ECLI:NL:RBROT:2026:882

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
11885357 CV EXPL 25-19828
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 35 UAVGArt. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van AVG-zaak naar rechtbank Handel en Haven wegens onbevoegdheid kantonrechter

In deze civiele procedure vordert eiser dat Coolblue B.V. wordt veroordeeld wegens het onrechtmatig delen van zijn persoonsgegevens met derden en het niet verstrekken van inzage in deze gegevens. Eiser eist tevens rectificatie van de verstrekte gegevens, een dwangsom, schadevergoeding en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

De kantonrechter beoordeelt eerst haar bevoegdheid en concludeert dat een deel van de vorderingen van onbepaalde waarde is en dat verzoeken op basis van de AVG volgens de wet bij de rechtbank moeten worden ingediend. Daarom is de kantonrechter van plan de zaak te verwijzen naar het team Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam.

Beide partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten over dit voornemen tijdens een rolzitting op 18 februari 2026, of schriftelijk vóór 17 februari 2026. De kantonrechter houdt verdere beslissingen aan totdat de partijen zich hebben uitgelaten.

Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich voorlopig onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Handel en Haven.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11885357 CV EXPL 25-19828
datum uitspraak: 23 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Huisduinen, gemeente Den Helder,
eiser, verweerder in het incident,
gemachtigde: [naam].
tegen
Coolblue B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde, eiseres in het incident,
gemachtigden: mr. M. Elshof en mr. J.M. Louter.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Coolblue’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 september 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met een eis in het incident, met bijlagen;
  • de akte van Coolblue, met bijlagen;
  • het antwoord in het incident van [eiser], met bijlagen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] stelt dat Coolblue zijn persoonsgegevens heeft gedeeld met derden, waaronder ING en ICS. Hij heeft Coolblue gevraagd om inzage te geven in alle persoonsgegevens van hem die zij heeft verwerkt. Coolblue heeft hem toen gevraagd om zichzelf te identificeren. [eiser] wilde dat niet. Daarom heeft Coolblue hem geen inzage gegeven.
2.2.
[eiser] eist dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Coolblue in strijd met de AVG en onrechtmatig heeft gehandeld. Hij vraagt de kantonrechter verder om Coolblue te veroordelen om alsnog volledige inzage te geven in de persoonsgegevens van hem die zij heeft verwerkt en aan derden heeft verstrekt. Ook eist hij dat Coolblue wordt veroordeeld om de verstrekte gegevens te rectificeren. Hij vraagt de kantonrechter om een dwangsom te verbinden aan deze veroordelingen. Verder eist hij een schadevergoeding van € 3.500,- en een vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke kosten van € 925,-. Ten slotte vraagt hij de kantonrechter om Coolblue te veroordelen in de werkelijke proceskosten.
De kantonrechter is van plan de zaak te verwijzen
2.3.
De kantonrechter moet eerst beoordelen of zij bevoegd is om deze zaak te behandelen. Zij oordeelt voorlopig dat dit niet het geval is. Ze is daarom van plan om de zaak te verwijzen naar het team Handel en Haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv Pro).
2.4.
Een deel van de eisen van [eiser] is van onbepaalde waarde. Het gaat om geëiste verklaringen voor recht en de eisen om Coolblue te veroordelen om inzage te geven en persoonsgegevens te rectificeren. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat deze eisen gewaardeerd moeten worden op maximaal € 25.000,- (artikel 93 onder Pro b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De zaak gaat ook niet over een onderwerp dat altijd door de kantonrechter moet worden behandeld (artikel 93 sub c en Pro d Rv). Bovendien is specifiek voor verzoeken op basis van de AVG in de wet geregeld dat deze bij de rechtbank moeten worden ingediend en dus niet bij de kantonrechter (artikel 35 UAVG Pro).
2.5.
De kantonrechter is daarom van plan om de procedure te verwijzen naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv Pro). De kantonrechter geeft beide partijen eerst de gelegenheid om zich uit te laten over dit voornemen.
Instructie
2.6.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van 18 februari 2026, zodat beide partijen zich kunnen uitlaten. Als zij schriftelijk reageren, dan moet die reactie uiterlijk 17 februari 2026 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat de partijen naar de rolzitting komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 18 februari 2026 om 11.30 uur, zodat beide partijen zich kunnen uitlaten over het voornemen om de zaak te verwijzen naar het team Handel en Haven;
3.2.
houdt iedere andere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
33394