ECLI:NL:RBROT:2026:8849

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/10/714501 / JE RK 26-238
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling wegens gebrek aan jeugdbeschermer

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen voor de duur van één jaar. De kinderrechter nam eerdere stukken en een briefrapportage in overweging. Tijdens een zitting met gesloten deuren waren alleen een vertegenwoordiger van de GI aanwezig; de ouders waren niet verschenen.

De minderjarigen verblijven met hun moeder bij een familielid en de ouders hebben het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 19 juli 2026 voor een korte periode. De GI handhaafde het verzoek tot verdere verlenging niet vanwege een tekort aan jeugdbeschermers, waardoor het gezin op een monitorlijst staat en er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is.

De kinderrechter constateerde dat de maatregel feitelijk niet werd uitgevoerd door het gebrek aan jeugdbeschermer, ondanks de behoefte aan regie op hulpverlening. Omdat het verzoek niet langer werd gehandhaafd, kon het niet verder worden onderzocht en werd het afgewezen. De ondertoezichtstelling blijft van kracht tot de eerder bepaalde datum. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens gebrek aan beschikbare jeugdbeschermer.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714501 / JE RK 26-238
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Beschikking
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[naam vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 28 mei 2026, binnengekomen op 17 juni 2026.
1.2.
Op 11 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam].
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven met de moeder bij opa (mz).
2.3.
Bij beschikking van 11 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 19 juli 2026. Het overige verzochte is aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Het verzoek is reeds toegewezen voor de duur van vier maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft schriftelijk en ter zitting het verzoek niet langer gehandhaafd. Er zijn op dit moment te weinig medewerkers, dus het gezin staat op een monitorlijst. Voorlopig is er dan ook geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Het lijkt op dit moment goed te gaan en de hulpverleners van de ouders hebben geen grote zorgen. De GI zal het gezin aanmelden bij het wijkteam en de GI Midden Holland zal zorgen voor een warme overdracht naar het wijkteam.

5.De beoordeling

5.1.
Nu de GI het resterend deel van het verzoek niet handhaaft, kunnen de gronden daarvan niet verder worden onderzocht. De kinderrechter wijst daarom het resterend deel van het verzoek van de GI af. Dat betekent dat de ondertoezichtstelling nog loopt tot 19 juli 2026.
5.2.
De kinderrechter constateert dat op de vorige zitting de ondertoezichtstelling slechts voor korte duur was verlengd, omdat er al vijf maanden geen jeugdbeschermer beschikbaar was en er feitelijk geen uitvoering werd gegeven aan de maatregel, terwijl de ingezette hulpverlening aangaf dat er wel degelijk behoefte was aan een jeugdbeschermer die de regie voert op de hulpverlening. Het feit dat de GI het verzoek niet langer handhaaft lijkt vooral te zijn ingegeven door een tekort aan jeugdbeschermers. Dit op zich is een zeer zorgelijke constatering. In dit geval kan de kinderrechter helaas niet anders dan het verzoek afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af, voor zover daarop niet eerder is beslist.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 29 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.