ECLI:NL:RBROT:2026:8674

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
C/10/710100 / HA ZA 25-999
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:38 BWArt. 6:58 BWArt. 6:61 BWArt. 6:119 BWArt. 23 lid 4 Energiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens schuldeisersverzuim bij aanleg elektriciteits- en waterleidingen bungalowpark

Metanoia ontwikkelde een bungalowpark en sloot overeenkomsten met Stedin c.s. voor de aanleg van elektriciteits- en waterleidingen. De aansluitingen van acht woningen werden niet gerealiseerd, waarna Metanoia Stedin c.s. aansprakelijk stelde voor de geleden schade.

De rechtbank oordeelde dat de vertraging en het niet uitvoeren van de aansluitingen het gevolg waren van een afwijking in het tracé van de leidingen, welke afwijking was veroorzaakt door de aannemer van Metanoia. Deze afwijking voldeed niet aan de gestelde voorwaarden en vereiste verlegging van het tracé, waarvoor zakelijke rechten moesten worden gevestigd. Metanoia weigerde de kosten hiervoor te dragen.

Hierdoor was nakoming van de verbintenis verhinderd door een omstandigheid binnen de risicosfeer van Metanoia, wat schuldeisersverzuim opleverde. Dit betekent dat Stedin c.s. niet in verzuim waren en niet aansprakelijk zijn voor de schade. De vorderingen werden daarom afgewezen en Metanoia werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens schuldeisersverzuim en veroordeelt Metanoia in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/710100 / HA ZA 25-999
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
METANOIA RECREATIE B.V.,
te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Metanoia,
advocaat: mr. R.J. Kwaak,
tegen

1..STEDIN B.V.,

te Rotterdam,
2.EVIDES N.V.,
te Rotterdam,
3.DNWG INFRA B.V.,
te Goes,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Stedin c.s. (of afzonderlijk: Stedin, Evides, DNWG),
advocaat: mr. K.M. Kole.

1.De zaak in het kort

Metanoia ontwikkelt een bungalowpark. Zij is met Stedin c.s. overeengekomen dat elektriciteits- en waterleidingen zouden worden aangelegd. Tot de uitvoering van deze werkzaamheden is het niet gekomen. Metanoia houdt Stedin c.s. voor de als gevolg daarvan geleden schade aansprakelijk. De rechtbank wijst de vordering af. De reden voor het achterwege blijven van de werkzaamheden is gelegen in een omstandigheid die voor risico van Metanoia komt. Er is dus sprake van schuldeisersverzuim en daarom zijn Stedin c.s. niet aansprakelijk.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 november 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de e-mail van de rechtbank van 5 maart 2026 met een zittingsagenda;
- de akte houdende eisvermindering en overlegging producties 20 t/m 32 van Metanoia;
- de akte houdende overlegging productie 33 van Metanoia;
- de akte overlegging producties 20 t/m 25 van Stedin c.s.;
- de akte overlegging productie 26 van Stedin c.s.;
- de mondelinge behandeling van 16 april 2026;
- de tijdens de mondelinge behandeling overgelegde tekeningen op A3-formaat;
- de spreekaantekeningen namens beide partijen.
2.2.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden voor schikkingsoverleg. Op de rol van 3 juni 2026 hebben partijen vonnis gevraagd.

