ECLI:NL:RBROT:2026:861

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
C/10/712059 / KG ZA 25-1258
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot medewerking verkoop woning na niet-naleving echtscheidingsbeschikking

De man en vrouw, gescheiden en gezamenlijk eigenaar van een woning, hadden in een echtscheidingsbeschikking een stappenplan ('spoorboekje') afgesproken voor de verdeling van de woning. Dit spoorboekje bepaalde taxatie, financieringstermijnen voor de vrouw en man, en bij falen verkoop aan derden.

Beide partijen hebben de termijnen niet nageleefd: de vrouw kon de financiering niet rond krijgen binnen drie maanden na taxatie, en ook de man niet binnen de daaropvolgende drie maanden. De vrouw verzocht om een extra termijn tot 1 mei 2026, maar de rechtbank wees dit af wegens gebrek aan inspanning en onderbouwing.

De rechtbank veroordeelde de vrouw om binnen een week na betekening volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan een derde, met een door de rechtbank aangewezen makelaar. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het niet verlenen van toegang voor bezichtigingen. De primaire vordering van de man en de tegenvordering van de vrouw tot extra termijn werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: Vrouw wordt bevolen medewerking te verlenen aan verkoop woning aan derde binnen een week, primaire en tegenvorderingen tot extra termijn afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/712059 / KG ZA 25-1258
Vonnis in kort geding van 2 februari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Capelle aan den IJssel,
eisende partij,
advocaat: mr. A. Sangar,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde partij,
advocaat: mr. R. van Venetiën.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
De man en de vrouw zijn gescheiden. Zij zijn samen eigenaar van een woning. In de echtscheidingsbeschikking is een stappenplan opgenomen voor wat betreft de vraag hoe die woning tussen partijen moet worden verdeeld, het zogenaamde spoorboekje. Volgens de man heeft de vrouw zich daar niet aan gehouden en frustreert de vrouw op dit moment dat de man de woning overneemt. Daarom vordert de man – kort gezegd –
primairdat wordt bepaald dat de vrouw haar medewerking moet verlenen aan overname van de woning door de man, en
subsidiairdat wordt bepaald dat de woning aan een derde moet worden verkocht en dat de vrouw daar haar medewerking aan moet verlenen. De vrouw is het niet eens met de vorderingen van de man, omdat zij vindt dat zij nog een aanvullende termijn moet krijgen om de woning over te nemen. Daarom vordert de vrouw als tegenvordering – kort gezegd – dat de man wordt veroordeeld om zijn medewerking te verlenen aan overname van de woning door de vrouw uiterlijk op 1 mei 2026. De voorzieningenrechter beveelt de vrouw om haar medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan een derde en bepaalt dat dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van die medewerking. De overige (tegen)vorderingen worden afgewezen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 9 januari 2026, met bijlagen 1 tot en met 12;
  • de aanvullende bijlagen 13 tot en met 17 van de man;
  • de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie (tegenvordering), met bijlagen 1 tot en met 4;
  • de mondelinge behandeling op 23 januari 2026.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
De man vordert in conventie om bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. te bepalen dat de vrouw gehouden is haar volledige medewerking te verlenen aan de uitvoering van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 9 april 2025, in die zin dat zij de man onverwijld en onverkort in de gelegenheid stelt om binnen zijn overnametermijn, lopende tot en met 15 januari 2026, te onderzoeken of hij de echtelijke woning gelegen te [adres], kan overnemen;
subsidiair
II. voor het geval de man binnen voormelde overnametermijn niet tot overname van de woning kan overgaan, te bepalen dat de echtelijke woning gelegen te [adres], onverwijld na het verstrijken van die termijn in de verkoop dient te worden gegeven bij een door de voorzieningenrechter aan te wijzen NVM-makelaar uit Capelle aan den IJssel, waarbij de makelaar de vraag- en laatprijs zal vaststellen;
III. de vrouw te bevelen haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop, waaronder begrepen:
 het verstrekken van een verkoopopdracht aan de (door partijen gezamenlijk te kiezen dan wel door de voorzieningenrechter te benoemen) makelaar;
 het verlenen van toegang tot de woning voor bezichtigingen;
 het ondertekenen van alle noodzakelijke verkoop- en leveringsdocumenten;
 het meewerken aan levering bij de notaris;
IV. te bepalen dat dit vonnis, indien de vrouw haar medewerking weigert, in de plaats treedt van haar medewerking ex artikel 3:300 BW Pro;
V. de vrouw te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,- per dag, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, met een maximum van € 50.000.
3.2.
De vrouw vordert in reconventie om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de man te veroordelen om na betekening van dit vonnis, op eerste verzoek en onvoorwaardelijk, alle medewerking en inspanning te verlenen teneinde de vrouw ten volle in staat te stellen de
financiering van de toebedeling van de woning staande en gelegen te [adres] aan haar onder de in de scheidingsbeschikking van 9 april 2025 bepaalde voorwaarden, uiterlijk op 1 mei 2026 te doen bewerkstelligen, waaronder in ieder geval dient te worden begrepen de medewerking aan de totstandkoming alsmede ondertekening en parafering van een notariële akte van verdeling, bij gebreke waarvan dit vonnis voor de medewerking/toestemming van de man in de plaats treedt als had de man die medewerking/toestemming verleend en op verbeurte van een dwangsom van EUR 500 (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat de man na betekening van dit vonnis in gebreke blijft aan de veroordelingen/verplichtingen te voldoen.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

