Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2023 in de zaak tussen
Compaxo Vlees Zevenaar B.V., uit Zevenaar, eiseres
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Nadat verweerder op 27 juni 2022 heeft geconstateerd dat niet was voldaan aan de verplichting dat bedrijfsruimten voor levensmiddelen schoon en goed onderhouden moeten zijn, is eiseres een termijn geboden waarbinnen zij corrigerende maatregelen diende te treffen. Vaststaat dat eiseres op 28 juni 2022 opnieuw of nog steeds niet aan de gestelde norm heeft voldaan, zodat verweerder daarvoor een boete heeft kunnen opleggen. Verweerder heeft daarvoor van belang kunnen achten dat het aan eiseres is om de specifieke hygiënevoorschriften in acht te nemen en te zorgen voor schone bedrijfsruimten. Omdat er op grond van de Verordening een resultaatverplichting is dient eiseres op ieder moment te voldoen aan de gestelde norm en was verweerder niet verplicht om eiseres een termijn te geven om de ruimten alsnog schoon te maken. Het is niet aannemelijk dat eiseres niet op een eerder moment en nog binnen de haar gegeven termijn de overtreding had kunnen beëindigen. Ter zitting heeft de toezichthouder verklaard dat de verontreinigingen die aan boete 1 ten grondslag zijn gelegd, al tijdens de aanvangscontrole in de ochtend van 27 juni 2022 waren geconstateerd en bij eiseres bekend waren, zodat zij vanaf dat moment al maatregelen had kunnen nemen. Ook had eiseres, indien zij de gegeven respijttermijn te kort achtte, zich tot de toezichthouder kunnen wenden en kunnen vragen om verlenging. Dat is niet gebeurd. De keuze van eiseres om nog te wachten met het schoonmaken van de bedrijfsruimten, komt dan ook volledig voor haar rekening en risico.