ECLI:NL:RBROT:2026:8905

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/10/680101 / FA RK 24-4191
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377a lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Regeling contact en informatieverstrekking tussen ouders en minderjarige na echtscheiding

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak over de zorg- en contactregeling tussen ouders en hun minderjarige kind na echtscheiding. De moeder verzocht om beëindiging of schorsing van de zorgregeling, terwijl de vader gemotiveerd verweer voerde. De rechtbank baseerde zich op een rapport van de Raad voor de kinderbescherming en gesprekken met partijen en hun advocaten.

De rechtbank besloot geen gesprek te organiseren tussen de minderjarige en haar vader op korte termijn, omdat dit de situatie niet zou verbeteren. Wel werd bepaald dat de moeder verplicht is om maandelijks informatie over het welzijn, schoolprestaties, vrije tijd, sociale ontwikkeling en belangrijke gebeurtenissen van het kind aan de vader te verstrekken. Daarnaast moet de vader blijven zorgen voor het sturen van kaartjes aan het kind, ook al is er momenteel geen contact.

De zaak wordt gesloten omdat de rechtbank meent dat verdere procedurele stappen op dit moment geen verbetering zullen brengen. De taak van de bijzondere curator wordt beëindigd, en elk van de partijen draagt de eigen proceskosten. Het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.

Uitkomst: Moeder moet informatie blijven verstrekken aan vader en vader moet kaartjes blijven sturen; geen gesprek op korte termijn; zaak wordt gesloten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/680101 / FA RK 24-4191
Beschikking van 20 juli 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A.K. Oostlander-Vos te Haarlem,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. C.E. Willemsen te Gorinchem.
In deze zaak is als bijzondere curator benoemd:
[naam 1]te Rotterdam.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de beschikking van 3 juli 2025;
  • het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 31 oktober 2025;
  • het bericht van de vrouw van 10 november 2025;
  • het bericht van de man van 12 november 2025;
  • het bericht met bijlage van de man van 31 mei 2026;
  • het bericht met bijlagen van de man van 4 juni 2026;
  • het bericht met bijlage van de raad van 2 juli 2026;
  • het bericht van de man van 3 juli 2026;
  • het bericht van de vrouw van 3 juli 2026.
1.2.
De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 2] ;
  • de bijzondere curator.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Het huwelijk van partijen is op 15 januari 2018 ontbonden door inschrijving van de
echtscheidingsbeschikking van 24 november 2017 in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
Partijen zijn de ouders van de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
2.3.
Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.
2.4.
Bij beschikking van deze rechtbank van 3 juli 2025 is het verzoek van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige naar [woonplaats 1] te verhuizen afgewezen, nu de man hiervoor toestemming heeft gegeven. Verder is de beslissing ten aanzien van de zorgregeling aangehouden in afwachting van de uitkomst van het traject ‘Ouderschap in Overleg’.