3.De feiten

3.1.
Metanoia heeft een vakantiepark in Ossenisse ontwikkeld.
3.2.
Stedin is in het betreffende gebied de netbeheerder op grond van de Energiewet. Evides is voor het betreffende gebied het aangewezen drinkwaterbedrijf op grond van de Drinkwaterwet.
3.3.
DNWG behoort tot het concern van Stedin. Zij houdt zich bezig met de aanleg en het beheer van elektriciteits- en waterleidingnetten.
3.4.
Op 1 november 2021 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen Metanoia als opdrachtgever en (de rechtsvoorganger van) Stedin als aannemer (hierna ook: overeenkomst 1). De overeenkomst strekt tot het plaatsen van een transformatorstation op het terrein van Metanoia en het aanbrengen van een laagspannings- en een middenspanningsverbinding (hierna: LS respectievelijk MS). De MS-verbinding diende te worden gerealiseerd tussen het transformatorstation en een aansluitpunt op het bestaande netwerk van Stedin buiten het terrein van Metanoia. De overeenkomst bevat onder andere de volgende bepalingen:
“- Het uitzetten van het tracé gebeurt zoveel mogelijk in overleg met u. De kabels
en leidingen dienen vanzelfsprekend bereikbaar te blijven en mogen niet bedekt
worden met gesloten verharding. Tijdens de werkzaamheden dient het tracé vrij
te zijn van zowel boven- als ondergrondse obstakels.
- De tracébreedte dient minimaal 150 cm te bedragen. De kabels en leidingen
worden volgens het normaalprofiel van de gemeente Hulst aangelegd.
- Voor zover de leidingen, kabels en bovengrondse bedrijfsmiddelen niet in/op
openbare gronden komen te staan/liggen, zal zakelijk recht gevestigd worden.”
3.5.
Op overeenkomst 1 zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarvan een exoneratieclausule deel uitmaakt.
3.6.
Op 1 november 2021 is ook een overeenkomst tot stand gekomen tussen Metanoia als opdrachtgever en Evides als aannemer tot het aanleggen van een distributienet voor water (hierna ook: overeenkomst 2). De overeenkomst bevat onder andere de volgende bepalingen:
“Het uitzetten van het tracé gebeurt door en voor rekening van de opdrachtgever. De kabels en leidingen dienen vanzelfsprekend bereikbaar te blijven en mogen niet worden bedekt met gesloten verharding.
[…]
De tracébreedte dient minimaal 150 cm te bedragen, uitgaande van de vier voorzieningen (G/W/E/C).”
3.7.
Ook op deze overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing, inclusief een exoneratieclausule.
3.8.
De overeenkomsten zijn namens Stedin en Evides gesloten door DNWG. DNWG heeft de overeengekomen werkzaamheden in onderaanneming voor Stedin en Evides uitgevoerd.
3.9.
Vanaf mei 2023 zijn werkzaamheden op grond van overeenkomsten 1 en 2 uitgevoerd. DNWG heeft de MS-leiding en het waterdistributienet aangelegd in een sleuf die was gegraven door KWS, de aannemer van Metanoia die onder andere de hemelwaterafvoeren heeft aangelegd. In het overleg hierover ter voorbereiding op de werkzaamheden van DNWG heeft KWS op een vraag van DNWG als volgt geantwoord:
“Sleuf is reeds gegraven. Onderkant sleuf valt binnen het voetpad, dit is het tracé.”
3.10.
Het door KWS uitgezette tracé week op sommige punten af van het tracé dat DNWG in 2022 had ingetekend. Dit is zichtbaar gemaakt op onderstaande (indicatieve) tekening (naderhand gemaakt door DNWG): de lijn met rode kruisjes is het tracé zoals het feitelijk door KWS is uitgegraven en waarin DNWG de leidingen heeft gelegd; de lijn zonder kruisjes is het tracé zoals ingetekend op de oorspronkelijke tekeningen.
3.11.
Na het leggen van de leidingen heeft Metanoia een deel van de woningen in het vakantiepark laten bouwen.
3.12.
In februari 2024 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen Metanoia en (DNWG namens) Stedin en Evides ter zake van de aansluiting van een aantal woningen op elektra en water (hierna: overeenkomst 3). Ook op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Stedin respectievelijk Evides van toepassing.
3.13.
Metanoia heeft met de daartoe door DNWG aangewezen (onder)aannemer een afspraak gemaakt voor 27 januari 2025 om te starten met de werkzaamheden ten behoeve van de acht aansluitingen.
3.14.
Op 27 januari 2025 is de (onder)aannemer wel op de bouwplaats verschenen, maar is geen begin gemaakt met de werkzaamheden. Het bleek niet mogelijk om de acht woningen aan te sluiten.
3.15.
Bij mail van 27 januari 2025 heeft Metanoia aan DNWG verzocht “corrigerende maatregelen” te nemen zodat de acht woningen alsnog konden worden aangesloten. De mail bevat ook een ingebrekestelling voor eventuele schade als gevolg van vertraging in de aansluiting.
3.16.
Op 28 januari 2025 heeft Metanoia een aanvraag gedaan voor het verzwaren van de bouwaansluiting op het park zodat daarmee de acht woningen alsnog op tijdelijke basis konden worden aangesloten. Deze verzwaring is gerealiseerd en vervolgens zijn de acht woningen aangesloten en opgeleverd.
3.17.
Bij mail van 28 mei 2025 aan Metanoia heeft DNWG akkoord gevraagd voor het opgraven en verleggen van de MS-leiding en het waterdistributienet, omdat het huidige tracé “onder diverse percelen” ligt. Ook vraagt DNWG toestemming om ten behoeve van het nieuwe tracé zakelijke rechten te vestigen. Volgens de mail komen de kosten voor het opgraven en verleggen van de leidingen voor rekening van Metanoia.
3.18.
Metanoia heeft het gevraagde akkoord niet gegeven. Tussen partijen is discussie ontstaan over de vraag wie de kosten voor een en ander moet dragen.

