ECLI:NL:RBROT:2026:8671

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
C/10/703726 / HA ZA 25-613
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:97 BWArt. 6:101 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid schade-expert voor onvoldoende zorg bij sloopwerkzaamheden na brand

Eind 2022 brak er brand uit in de woning van eisers, die Coolen als contra-expert inschakelden voor schadeafwikkeling. Coolen had de zorgplicht om als redelijk handelend en bekwaam schade-expert op te treden, maar faalde in het coördineren van sloopwerkzaamheden, met name door het niet versturen van een cruciale mail aan de aannemer en het niet ingrijpen toen de aannemer zonder overleg begon.

De rechtbank stelt vast dat Coolen hierdoor tekort is geschoten in haar zorgplicht, wat haar aansprakelijkheid voor de schade oplevert. De schade bestaat uit kosten die verband houden met onnodige sloopwerkzaamheden en facturen die voor rekening van eisers kwamen. De rechtbank weegt ook het eigen schuld-verweer van Coolen mee, omdat eisers wisten dat goedkeuring van de verzekeraar ontbrak toen de aannemer begon.

Uiteindelijk wordt een schadevergoeding van € 10.000 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 februari 2025. De vordering voor juridische kosten en incassokosten wordt afgewezen. Coolen wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter Th. Veling en op 15 juli 2026 uitgesproken.

Uitkomst: Coolen wordt aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van € 10.000 schadevergoeding met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/703726 / HA ZA 25-613
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van

1.[eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden te Numansdorp,
de eisende partijen,
hierna afzonderlijk te noemen: ‘[eiser 1]’ en ‘[eiser 2]’,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. U. Arslan,
tegen
COOLEN EXPERTISE,
te 's-Hertogenbosch,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Coolen,
advocaat: mr. C.J. Soekra.

1.Waar gaat deze zaak over?

Eind 2022 is in de woning van [eisers] brand uitgebroken. [eisers] hebben Coolen als contra-expert ingeschakeld in het kader van de schadeafwikkeling. Zij stellen in deze procedure dat Coolen haar zorgplicht jegens hen heeft geschonden en dat zij daardoor schade hebben geleden. [eisers] vorderen Coolen te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 36.181,30. De rechtbank oordeelt dat Coolen schadeplichtig is. De vordering wordt echter maar voor een beperkt deel toegewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 9 juli 2025, met producties 1 t/m 12;
  • de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 8;
  • de akte overlegging producties van [eisers], met producties 13 t/m 18;
  • de aktes overlegging producties van Coolenn, met producties 9 t/m 14;
  • de mondelinge behandeling van 16 juni 2026;
  • de pleitnota van [eisers];
  • de pleitnota van Coolen.
2.2.
Ten slotte is de datum voor het vonnis bepaald.
3. De feiten
3.1.
[eisers] zijn eigenaar van de woning te [adres] (hierna: de woning).
3.2.
[eisers] hebben diverse verzekeringen afgesloten bij ABN AMRO Schadeverzekering N.V. (hierna: ABN AMRO), waaronder een opstalverzekering. Op deze verzekering zijn de voorwaarden 0PS_03_19 (hierna: de verzekeringsvoorwaarden) van toepassing verklaard. In de verzekeringsvoorwaarden is bepaald over de manier waarop de schade na een verzekerd evenement wordt vastgesteld en welke kosten worden vergoed (onderstreping, rechtbank):
"
Wat doen wij als u een schade aan ons doorgeeft?
Als u een schade aan ons doorgeeft, dan stellen wij vast wat er is gebeurd en of de schade gedekt is. En hoe groot uw schade is.U geeft ons de informatie die wij nodig hebben. Is er sprake van een misdrijf? Dan stuurt u ons een bewijs van aangifte bij de politie.Werkt u niet mee aan het vaststellen van de schade of komt u een andere verplichting uit de voorwaarden niet na? Dan mogen wij weigeren om een schade uit te keren.(…)
Hoe bepalen wij of een schade is gedekt?
Om te bepalen of een schade is gedekt gebruiken wij deze voorwaarden, uw polis en de ontvangen informatie. (...)
Welke andere kosten vergoeden wij nog meer als uw schade is gedekt? (...)
Wij vergoeden ook andere kosten. Maar alleen als u met ons overlegt, voordat u ze maakt. En als wij het hiermee eens zijn. Deze andere kosten zijn:(...) kosten voor het af breken van uw woning en het verwijderen van puin, als dat nodig is;"
3.3.
Op 2 december 2022 is in de woning brand uitgebroken. [eisers] hebben dit gemeld bij ABN AMRO en een beroep gedaan op de opstal- en inboedelverzekering.
3.4.
ABN AMRO heeft schade-expert DEKRA Nederland, in de persoon van B. [naam 2] (hierna: [naam 2]), ingeschakeld om de omvang en hoogte van de schade vast te stellen.
3.5.
[eisers] hebben Coolen als contra-expert aangesteld, in de persoon van [naam 1] (hierna: [naam 1]). Coolen is een contra-expertisebureau die gedupeerden van brand, water of storm helpt bij de schadeafwikkeling. Coolen heeft op 5 december 2022 een ‘verslag van uw schade’ naar [eisers] gestuurd. Daarin staat voor zover nu relevant (onderstreping, rechtbank):

