ECLI:NL:RBROT:2026:8939

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/10/719677 / KG ZA 26-465
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 lid 2 RvArt. 6 sub a t/m f akte 1989
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing conservatoir leveringsbeslag op erfpachtrecht na vervreemding zonder geldig voorkeursrecht

De Vissersvereniging Zuid-West legde conservatoir leveringsbeslag op het erfpachtrecht van STC op een perceel in Stellendam, stellende dat zij een voorkeursrecht had op het erfpachtrecht. STC had het erfpachtrecht echter in 2026 onder voorbehoud verkocht aan een derde, waarna de Vissersvereniging een procedure startte om het beslag te handhaven en nakoming van het voorkeursrecht af te dwingen.

De rechtbank oordeelde dat het voorkeursrecht contractueel was verbonden aan het erfpachtrecht dat liep van 1974 tot 2003 en dat dit recht niet was hernieuwd in de daaropvolgende erfpachtakte van 2003. Hoewel er vanuit zorgvuldigheidsoverwegingen een verplichting bestond om de Vissersvereniging te informeren over de voorgenomen verkoop, had STC dit gedaan via een e-mail in januari 2026. De Vissersvereniging had vervolgens onvoldoende concreet en tijdig gereageerd om haar voorkeursrecht uit te oefenen.

De rechtbank concludeerde dat het voorkeursrecht was geëindigd en dat STC vrij was het erfpachtrecht te vervreemden aan een derde. De belangenafweging viel in het voordeel van STC uit, mede omdat de Vissersvereniging te passief was gebleven. Het conservatoir leveringsbeslag werd daarom opgeheven en de vorderingen van de Vissersvereniging in reconventie werden afgewezen. De Vissersvereniging werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Het conservatoir leveringsbeslag op het erfpachtrecht wordt opgeheven omdat het voorkeursrecht is geëindigd en STC het recht rechtsgeldig aan een derde heeft verkocht.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/719677 / KG ZA 26-465
Vonnis in kort geding van 24 juni 2026
in de zaak van
STICHTING STC-GROUP,
te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: STC,
advocaat: mr. C.P. van der Winden,
tegen
VISSERSVERENIGING ZUID-WEST,
te Stellendam, gemeente Goeree-Overflakkee,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: de Vissersvereniging,
advocaat: mr. V.C. Hofman.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 juni 2026
- de producties 1 tot en met 19 van STC
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de producties 1 tot en met 8 van de Vissersvereniging
- de mondelinge behandeling van 10 juni 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de pleitnota van STC
- de pleitnota van de Vissersvereniging.

2.De feiten

2.1.
De Vissersvereniging is, na fusie, de rechtsopvolger onder algemene titel van (o.a.) Vissersvereniging “Ons Belang”. De Vissersvereniging behartigt de belangen van visserijbedrijven die actief zijn vanuit de haven van Stellendam en omgeving.
2.2.
STC is de rechtsopvolger van (o.a.) de Stichting Lager- en Middelbaar Nautisch-technisch Onderwijs Zuid-Holland. STC verzorgt maritiem onderwijs en is gevestigd te Rotterdam.
2.3.
In de jaren ‘70 heeft (de rechtsvoorganger van) de Vissersvereniging de School voor de Zeevisvaart in Stellendam opgericht, waarbinnen de opleiding van generaties jonge vissers werd verzorgd. De financiering en ondersteuning van de school was een gezamenlijke inspanning van alle visserijbedrijven in de regio Stellendam. De school was gevestigd op een perceel grond, gelegen bij de binnenhaven te Stellendam, kadastraal bekend gemeente Stellendam, [sectienummer 1] , welk perceel bij notariële akte van 17 april 1974 door de Staat in erfpacht aan (de rechtsvoorganger van) de Vissersvereniging is uitgegeven (de akte 1974). De looptijd van dat erfpachtrecht bedroeg 30 jaar, van 1 januari 1974 tot en met 31 december 2003.
2.4.
Midden jaren ‘80 ging de overheid over tot hervorming van het onderwijssysteem. Dat heeft ertoe geleid dat (de rechtsvoorganger van) de Vissersvereniging het erfpachtrecht van het perceel grond met daarop het schoolgebouw met opslagruimte, de inventaris en de lopende contracten bij notariële akte van 21 juli 1989 tegen een symbolische prijs van één gulden aan (de rechtsvoorganger van) STC heeft overgedragen (de akte 1989). Daar tegenover stond het in artikel 6 van Pro de akte 1989 ten behoeve van (de rechtsvoorganger van) de Vissersvereniging opgenomen contractueel voorkeursrecht. Het erfpachtrecht was inmiddels kadastraal vernummerd tot gemeente Stellendam, [sectienummer 2] , groot 4.285 m², plaatselijk bekend [adres] , [postcode] Stellendam.
