ECLI:NL:RBROT:2026:8795

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
12018937 RR FORM 25-148
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:96 BWArt. 7:760 lid 2 BWArt. 15 BesluitArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende schadevergoeding wegens niet verwijderen muurtje bij keukeninstallatie

Eiser gaf gedaagde opdracht om een keuken te installeren en daarbij een muurtje te verwijderen. Gedaagde verwijderde het muurtje niet en paste de keuken aan. Eiser vordert schadevergoeding om het muurtje alsnog te laten verwijderen en de keuken conform tekening te plaatsen.

De rechter stelde in een tussenvonnis vast dat partijen hadden afgesproken dat het muurtje verwijderd zou worden. Gedaagde moest bewijzen dat zij tijdig had gewaarschuwd dat zij het muurtje niet kon verwijderen, maar slaagde hier niet in. Nieuwe argumenten van gedaagde konden het eerdere oordeel niet wijzigen.

De rechter oordeelde dat gedaagde vervangende schadevergoeding moet betalen omdat zij niet tijdig waarschuwde en de keuken niet conform afspraak plaatste. De schadevergoeding werd begroot op €3.500, na aftrek van posten die niet voor rekening van gedaagde komen. Daarnaast werden buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan eiser toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde moet €3.500 schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en proceskosten aan eiser betalen wegens niet verwijderen muurtje en niet tijdig waarschuwen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12018937 RR FORM 25-148
datum uitspraak: 12 juni 2026
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde] B.V.,
vestigingsplaats: Vuren,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger] .
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 20 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte van [gedaagde] , met bijlagen;
  • de akte van [eiser] .
1.2.
[gedaagde] heeft daarna een stuk ingediend om te reageren op het laatste stuk van [eiser] . Dit neemt de rechter niet mee in de beoordeling van de zaak, omdat na de eerdere akte van [eiser] al vonnis is bepaald. Partijen kunnen dan geen standpunten meer indienen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[eiser] heeft [gedaagde] opdracht gegeven om de keuken te installeren die hij bij IKEA heeft besteld. Om de keuken te kunnen installeren, hebben partijen afgesproken een koofje weg te halen. [eiser] zegt dat partijen hebben bedoeld om een muurtje weg te halen. [gedaagde] zegt dat partijen dit niet hebben bedoeld. [gedaagde] heeft de muur niet verwijderd, omdat zij geen constructiewerkzaamheden mag uitvoeren en partijen dit volgens haar niet zijn overeengekomen. De keuken is hierop door [gedaagde] aangepast en aldus geplaatst. [eiser] wil dat [gedaagde] een schadevergoeding aan hem betaald, zodat hij het muurtje kan verwijderen en de keuken alsnog conform tekening kan laten plaatsen. [gedaagde] is het hier niet mee eens.
2.2.
In het tussenvonnis is bepaald dat partijen hebben afgesproken om het muurtje (en dus niet het koofje) te verwijderen. Daarnaast heeft [gedaagde] de opdracht gekregen om te bewijzen dat zij [eiser] op tijd heeft gewaarschuwd dat zij het muurtje niet kon verwijderen en de keuken aangepast moest worden om alsnog in de ruimte te passen.
2.3.
[gedaagde] heeft in haar akte uitgelegd dat zij het niet eens is met het tussenvonnis en beargumenteert dat partijen niet hebben afgesproken om het muurtje te verwijderen. Ook laat zij zien dat [eiser] in het tussenopleverformulier niet heeft geklaagd over het feit dat het muurtje is blijven staan. Verder betwist [gedaagde] de hoogte van de schade, omdat de herstelofferte werkzaamheden in rekening brengt die niet door [gedaagde] zijn geoffreerd.
2.4.
[eiser] heeft hierop gereageerd door aan te geven dat [gedaagde] niet aan de bewijsopdracht heeft voldaan en houdt vast aan zijn standpunt. Over de schade geeft [eiser] nog aan dat hij nu voor een voldongen feit staat: [gedaagde] heeft hem niet op tijd gewaarschuwd en daardoor kon hij geen aanpassingen meer maken in de keuken die hij heeft besteld. Hij wil nu alsnog het muurtje laten verwijderen en de herstelofferte op laten stellen met een begroting hoeveel hem dit gaat kosten.
2.5.
De rechter wijst de vordering gedeeltelijk toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.
Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] het muurtje verwijdert (vervolg)
2.6.
De rechter heeft in zijn tussenvonnis al uitgelegd waarom hij oordeelt dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] het muurtje verwijdert. [gedaagde] heeft hierover nieuwe standpunten naar voren gebracht met een onderbouwing. [eiser] heeft hierop gereageerd. De argumenten van [gedaagde] veranderen het eerdere oordeel van de rechter niet. Hieronder zal de rechter de argumenten beoordelen:
  • [gedaagde] vindt dat met ‘koofje weghalen’ nooit kan zijn bedoeld dat het muurtje moet worden verwijderd. De rechter verwijst hier naar rechtsoverweging 2.6 in het tussenvonnis. [gedaagde] heeft over dit standpunt namelijk geen nieuwe onderbouwing naar voren gebracht.
  • Dat [eiser] nooit van plan was om de op de foto als blauw aangeduide koof te doen verwijderen, staat voor de rechter ook voldoende vast. In die zin wordt dat ook bevestigd door [gedaagde] . Richting IKEA is namelijk gecommuniceerd dat er onder de koof een lagere kast moest komen. Hieruit blijkt voldoende dat de blauwomlijnde koof niet wordt verwijderd. Toch heeft [gedaagde] in de werkbon opgenomen dat er een koof verwijderd moet worden. [gedaagde] heeft onvoldoende uitgelegd wat daarmee dan wel moet worden bedoeld. [eiser] daarentegen heeft wel voldoende uitgelegd dat met ‘koofje weghalen’ is bedoeld dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] het muurtje verwijdert. De rechter ziet in de correspondentie ook voldoende terugkomen dat met ‘koofje weghalen’ is bedoeld om het muurtje te verwijderen. Ook dit is uitgelegd in overweging 2.6 en 2.7 in het tussenvonnis.
  • Dat er met geen woord wordt gesproken over het verwijderen van het muurtje in het tussenopleverformulier maakt het oordeel van de rechter ook niet anders. Op 26 maart 2026 is het tussenopleverformulier opgesteld en getekend. Daarvoor heeft [eiser] al geklaagd dat [gedaagde] het muurtje niet heeft verwijderd. In de e-mails van 5 maart 2025 en 24 maart 2025 maakt [eiser] voldoende duidelijk dat hij niet blij is met hoe de keuken nu is geplaatst. De rechter is onder deze omstandigheden van oordeel dat het niet nodig is om de klachten over het niet verwijderen van het muurtje (formeel) nog een keer in het tussenopleverformulier op te nemen.
Concluderend, de argumenten van [gedaagde] maken het eerdere oordeel van de rechter niet anders.
[gedaagde] heeft niet bewezen dat zij op tijd heeft gewaarschuwd
2.7.
De rechter oordeelt dat [gedaagde] er niet in is geslaagd om te bewijzen dat zij op tijd heeft gewaarschuwd. [gedaagde] heeft in haar akte alleen maar uitleg gegeven over de reden waarom zij vindt dat zij geen opdracht heeft gekregen om het muurtje te verwijderen. Daarnaast heeft [gedaagde] nog benoemd waarom zij vindt dat de schadevergoeding afgewezen moet worden. Dit alles heeft echter niks te maken met de bewijsopdracht die [gedaagde] heeft gekregen.
2.8.
[gedaagde] kan dan ook niet succesvol beargumenteren dat de keuken nu niet volgens afspraak is geplaatst, omdat zij het muurtje niet kan verwijderen. [gedaagde] heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij op tijd heeft gewaarschuwd dat zij het muurtje niet kon verwijderen. [1] Dit betekent dat de rechter moet beoordelen of [eiser] recht heeft op vervangende schadevergoeding.
[gedaagde] moet vervangende schadevergoeding betalen aan [eiser]
2.9.
De rechter oordeelt dat [gedaagde] vervangende schadevergoeding moet betalen aan [eiser] . De rechter stelt vast dat het muurtje niet volgens afspraak door [gedaagde] is verwijderd, [gedaagde] niet op tijd heeft gewaarschuwd dat zij het muurtje niet kon verwijderen en dat de keuken niet zoals ingetekend door [gedaagde] is geplaatst. [eiser] heeft [gedaagde] gevraagd alsnog het muurtje te verwijderen en de keuken conform de tekening te plaatsen, maar [gedaagde] heeft dit geweigerd. [eiser] vordert daarom geen nakoming van de overeenkomst meer, maar vervangende schadevergoeding. [2]
2.10.
Dat [eiser] schade heeft geleden, staat voor de rechter wel voldoende vast. [eiser] moet namelijk kosten maken om het muurtje alsnog te laten verwijderen en de keuken conform de tekening te laten plaatsen. [gedaagde] stelt dat [eiser] deze kosten ook had moeten maken als [gedaagde] wel op tijd had gewaarschuwd. Hier gaat de rechter niet in mee. Het doel van de waarschuwingsplicht is om [eiser] dan in ieder geval de mogelijkheid te geven om te kiezen voor het verwijderen van het muurtje, een aanpassing te maken in de opstelling van de keuken of misschien helemaal van de keuken af te zien. Die keuze is hem nu ontnomen. De opstelling van de keuken was namelijk al bij IKEA besteld en werd vlak na de waarschuwing op 4 maart 2025 geleverd. Nu is de keuken van [eiser] niet geplaatst zoals met [gedaagde] is overeengekomen. [eiser] staat voor een voldongen feit en [gedaagde] moet de kosten die [eiser] moet maken om deze problemen op te lossen aan [eiser] vergoeden.
2.11.
De rechter oordeelt dat [gedaagde] € 3.500,00 moet betalen aan [eiser] . [eiser] heeft voldoende onderbouwd dat het weghalen van de penant met deurstijl (de muur) en de werkzaamheden aan de keuken in de plaats komen van de werkzaamheden die [gedaagde] uit had moeten voeren of waar [gedaagde] op tijd voor had moeten waarschuwen dat zij deze werkzaamheden niet kon uitvoeren. Deze kosten moet [gedaagde] dan ook als schadevergoeding aan [eiser] betalen. De rechter is het wel met [gedaagde] eens dat de kosten voor het aansluiten van de afzuigkap naar buiten en het maken van een koof in de afvoerpijp werkzaamheden zijn die [gedaagde] niet hoefde uit te voeren. Er zou namelijk een recirculatiekap gemaakt worden, waardoor er geen koof in de afvoerpijp nodig is. Tijdens de zitting kon [eiser] deze posten op de herstelofferte ook niet uitleggen. De rechter begroot de vervangende schadevergoeding na aftrek van deze twee posten op € 3.500,00, omdat het overgrote deel van de herstelofferte ziet op het verwijderen van het muurtje en het verwijderen en opnieuw plaatsen van de keuken. Het aanbrengen van de koof en aansluiten van de afvoer naar buiten betreft slechts een relatief klein deel van de werkzaamheden.
2.12.
De verzoeken van [gedaagde] om een opleverrapport te overleggen nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en de factuur op naam van [gedaagde] op te maken worden afgewezen. Er wordt namelijk een vergoeding geëist voor het feit dat [gedaagde] bepaalde werkzaamheden niet heeft uitgevoerd. In de wet is niet de verplichting opgenomen dat [eiser] achteraf aan [gedaagde] moet laten zien dat de werkzaamheden ook zijn uitgevoerd. [gedaagde] is ook niet de opdrachtgever van de werkzaamheden, dus de rechter ziet niet in waarom [eiser] verplicht moet worden om de factuur op naam van [gedaagde] te zetten.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke kosten van € 319,70 betalen
2.13.
De buitengerechtelijke kosten van € 319,70 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). [gedaagde] heeft dit niet betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.14.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De rechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 257,00 aan griffierecht en € 50,00 aan onkosten voor het komen naar de zitting in de rechtbank is gekomen (artikel 238 lid 1 Rv Pro). Dat is in totaal € 307,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.15.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De regelrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 3.500,00;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 307,00;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u binnen drie maanden na de datum van de uitspraak het Gerechtshof in Den Haag vragen om de zaak opnieuw te beoordelen (hoger beroep). Dat doet u door de deurwaarder een dagvaarding te laten bezorgen bij de tegenpartij en die ook op te sturen naar het Gerechtshof. U heeft hiervoor een advocaat nodig.

Voetnoten

1.Artikel 7:760 lid 2 BW Pro.
2.Artikel 6:87 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek.