnen volgen, heeft Groep de Rijke geen inzicht gegeven in de door haar gemaakte daadwerkelijke advocaatkosten. Daarom begroot de voorzieningenrechter de proceskosten van Groep de Rijke overeenkomstig het geldende liquidatietarief. Haar proceskosten worden met inachtneming daarvan begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.661,00 (tarief complexe zaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.574,00
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.26.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt LEF in de proceskosten van € 2.574,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als LEF de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet LEF € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en door mr. M. de Geus in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
3349 / 1980