Het spoorboekje
4.1.
In een door de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen beschikking van 9 april 2025 (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl, maar bekend onder zaaknummers C/10/686624 / FA RK 24-7158 en C/10/690655 / FA RK 24-9092) is voor wat betreft de aan partijen gezamenlijk in eigendom toebehorende woning aan het adres [adres] – voor zover van belang – het volgende overwogen:

3.3.11. Partijen zijn het erover eens dat de woning eerst getaxeerd moet worden en hebben verzocht het zogenaamde ‘spoorboekje’ op te nemen in de beschikking. De rechtbank zal gehoor geven aan dit verzoek en het volgende bepalen.
3.3.12.
De woning dient te worden getaxeerd. Wanneer partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de aan te stellen makelaar voor taxatie van de woning, bepaalt de rechtbank dat dit geschiedt op de volgende manier: binnen twee weken na deze beschikking selecteert de vrouw drie makelaarskantoren en stuurt deze selectie naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de makelaar. De makelaar zal de woning taxeren en de vrouw krijgt vervolgens drie maanden de tijd om de financiering van de woning rond te krijgen, zodanig dat de man wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening. De man heeft recht op de helft van de overwaarde (getaxeerde waarde of verkoopprijs minus de hypothecaire geldlening op het moment van levering van de woning minus (verkoop)kosten) van de woning.
3.3.13.
Indien de vrouw binnen de termijn de financiering van de woning niet rond krijgt, zal de woning aan de man worden toebedeeld onder dezelfde voorwaarden. In dat geval heeft de vrouw recht op de helft van de overwaarde van de woning.
3.3.14.
Indien na drie maanden blijkt dat ook de man de woning niet kan financieren, dan moet de woning worden verkocht.”.
Partijen zijn het spoorboekje allebei niet nagekomen
4.2.
De eerste stap van het spoorboekje is de taxatie van de woning. Die taxatie is inmiddels uitgevoerd. Het taxatierapport dateert van 14 juli 2025 (bijlage 2 van de man). Vervolgens had de vrouw drie maanden de tijd om de financiering van de woning rond te krijgen (zie 3.3.12. hiervoor). Die termijn liep dus tot 15 oktober 2025. Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw de financiering van de woning op 15 oktober 2025 niet rond had. Daarom had de man vervolgens drie maanden de tijd om de financiering van de woning rond te krijgen (zie 3.3.13. hiervoor). Die termijn liep dus tot 15 januari 2026. Tussen partijen is niet in geschil dat de man de financiering van de woning op 15 januari 2026 ook niet rond had. De voorzieningenrechter constateert dan ook dat partijen het spoorboekje allebei niet zijn nagekomen. In principe moet de woning daarom nu aan een derde worden verkocht (zie 3.3.14. hiervoor).
De woning moet nu aan een derde worden verkocht
4.3.
De vrouw vordert om haar een extra termijn tot en met 1 mei 2026 te geven om de financiering van de woning rond te krijgen. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat als één van partijen nog een extra termijn krijgt om de financiering van de woning rond te krijgen, hij van mening is dat die extra termijn aan hem moet worden gegeven.
4.4.
De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om één van partijen nog een extra termijn te geven om de financiering van de woning rond te krijgen.
Ten aanzien van de vrouw is de reden daarvoor erin gelegen dat zij er geen blijk van heeft gegeven dat zij zich in de al aan haar gegeven termijn voldoende heeft ingespannen om de financiering van de woning binnen die termijn rond te krijgen. De vrouw heeft dat in deze zaak op geen enkele manier onderbouwd. Integendeel, de man heeft stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat het steeds zijn advocaat is geweest die (de advocaat van) de vrouw naar de stand van zaken heeft gevraagd en heeft gewezen op de nog te nemen stappen. De vrouw stelt zich weliswaar op het standpunt dat de man niet wilde meewerken aan het opstellen van een akte van verdeling en dat het om die reden aan de man is te wijten dat de vrouw de woning niet op tijd heeft kunnen overnemen, maar de voorzieningenrechter constateert dat de correspondentie rondom die conceptakte van verdeling met de man pas dateert van ná het verstrijken van de aan de vrouw verleende termijn. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de vrouw het aan zichzelf te wijten heeft dat zij de aan haar verleende termijn niet heeft gehaald. De vrouw heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die het geven van een extra termijn rechtvaardigen.
Ten aanzien van de man is redengevend dat zijn advocaat tijdens de mondelinge behandeling heeft gezegd dat de man eigenlijk wil dat de woning nu aan een derde wordt verkocht, zodat de verdeling van de woning zo snel mogelijk is afgerond. De voorzieningenrechter begrijpt hier dat de man dus helemaal geen extra termijn wil om de woning te kunnen overnemen. Daarom heeft de man onvoldoende belang bij zijn daartoe strekkende verzoek.