4.Het geschil

4.1.
Metanoia vordert, na vermindering van eis, samengevat het volgende:
I. hoofdelijke veroordeling van Stedin en Evides tot betaling van € 131.430,55 ter zake van vertragingsschade, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten;
II. veroordeling van Stedin tot betaling van € 62.006,04 ter zake van kosten voor tijdelijke aansluiting;
III. veroordeling van Evides tot betaling van € 30.684,80 ter zake van kosten voor tijdelijke aansluiting;
IV. een verklaring voor recht dat Stedin en Evides zijn tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst en onrechtmatig hebben gehandeld;
alles vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten.
4.2.
Stedin c.s. zijn het niet met de vorderingen eens. Zij menen dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van Metanoia in de proceskosten.

5.De beoordeling

5.1.
Aan haar vorderingen legt Metanoia het volgende betoog ten grondslag. Stedin en Evides zijn op grond van respectievelijk de Energiewet en de Drinkwaterwet verplicht om op verzoek zorg te dragen voor een aansluiting op het door hen beheerde (energie- respectievelijk drinkwater)net. Op grond van overeenkomst 3 waren zij dus verplicht die aansluitingen binnen een redelijke termijn te realiseren. Stedin en Evides hebben die aansluiting niet gerealiseerd. Metanoia heeft daardoor schade geleden. Metanoia heeft kosten moeten maken om een noodaansluiting te realiseren en er is vertraging ontstaan in de oplevering van de betrokken woningen. Deze schade moeten Stedin en Evides vergoeden. Stedin c.s. hebben de vorderingen weersproken.
5.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat DNWG bij het tot stand komen van de overeenkomsten heeft gehandeld namens Stedin en Evides en bij de uitvoering van de werkzaamheden is opgetreden als hun onderaannemer. Tegen die achtergrond heeft Metanoia haar vordering op DNWG ingetrokken.
tekortkoming
5.3.
Ingevolge overeenkomst 3 waren Stedin en Evides verplicht de acht woningen aan te sluiten op elektriciteit en drinkwater. Partijen zijn het er niet over eens binnen welke termijn die aansluiting gerealiseerd had moeten worden. Metanoia meent dat Stedin de aansluiting had moeten realiseren binnen de ‘redelijke termijn’ die is genoemd in artikel 23 lid Pro 4 E-wet. Voor Evides geldt een termijn van dertien weken, omdat zij die zelf heeft genoemd op haar website, zo meent Metanoia. Stedin en Evides betwisten dat die termijnen hier van toepassing zijn.
5.4.
De rechtbank laat dit debat verder in het midden. Als Stedin en Evides gelijk hebben, moet aan de hand van het algemene verbintenissenrecht worden bepaald wanneer zij verplicht waren de overeengekomen werkzaamheden uit te voeren. Een verbintenis is in beginsel direct opeisbaar (artikel 6:38 BW Pro), waarbij geldt dat de schuldeiser (hier: Metanoia) zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid moet gedragen. In dit geval hebben partijen afgesproken dat op 27 januari 2025 – dat wil zeggen ongeveer één jaar na het tot stand komen van de overeenkomst – met de werkzaamheden zou worden begonnen. Metanoia mocht Stedin en Evides hieraan houden. Metanoia mocht dus aanspraak maken op uitvoering van de werkzaamheden ingevolge overeenkomst 3 vanaf genoemde datum. Vast staat dat die werkzaamheden niet zijn uitgevoerd. Stedin en Evides zijn dus tekort gekomen in de nakoming van hun verbintenissen.
schuldeisersverzuim
5.5.
Stedin en Evides hebben zich beroepen op schuldeisersverzuim van Metanoia. Zij hebben dit beroep als volgt onderbouwd.
5.6.
