Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat van verzoeker);
- de heer [naam 2] en de heer mr. F.C.P. Teeuw, beiden optredend als gemachtigden voor Manhave City House B.V., gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
2.Het verzoek
1 april 2026 de maandelijkse huurtermijnen van € 1.848,79 uiterlijk op de eerste dag van elke maand betaalt en dat verzoeker vijf maal elke maand vóór de vijftiende van de maand een bedrag van € 2.570,70 extra (bovenop de huur) betaalt ter aflossing van zijn openstaande schuld bij verweerster.
3.Het verweer
4.De beoordeling
de volledige schuld aan verweerster binnen enkele maanden zal zijn voldaan, nu verzoeker wel, zij het te laat, naast de verschuldigde huur van € 1.848,79 over de maanden april en mei 2026 de extra aflossingen van € 2.570,70 heeft kunnen betalen aan verweerster. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
5.De beslissing
18 februari 2026 tot ontruiming van de huurwoning van verzoeker gelegen aan de [straatnaam] , [postcode] te [woonplaats] op, voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;