ECLI:NL:RBROT:2026:8796
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis ter correctie van toegewezen incassokosten in civiele zaak
In deze civiele procedure heeft eiser op 15 juni 2026 verzocht om aanpassing van het vonnis van 12 juni 2026. Hij stelde dat de buitengerechtelijke incassokosten weliswaar in de rechtsoverwegingen waren toegewezen, maar dat het dictum dit bedrag niet correct vermeldde.
Gedaagde heeft niet gereageerd op het verzoek om herstel. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een duidelijke en eenvoudig te herstellen fout in het vonnis, conform artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het herstelvonnis bepaalt dat het bedrag dat gedaagde aan eiser moet betalen wordt aangepast van €3.500,00 naar €3.819,70. Tevens is bepaald dat het originele vonnis wordt aangepast met dit herstelvonnis en dat partijen het vonnis aan de rechtbank dienen terug te sturen.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
Uitkomst: Het vonnis van 12 juni 2026 is hersteld door het bedrag van de incassokosten te verhogen naar €3.819,70.