Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 december 2025, met producties 1 tot en met 10,
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie van 4 februari 2026, met producties A tot en met C,
- de oproepingsbrieven van 24 februari 2026,
- de akte niet dienen die op 18 maart 2026 is verleend aan de vrouw, vanwege het niet indienen van een antwoord in reconventie,
- de zittingsagenda van 19 mei 2026,
- de twee aanvullende producties van de man van 12 juni 2026.
2.De beoordeling in conventie en in reconventie
primair:
- het huurrecht van de gezamenlijke huurwoning van partijen aan de vrouw toekent en de man beveelt de woning te verlaten binnen twee weken na betekening van het vonnis;
- de man veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.501,62;
- de man veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.923,55;
3.De beslissing
woensdag 15 juli 2026om
10:00 uur,