2.5.
In artikel 6 van Pro de akte 1989 staat, voor zover van belang:
“6. a. Indien de Stichting Nautischtechnisch Onderwijs voornemens is tot vervreemding van het vorenomschreven erfpachtsrecht - anders dan in het kader van een bestuursoverdracht als bedoeld in artikel 98 van Pro de Wet op het voortgezet onderwijs - over te gaan, zal zij verplicht zijn de Vissersvereniging van dit voornemen schriftelijk in kennis te stellen.
b. De Vissersvereniging heeft alsdan het recht van voorkeur om het erfpachtsrecht met aanhorigheden over te nemen. Indien de Vissersvereniging geen gebruik van haar voorkeursrecht wenst te maken dient zij de Stichting Nautischtechnisch Onderwijs daarvan schriftelijk in kennis te stellen binnen vier weken, nadat de Vissersvereniging ingevolge het hiervoor sub a. bepaalde in kennis is gesteld van het voornemen van de Stichting Nautischtechnisch Onderwijs om tot vervreemding over te gaan.
(…)
d. Indien de Vissersvereniging schriftelijk heeft verklaard ingevolge het hiervoor sub b. bepaalde van haar voorkeursrecht geen gebruik te maken is de Stichting Nautischtechnisch Onderwijs bevoegd tot vervreemding aan derden over te gaan.
(…)
f. De Stichting Nautischtechnisch Onderwijs is op verbeurte van een direct zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete groot tienduizend gulden (…) ten behoeve van de Vissersvereniging verplicht het hiervoor omschreven voorkeursrecht aan iedere opvolgende verkrijger van het erfpachtsrecht op te leggen en verbindend te verklaren en daartoe het hiervoor bepaalde onder 6 sub a. tot en met e. en deze bepaling in de akte van overdracht woordelijk op te nemen. (…)”.
2.6.
Bij notariële akte van 8 december 2003 heeft de Staat aan (de rechtsvoorganger van) STC een erfpachtrecht uitgegeven, rustend op het perceel grond, voor een periode van 30 jaar, lopende van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2033 (de akte 2003).
2.7.
STC is in het kadaster ingeschreven als rechthebbende op het erfpachtrecht. De titel waarnaar in het kadaster wordt verwezen is de akte 2003. In het kadaster zijn ten aanzien van het erfpachtrecht geen kwalitatieve verplichting(en) of een voorkeursrecht ten behoeve van de Vissersvereniging ingeschreven.
2.8.
Op enig moment bleek de (financiële) noodzaak te bestaan om een toekomstbestendige oplossing te vinden voor het technisch en maritiem vakonderwijs in Stellendam. In 2021 is in dat verband een reddingsplan gestart en in 2025 hebben verschillende overleggen plaatsgevonden over het (mogelijke) behoud van de visserij- en zeevaartschool in Stellendam. Hierbij waren o.a. STC, de gemeente en vertegenwoordigers van het maritieme cluster Stellendam (waaronder de Vissersvereniging) betrokken. De enige oplossing die STC in december 2025 nog zag was het sluiten van de school en de verkoop van het erfpachtrecht.
2.8.1.
Over het voornemen tot verkoop aan een derde heeft (o.a.) (een vertegenwoordiger van) de Vissersvereniging STC op 10 januari 2026 gemaild. In die e-mail staat, voor zover van belang:
“In de afgelopen week heeft het cluster Stellendam kennisgenomen van de advertentie op Funda voor de verkoop van de locatie STC Stellendam. (…)
(…) Gezien de ontwikkelingen die niet stilstaan zou ik graag een aantal vragen aan jullie willen stellen namens het cluster.
- Is het STC nog bereid om het cluster tot 01-02-2026 de kans te geven om voor het huidige gevraagde bod van €200.000 het schoolgebouw over te nemen van het STC? Hierbij refereer ik ook naar de akte van 21-07-1989.
o Deze periode hebben we als cluster nodig om het eerder benoemde plan verder vorm te geven en de bestuurders de kans te geven om een gedegen terugverdien plan met de leden te bespreken en hierop akkoord te ontvangen.
(…)”.
2.8.2.
STC heeft bij e-mail van 13 januari 2026 op de e-mail van 10 januari 2026 als volgt gereageerd, voor zover van belang:
“(…) Na alle overleggen van afgelopen jaar, hadden we jou als eerste moeten inlichten over de formele verkoop. Dat dit niet gebeurd is, is geen onwil. We hebben uiteindelijk pas afgelopen december de stap genomen om de locatie actief in de verkoop te zetten en daarmee is deze afgelopen week o.a. op de verkoopsite van Funda geplaatst. In overleg met de makelaar tegen een lagere verkoopprijs dan eerder vastgesteld.
Als het Delta Maritiem Cluster in Stellendam op basis van de huidige verkoopprijs de locatie wil overnemen van STC dan is dat uiteraard de eerste optie. Wil je die optie lichten, dan verneem ik dat graag.
(…)
Ik verneem graag van je of het Cluster mogelijkheid ziet om het pand over te nemen van STC”.
2.9.
Omdat STC van de Vissersvereniging (of het cluster) geen concreet signaal kreeg dat zij daadwerkelijk het voorkeursrecht wilde gaan uitoefenen, heeft zij op 20 februari 2026 met betrekking tot het erfpachtrecht onder voorbehoud een koopovereenkomst gesloten met een derde-koper. Medio maart 2026 is daartoe een schriftelijke koopovereenkomst getekend. De geplande leveringsdatum is daarbij bepaald op 1 juli 2026.
2.10.
De Vissersvereniging heeft op 30 april 2026, na daartoe op 29 april 2026 verleend verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, tot zekerheidstelling van haar vermeende voorkeursrecht op het erfpachtrecht, conservatoir leveringsbeslag laten leggen op het erfpachtrecht Stellendam [sectienummer 2] (het beslag). De Visservereniging heeft de hoofdzaak tijdig (op 13 mei 2026) aanhangig gemaakt.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
STC vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
het beslag op te heffen;
de Vissersvereniging te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis de doorhaling van het beslag in de openbare registers van het Kadaster te (doen) bewerkstelligen, en daarvan binnen die termijn schriftelijk bevestiging aan STC te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat de Vissersvereniging in gebreke blijft, met een maximum van € 250.000,-;
de Vissersvereniging te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
De Vissersvereniging voert verweer. De Vissersvereniging concludeert tot niet-ontvankelijkheid van STC, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van STC, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van STC in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
in reconventie
3.3.
De Vissersvereniging vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. STC te veroordelen tot nakoming van haar verplichtingen uit artikel 6 van Pro de akte 1989, meer in het bijzonder:
(a) de Vissersvereniging binnen vijf werkdagen na dit vonnis een formeel schriftelijk aanbod te doen als bedoeld in artikel 6 om Pro het erfpachtrecht te verkrijgen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of dagdeel dat STC daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 500.000,-;
(b) voor zover de Vissersvereniging dat aanbod aanvaardt:
volledige medewerking te verlenen aan de notariële levering van het erfpachtrecht aan de Vissersvereniging, waaronder begrepen het ondertekenen van alle daartoe benodigde akten en het verrichten van alle verdere handelingen die voor de levering vereist zijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag of dagdeel dat STC daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 1.000.000,-;
2. STC te veroordelen tot betaling van de contractuele boete als bedoeld in artikel 6 sub e van Pro de akte 1989 van f 10.000,- (euro-equivalent: € 4.537,80), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van schending tot de dag van algehele voldoening;
3. STC te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
STC voert verweer. STC concludeert primair tot afwijzing van de vorderingen van de Vissersvereniging en subsidiair tot matiging van enige dwangsom, met veroordeling van de Vissersvereniging in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
Ontvankelijkheid
4.1.
Allereerst geldt dat er geen gronden gesteld of gebleken zijn waaruit volgt dat STC in conventie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar gevorderde. Het (niet-onderbouwde) ontvankelijkheidsverweer van de Vissersvereniging wordt daarom verworpen.
Spoedeisendheid
4.2.
Het spoedeisend belang vloeit zowel in conventie als in reconventie in voldoende mate voort uit de aard van de vorderingen. Partijen hebben bovendien over weer de spoedeisendheid niet betwist.
Het materiële geschil
4.3.
STC vordert in conventie opheffing van het beslag. Opheffing van een beslag kan onder meer, maar niet uitsluitend, plaatsvinden als een van de in artikel 705 lid 2 Rv Pro genoemde gronden aanwezig is en een belangenafweging niet tot een ander oordeel leidt, en op grond van een zelfstandige belangenafweging.
4.4.
Anders dan STC aanvoert, biedt een voorkeursrecht als hier volgens de Vissersvereniging aan de orde, voldoende basis voor het leggen van een conservatoir leveringsbeslag om een voorwaardelijk recht op levering veilig te stellen. Zodanig recht kan immers door uitoefening van het voorkeursrecht en daarop volgende wilsovereenstemming ontstaan. Er is geen reden om op voorhand te oordelen dat dit een kansloos voorkeursrecht zou zijn.
4.5.
Vaststaat dat het erfpachtrecht bij de akte 1974 op het perceel grond, kadastraal vernummerd tot gemeente Stellendam, [sectienummer 2] , is gevestigd en dat, gekoppeld aan dit erfpachtrecht, bij gelegenheid van de overdracht van het erfpachtrecht bij de akte 1989, ten behoeve van (een rechtsvoorganger van) de Vissersvereniging een contractueel voorkeursrecht in die akte is opgenomen. Het bij de akte 1974 gevestigde erfpachtrecht is na verloop van 30 jaar geëindigd op 31 december 2003.
Of nu beoogd was het erfpachtrecht bij de akte 2003 opnieuw te vestigen danwel dit te verlengen, feit is dat het contractuele voorkeursrecht ten behoeve van de Vissersvereniging in de akte 2003 niet is herhaald en dat in die akte niet naar het voorkeursrecht in de akte 1989 is verwezen. Evenmin is bij het opnemen van het voorkeursrecht in de akte 1989 of op andere wijze voorzien in een regeling voor de situatie na het eindigen van de duur van de erfpacht in 2003.
Gelet op de koppeling tussen het erfpachtrecht van 1974 en dit voorkeursrecht kan daarmee worden aangenomen dat de desbetreffende regeling in artikel 6 (zie hiervoor onder 2.5) met de beëindiging van het erfpachtrecht op 31 december 2003 eveneens is geëindigd.
4.6.
Evenwel ligt vanuit verbintenisrechtelijk oogpunt, gelet op de aannemelijk geworden bedoelingen van partijen, niet voor de hand dat het contractueel tussen (de rechtsvoorgangers van) STC en de Vissersvereniging overeengekomen voorkeursrecht na de betrekkelijk korte periode van vijftien jaar na de overdracht in 1989, geen nawerking heeft in daarop volgende jaren. De voorzieningenrechter gaat er daarom binnen het beperkte kader van deze kortgedingprocedure, waarin geen ruimte is voor nader onderzoek, van uit dat op STC in 2025/2026 in elk geval nog uit een oogpunt van zorgvuldigheid en fatsoen de verplichting rustte om het erfpachtrecht bij voorgenomen (eerste) vervreemding van dat recht eerst aan de Vissersvereniging aan te bieden, zeker gelet op het contact / overleg dat tussen partijen in 2025 heeft plaatsgevonden (zie hiervoor onder 2.8).
4.7.
Aan die verplichting heeft STC, zo blijkt uit het procesdossier, voldaan.
Bij e-mail van 13 januari 2026 heeft zij immers het erfpachtrecht aan de Vissersvereniging aangeboden (en daarbij ook haar vervreemdingsvoornemen kenbaar gemaakt, met verwijzing naar de op Funda genoemde verkoopprijs). Daarmee is sprake van een toereikend te achten schriftelijke kennisgeving aan de Vissersvereniging. Dat STC de aanbiedingsregeling niet naar de (strikte) letter van artikel 6 in Pro de akte 1989 heeft gevolgd, doet daaraan niet af. Nog daargelaten dat die in de akte 1989 opgenomen regeling al was geëindigd, heeft STC de Vissersvereniging immers met het toesturen van de e-mail op 13 januari 2026 in kennis gesteld van het voornemen tot vervreemding van het erfpachtrecht en in voldoende mate in de gelegenheid gesteld om aan STC kenbaar te maken of zij het voorkeursrecht al dan niet wenste uit te oefenen.
Van de haar geboden gelegenheid heeft de Vissersvereniging binnen de door haar in de e-mail van 10 januari 2026 zelf genoemde termijn tot 1 februari 2026 geen gebruik gemaakt. Hetzelfde geldt als aangesloten zou worden bij de in artikel 6 in Pro de akte 1989 genoemde langere termijn van vier weken, te rekenen vanaf 13 januari 2026.
Daarbij komt dat tussen (vertegenwoordigers van) partijen ook Whatsapp-contact heeft plaatsgevonden (productie 12 van STC), waaruit volgt dat STC op 12 februari 2026 heeft aangegeven dat diezelfde week nog op een concreet bod van een derde gereageerd moest worden en de vraag is gesteld of vanuit het cluster een voorstel tot koop is opgesteld. Daarop is zijdens de Vissersvereniging pas op 20 februari 2026 gereageerd met een vraag om overleg, waarop STC niet verder is ingegaan vanwege de verkoop aan een derde.
In deze omstandigheden, waarin de Vissersvereniging (te) passief is gebleven en de kans op aankoop in feite zelf door de vingers heeft laten glippen, moet redelijkerwijs worden geconcludeerd dat STC niet langer jegens haar een verplichting had in verband met het voorkeursrecht. Daarmee is het STC vrij komen te staan om het erfpachtrecht te vervreemden aan wie zij wilde.
De stelling van de Vissersvereniging dat het voorkeursrecht nog van kracht is, omdat zij naar de letterlijke tekst van artikel 6 van Pro de akte 1989 binnen de daarin genoemde termijn niet kenbaar heeft gemaakt
af te zienvan de uitoefening van dit recht, volgt de voorzieningenrechter niet. Nog los van de vaststelling dat deze regeling op 31 december 2003 is geëindigd, zou de Vissersvereniging zich daarop in redelijkheid niet kunnen beroepen in de onderhavige situatie. Er is contact geweest tussen partijen over het perceel en STC is in dat contact voldoende concreet geweest over de mogelijkheid van aankoop. De Visservereniging is vervolgens daarmee niet adequaat en te passief omgegaan.
4.8.
In het kader van een belangenafweging is relevant dat STC het erfpachtrecht pas nadat zij in het kader van de overleggen in 2025 moest vaststellen dat het reddingsplan van 2021 niet de gewenste resultaten opleverde, zoals zij op zitting heeft toegelicht, uiteindelijk te koop heeft aangeboden. Het was voor haar niet langer financieel haalbaar om te blijven zoeken naar de oorspronkelijk gewenste toekomstbestendige oplossing voor het behoud van de visserij- en zeevaartschool in Stellendam. Daar tegenover staat dat de Vissersvereniging te lang in het ongewisse heeft gelaten in hoeverre zij daadwerkelijk concrete interesse had in aankoop. Zij heeft STC onvoldoende houvast geboden om tot een andere dan de vervreemdingsbeslissing te komen.
Gelet hierop en nu het een feit is dat het erfpachtrecht is verkocht en de levering (met boeteclausule) aanstaande is, dient een belangenafweging in het voordeel van STC uit te vallen.
4.9.
De in conventie gevorderde opheffing van het ten laste van STC gelegde conservatoir leveringsbeslag wordt daarom toegewezen. De Vissersvereniging heeft immers (op grond van het voorkeursrecht) geen recht op levering (gekregen) en dit valt ook niet meer te verwachten. In het verlengde daarvan wordt ook de conventionele vordering onder 2 toegewezen, met een redelijk te achten termijn van 48 uur na betekening en op straffe van een beperkte en gemaximeerde dwangsom.
4.10.
Het oordeel in conventie leidt ertoe dat de vorderingen in reconventie worden afgewezen.
Proces- en nakosten, wettelijke rente
4.11.
De Vissersvereniging is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van STC worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
128,65
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.188,65
4.12.
De (alleen) in conventie door STC gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.13.
De Vissersvereniging is ook in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom ook daarin de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van STC worden begroot op:
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.325,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
heft op het op 30 april 2026 ten laste van STC gelegde en in [nummer 3] ingeschreven conservatoir leveringsbeslag, gelegd op het ten name van STC staande erfpachtrecht op het perceel grond, kadastraal bekend gemeente Stellendam, [sectienummer 2] , plaatselijk bekend [adres] , [postcode] Stellendam,
5.2.
veroordeelt de Vissersvereniging om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de doorhaling van het beslag in de openbare registers van het Kadaster te (doen) bewerkstelligen, en daarvan binnen die termijn schriftelijk bevestiging aan STC te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat de Vissersvereniging in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-;
5.3.
veroordeelt de Vissersvereniging in de proceskosten van € 2.188,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
veroordeelt de Vissersvereniging tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen van de Vissersvereniging af,
5.6.
veroordeelt de Vissersvereniging in de proceskosten van € 1.325,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.7.
veroordeelt de Vissersvereniging tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als de Vissersvereniging niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026. 1734/1694