Bij voorbereiding van de beoogde werkzaamheden in februari 2025 constateerde de (onder)aannemer van DNWG dat de voor de aansluitingen benodigde LS-leiding ontbrak. Zonder deze (als ‘hoofdnet’ aangeduide) leiding kunnen de aansluitingen niet worden gerealiseerd. Dat hoofdnet moet om veiligheids- en onderhoudsredenen worden gelegd in het tracé dat ook gebruikt is voor de MS-leiding en het waterdistributienet. Vervolgens heeft DNWG moeten constateren dat bij de uitvoering van de overeenkomsten 1 en 2 het tracé, waarin zich wel de MS-leiding en het waterdistributienet bleken te bevinden maar geen LS-leiding, deels op een andere plek is gelegd dan aanvankelijk geprojecteerd. Het feitelijk aangelegde tracé liep voor een deel (te) dicht langs (geprojecteerde) woningen en liep voor een ander deel onder een woning door. Hiermee werd niet voldaan aan de eisen die Stedin en Evides aan een dergelijk tracé stellen, omdat uit die eisen volgt dat de tracébreedte minimaal 150 cm moet zijn. Bovendien ontbraken de noodzakelijke zakelijke rechten om gebruik te maken van de grond onder de betrokken woning. Dit betekende dat het hoofdnet niet zonder meer alsnog kon worden aangelegd, omdat eerst het tracé verlegd moest worden. Dat tracé is uitgezet en gegraven onder verantwoordelijkheid en voor rekening van Metanoia als opdrachtgever. Daarom behoort Metanoia ook de kosten te dragen voor het verleggen van het tracé. Dat heeft zij tot nu toe geweigerd. Dat de werkzaamheden ingevolge overeenkomst 3 niet uitgevoerd konden worden, is volgens Stedin c.s. dus het gevolg van omstandigheden die voor risico van Metanoia komen.
5.7.
De rechtbank oordeelt hierover als volgt.
5.8.
Op grond van artikel 6:58 BW Pro komt een schuldeiser in verzuim wanneer nakoming van de verbintenis verhinderd wordt doordat hij de noodzakelijke medewerking niet verleent of doordat een ander beletsel van zijn zijde opkomt, tenzij de oorzaak van verhindering hem niet kan worden toegerekend.
5.9.
De rechtbank gaat er vanuit dat het als eerste geconstateerde beletsel voor het uitvoeren van de werkzaamheden ingevolge overeenkomst 3 (het ontbreken van de noodzakelijke LS-leiding) geen beletsel aan de zijde van Metanoia is. Stedin c.s. waren immers onder de overeenkomsten 1 en 2 verplicht om de LS-leiding aan te brengen. Kennelijk is dat niet gebeurd. Gesteld noch gebleken is dat het niet-uitvoeren van dat deel over het overeengekomen werk voor rekening van Metanoia behoort te komen.
5.10.
Dit is echter niet bepalend. Het ontbreken van de LS-leiding doet er namelijk niet aan af dat de ligging van het tracé niet voldeed aan de daartoe door Stedin c.s. gestelde voorwaarden. Dat zou niet anders zijn geweest als de LS-leiding wel direct al, tegelijk met de MS-leiding en het waterdistributienet, in de sleuf zou zijn aangebracht. Daarom is voor het oordeel over eventueel schuldeisersverzuim beslissend voor wiens risico de feitelijke ligging van het tracé komt.
5.11.
Stedin c.s. hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling twee tekeningen uit de voorbereidingsfase van het project (2022) overgelegd. Deze tekeningen geven de loop van het beoogde tracé weer zoals Stedin c.s. dat hebben goedgekeurd. Een deel van een van deze tekeningen is hieronder weergegeven:
5.12.
Stedin c.s. hebben gesteld dat deze tekening is gemaakt (en goedgekeurd) op basis van informatie van de door Metanoia ingeschakelde aannemer (KWS), die belast was met de aanleg van allerhande andersoortig leidingwerk (zoals hemelwaterafvoer). Partijen zijn het erover eens dat het de bedoeling was en ook gebruikelijk is dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van één en dezelfde sleuf voor al het leidingwerk. Hierbij past de reactie van KWS in mei 2023 op de vraag van DNWG om de sleuf uit te zetten, welke reactie is weergegeven in 3.9. Uit die reactie volgt dat KWS de sleuf heeft gegraven (dus feitelijk: het tracé heeft uitgezet) en dat (ook) KWS er vanuit ging dat DNWG de leidingen van Stedin en Evides in diezelfde sleuf zou leggen. Dat is vervolgens ook gebeurd. Een vergelijking van de zojuist weergegeven tekening met die weergegeven in 2.10 maakt duidelijk dat het feitelijke tracé afwijkt van het tracé zoals in de voorbereiding op tekening is gezet.
5.13.
KWS is de aannemer van Metanoia. De keuzes van KWS liggen in de verhouding tussen de partijen in deze procedure in de risicosfeer van Metanoia. Niet gebleken is dat KWS er destijds op heeft gewezen dat het door haar gegraven tracé afweek van het tracé zoals in 2022 door DNWG was goed gekeurd. Als deze afwijking bewust heeft plaatsgevonden, dan had een dergelijke waarschuwing wel voor de hand gelegen, zeker toen DNWG in mei 2023 expliciet een vraag over het tracé stelde. Hieraan doet niet af dat mogelijk bij een eerder werkoverleg een tekening op tafel lag met daarop het tracé zoals dat uiteindelijk is gegraven. Ook dan had van KWS verwacht mogen worden DNWG uitdrukkelijk op die wijzigingen te wijzen. Daarbij moet worden bedacht dat, zoals Stedin c.s. onbetwist hebben gesteld, het onderhavige terrein ten tijde van de totstandkoming van de tekeningen uit 2022 en het graven van het tracé in 2023 nog volledig onbebouwd was. Er waren dus nog geen woningen in aanbouw op basis waarvan DNWG had kunnen zien dat het tracé op sommige trajecten anders liep dan zoals in 2022 geprojecteerd. Gesteld noch gebleken is dat DNWG de afwijkende loop van het tracé op andere wijze kende of redelijkerwijze had behoren te kennen. De rechtbank verwerpt dus de stelling van Metanoia dat Stedin c.s. “bewust” van het oorspronkelijke ontwerp zijn afgeweken.
5.14.
Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de feitelijke loop van het tracé, waarin DNWG de middenspanningsleiding en het waterdistributienet heeft gelegd, een omstandigheid is die in de risicosfeer van Metanoia ligt.
5.15.
Stedin c.s. hebben onbetwist gesteld dat de feitelijke loop van het tracé niet aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet: het tracé bevindt zich te dicht bij (geprojecteerde) woningen (de tracébreedte is dus niet de voorgeschreven 150 cm). Om het tracé te kunnen verleggen is bovendien nodig dat zakelijke rechten worden gevestigd ter plaatse van het nieuwe tracé. Stedin c.s. hebben onbetwist gesteld dat die zakelijke rechten nog niet zijn gevestigd. De rechtbank is van oordeel dat hiermee sprake is van een beletsel om de onder overeenkomst 3 overeengekomen werkzaamheden uit te voeren. Hieraan doet niet af dat DNWG in de afgelopen maanden bereid is gebleken mee te denken over alternatieve en mogelijk minder kostbare oplossingen.
5.16.
Dit alles brengt mee dat het beroep van Stedin c.s. op schuldeisersverzuim van Metanoia slaagt. Het beletsel om de werkzaamheden uit te voeren was destijds aanwezig en is nog steeds aanwezig, omdat Metanoia ten onrechte niet bereid is de kosten voor het verleggen van het tracé voor haar rekening te nemen.
geen schadeplichtigheid in geval van schuldeisersverzuim
5.17.
Schuldeisersverzuim brengt mee dat de schuldenaar niet in verzuim kan zijn (artikel 6:61 BW Pro). Dit betekent dat Stedin en Evides niet schadeplichtig zijn jegens Metanoia. Daarop stuit de vordering in al haar onderdelen af.
ten overvloede
5.18.
Stedin c.s. hebben concreet verweer gevoerd tegen de verschillende schadeposten. Ook hebben Stedin en Evides een beroep gedaan op de exoneratieclausules in hun algemene voorwaarden. Al die geschilpunten zouden (mogelijk) moeten worden beoordeeld als het beroep op schuldeisersverzuim niet zou slagen. Gelet op het hiervoor gegeven oordeel kan die beoordeling achterwege blijven.
proceskosten
5.19.
Metanoia krijgt ongelijk en wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Deze worden begroot als volgt:
  • griffierecht € 6.681,00
  • advocaatsalaris € 5.770,00
  • nakosten
totaal € 12.640,00
De wettelijke rente over de proceskosten is zoals gevorderd toewijsbaar.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen af;
6.2.
veroordeelt Metanoia in de proceskosten van € 12.640,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 15 dagen na datum van dit vonnis en met € 98,00 plus de kosten van betekening als Metanoia niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
1980/3669