Verzoeker, eigenaar van een appartement in Rotterdam, ervaart sinds de oplevering in 2022 geluidoverlast van een PowerNEST-installatie op het dak van het appartementencomplex. Vanwege deze hinder woont verzoeker noodgedwongen elders en heeft dubbele woonlasten. Hij verzocht het college handhavend op te treden tegen de installatie, maar dit verzoek werd afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de voorziening, omdat hij graag in zijn woning wil wonen en duidelijkheid wenst over de geluidsnormoverschrijding. De toepasselijke norm is de 30 dB norm uit artikel 4.108 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), die vergelijkbaar is met artikel 3.9 van het Bouwbesluit 2012.
Hoewel de PowerNEST-installatie niet expliciet in artikel 4.108 Bbl wordt genoemd, wordt deze als vergelijkbaar beschouwd met een mechanische voorziening voor warmteterugwinning, waarvoor de norm geldt. Het geluidrapport van april 2025 toont aan dat de norm niet wordt overschreden bij windsnelheden tot 14 m/s, en verzoeker heeft onvoldoende eigen bewijs geleverd om dit te betwisten.
Daarom is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van een overtreding van artikel 4.108 Bbl. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.