ECLI:NL:RBROT:2026:8796

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
12018937 RR FORM 25-148
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis ter correctie van toegewezen incassokosten in civiele zaak

In deze civiele procedure heeft eiser op 15 juni 2026 verzocht om aanpassing van het vonnis van 12 juni 2026. Hij stelde dat de buitengerechtelijke incassokosten weliswaar in de rechtsoverwegingen waren toegewezen, maar dat het dictum dit bedrag niet correct vermeldde.

Gedaagde heeft niet gereageerd op het verzoek om herstel. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een duidelijke en eenvoudig te herstellen fout in het vonnis, conform artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het herstelvonnis bepaalt dat het bedrag dat gedaagde aan eiser moet betalen wordt aangepast van €3.500,00 naar €3.819,70. Tevens is bepaald dat het originele vonnis wordt aangepast met dit herstelvonnis en dat partijen het vonnis aan de rechtbank dienen terug te sturen.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Uitkomst: Het vonnis van 12 juni 2026 is hersteld door het bedrag van de incassokosten te verhogen naar €3.819,70.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12018937 RR FORM 25-148
datum uitspraak: 10 juli 2026
Herstelvonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde] B.V.,
vestigingsplaats: Vuren,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger] .
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.Het verzoek

1.1.
[eiser] heeft in een brief van 15 juni 2026 gevraagd om het vonnis van 12 juni 2026 aan te passen. Hij voert aan dat de buitengerechtelijke incassokosten volgens rechtsoverweging 2.13 worden toegewezen, maar [gedaagde] in het dictum niet is veroordeeld om dit bedrag aan [eiser] te betalen.
1.2.
[gedaagde] is op 15 juni 2026 gevraagd om voor 30 juni 2026 op dit verzoek te reageren. Zij heeft niet gereageerd.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter zal het vonnis verbeteren, omdat er sprake is van een duidelijke fout die makkelijk hersteld kan worden (artikel 31 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat in het vonnis van 12 juni 2026 deze tekst die staat in alinea 3.1:
“veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 3.500,00;”
wordt veranderd in
“veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 3.819,70;”;
3.2.
geeft de griffier de opdracht om op het originele vonnis van 12 juni 2026 te vermelden dat het vonnis met dit herstelvonnis is aangepast;
3.3.
geeft [eiser] en [gedaagde] , voor zover zij dit nog niet hebben gedaan, de opdracht om het vonnis van 12 juni 2026 aan de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64363