ECLI:NL:RBROT:2026:8818

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
12270843 CV EXPL 26-15069
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing over schriftelijke procedure in geldleningsvordering zonder betwisting

In deze civiele procedure bij de Rechtbank Rotterdam vordert eiser betaling van een geldlening, welke niet door gedaagde is betwist. Gedaagde reageerde schriftelijk op de dagvaarding met het standpunt dat de dagvaarding geen nut heeft omdat het dossier van de onderbewindgestelde bij een overheidsinstantie ligt.

De kantonrechter heeft partijen geïnformeerd dat een zitting pas over minimaal zes maanden kan plaatsvinden. Eiser vroeg waarom ondanks de niet-betwisting toch een mondelinge behandeling nodig is. Om vertraging te voorkomen, besloot de kantonrechter af te zien van een mondelinge behandeling en stelde eiser in de gelegenheid schriftelijk te reageren op de stelling van gedaagde.

De zaak is verwezen naar een rolzitting op 6 augustus 2026, waarbij schriftelijke reacties uiterlijk een dag voor die datum moeten zijn ingediend. Indien eiser schriftelijk reageert, hoeft hij niet te verschijnen. Daarna krijgt gedaagde nog de mogelijkheid om schriftelijk te reageren. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter A.M. van Kalmthout.

Uitkomst: De kantonrechter besluit dat er geen mondelinge behandeling plaatsvindt en stelt partijen in de gelegenheid schriftelijk te reageren om de procedure te bespoedigen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12270843 CV EXPL 26-15069
datum uitspraak: 10 juli 2026

Rolbeslissing van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] , die handelt onder de naam [handelsnaam 1] ,

woonplaats: [woonplaats 1] ,
eiser,
gemachtigde: mr. C.A.M.H. Vink,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam
[handelsnaam 2], in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[onderbewindgestelde],
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. De onderbewindgestelde wordt ‘ [onderbewindgestelde] ’ genoemd.
In deze zaak heeft [gedaagde] met een e-mail van 17 juni 2026 schriftelijk op de dagvaarding van [eiser] gereageerd, waarna aan partijen is medegedeeld dat de kantonrechter de zaak met partijen op een zitting wil bespreken. Daarbij is aan partijen medegedeeld dat zij er rekening mee moeten houden dat het minimaal zes maanden kan duren voordat er een datum voor de zitting bepaald kan worden.
[eiser] heeft vervolgens per e-mail van 25 juni 2026 aan de griffie gevraagd waarom er, ondanks dat [gedaagde] de vordering niet heeft betwist, toch een mondelinge behandeling moet plaatsvinden.
Gelet op e-mail van [eiser] en om vertraging van de procedure zo veel mogelijk te voorkomen zal er, anders dan eerder aan partijen is medegedeeld, vooralsnog geen mondelinge behandeling in deze zaak plaatsvinden.
In plaats daarvan stelt de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid schriftelijk op de e-mail van [gedaagde] van 17 juni 2026 te reageren. Daarbij wordt van [eiser] in elk geval verwacht dat hij reageert op de stelling van [gedaagde] dat de dagvaarding geen enkel nut heeft omdat het dossier van [onderbewindgestelde] op dit moment bij [overheidsinstantie] ligt.
De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rolzitting van
donderdag 6 augustus 2026 om 11.30 uurvoor de hiervoor bedoelde reactie van [eiser] .
Als [eiser] schriftelijk reageert, dan moet die reactie uiterlijk de dag voor de genoemde rolzitting in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [eiser] naar de rolzitting komt.
Nadat [eiser] schriftelijk heeft gereageerd krijgt [gedaagde] nog de gelegenheid daarop te reageren.
Deze beslissing is gegeven door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
44487