Uitspraak
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Advies
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
1 (één) jaar;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juni 2026 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging van de ter beschikking gestelde te verlengen met één jaar. De TBS is opgelegd na een arrest van het gerechtshof Den Haag in 2013 wegens poging tot doodslag en bedreiging. De maatregel loopt sinds 17 juni 2015 en was reeds verlengd tot 2 juli 2026.
De verlengingsvordering van het openbaar ministerie werd behandeld in aanwezigheid van de ter beschikking gestelde, zijn raadsvrouw en een deskundige van de behandelinstelling. De instelling adviseerde verlenging met twee jaar vanwege een combinatie van antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornissen, middelenmisbruik, een schizoaffectieve stoornis en ADHD. De behandeling stagneerde sinds januari 2026 na incidenten en overtreding van verlofvoorwaarden, met terugplaatsing in de kliniek tot gevolg.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van een ernstige psychische stoornis en een hoog risico op terugval in gewelddadig gedrag, waardoor verlenging noodzakelijk is. Een voorwaardelijke beëindiging is op dit moment prematuur vanwege de patstelling in de behandeling en onvoldoende medewerking van de ter beschikking gestelde. De rechtbank verlengde de TBS daarom met één jaar, ondanks het advies van het openbaar ministerie voor twee jaar, en zal de situatie volgend jaar opnieuw beoordelen.
De ter beschikking gestelde had primair verzocht om aanhouding van de vordering voor nader onderzoek naar voorwaardelijke beëindiging, subsidiair om verlenging met één jaar. De rechtbank wees het aanhoudingsverzoek af en volgde het subsidiaire verzoek. De totale duur van de TBS zal hiermee ruim vier jaar bedragen, wat geoorloofd is gezien de aard van de gepleegde misdrijven.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en wijst een voorwaardelijke beëindiging af.