ECLI:NL:RBROT:2026:8839

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
10/651083-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens hoog recidiverisico

De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juni 2026 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging van de ter beschikking gestelde met één jaar. De TBS is opgelegd wegens poging tot moord en loopt sinds 19 juni 2010. De laatste verlenging vond plaats in mei 2024 voor twee jaar.

De instelling adviseerde verlenging vanwege de aanwezigheid van schizofrenie, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en verslavingsproblematiek. Hoewel het harddrugsgebruik lange tijd in remissie is, blijft het recidiverisico hoog, vooral bij het staken van medicatie of hervatting van middelengebruik. De ter beschikking gestelde woont inmiddels zelfstandig binnen een zorginstelling en vertoont een stabiele ontwikkeling, maar er is sprake van verergerende vergeetachtigheid en mogelijk een lichte cognitieve stoornis.

De rechtbank weegt het positieve resocialisatietraject mee, waaronder de voorbereiding op proefverlof en mogelijke verhuizing naar een andere zorgwoning. Desondanks acht zij verlenging noodzakelijk vanwege de veiligheid van anderen. Zowel de officier van justitie als de ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw stemmen in met de verlenging. De totale duur van de TBS overschrijdt hiermee vier jaar, maar verlenging blijft mogelijk gezien het delict en het gevaar voor personen.

De rechtbank wijst erop dat bij een volgende verlengingszitting de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging kan worden onderzocht, waarbij de reclassering een rol zal spelen. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar vanwege een hoog recidiverisico en psychiatrische stoornissen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/651083-09
Datum uitspraak: 29 juni 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
formeel verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek] te [plaats] (de instelling),
feitelijk verblijvende op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. J.J. Boelaars, advocaat te Rotterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 14 oktober 2009 is de terbeschikkingstelling van
[ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen. Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 juni 2010 is dit vonnis, met verbetering en aanvulling van gronden, bevestigd.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot moord. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 19 juni 2010.
Bij beslissing van deze rechtbank van 13 mei 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 30 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel later toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 29 juni 2026 behandeld. De officier van justitie mr. S. Verhoek, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en de deskundige [naam deskundige] , werkzaam als klinisch psycholoog en behandelcoördinator bij de instelling, zijn gehoord.

3.Advies

Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 15 april 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van schizofrenie, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en verslavingsproblematiek (soft- en harddrugs). Het harddrugsgebruik is lang in remissie in een gereguleerde omgeving.
Het recidiverisico in de situatie van een beëindiging van de tbs, zonder zorg, wordt nog steeds als hoog ingeschat. Het risico op een terugval in delictgedrag neemt toe wanneer de ter beschikking gestelde zijn antipsychoticum staakt en/of weer drugs/alcohol gaat gebruiken, hetgeen in de lijn der verwachting ligt wanneer de maatregel op dit moment beëindigd zou worden.
De ter beschikking gestelde is inmiddels teruggekeerd naar zijn eigen appartement van [zorginstelling 1] . Het behandelteam is alert op signalen van vergeetachtigheid, waarvan inmiddels is geobjectiveerd dat deze door de jaren heen verergeren. Mogelijk is er sprake van een (lichte) cognitieve stoornis; dit wordt komende periode verder onderzocht. De ter beschikking gestelde gedijt op een goede structuur binnen de woonvoorziening en dagbesteding, waarbinnen het hem lukt zich te conformeren aan de afspraken. Het komende jaar zullen de mogelijkheden voor proefverlof worden onderzocht. Ook zal onderzocht worden of de ter beschikking gestelde voor de lange termijn kan verblijven in een woning van [zorginstelling 2] . Bij de advisering voor een volgende verlengingszitting zal worden gereflecteerd op de verdere ontwikkelingen en kan nader worden beoordeeld of een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel op dat moment verantwoord is.
De deskundige heeft het standpunt van de instelling op de terechtzitting bevestigd en toegelicht. Hij heeft daarbij verklaard dat het sinds de time-out beter gaat met de ter beschikking gestelde. Hij heeft berusting en een prettige balans gevonden tussen wonen, werk en ondersteuning. Hij is aangemeld voor een woning van [zorginstelling 2] . Het adviesrapport voor proefverlof ligt klaar en de ter beschikking gestelde zal naar verwachting per 1 oktober 2026 (mogelijk eerder) kunnen starten met het proefverlof.

4.Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

5.Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat het resocialisatietraject van de ter beschikking gestelde na de time-outplaatsing in mei 2025 positief en stabiel verloopt. In de komende periode wordt beoogd om het proefverlof op te starten en ook is hij aangemeld voor een woning van [zorginstelling 2] . Indien de ter beschikking gestelde de ingezette positieve lijn weet vast te houden, is denkbaar dat een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel volgend jaar in beeld komt. Indien dit aan de orde is, zal de reclassering hier voorafgaand aan de volgende zitting nader onderzoek naar doen.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor één of meer personen.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
1 (één) jaar.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.