ECLI:NL:RBROT:2026:8581

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/10/719540 / JE RK 26-912
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds april 2026 bij zijn vader in Spanje verblijft. De situatie thuis bij de moeder was geëscaleerd, waardoor de minderjarige elders rustiger kon opgroeien. De vader en moeder stemden in met het verzoek.

De kinderrechter constateerde dat de minderjarige nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, mede door het ontbreken van onderwijs en dagbesteding. Hoewel de gezinsopname bij de vader positieve signalen gaf, is het perspectief onduidelijk en is het belangrijk dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft en een plan van aanpak opstelt. Ook moet onderzocht worden of overdracht aan Spaanse autoriteiten nodig is.

De kinderrechter oordeelde dat verlenging van zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 11 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader in Spanje voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/719540 / JE RK 26-912
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, BRP-geregistreerd in [plaatsnaam] , feitelijk verblijvende in Spanje.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 30 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader (
via een digitale verbinding);
- de moeder;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover telefonisch een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 24 juni 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 maart 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 15 april 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag verleend met ingang van 15 april 2026 tot 24 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [minderjarige] verblijft sinds 23 april 2026 bij zijn vader in Spanje, nadat de situatie thuis bij zijn moeder was geëscaleerd en onhoudbaar was geworden. Er heeft inmiddels een gezinsopname bij de vader in Spanje plaatsgevonden, maar de terugkoppeling moet nog door Mereo worden gegeven. Er kan wel voorzichtig worden gezegd dat de resultaten van de gezinsopname positief zijn. De hulpverlening van Family Supporters kan doorgang blijven vinden. Nu [minderjarige] in Spanje verblijft zijn er minder conflicten, maar [minderjarige] volgt geen onderwijs of dagbesteding. [minderjarige] loopt achter op sociaal-emotioneel gebied. [minderjarige] is erg wisselend in wat hij wil (Spanje of Nederland) en de ontwikkelingen zijn nog pril. Het is belangrijk dat hij rust krijgt en de GI wil de komende periode gebruiken om zicht te krijgen of Spanje passend is voor [minderjarige] . Ook is het belangrijk dat een eventuele overdracht aan de Spaanse autoriteiten soepel verloopt.

4.De standpunten

4.1.
De vader stemt ter zitting in met het verzoek van de GI. Het gaat erg goed met [minderjarige] in Spanje. Hij komt tot rust, is minder angstig en wordt steeds socialer. De vader wil [minderjarige] veiligheid en structuur bieden. Ook vindt de vader het belangrijk om doelen te stellen en goede gesprekken te voeren. De vader maakt zich wel zorgen over het ontbreken van onderwijs. Ondanks dat [minderjarige] graag naar school wil, loopt hij vele jaren achter en heeft moeite met concentreren. [minderjarige] heeft een bijbaan en volgt DJ les, maar ook bij die lessen kan hij zich niet langer dan vijf minuten concentreren.
4.2.
De moeder staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder heeft op dit moment weinig contact met [minderjarige] , maar het is belangrijk dat hij in Spanje tot rust komt.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] verblijft inmiddels al een periode bij de vader in Spanje en [minderjarige] lijkt hier tot rust te komen. Tegelijkertijd ontbreekt het [minderjarige] aan onderwijs en een zinvolle dagbesteding. [minderjarige] functioneert op laag niveau en heeft nooit langdurig onderwijs gevolgd. Ter zitting is weliswaar gebleken dat de vader met [minderjarige] aan het kijken is voor een internationale school in Spanje, maar op de zitting is ook besproken dat het de vraag is in hoeverre deze school aansluit bij de leermogelijkheden van [minderjarige] . Sinds [minderjarige] bij de vader woont, heeft de GI minder zicht op hem. Desondanks heeft er een gezinsopname kunnen plaatsvinden en kan de hulpverlening van Family Supporters doorgang blijven vinden. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de GI de komende periode betrokken blijft. De resultaten van de gezinsopname moeten worden afgewacht en de GI zal een duidelijk plan van aanpak moeten maken, zowel in het geval dat [minderjarige] in Spanje blijft als in het geval dat [minderjarige] terugkeert naar Nederland. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over het perspectief van [minderjarige] . Ter zitting heeft de GI aangegeven dat [minderjarige] wisselend is in waar hij wil opgroeien. In Spanje heeft hij te maken met een taalbarrière en zijn vrienden wonen in Nederland. Daarnaast weet de vader zelf nog niet of, en zo ja voor hoelang, hij in Spanje blijft. Het is belangrijk dat de GI de komende periode onderzoek doet naar het perspectief van [minderjarige] . Dan kan worden bezien of een overdracht van de maatregelen naar de Spaanse autoriteiten nodig is. Ook is het belangrijk dat er aandacht is voor het contact tussen de moeder en [minderjarige] .
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] Nu [minderjarige] niet bij de moeder verblijft, is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Ter zitting is ook geen verweer gevoerd tegen de uithuisplaatsing. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag verlengen voor de duur van zes maanden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 24 december 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag tot 24 december 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.