ECLI:NL:RBROT:2026:8781

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
10/249497-25, 10/218913-25, 10/275861-25 (op zitting gevoegd)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i SrArt. 77m Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minderjarige voor diefstal met geweld, heling en bedreiging

De rechtbank Rotterdam heeft op 17 juli 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een 15-jarige verdachte die werd verdacht van vier feiten: openlijk geweld, diefstal met geweld, straatroof of heling van een fatbike, en bedreiging.

De verdachte werd vrijgesproken van openlijk geweld en medeplegen van straatroof, omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij een wezenlijke bijdrage had geleverd aan deze feiten. Wel werd hij veroordeeld voor diefstal met geweld, heling van de fatbike en bedreiging via Snapchat. De rechtbank oordeelde dat de verdachte actief geweld had gebruikt bij de diefstal en bewust de gestolen fatbike had geaccepteerd. Ook de bedreiging aan een 14-jarig slachtoffer werd bewezen verklaard.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 51 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 40 uur. De bijzondere voorwaarden van de Raad voor de Kinderbescherming werden aan de voorwaardelijke straf verbonden. De benadeelde partij kon geen schadevergoeding vorderen in deze strafzaak, omdat de verdachte werd vrijgesproken van de straatroof.

De uitspraak benadrukt het belang van gedragsbeïnvloeding en begeleiding bij minderjarige verdachten, met aandacht voor persoonlijke omstandigheden en recidiverisico. De verdachte wordt begeleid door jeugdbescherming en staat op een wachtlijst voor behandeling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot deels voorwaardelijke jeugddetentie van 51 dagen en een werkstraf van 40 uur voor diefstal met geweld, heling en bedreiging, vrijgesproken van openlijk geweld en medeplegen straatroof.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd
Parketnummer: 10/249497-25, 10/218913-25, 10/275861-25 (op zitting gevoegd)
Datum uitspraak: 17 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. G. Özveren, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 3 juli 2026.

2.Tenlastelegging

De verdachte staat terecht op verdenking van vier strafbare feiten. Kort gezegd gaat het om het volgende:
  • feit 1: openlijk geweld op 27 oktober 2024,
  • feit 2: diefstal met geweld op 4 augustus 2025,
  • feit 3: straatroof of heling van een fatbike op 21 september 2025,
  • feit 4: bedreiging in de periode van 5 januari 2026 tot en met 14 januari 2026.
De volledige tekst van de beschuldiging is opgenomen in
bijlage 1bij dit vonnis.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:
  • vrijspraak van feit 1 en feit 3 (primair);
  • bewezenverklaring van de feiten 2, 3 (subsidiair) en 4;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 51 dagen met aftrek
  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • veroordeling van de verdachte tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie;
  • opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

