ECLI:NL:RBROT:2026:8840
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot dwangverpleging ter beschikking gestelde ondanks overtreding voorwaarden
De rechtbank Rotterdam behandelt een vordering van het openbaar ministerie tot het alsnog bevelen van dwangverpleging van een ter beschikking gestelde die zich niet aan de voorwaarden van zijn tbs-maatregel hield. De terbeschikkingstelling was gelast wegens belaging en bedreiging met zware mishandeling, met aanvang op 16 juli 2025.
Na een eerdere afwijzing van voorlopige verpleging door de rechter-commissaris, startte het OM een nieuwe vordering. Tijdens de zittingen werden de ter beschikking gestelde, zijn raadsman, de officier van justitie en een deskundige van de reclassering gehoord. De reclassering adviseerde om de tbs-maatregel om te zetten in verpleging van overheidswege vanwege het niet naleven van voorwaarden en het voortijdig beëindigen van ambulante behandeling.
De rechtbank constateert dat hoewel de ter beschikking gestelde de voorwaarden overtrad en de eerste ambulante behandeling negatief eindigde, hij inmiddels een nieuwe behandelpoging bij een andere zorginstelling is gestart. Er zijn sinds februari 2026 geen ernstige incidenten geweest. De rechtbank acht een omzetting van de tbs-maatregel op dit moment niet wenselijk omdat dit de nieuwe behandeling zou doorkruisen.
De rechtbank wijst daarom de vordering van het OM af en benadrukt dat het nu aan de ter beschikking gestelde is om te laten zien dat de nieuwe behandeling succesvol kan zijn en dat hij zich aan de voorwaarden kan houden. Het OM kan binnen veertien dagen beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot dwangverpleging af omdat een nieuwe ambulante behandeling is gestart en een omzetting de behandeling zou doorkruisen.