Inspanningsverplichting
Wij hebben een inspanningsverplichting naar u. Dat betekent dat wij deze opdracht zo goed mogelijk voor u gaan uitvoeren. Het is goed voor u om te weten dat wij geen resultaatverplichting hebben.Het resultaat van de opdracht hangt namelijk niet alleen af van onze inspanning, maar ook van factoren waar wij geen invloed op hebben. Zoals de informatie die u ons aanlevert of bijvoorbeeld de polisvoorwaarden. Geef ons dus altijd de juiste en volledige informatie en informeer ons over belangrijke zaken. Ook als we daar niet om hebben gevraagd.(…)
Na de eerste fase van het sloop- en stripwerk komen wij op locatie terug om te beoordelen in welke mate dat er nog moet worden gesloopt en kan er een werkomschrijving worden gemaakt voor het herstel.
We hebben het volgende gedaan
Het is u duidelijk uitgelegd wat contra-expertise inhoud, wie wij zijn en wat wij doen. Ook hebben wij [naam 2], expert namens uw verzekeraar, ontvangen. Ter plaatse hebben wij een ronde gemaakt door de woning om een eerste indruk te krijgen van de omvang van de schade. Hierna hebben wij besloten dat er een roetpenetratie onderzoek moet worden gedaan, om te bekijken in welke mate de wanden, plafonds en daken vervuild zijn. Aan de hand daarvan wordt een sloop-/stripbestek gemaakt en zullen wij de nodige prijzen en offertes opvragen bij partijen. Hierdoor krijgen wij inzicht in de kosten voor het slopen en strippen. Bij de rondgang in de woning was ook uw aannemer aanwezig. Dit betreft aannemersbedrijf 3C-Aannemersbedrijf Den Haag. Zij zullen voor het herstel gaan zorgen. Als er duidelijkheid is wat er moet worden gesloopt en gestript, wordt er een werkomschrijving wordt gemaakt voor het herstel. Op basis hiervan kan de aannemer een offerte maken.(…)
Vervolgstap op maat
Eerst moet het onderzoek worden afgerond. Vervolgens neemt ABN AMRO Schadeverzekering N.V. een standpunt in. In de tussentijd schakelen wij Koalab in om een roetpenetratie onderzoek te doen. Aan de hand daarvan wordt een werkomschrijving gemaakt. Dan wordt een prijs aangevraagd en het sloop- stripwerk uitgevoerd. Na de eerste fase van het sloop- en stripwerk komen wij op locatie terug om te beoordelen in welke mate dat er nog moet worden gesloopt en kan er een werkomschrijving worden gemaakt voor het herstel.
Schadeopzet
Wij maken een schadeopzet voor u zodra wij alle stukken van u hebben ontvangen. We starten met de kwantitatieve schade. Dit is de schade zonder de bijbehorende bedragen. Is de expert van de verzekeraar akkoord met de kwantitatieve schade, dan maken we een eerste schade-opzet. Daarin verwerken we ook de bedragen die erbij horen.
Deze schadeopzet bespreken wij vooraf uitgebreid met u. Als we een schadeopzet hebben die voldoet aan uw en onze eisen, gaan we over tot afwikkeling van de schade. We gaan dan in gesprek met de expert van de verzekeraar. Tijdens deze gesprekken onderbouwen en
verdedigen wij onze opzet. Vaak moet hierover worden onderhandeld. Regelmatig vinden er meerdere gesprekken plaats, wordt er om aanvullende onderbouwing gevraagd of moeten wij vragen beantwoorden voordat tot we tot overeenstemming komen. Hierbij maken wij ons uiteraard hard voor uw belangen.
ACTIE: Het is fijn als u goed bereikbaar bent en als we de schade-opzet snel kunnen afstemmen met elkaar.
3.6.
[naam 2] heeft Dolmans Specialistische Reiniging B.V. (hierna: Dolmans) ingeschakeld om de woning te reinigen en licht destructief sloopwerk te verrichten. [naam 3] is de contactpersoon van Dolmans (hierna: [naam 3]).
3.7.
De woning werd in de periode toen de brand uitbrak verbouwd en gerenoveerd door aannemersbedrijf Complete Concept & Construction (hierna: 3C). Dit project bevond zich in de afrondende fase. Omdat 3C de woning al goed kende is zij ingeschakeld om de constructieve sloopwerkzaamheden uit te voeren en zorg te dragen voor het herstel van de woning. [naam 4] is de contactpersoon van 3C (hierna: [naam 4]).