4.Waardering van het bewijs

De rechtbank bespreekt hierna het bewijs ten aanzien van de verschillende feiten. [1]
4.1.
Feit 1
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit feit niet bewezen kan worden. Voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging is vereist dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Dat kan hier niet worden vastgesteld.
Uit het dossier volgt niet meer dan dat de verdachte aanwezig was bij de vechtpartij waarbij het slachtoffer door meerdere andere verdachten is geduwd, getrapt en geslagen. Niet is gebleken dat de verdachte zelf geweldshandelingen tegen het slachtoffer heeft verricht. Hoewel de verdachte zich voorafgaand aan de geweldpleging dichtbij het slachtoffer bevond, heeft hij een stap achteruit gedaan op het moment dat de drie medeverdachten geweld richting het slachtoffer gebruikten. Het enkele aanwezig zijn in de directe nabijheid van de groep en het achter de medeverdachten aan lopen, is onvoldoende om te kunnen spreken van een voldoende significante of wezenlijke bijdrage. De verdachte wordt dus vrijgesproken van dit feit.
4.2.
Feit 2
Dit feit is door de verdachte bekend en wordt bewezen verklaard. De verdachte heeft samen met anderen slachtoffer [slachtoffer 2] beroofd van zijn schoenen en een tas. Daarbij is het slachtoffer geschopt en geslagen, ook door de verdachte.
4.3.
Feit 3
De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verdachte wordt vrijgesproken van de straatroof en dat hij wordt veroordeeld voor heling. De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de verdenking van zowel de straatroof als de heling.
De rechtbank stelt vast dat er op 21 september 2025, omstreeks 16:00 uur, in Capelle aan den IJssel een straatroof heeft plaatsgevonden waarbij het 14-jarige slachtoffer, [slachtoffer 1] , onder bedreiging van een vuurwapen en met geweld van zijn fatbike is beroofd. Dat is ook niet in geschil. Het is de vraag wat de rol van de verdachte hierbij is geweest.
Uit het dossier volgt dat de verdachte (toen 15 jaar) omstreeks 15:40 uur samen met de 11-jarige medeverdachte [medeverdachte 1] vanaf metrostation Alexandrium richting metrostation Schollevaar liep. Bij Schollevaar zijn zij vervolgens samengekomen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (beiden 15 jaar). Kort daarna heeft ook het slachtoffer zich bij de groep gevoegd. De groep is vervolgens gezamenlijk richting de McDonalds aan de Hoofdweg gelopen. Omstreeks 16:00 uur vond onder de fietstunnel bij het Wisselspoor de beroving plaats. Verdachte [medeverdachte 3] heeft op enig moment een geladen vuurwapen uit zijn broeksband gehaald en dit op het hoofd van het slachtoffer gericht. Daarbij heeft hij meermaals geroepen: “Ga van je kankerfatbike af!”. Daarnaast heeft één van de andere medeverdachten het slachtoffer meerdere malen in het gezicht geslagen. Hierop is het slachtoffer van zijn fatbike afgestapt. De verdachte [medeverdachte 3] is vervolgens op de fatbike gaan zitten en de verdachte is bij hem achterop gesprongen waarna zij samen zijn weggereden. Zij zijn vervolgens gereden naar de McDonalds aan de Hoofdweg in Capelle aan den IJsel. Daar heeft de politie de medeverdachte [medeverdachte 3] neergeschoten, waarna [medeverdachte 3] is komen te overlijden. De politie heeft daar ook de verdachte aangehouden.
De rechtbank stelt vast er geen bewijsmiddelen zijn waaruit blijkt dat de verdachte op de hoogte was van het voornemen om het slachtoffer te beroven. Evenmin is gebleken dat de verdachte een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd bij de uitvoering hiervan. Hoewel de verdachte aanwezig was tijdens de beroving, heeft hij zelf geen geweld gebruikt. Hij is niet degene geweest die het vuurwapen op het slachtoffer heeft gericht en hij heeft het slachtoffer ook niet geslagen. Ook heeft hij de fatbike niet afgepakt. De rechtbank hecht bij deze vaststellingen over de rol van de verdachte veel belang aan de verklaring van het slachtoffer. Uit die verklaring blijkt dat het slachtoffer de verdachte kende en hij beschrijft vervolgens dat andere jongens uit de groep de geweld gebruikten en de fatbike wegnamen. Het slachtoffer benoemt, ook als de politie hem daarnaar vraagt, geen handelingen van de verdachte die hebben bijgedragen aan de diefstal met geweld. De enkele aanwezigheid van de verdachte bij de beroving is onvoldoende om van een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het delict te kunnen spreken. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het medeplegen van de diefstal met geweld.
De rechtbank acht wel bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetheling van de fatbike. Op het moment dat de verdachte achterop de fatbike sprong, had hij gezien dat deze kort daarvoor onder bedreiging van een vuurwapen en met gebruik van geweld was weggenomen. De fatbike werd bestuurd door medeverdachte [medeverdachte 3] , die tijdens de beroving het vuurwapen tegen het hoofd van het slachtoffer had gezet. Onder deze omstandigheden was het voor de verdachte evident duidelijk dat de fatbike van misdrijf afkomstig was.
Het verweer van de verdediging dat de verdachte achterop de fatbike is gesprongen om weg te komen uit een mogelijk dreigende situatie die uit zou gaan van het slachtoffer en dat daarom vrijspraak moet volgen, volgt de rechtbank niet. [2] Allereerst is niet gebleken dat sprake was van een dergelijke situatie. Indien er al sprake was van een dreigende situatie, had de verdachte zich daaraan op een andere wijze kunnen onttrekken, bijvoorbeeld door weg te lopen. De verdachte heeft er desondanks voor gekozen om op de gestolen fatbike mee te (blijven) rijden. Zo is hij er niet afgestapt en is hij meegereden tot bij de McDonalds. Uit niets is gebleken dat de verdachte zich voorafgaand aan zijn aanhouding door de politie bij de McDonalds heeft gedistantieerd van de fatbike.
Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de rechtbank voldoende bewijs voor het medeplegen van opzetheling.
4.4.
Feit 4
Dit feit is door de verdachte bekend en wordt bewezen verklaard. Hij heeft aangeefster, met wie hij destijds vriendschappelijk omging, bedreigd. Dat aangeefster lelijke dingen zou hebben gezegd over de moeder van de verdachte, is daarvoor geen excuus.
4.5.
Bewezenverklaring
Het is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 2, 3 subsidiair en 4 heeft begaan op die wijze dat:
Feit 2:
hij op 4 augustus 2025 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,een paar schoenen en een tas
, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan
[slachtoffer 2]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld
en/of gevolgdvan geweld
en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aanhet misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene teverzekeren,door
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen en
- meermalen tegen het hoofd en lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen.
Feit 3 subsidiair:
hij op
of omstreeks21 september 2025 te Capelle aan den IJssel,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,
een fatbike
, althans een goed,heeft verworven, voorhanden heeft gehad
, en/of heeft overgedragen,terwijl hij en zijn mededader
(s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist
(en
), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dathet een door misdrijf verkregen goed betrof.
Feit 4:hij in
of omstreeksde periode van 5 januari 2026 tot en met 14 januari 2026 te
Capelle aan den IJssel
, in elk geval in Nederland,[slachtoffer 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 3] via Snapchat (indirect) de dreigende woorden toe te voegen: " [slachtoffer 3] gaat
kapot geslagen worden
, mss nog een juicing erop" en/of "Maak nu kk gg met [slachtoffer 3] ,
kga je vrouwtje dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of
strekking.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
Feit 2
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 3 subsidiair
medeplegen van opzetheling;
Feit 4
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feit, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De destijds 15-jarige verdachte heeft zich binnen een periode van ongeveer een half jaar schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten.
Op 4 augustus 2025 is het zestienjarige slachtoffer [slachtoffer 2] door een groep van vier jongens belaagd, waarbij hij meermaals is geduwd, getrapt en geslagen. De verdachte maakte deel uit van deze groep. Vervolgens zijn zijn schoenen en tas weggenomen. Een dergelijke beroving vormt niet alleen een inbreuk op het eigendomsrecht, maar ook op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dat het geweld in vereniging is gepleegd maakt het feit extra ingrijpend, omdat het slachtoffer zich hierdoor in een zeer bedreigende situatie bevond. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij een actieve rol heeft gehad in het geweld door het slachtoffer te trappen en de geweldshandelingen te filmen.
Daarnaast heeft de verdachte zich op 21 september 2025 schuldig gemaakt aan heling. De verdachte is achterop een fatbike gesprongen, nadat hij had gezien dat deze kort daarvoor onder bedreiging van een vuurwapen en met geweld was weggenomen. De verdachte heeft hiermee opnieuw laten zien geen respect te hebben voor anderen en hun eigendommen.
Tot slot heeft de verdachte in januari 2026 via Snapchat dreigende berichten gestuurd aan een veertienjarig slachtoffer. Hiermee heeft hij gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer veroorzaakt.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming(hierna: de Raad) heeft een rapportage over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 juni 2026. Daaruit blijkt het volgende.
Het algemeen recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De grootste risicofactoren worden
gezien op de domeinen drugsgebruik, geestelijke gezondheid, agressie en vaardigheden. De
verdachte lijkt het lastig te vinden om uit de buurt te blijven van probleemsituaties en mist
de vaardigheden om in te schatten welke leeftijdsgenoten goed zijn voor hem. Hier lijkt het
delictgedrag mede door verklaard te worden. De belangrijkste beschermende factor is
school.
Gelet op de ernst van de verdenking adviseert de Raad om de verdachte een werkstraf op te
leggen. Daarnaast wordt een deels voorwaardelijke jeugddetentie geadviseerd die de duur
van het voorarrest niet overschrijdt. Het is van belang dat de verdachte naar school blijft
gaan en zijn diploma behaalt zonder onderbreking. De voorwaardelijke straf dient tevens als
stok achter de deur. Gelet op de samenloop van de risicofactoren en het risico op herhaling
acht de Raad de inzet van de jeugdreclasseringsmaatregel met bijzondere voorwaarden
passend met de maximale proeftijd van twee jaar.
[persoon A] van de jeugdreclasseringheeft ter terechtzitting toegelicht dat de verdachte zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis aan de gestelde voorwaarden en afspraken heeft gehouden. De verdachte is aangemeld voor behandeling bij de Waag en staat momenteel hiervoor op de wachtlijst.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (15 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen, om zo de kans op nieuwe strafbare feiten te verminderen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.
Ook rekening houdend met deze doelstellingen rechtvaardigt de ernst van de feiten een jeugddetentie. Die legt de rechtbank daarom op. Net als de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze straf moet bestaan uit een onvoorwaardelijk deel – van een duur gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht – en een voorwaardelijk deel. Een nieuwe onvoorwaardelijke detentie is niet in het belang van de verdere ontwikkeling van de verdachte. Wel wil de rechtbank dat de verdachte behandeling en begeleiding krijgt. Om zijn medewerking daaraan af te dwingen wordt ook voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd. Aan dit voorwaardelijk deel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden die door de Raad zijn geadviseerd. Deze voorwaarden zijn erop gericht de persoonlijke ontwikkeling van de verdachte positief te beïnvloeden en het risico op herhaling te beperken.
Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een werkstraf op. De rechtbank doet dit omdat zij de jeugddetentie alleen niet voldoende vindt.

8.Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij, [slachtoffer 1] , vordert ter zake van feit 3 een bedrag van € 6.000,- wegens immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de pleegdatum. Op zitting is besproken dat de gevorderde schadevergoeding ziet op de diefstal met geweld (feit 3 primair) en niet op de heling (feit 3 subsidiair). De gevorderde schade bestaat immers uit het leed dat de diefstal met geweld, in het bijzonder de bedreiging met het vuurwapen, heeft veroorzaakt. Omdat de verdachte voor de diefstal met geweld wordt vrijgesproken, kan de benadeelde partij deze schade niet vorderen in dit strafproces. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 285, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
Strafbare feiten
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 3 primair heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2, 3 subsidiair en 4, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Jeugddetentie
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 51 (eenenvijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie,
30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
i. tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach van E25 of een soortgelijke instantie;
zal meewerken aan diagnostiek en behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden gelden:
  • de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
  • de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
Werkstraf
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
40 uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;
Opheffing voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
Beslissing inzake schadevergoedingsvordering
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mr. R. van den Wildenberg en mr. A. Wolthuis, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2026.
De griffier en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Leeswijzer
De tenlastelegging is neergelegd in drie dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld:
Doorlopend genummerd feit
Oorspronkelijke nummers van dagvaardingen
1
Feit 1 van parketnummer 10/218913-25
2
Feit 1 van parketnummer 10/275861-25
3 primair
Feit 1 primair van parketnummer 10/249497-25
3 subsidiair
Feit 1 subsidiair van parketnummer 10/249497-25
4
Feit 2 van parketnummer 10/249497-25

Op de terechtzitting is de tenlastelegging van feit 3 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. Dit is verwerkt in de hierna volgende tekst.

Tekst tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Feit 1
hij op 27 oktober 2024 te Rotterdam, openlijk, te weten bij Metrostation
Capelsebrug,
in elk geval openlijk, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer
personen, te weten [slachtoffer 4] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- het trappen tegen het hoofd en/of de zij en/of het lichaam van die [slachtoffer 4]
- het (met vuisten) slaan tegen het hoofd en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 4]
- het duwen en/of naar de grond trekken van die [slachtoffer 4]
Feit 2
hij op 4 augustus 2025 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een paar schoenen en een tas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen en
- meermalen tegen het hoofd en lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen;
Feit 3
primairhij op 21 september 2025 te Capelle aan den IJssel
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval
aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door te laden
en tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te zetten, althans dat vuurwapen, althans dat op een
vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen aan die [slachtoffer 1] , en
- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Ga van je kanker fatbike af", en
- meermalen die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht te slaan;
subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 september 2025 te Capelle aan den IJssel,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fatbike, althans een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Feit 4hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2026 tot en met 14 januari 2026 te
Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland,
[slachtoffer 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 3] via Snapchat (indirect) de dreigende woorden toe te voegen: " [slachtoffer 3] gaat
kapot geslagen worden, mss nog een juicing erop" en/of "Maak nu kk gg met [slachtoffer 3] ,
kga je vrouwtje dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of
strekking.

Voetnoten

1.De voor de bewezenverklaring gehanteerde bewijsmiddelen zijn verwerkt in bijlage II (feit 3, subsidiair) en bijlage III (feit 2 en 4).
2.Nu dit verweer is gevoerd in het kader van de vraag of de heling bewezen kan worden, bespreekt de rechtbank dit hier. Als het verweer geplaatst zou worden in de sleutel van de strafbaarheid van het feit of van de verdachte zou dit niet leiden tot een andere uitkomst van deze strafzaak.