Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met niet-genummerde producties;
- de brief van mr. Jansen van 4 november 2025, met producties 32 tot en met 54, met het verzoek de zaak op te brengen en een nieuwe mondelinge behandeling te bevelen;
- het bericht van de rechtbank van 12 december 2025 waarbij een nieuwe mondelinge behandeling is bevolen;
3.De feiten
1. Bij ontbinding van het huwelijk door echtscheiding en bij scheiding van tafel en
indien partijen over de vaststelling van de vraag- of laatprijs of over enige andere
beide partijen zullen meewerken aan elke rechtshandeling die nodig is om tot verkoop en levering van de woning te komen, zoals het tekenen van de overeenkomst van opdracht met de verkoopmakelaar, de koopovereenkomst en de akte van levering;
beide partijen zullen meewerken aan alle feitelijke handelingen die nodig zijn om te komen tot verkoop van de woning, zoals het openstellen van de woning voor het maken van foto’s door de verkoopmakelaar en voor bezichtigingen;
de hypotheekschuld zal worden afgelost uit het saldo van de spaarpolis en de verkoopopbrengst van de woning;
alle schulden waarvoor beslag op de woning is gelegd zullen worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning;
de lasten in verband met de woning na de datum van deze zitting en de achterstand in de betaling van die lasten, voor zover niet onder schulden in deze overeenkomst genoemd, zullen uit de verkoopopbrengst van de woning worden betaald. [de vrouw] zal zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen twee weken een overzicht van de lopende lasten aan [de man] geven;
de kosten in verband met de verkoop en de levering van de woning, waaronder de kosten van de makelaar en eventuele verkoopkosten, zullen eveneens worden betaald uit de verkoopopbrengst;
het resterende deel van de verkoopopbrengst zal aan de notaris in depot worden gegeven.
de schuld aan Eneco in verband met de woning;
de schuld aan MijnDomein;
de schuld aan CZ;
de schulden aan Heineken;
de schuld aan Vodafone;
de schuld aan de gemeente Rotterdam wegens terugvordering bbz-uitkering.
de schuld aan Aksa Media met betrekking tot [bedrijf 3] ;
de schuld aan Vattenfall met betrekking tot [bedrijf 3] ;
de schuld aan Ministry of Beauty met betrekking tot [bedrijf 3] ;
de schuld aan Marco Warmte;
de schuld aan Pascal Service;
de schuld aan Bol.com in verband met de zwembadpomp;
de hypotheekachterstand op 14 juli 2022;
de schuld aan Armeare met betrekking tot [bedrijf 3] ;
de schuld aan Hallostroom in verband met de woning;
de schuld aan NLE in verband met de woning;
de schuld aan de [school dochter van de vrouw] ;
de vaste lasten in verband met de woning, niet zijnde lasten die elders in deze overeenkomst als schuld worden genoemd;
de schulden aan de belastingdienst die staan vermeld op het door [de vrouw] bij haar conclusie van antwoord in het geding gebrachte overzicht;
de schuld die wordt geïncasseerd door Intrum, niet zijnde de schuld aan Vattenfall;
de schuld aan de dierenarts Bernisse;
de schuld aan Van Gemert ;
de schuld aan [dochter van de vrouw] in verband met geld dat van haar spaarrekening is gehaald om schulden voor gas, water en licht en schulden in verband met de auto te betalen, niet zijnde de elders in deze overeenkomst genoemde schulden aan Eneco, NLE en Hallostroom;
de schuld aan [dochter van de vrouw] met betrekking tot haar salaris over de maanden april t/m juli 2022.
Partijen zullen geen nieuwe schulden en vorderingen in de afrekening betrekken, anders dan de in deze overeenkomst genoemde schulden en vorderingen.
Over de inboedel spreken partijen af dat [de vrouw] deze mag houden en dat zij daarvoor € 2.500,- aan [de man] verschuldigd is. Dit bedrag zal door [de vrouw] uit haar deel van het depot worden betaald zodra dat depot tot uitkering komt.
Over de bankrekeningen spreken partijen af dat ieder de bankrekeningen houdt die hij heeft en dat partijen elkaar daarvoor niks verschuldigd zijn.
Over de beide BV’s spreken partijen af dat [de vrouw] ervoor zal zorgen dat deze worden geliquideerd via de procedure van de zogenaamde turbo-liquidatie.