4.5.
Het voorgaande betekent dat vordering I. van de man en de tegenvordering van de vrouw worden afgewezen. De overige vorderingen van de man – die er kort gezegd toe strekken dat de vrouw haar medewerking moet verlenen aan verkoop van de woning aan een derde – worden toegewezen, met uitzondering van het volgende.
Vordering II. wordt afgewezen voor zover die vordering ertoe strekt om te bepalen dat de woning in de verkoop moet worden gegeven. Een vordering om “te bepalen dat” heeft een declaratoir karakter en dat soort vorderingen kan in een kort geding niet worden toegewezen.
Voor het overige wordt vordering II. toegewezen en gecombineerd met vordering III., in die zin dat de vrouw wordt bevolen om haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan een derde, waarbij de makelaar de vraag- en laatprijs zal vaststellen, waaronder begrepen de handelingen die de man in vordering III. heeft beschreven. De voorzieningenrechter stelt de termijn waarbinnen de vrouw haar medewerking aan de verkoop van de woning aan een derde moet geven op één week na betekening van dit vonnis. Verder wijst de voorzieningenrechter [naam] aan als verkopend makelaar. Deze makelaar heeft namelijk ook het taxatierapport van de woning opgesteld en is dus al bekend met de woning. In het geval dat deze makelaar om wat voor reden dan ook niet beschikbaar of bereid blijkt om de woning aan een derde te verkopen, geldt het volgende. In dat geval stuurt de man binnen één week nadien een lijst met drie makelaars uit Capelle aan den IJssel naar de vrouw, waaruit de vrouw vervolgens binnen één week na ontvangst van die lijst een makelaar kiest die de woning aan een derde zal verkopen. In het geval dat de vrouw geen (tijdige) keuze maakt, mag de man uit zijn lijst met drie makelaars zelf een makelaar kiezen die de woning aan een derde zal verkopen.
De in vordering IV. gevorderde indeplaatstreding van dit vonnis wordt toegewezen voor wat betreft de handelingen genoemd in vordering III., bulletpoints 1, 3 en 4 (zie 3.1.). Dit vonnis kan namelijk niet in de plaats treden van de medewerking van de vrouw voor zover die medewerking bestaat uit het verlenen van toegang tot de woning voor bezichtigingen, omdat het daarbij niet gaat om een rechtshandeling (vordering III., bulletpoint 2).
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de in vordering V. gevorderde dwangsom toe te wijzen, zodat er een stok achter de deur is voor de vrouw om daadwerkelijk haar medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning. De gevorderde dwangsom wordt wel slechts toegewezen voor zover de vrouw geen medewerking zou verlenen aan het verlenen van toegang tot de woning voor bezichtigingen (vordering III., bulletpoint 2). Daarbij gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de makelaar de vrouw uiterlijk 48 uur vóór een geplande bezichtiging aan de vrouw mededeelt dat en wanneer een bezichtiging plaatsvindt, zodat de vrouw daar rekening mee kan houden. Voor wat betreft de overige bulletpoints van vordering III. geldt, zoals hiervoor is overwogen, dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking van de vrouw. Er bestaat daarom geen grond om voor wat betreft die handelingen ook een dwangsom op te leggen.
Iedere partij moet de eigen proceskosten betalen
4.6.
Het uitgangspunt in zaken tussen ex-echtgenoten is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. De proceskosten worden dus gecompenseerd.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
De voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen in conventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.
beveelt de vrouw om binnen één week na betekening van dit vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de echtelijke woning aan het adres [adres] aan een derde, waarbij de makelaar de vraag- en laatprijs zal vaststellen, waaronder begrepen:
a) het verstrekken van een verkoopopdracht aan de makelaar [naam];
b) het verlenen van toegang tot de woning voor bezichtigingen;
c) het ondertekenen van alle noodzakelijke verkoop- en leveringsdocumenten;
d) het meewerken aan levering bij de notaris;
5.2.
bepaalt, in het geval dat de vrouw haar medewerking weigert aan de handelingen in 5.1. onder a), c) en/of d), dat dit vonnis in de plaats treedt van haar medewerking;
5.3.
veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat zij in gebreke blijft om aan de handeling in 5.1. onder b) te voldoen, met dien verstande dat de vrouw maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
5.6.
wijst al het andere af;
in reconventie
5.7.
wijst de vordering af;
5.8.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
3349 / 1980