3.De verdere beoordeling

3.1.
Zorgregeling
3.1.1.
De vrouw verzoekt, na wijziging van haar verzoek, te bepalen dat de bij beschikking van 24 november 2017 vastgestelde zorgregeling wordt beëindigd, dan wel voor onbepaalde tijd wordt geschorst.
3.1.2.
De man voert gemotiveerd verweer.
3.1.3.
Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechtbank op verzoek van de gezaghebbende ouders of een van hen een zorgregeling vaststellen alsmede, met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a lid 3 BW, een tijdelijk verbod aan een ouder opleggen om met het kind contact te hebben indien:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
3.1.4.
De rechtbank zal onderstaande brief aan de minderjarige zenden, waaruit ook aan partijen blijkt welke beslissing wordt genomen en waarom.
Beste [minderjarige] ,
Wij kennen elkaar niet. Toch schrijf ik deze brief aan je, omdat ik beslissingen moet nemen die invloed hebben op jouw leven en ik vind dat ik je die het beste zelf, en rechtstreeks, kan vertellen.
Het is best een lange brief geworden. Het is niet erg als je hem niet in één keer leest, maar ik hoop wel dat je hem helemaal leest, want wat erin staat, is belangrijk. Om het wat makkelijker te maken, heb ik kopjes boven de alinea’s gezet. Je mag er natuurlijk met je moeder over praten. Zij krijgt deze brief namelijk ook, al is het in een iets andere vorm. Je vader krijgt ’m ook.
Wie ben ik?
Laat ik mezelf eerst voorstellen. Jij hebt ruim een jaar geleden gesproken met mijn collega rechter, mr. Buizer. Daarna hebben drie rechters, mr. Buizer, mr. Boshouwers en ik, met jouw vader en moeder gesproken over de verhuizing naar [woonplaats 1] en het contact tussen jou en je vader. Jouw vader heeft na de zitting toestemming gegeven voor de verhuizing, zodat wij daar uiteindelijk niet meer over hoefden te beslissen. We hebben toen wel besloten dat er moest worden geprobeerd om het contact tussen jou en hem te herstellen en te werken aan hoe jouw ouders met elkaar omgaan.
We zijn nu inmiddels een jaar verder. De zaak gaat niet langer over een verhuizing en daarom kijken er nu geen drie rechters, maar nog maar één rechter naar jouw zaak – en ik ben de rechter die is aangewezen.
Een rapport over jou en een gesprek met je ouders
Op 2 juli 2026 stuurde de Raad voor de kinderbescherming me een rapport over hoe het nu gaat. Op 6 juli 2026 heb ik met jouw ouders, hun advocaten, je bijzondere curator en een vertegenwoordiger van de Raad voor de kinderbescherming gesproken over vier onderwerpen:
1. moet er een gesprek worden georganiseerd tussen jou en je vader, al dan niet met anderen erbij?
2. moet ik beslissen dat jouw moeder informatie over jou aan je vader stuurt?
3. moet ik beslissen dat jouw vader kaartjes moet blijven sturen?
4. moet ik deze rechtszaak beëindigen of nog laten lopen?
Ik zal je punt voor punt uitleggen wat ik heb beslist en waarom.
Er komt nu geen gesprek tussen jou en je vader
Je zal waarschijnlijk al van je moeder hebben gehoord dat we nu geen gesprek gaan organiseren tussen jou en je vader op dit moment. De mogelijkheid van zo’n gesprek had ik zelf verzonnen. Ik had aan jouw ouders en hun advocaten geschreven dat ik me kon voorstellen:
“[…]
dat het zinnig is om een gesprek te houden waarin [minderjarige] en vader de gelegenheid hebben om elkaar voorlopig gedag te zeggen. Vader kan uitspreken dat hij [minderjarige] de ruimte biedt voor hulpverlening, aan haar zal blijven denken, maar niet zal trekken. [minderjarige] kan uitspreken dat ze aan de slag gaat met de hulpverlening. Naar de voorzichtige inschatting van de rechtbank zou dat weliswaar een zwaar gesprek zijn, maar misschien wel veel begrip kweken over en weer. […]”
Ik vond dit idee het bespreken waard, en je moeder zei dat je “als het moest” er wel aan mee zou werken. Maar eerlijk is eerlijk: er was niemand die dacht dat dit de situatie zou verbeteren en dan moesten we dat dus maar niet doen.
Dat ik nu niet bepaal dat het
wel moet, zo’n gesprek, betekent natuurlijk niet dat het
niet mag. Het mag altijd; nu, later, ooit.
Je moeder moet wel informatie over jou aan je vader blijven sturen
Moet je moeder informatie blijven sturen over jou aan je vader? Ja, dat moet. Ook als jij het daar niet mee eens bent. Je bent het kind van je moeder en van je vader en hij heeft er recht op om te weten hoe het met je gaat. Dat recht staat in de wet. Ik vind het ook goed als er informatie wordt doorgegeven, want op die manier blijft je vader betrokken bij wat er met jou gebeurt. Dat betekent ook dat hij, als er ooit weer contact komt, beter weet wat voor jou belangrijk is. De Raad voor de kinderbescherming heeft wat dingen opgeschreven die in de berichten van je moeder kunnen terugkomen. Dat zijn goede punten en die neem ik over.
Je moeder moet dus je vader eens in de maand vertellen over:
- hoe het in het algemeen met je gaat (zit je lekker in je vel; ben je gezond);
- hoe het gaat op school (lukt het met de vakken die je hebt; zijn er bijzondere dingen zoals optredens, reisjes, bijzondere prestaties; ga je over naar het volgende jaar; heb je examens en hoe gingen die dan; schoolrapporten);
- hoe het gaat in je vrije tijd (welke hobby’s heb je; hoe gaat het met sport; speel je een instrument; wat zijn interesses en activiteiten; heb je bijzondere reisjes gemaakt);
- hoe het gaat met je sociale ontwikkeling (vrienden en vriendinnen; (school)kampen; verjaardagen; schoolreisjes);
- praktische, belangrijke zaken (bijvoorbeeld wijzigingen in je woonsituatie, zoals wie er allemaal bij jou wonen of waar je woont);
- bijzondere gebeurtenissen (bijvoorbeeld een bruiloft, een begrafenis, een
surprise partyof een buurtfeest; reizen en vakanties).
Misschien dat het je moeder kan helpen als ze schrijft in de vorm van een brief aan jou. Dat is een vorm die jij later ook kan teruglezen en dan kan denken “o ja, dat is waar ook”; een soort dagboek (al is het niet een dagelijks verslag).
Je vader moet kaartjes blijven sturen
Moet jouw vader dan ook kaartjes aan jou blijven sturen? Ja, dat moet ook van mij. Het is best lastig voor je vader, want hij weet héél goed dat jij op dit moment geen contact wil met hem en hij krijgt nooit een bericht terug van jou. Dat hoeft ook niet: je hoeft niet terug te schrijven. Je hoeft ook niet bang te zijn voor de kaartjes: die kunnen jou helemaal niets aandoen.
Waarom moet je vader dit nu toch van mij blijven doen, ook al zit jij er nu niet op te wachten en ook al lijkt het zinloos? Omdat het niet zinloos is. Dit is op dit moment de enige manier waarop jouw vader kan tonen dat hij je niet vergeet en dat zijn deur altijd open blijft voor jou. Ondanks alles wat er nu niet goed is, ondanks alle pijn en verdriet: er is altijd een weg terug.
Wat je vader
nietmoet doen, is aan jou vragen gaan stellen op die kaarten. Dat weet hij ook en ik ga ervan uit dat hij zich daaraan houdt.
Deze zaak wordt voor nu gesloten
Dan het laatste punt: moet ik deze zaak sluiten of op de plank “zaken-die-nog-niet-zijn-afgerond” leggen?
Ik weet dat jij er onderhand helemaal klaar mee bent en dat je rust wilt. In jouw ogen kan die het best worden bereikt door nu de zaak te sluiten. Dat klopt een beetje wel en een beetje niet. Het klopt een beetje wel, want als er nu geen zaak meer op de plank ligt, dan hoeft daar ook niets meer mee te gebeuren. Het klopt een beetje niet, omdat jouw vader over een tijdje ook opnieuw een zaak kan beginnen of in hoger beroep kan. Dat mag volgens de wet en dat is ook logisch, omdat dingen kunnen veranderen met de jaren. De rust van het sluiten van de zaak is dus tijdelijk.
Daarnaast zijn er allerlei juridische argumenten om de zaak wel of niet te sluiten (bijvoorbeeld dat de bijzondere curator pas betaald krijgt als de zaak klaar is of de verantwoordelijkheid van de rechtbank om alles uit de kast te halen), maar die zijn geen van alle doorslaggevend om een beslissing te kunnen nemen.
Ik weet op dit moment niet wat ik in deze procedure nog meer kan bereiken en hoe ik je in deze procedure nog verder kan helpen. Omdat ik denk dat het je meer rust geeft, zal ik dan ook deze procedure sluiten. Ik ga niet beslissen dat je je vader moet zien of op een andere manier contact met hem moet hebben. Ik ga niet de zaak op de plank leggen om hem daar over een tijdje weer vandaan te halen. Er moet ook gewoon eens een einde aan komen.
De beslissingen over de informatie aan je vader en de kaartjes van je vader, blijven wel staan.
Afsluiting
Ik hoop dat ik een duidelijke brief heb geschreven en dat er voor nu geen vragen voor jou overblijven. Anders kun je misschien contact zoeken met de bijzondere curator. Ik hoop ook, dat met het verstrijken van de tijd er een opening komt om het contact weer op te pakken, op wat voor manier en hoe klein dan ook. Ze zeggen dat tijd alle wonden heelt. Ik ben inmiddels oud genoeg om dat zelf ervaren te hebben. Er zijn wonden waarvan ik vroeger dacht dat ze nooit meer zouden helen, maar de tijd heeft wonderen verricht. Moge dat ook voor jou zo zijn in de toekomst.
Ik wens je het beste.
3.2.
Bijzondere curator en proceskosten
3.2.1.
De taak van de bijzondere curator zal als beëindigd worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.
3.2.2.
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt
.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
beslist met betrekking tot de informatieregeling zoals hierboven omschreven in rechtsoverweging 3.1.4 onder het kopje
Je moeder moet wel informatie over jou aan je vader blijven sturen;
4.2.
beslist met betrekking tot zorgregeling zoals hierboven omschreven in rechtsoverweging 3.1.4 onder het kopje
Je vader moet kaartjes blijven sturen;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.5.
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;
4.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. J. van den Bos, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. R.T. Goede, griffier, op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.