Over de BMW 535d spreken partijen af dat [de man] te dier zake geen vordering heeft op [de vrouw] .
Na de volledige uitvoering van deze overeenkomst zal de afrekening tussen partijen zoals vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden volledig zijn afgewikkeld.
Deze overeenkomst is niet vatbaar voor ontbinding wegens niet-nakoming.
De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol. Ieder van partijen kan, indien er een geschil is over de uitvoering van deze regeling, verzoeken dat de zaak weer op de gewone rol wordt geplaatst. Die partij moet daarbij aangeven wat de stand van zaken tussen partijen is, over welke kwestie de rechtbank zich nog moet uitlaten, en wat die partij voorstelt voor het verdere verloop van de procedure.”
4.Het geschil in conventie en in reconventie
5.De beoordeling in conventie en reconventie
mr. Prinsen voor de zitting. De rechtbank laat de tweede brief van mr. Prinsen van 24 april 2026, met aanvullende producties, buiten beschouwing. Mr. Jansen maakt bezwaar tegen deze brief en de daarbij gevoegde producties omdat zij onvoldoende tijd heeft gehad om de brief en de producties te bestuderen. De rechtbank acht dit bezwaar terecht.
“alle schulden waarvoor beslag op de woning is gelegd zullen worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning.”
e schuld aan de gemeente Rotterdam
“Er is in totaal een bedrag van € 3.379,45 betaald aan ons kantoor”.Volgens [de vrouw] moet [de man] de helft van dat bedrag aan haar vergoeden.
14 juli 2022 heeft verricht. Echter, tot en met de zitting van 22 april 2025, dus tot en met het tekenen van de vaststellingsovereenkomst, heeft [de vrouw] haar regresvorderingen op [de man] beperkt tot de helft van de bedragen die zij ná 14 juli 2022 heeft afgelost. Bij conclusie van eis in reconventie vorderde [de vrouw] de helft van € 19.190,78 van [de man] , op de grond dat zij na 14 juli 2022 dat bedrag (€ 19.190,78) had afgelost. Voorafgaand aan de zitting op 22 april 2025 heeft [de vrouw] een nieuw overzicht overgelegd van de door haar na 14 juli 2022 verrichte betalingen. Volgens dat overzicht heeft [de vrouw] na 14 juli 2022 € 23.319,- afgelost. Onderaan dat overzicht staat: “€ 23319 dit is allemaal door mij reeds betaald sinds 14-7-2022 en zou [de man] ook voor de helft hebben moeten betalen. € 11659,50 wi1 ik dan ook bij deze vorderen op meneer [de man] ”. De rechtbank leidt hieruit af dat het, zoals [de man] stelt, bij de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst inderdaad de bedoeling van partijen was dat [de vrouw] alleen regres op [de man] heeft voor betalingen die zij na 14 juli 2022 heeft gedaan. [de vrouw] moet dus betalingsbewijzen aanleveren waaruit blijkt dat betaling na 14 juli 2022 heeft plaatsgevonden. Zonder dergelijke bewijzen is [de man] op grond van de vaststellingsovereenkomst niet gehouden tot betaling.
14 juli 2022 en dat hij de helft van dat bedrag aan [de vrouw] moet vergoeden. [de man] betwist echter dat [de vrouw] de rest van deze schuld na 14 juli 2022 heeft betaald, en betwist daarom dat [de vrouw] een vergoedingsrecht heeft in verband met de rest van de schuld. De rechtbank volgt [de man] op dit punt. Gelet op hetgeen is overwogen in 5.24, heeft [de vrouw] uitsluitend een vordering op [de man] indien zij betalingsbewijzen overlegt waaruit blijkt dat betaling na 14 juli 2022 heeft plaatsgevonden. Dat heeft zij voor wat betreft het bedrag boven € 692,45 niet gedaan. De rechtbank wijst deze vordering daarom af voor wat betreft het bedrag boven € 692,45. [de man] moet (€ 692,45 : 2 =) € 346,23 aan [de vrouw] vergoeden.
€ 550,- op een schuld aan CZ. [de vrouw] voert aan dat dit een nieuwe vordering is van [de man] , die niet in de afrekening betrokken moeten worden.