3.8.
In december 2022 en januari 2023 hebben [eiser 1], [naam 2], [naam 1], [naam 4] en [naam 3] regelmatig contact met elkaar gehad. Zij hebben de woning op 3 januari 2023 samen geïnspecteerd.
3.9.
Op donderdag 2 februari 2023 vond in de woning een vervolginspectie plaats. [naam 2] was daarbij niet aanwezig. [eiser 1], [naam 1], [naam 4] en [naam 3] hebben de woning nader geïnspecteerd. Met 3C is besproken welke constructieve sloopwerkzaamheden moesten worden uitgevoerd.
3.10.
Op zaterdag 4 februari 2023 stuurt [eiser 2] een verslag van de bespreking op 2 februari naar [naam 1], [naam 4] en [naam 3]. Zij schrijft in haar e-mail: “
Vandaag heb ik met [eiser 1] de gemaakte afspraken even doorgelopen en wij merkten dat wij verschillende dingen hebben gehoord. Daarom stuur ik deze mail om de klokken gelijk te zetten en om verwarring te voorkomen. Klopt het dat we het volgende hebben afgesproken?
Op maandag 6 februari 2023 reageert [naam 1] op dit verslag. Hij schrijft zijn reactie achter de door [eiser 2] gestelde vragen en opmerkingen.
Op woensdag 8 februari 2023 schrijft [naam 4] een reactie op het verslag van [eiser 2] en de reactie van [naam 1] (onderstreping, rechtbank):
[eiser 2]: [naam 3] heeft maandag en dinsdag nog nodig om zaken op de 1e verdieping en op de zolder af te ronden/schoon te maken.
[naam 1]: Klopt dit is zo aangegeven.
[naam 4]: Het is inmiddels woensdag en er weinig op 1e gedaan werd, verder geen werkzaamheden op de zolder en in de kruip ruimte. Dat geeft geen ruimte voor 3C om met de constructie werkzaamheden te starten. Mijn boodschap voor [naam 3] is dat hij zijn werkzaamheden van boven naar beneden verricht, dat door de feit dat als 3c begint met het slopen van constructie werk worden de 1e verdieping en de zolder moeilijk betreedbaar. De sloop werkzaamheden welke door [naam 3] nog gedaan moeten worden zijn: zolder, vloer en wanden, 1e verdieping, interieur wanden, bg, gevel wanden, kelder, de isolatie.
[eiser 2]: [naam 1] stuurt een mail aan [naam 4] met alle zaken die vervangen moeten worden in de constructie.
[naam 1]: Klopt deze zal ik op korte termijn opstellen en met de betreffende partijen delen, vervolgens hebben jullie nog de gelegenheid om mij aan te vullen waar nodig voordat ik het definitief afstem met de expert namens verzekeraar ([naam 2])
[naam 4]: Alle gevel wanden op de bg en 1e verdieping moeten open worden voor het vernieuwen van installatie werken. Het zelfde hoort voor de knie schotten op 1e. De installatie werken zijn: - elektro, - WTW, - water en riool. Verder door het slopen van de verbrande vloer balken en vloer beplating worden alle interieur wanden op de 1e verdieping verwijderd, behalve de scheiding wand tussen hall / master slaapkamer Het verwijderen van trappen: vlizotrap en de hoofd trap en binnen steigers plaatsen. Het verwijderen van alle installaties: zoals boven genoemd, voor duidelijkheid, alle installaties behalve niet aangebrande kruipruimte riool installaties. (…)
[eiser 2]: [naam 4] levert op basis van de mail een begroting en planning aan voor de sloop en renovatie van de constructie.
[naam 1]: Correct en uiteraard het herstel terug in de staat zoals het was 1 seconden voor de brand, [naam 4] weet als geen ander wat de situatie was op dat moment.
[naam 4]: Het opstellen van opbouw plan ga ik beginnen nadat de sloop en schoonmaak werkzaamheden duidelijk vast gesteld worden. Ik vind dat op dit moment is het te vroeg en te riskant om de begroting voor te bereiden.
3.11.
Op maandag 13 februari 2023 stuurt [naam 4] een mail naar [eisers] waarin staat:

In bijlage de kosten raming voor de sloop werkzaamheden incl de dag werkzaamheden welke op dit moment buiten de begroting staan. Stuur het aub door en misschien ontvangen wij de reactie van [naam 1] voor wij de werkzaamheden gaat starten…. How mij aub op de hoogte”. Nog dezelfde dag start 3-C met de constructieve sloopwerkzaamheden. Dit betreft onder meer het afpellen van de buitenwanden ten behoeve van het verwijderen van de elektra, het verwijderen van de gipsplaten op de schuine wanden op de eerste etage, het verwijderen van een aantal vloerbalken op de eerste etage en het verwijderen van de binnenwanden die zich op deze vloerbalken bevonden.
3.12.
Op dinsdag 14 februari 2023 stuurt 3C aan [eisers] een factuur voor een aanbetaling. Eiser vraagt op woensdag 15 februari 2023 per mail aan [naam 1] of deze factuur betaald kan worden vanuit het voorschot dat eiser heeft ontvangen van ABN AMRO. Een reactie van [naam 1] blijft uit. [eisers] betalen na een betalingsherinnering op 18 februari de factuur vanuit het voorschot en mailen aan [naam 1]: “
Ik heb deze factuur vandaag betaald vanuit het voorschot. Mocht je dit uiteindelijk anders willen, dan moeten we dat even corrigeren.” Ook op die mail reageert [naam 1] niet.
3.13.
Op maandag 20 februari 2023 stuurt [naam 4] een mail naar [eisers] en Coolen (onderstreping, rechtbank):

Vanaf afgelopen maandag zijn wij (3c) bezig met de sloop werkzaamheden. Ik belde vandaag om mogelijke vervolgstappen te bespreken: opbouw van vloer balken, opbouw van bouwkundige vloer en wand. Ik dacht door deze werkzaamheden klaar te hebben kunnen de schoonmakers ingezet worden, anders door gebrek van deels vloeren moeten er steigers geplaatst worden. Morgen gaan wij ook proberen of de beschikbare (bedrijf om de hoek) hoogwerker voldoend bekijkt heeft om de dak inspectie uit te voeren.
Inmiddels, ben ik achter gekomen, dat mijn begroting van 10-02-23 (vrijdag) heeft nooit [naam 1] bereikt. Ik heb deze met [eiser 1] gedeeld (als mijn opdrachtgever), maar [eiser 1] dacht dat [naam 1] in cc stond. Uiteraard, geen reactie op de kosten raming, betaalde eerste factuur bedrag zonder enkele reactie van [naam 1] en zo zijn wij hier…..
In kort, wij zijn nog steeds voleinding bezig met de sloop werkzaamheden, ik wil met jullie over de volgende stap praten, echter misschien zou het handig zijn als jullie spoedig met elkaar in contact komen om eerst de huidige zaken vast te stellen.
De documenten in bijlage:
  • kostenbegroting
  • 1e termijn factuur / inmiddels betaald
3.14.
Op of omstreeks 24 februari 2023 rondt 3C de sloopwerkzaamheden af.
3.15.
[eisers] betalen de vervolgfactuur van 3C van 27 februari 2023 voor de sloopwerkzaamheden ook uit het voorschot. Hierna heeft eiser aan [naam 1] een nieuw voorschot gevraagd. [naam 1] heeft dit verzoek voorgelegd aan [naam 2]. Op 17 maart 2023 bevestigt ABN AMRO dat een nieuw voorschot wordt uitgekeerd.
3.16.
Op of omstreeks 23 juni 2023 wordt duidelijk dat [naam 2] van mening is dat een deel van de door 3-C uitgevoerde sloopwerkzaamheden buiten de door de verzekering gedekte schade valt. Dit betreft het afpellen van de buitenwanden ten behoeve van het verwijderen van de elektra, het verwijderen van de gipsplaten op de schuine wanden op de eerste etage, het verwijderen van een aantal vloerbalken op de eerste etage en het verwijderen van de binnenwanden die zich op deze vloerbalken bevonden.
3.17.
Op 28 juli 2023 bevestigt [naam 1] aan [eisers] dat een deel van de sloopkosten voor hun eigen rekening komt. Hij schrijft: “
Bijgaand treffen jullie 3 documenten die ik gisteren heb besproken met [naam 2]. Dit is waar we de schade op vast kunnen stellen, alle rek is eruit en we hebben hiermee het maximaal haalbare bereikt. Ik ben van mening dat dit de werkelijke schade dekt en zelfs overstijgt. Graag jullie akkoord zodat de formele akte van taxatie opgemaakt kan worden en we deze schade verder kunnen afwikkelen.
Ik zie graag jullie schriftelijke reactie tegemoet.
3.18.
[eisers] maken bezwaar tegen die uitkomst. Zij dienen tegen ABN AMRO een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor in bij deze rechtbank, welk verzoek door de rechtbank is toegewezen. Op 18 januari 2024 en 24 januari 2024 vond het verhoor plaats, waarbij onder meer [eisers], [naam 2], [naam 1] en [naam 4] zijn gehoord.
3.19.
Na het voorlopige getuigenverhoor is door betrokkenen geprobeerd tot een minnelijke oplossing te komen. Dit is gedeeltelijk gelukt. [eisers] hebben met ABN AMRO een schikking getroffen voor een bedrag van € 10.000,00. [eisers] hebben Coolen op 26 januari 2025 aansprakelijk gesteld voor een resterend schadebedrag van € 36.181,30.

4.Het geschil

4.1.
[eisers] vorderen – kort gezegd – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. een verklaring voor recht dat Coolen toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de met [eisers] gesloten overeenkomst van opdracht, dan wel dat Coolen onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld;
II. Coolen te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 36.181,30 met wettelijke rente, en de buitengerechtelijke incassokosten.
met veroordeling van Coolen in de proceskosten;
4.2.
Coolen voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de proceskosten.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

de contractuele verhouding tussen partijen
5.1.
Tussen partijen is een opdrachtovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van die overeenkomst was Coolen verplicht om de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Zij diende te handelen als redelijk handelend en redelijk bekwaam schade-expert. Wat dit concreet inhoudt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Die zorgplicht reikt niet zover dat op Coolen een resultaatsverplichting rustte, in die zin dat zij ervoor zou moeten zorgdragen dat alle kosten gemoeid met sloopwerkzaamheden door de verzekeraar vergoed zouden worden. Voor zover [eisers] dat wel hebben bepleit, wijst de rechtbank dat standpunt af.
schending zorgplicht
5.2.
Cruciaal voor de beoordeling in deze zaak is de bespreking van 2 februari 2023 en het vervolg daarvan. In het door [eiser 2] opgestelde verslag staat dat [naam 1] een mail aan de aannemer zal sturen “
met alle zaken die vervangen moeten worden in de constructie.” [naam 1] heeft op dit verslag gereageerd door te melden dat hij die mail op korte termijn zal opstellen. Vast staat dat hij die mail nooit heeft verstuurd. Wel heeft de aannemer op 8 februari 2023 een opsomming gegeven van de werkzaamheden die volgens hem uitgevoerd zouden moeten worden. Die opsomming is ook gedeeld met [naam 1]. Daarop heeft [naam 1] niet gereageerd.
5.3.
Op 13 februari 2023 is de aannemer aan het werk gegaan. Coolen behoorde dat te weten. Uit het verslag van [eiser 2] en de reactie van [naam 4] daarop, waarop [naam 1] op 8 februari 2023 heeft gereageerd, blijkt dat de aanvang van de sloopwerkzaamheden door 3C aanstaande was en eigenlijk al had moeten beginnen. Ook heeft [eiser 1] de eerste factuur van de aannemer in dit verband al op 15 februari 2023 aan Coolen toegestuurd, waarbij hij een specifieke vraag heeft gesteld over de afwikkeling van die factuur. [eiser 1] heeft op 18 februari 2023 nog een herinnering gestuurd. Op geen van beide mails heeft [naam 1] gereageerd.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat Coolen hiermee niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend schade-expert verwacht mocht worden. Zij is onvoldoende alert geweest op momenten dat dat wel van haar mocht worden verwacht. In de eerste plaats door de beloofde mail met de te verrichten werkzaamheden niet aan de aannemer te sturen. In de tweede plaats door niet in te grijpen toen het Coolen duidelijk had behoren te zijn (in elk geval aan de hand van de door [eiser 1] gestuurde factuur van de aannemer) dat 3C inmiddels – zonder voorafgaand overleg met Coolen – met de werkzaamheden was begonnen. Coolen heeft hiermee onvoldoende vinger aan de pols gehouden. Dit verdraagt zich niet met de coördinerende rol die Coolen voor zichzelf ziet, namelijk het voeren van regie bij het bepalen van de omvang van de uit te voeren werkzaamheden. En het verdraagt zich ook niet met haar eigen – in deze zaak herhaaldelijk benadrukte – opvatting dat het van belang is dat pas wordt gesloopt als er een akkoord is van de verzekeraar, zoals beschreven in de hiervoor onder 3.2. geciteerde tekst uit de verzekeringsvoorwaarden en de onder 3.5. geciteerde tekst uit het ‘verslag van uw schade’.
5.5.
Anders dan Coolen kennelijk meent, mocht zij niet van de mail met de te verrichten werkzaamheden afzien, omdat de door de aannemer uit te voeren werkzaamheden wel duidelijk genoeg waren. Van Coolen mocht verwacht worden dat zij ervoor zou zorgen dat daarover inderdaad geen enkel misverstand bestond. Juist het belang van het voorkomen van discussie achteraf wordt door Coolen zelf in haar contractstukken benadrukt. Door de mail niet te versturen heeft Coolen het risico genomen dat die discussie achteraf toch zou ontstaan, welk risico zich ook heeft gerealiseerd.
5.6.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Coolen verklaard dat [naam 1] de mail met werkzaamheden niet heeft gestuurd, omdat hij in die periode met vakantie was. Toen hij terugkwam, waren de sloopwerkzaamheden volgens Coolen al uitgevoerd. Dit maakt het voorgaande niet anders. Het gaat hier om omstandigheden (afwezigheid wegens vakantie van de betrokken expert) die in de risicosfeer van Coolen liggen. Niet gebleken is dat [naam 1] [eisers] heeft geïnformeerd over zijn afwezigheid. Gelet op de aard van de kwestie (een door brand ernstig beschadigde woning), en ook het belang van een efficiënte voortgang van de schoonmaak- en sloopwerkzaamheden, mocht [naam 1] er niet op vertrouwen dat hij op vakantie kon gaan zonder zijn opdrachtgevers te informeren of te zorgen voor achtervang.
5.7.
Coolen heeft gelet op het voorgaande haar zorgplicht geschonden. Dit moet haar worden toegerekend. Zij is aansprakelijk voor de hierdoor geleden schade.
schade, causaal verband, eigen schuld
5.8.
De totale schade van € 46.181,30 bestaat volgens [eisers] uit drie posten:
Een bedrag van € 20.865,50 houdt verband met de kosten van opbouwwerkzaamheden die bij de schadevaststelling buiten de calculatie zijn gehouden, omdat deze zijn voortgevloeid uit (volgens de verzekeraar: onnodige) sloopwerkzaamheden.
Een bedrag van € 12.801,80 betreft het bedrag van de factuur van de aannemer voor sloopwerkzaamheden die uiteindelijk voor rekening van [eisers] is gekomen.
Een bedrag van € 12.514,00 ten slotte ziet op vergoeding van juridische kosten.
Na vermindering met het schikkingsbedrag van ABN AMRO van € 10.000,00 resteert het gevorderde bedrag van € 36.181,30.
5.9.
Wat betreft de eerste twee posten geldt het volgende.
5.10.
[eisers] hebben de hoogte van de twee bedragen voldoende onderbouwd, mede aan de hand van voorafgaand aan de mondelinge behandeling overgelegde stukken. De rechtbank neemt daarom beide bedragen tot uitgangspunt (totaal € 33.667,30). Op dit bedrag strekt in mindering een bedrag dat kan worden toegerekend aan de verwijdering van een binnenmuur in de hoofdslaapkamer. Vast staat dat die verwijdering niet nodig was vanwege de brandschade, maar verband hield met een wens van [eisers] om hun woning te verbeteren. Om hoeveel geld dit gaat, is niet helemaal duidelijk geworden. Het door Coolen genoemde bedrag (ruim € 3.700,00) is niet juist, omdat dit ziet op meer dan deze ene verwijderde wand. De rechtbank zal naar redelijkheid uitgaan van het bedrag van (afgerond) € 1.300,00 dat in dit verband wordt genoemd in het door [eisers] overgelegde excelbestand. Dit bedrag moet dan vermeerderd worden met de ‘staartkosten’ van 30% en met de BTW, zodat het hier per saldo gaat om € 2.045,00. Op de schade strekt ook in mindering het bedrag van € 10.000,00 dat in het kader van een minnelijke regeling door de verzekeraar is betaald. In totaal gaat het dan bij posten 1 en 2 gezamenlijk om een bedrag van (33.667,30 – 2.045,00 – 10.000,00 =) € 21.622,30.
5.11.
Voor vergoeding komt alleen schade in aanmerking die in causaal verband staat tot de zorgplichtschending. Met andere woorden: er moet een vergelijking gemaakt worden met de situatie zoals die zich feitelijk heeft voorgedaan (kort gezegd: een deel van de sloopkosten is niet vergoed) en de situatie zoals die zich zou hebben voorgedaan als Coolen geen fout zou hebben gemaakt.
5.12.
[eisers] stellen dat hen vanwege de fout van Coolen de mogelijkheid is ontnomen om de verzekeraar ervan te overtuigen om alsnog in te stemmen met de sloopkosten als noodzakelijk gevolg van de brand. Ook hadden zij mogelijk andere keuzes kunnen maken als Coolen correct zou hebben gehandeld. Dan zou immers in een eerder stadium klip en klaar zijn geworden dat de aannemer nog niet aan het werk mocht gaan zolang de verzekeraar niet akkoord was. Coolen heeft in het algemeen betwist dat sprake is van causaal verband tussen het handelen van [naam 1] en de gestelde schade. Zij heeft niet concreet gereageerd op het zojuist weergegeven betoog van [eisers]
5.13.
Mede gelet op het betoog van [eisers], acht de rechtbank op zichzelf de mogelijkheid van schade als gevolg van de fout van Coolen aannemelijk. De schade laat zich echter moeilijk exact begroten, omdat deze afhankelijk is van verschillende hypothetische scenario’s voor de situatie waarin Coolen haar zorgplicht niet zou hebben geschonden. De rechtbank ziet daarin aanleiding de schade te begroten door middel van een schatting (artikel 6:97 BW Pro), waarbij het onder randnummer 5.10. genoemde schadebedrag tot uitgangspunt dient. Daarbij moet ook het beroep van Coolen op eigen schuld van [eisers] worden betrokken. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
5.14.
Coolen wijst er in verband met haar beroep op eigen schuld op dat op grond van de polisvoorwaarden sloopkosten pas voor vergoeding in aanmerking komen als die kosten zijn goed gekeurd. [eisers] wisten of behoorden te weten dat die goedkeuring er nog niet was toen de aannemer aan het werk ging.
5.15.
Dit beroep op eigen schuld slaagt. Van eigen schuld (in de zin van artikel 6:101 BW Pro) is sprake als de benadeelde partij zich anders heeft gedragen dan in redelijkheid van hem mocht worden verwacht. Die situatie doet zich hier voor. Coolen heeft [eisers] er bij het begin van de samenwerking uitdrukkelijk op gewezen goed kennis te nemen van de toepasselijke polisvoorwaarden. Uit die polisvoorwaarden volgt dat sloopkosten alleen worden vergoed als de verzekeraar deze heeft goedgekeurd. [naam 1] heeft in zijn reactie op het gespreksverslag van [eiser 2] van 4 februari 2023 geschreven dat over de door hem toegezegde mail (die hij nooit heeft verstuurd) nog afstemming zou plaatsvinden met [eisers] en de aannemer. De opgave van de te verrichten werkzaamheden zou vervolgens voor akkoord worden voorgelegd aan de expert van de verzekeraar. [eisers] moeten begin februari 2023 hebben geweten dat dit akkoord er nog niet was, want de mail van [naam 1] was er immers ook nog niet. Toch hebben zij de aannemer gelegenheid gegeven aan het werk te gaan. Deze keuze ligt in hun risicosfeer. Hieraan doet niet af dat zij er mogelijk op hebben vertrouwd dat het wel goed zat omdat de aannemer zelf ook al een lijst met werkzaamheden met [eisers] en [naam 1] had gedeeld. Dat doet er immers niet aan af dat zij van [naam 1] nog geen bericht hadden gekregen, terwijl hij dat wel had aangekondigd en daarbij ook had aangekondigd dat na die mail nog afstemming met de verzekeraar moest plaatsvinden.
5.16.
Met inachtneming van wat hiervoor in 5.13 en 5.15 is overwogen, zal de rechtbank de door Coolen te vergoeden schade naar redelijkheid begroten op € 10.000,00. Dit bedrag is toewijsbaar. Hierover is wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro) verschuldigd met als ingangsdatum (zoals gevorderd) 26 februari 2025. Duidelijk is immers dat de schade toen al was geleden. Omdat dit bedrag aan schadevergoeding wordt toegewezen, hebben [eisers] geen belang bij een afzonderlijke verklaring voor recht dat Coolen is tekort geschoten in de nakoming van haar zorgplicht.
5.17.
De vordering inzake de derde post van € 12.514,00 voor juridische kosten is niet toewijsbaar. Uit de omschrijving volgt dat het hier gaat om kosten waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te houden. Die kosten komen daarom niet afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking. Dat geldt ook voor kosten gemaakt in het kader van het voorlopig getuigenverhoor. Ten aanzien van die kosten geldt overigens dat die niet voor rekening van Coolen gebracht kunnen worden, omdat Coolen niet als partij in het voorlopig getuigenverhoor is betrokken.
5.18.
[eisers] vorderen een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat uit de stellingen van [eisers] niet kan worden afgeleid dat meer of andere kosten zijn gemaakt dan waar de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te houden.
5.19.
Slechts een beperkt deel van de vordering wordt toegewezen. In deze procedure wordt echter wel geoordeeld dat Coolen schadeplichtig is. Daarom geldt Coolen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij en moet zij de proceskosten. vergoeden. Deze worden begroot als volgt:
- kosten van de dagvaarding
147,42
- griffierecht
1.374,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.016,42

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
veroordeelt Coolen tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Coolen in de proceskosten van € 3.016,42, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Coolen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
3820/1980