ECLI:NL:RBROT:2026:8576

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/10/718025 / JE RK 26-693
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en schoolverzuim

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds 19 mei 2025 onder toezicht stond. De zitting vond plaats op 11 mei 2026, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De moeder werd bijgestaan door een Poolse tolk.

De minderjarige woont bij haar moeder, die het ouderlijk gezag heeft. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, zoals verminderd schoolverzuim en betere contacten, is de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig bedreigd. De minderjarige volgt niet het volledige lesrooster en staat op de wachtlijst voor hulpverlening bij Youz. De GI benadrukte ook de noodzaak van hulp voor de moeder, die hier niet aan meewerkt.

De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en verlengde de ondertoezichtstelling met zes maanden tot 19 november 2026. Daarnaast werd de behandeling van het resterende verzoek aangehouden tot 1 oktober 2026, waarbij de GI uiterlijk twee weken daarvoor een rapportage moet indienen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met zes maanden tot 19 november 2026 en houdt het resterende verzoek aan tot 1 oktober 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718025 / JE RK 26-693
Datum uitspraak: 11 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 9 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van N. Meyer, tolk in de Poolse taal. De tolk heeft, alvorens zijn taak aan te vangen, op de bij de wet voorgeschreven wijze, de eed afgelegd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 19 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. In de motivering van het verzoek vermeldt de GI dat wordt verzocht om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden en het overige aan te houden.
3.2.
Ter zitting handhaaft de GI het verzoek om de ondertoezichtstelling met zes maanden te verlengen en het resterende deel aan te houden, en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet. [minderjarige] heeft veel inspanningen verricht en het schoolverzuim is verminderd. Het is belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulp gaat krijgen. Zij is aangemeld bij Youz, maar staat op de wachtlijst. Daarnaast is de GI van mening dat er hulpverlening voor de moeder nodig is, maar de moeder wil daar niet aan meewerken.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. De afgelopen maanden is de situatie verbeterd. [minderjarige] gaat naar school en er is meer zicht gekomen op haar. De moeder staat achter de aanmelding van [minderjarige] bij Youz voor therapie. Ook het contact tussen de moeder en [minderjarige] verloopt beter.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De afgelopen periode heeft [minderjarige] positieve stappen gezet met betrekking tot haar schoolgang. Het verzuim is aanzienlijk verminderd. Toch lukt het haar nog niet om het volledige lesrooster te volgen. Het is belangrijk dat er wordt uitgezocht hoe het komt dat [minderjarige] moeite heeft met het volgen van alle lessen. Het is positief dat de oudere zus van [minderjarige] betrokken is en inzicht heeft in de zorgen. De zus stimuleert [minderjarige] ’s ochtends om naar school te gaan. De komende periode zal duidelijk worden of [minderjarige] dit schooljaar haalt en mag starten in de derde klas van de havo. Omdat zij niet voor een derde keer mag doubleren, moet zij anders starten met een mbo 1 opleiding. Het is voor [minderjarige] belangrijk dat zo snel mogelijk passende hulpverlening vanuit Youz wordt opgestart. Het is positief dat [minderjarige] ter overbrugging van deze periode gesprekken voert met de schoolmaatschappelijk werker en dat zij gemotiveerd is voor de hulp vanuit Youz. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de stijgende lijn wordt doorgezet en dat [minderjarige] de hulp krijgt die zij verdient.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt, zoals verzocht, de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden en houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan tot de hierna te noemen pro forma datum.
5.4.
De GI wordt verzocht uiterlijk
twee wekenvoor de hierna te noemen pro forma datum te rapporteren (met afschrift aan de moeder) over de stand van zaken op dat moment en daarbij ook te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 november 2026;
en alvorens te beslissen:
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan en bepaalt dat het verzoek wordt aangehouden tot
1 oktober 2026 pro forma;
6.3.
bepaalt dat de GI en de moeder op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.4.
verzoekt de GI uiterlijk
twee wekenvoor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de onder 5.4. verzochte rapportage (met afschrift aan de moeder) te doen toekomen;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 9 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek.