Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- [adres 1] : € 35.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van 1 februari 2015 tot 1 januari 2020,
- [adres 2] : € 29.640,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van
- [adres 3] : € 1.650,00, te vermeerderen met de wettelijke rente van
Wel acht de rechtbank, gelet op het voorgaande, aannemelijk dat de Gemeente in 2020 ook voor de woningen [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] en voor de woning [adres 4] voor wat betreft de periode 1 september 2020 tot en met 31 december 2020, de eigen bijdrages is misgelopen. Partijen zijn het voor wat betreft deze woningen eens over de hoogte van de eigen bijdragen die de Gemeente in die periode voor deze woningen in rekening had kunnen brengen. Dat betekent dat toewijsbaar is:
1 januari 2020 tot en met 1 mei 2026. Daarbij heeft de rechtbank de door de Gemeente vermelde bedragen deels moeten terugrekenen omdat de Gemeente ten onrechte (zie 4.13.) uitging van teruggave van de woningen in 2020 in plaats van 2021. De rechtbank zal de einddatum van de verschuldigde wettelijke rente hieronder nog nader motiveren.
1 mei 2026.
€ 65.933,44 (zie 4.15. onder b). Dat bedrag wordt dus verminderd tot € 64.376,44.
5.De beslissing
- € 35.400,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro van 1 februari 2015 tot 1 januari 2020;
- € 29.640,- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro van 18 november 2015 tot 1 januari 2020;
- € 1.650,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro van 22 september 2019 tot 1 januari 2020;
- € 20.400,- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over 2020;
- € 2.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro van 1 september 2020 tot en met 31 december 2020;
- € 149.199,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 januari 2021 tot en met 1 mei 2026;
- € 25.310,18, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 januari 2021 en met 31 juli 2023;
- € 44.826,04, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 mei 2021 tot en met 1 mei 2026;
- € 41.323,51, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 24 augustus 2021 tot en met 1 mei 2026;
- € 28.678,14, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 juli 2022 tot en met 1 mei 2026;
- € 4.505,64, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 1 juli 2024 tot en met 6 december 2024;