ECLI:NL:RBROT:2026:8953

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/10/723477 / HA RK 26-721
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens toevoeging gewijzigde producties

Verzoekster heeft op 16 juli 2026 tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zaak behandelde. Dit verzoek betrof de beslissing van de rechter om een gewijzigde set producties van Stichting Woonzorg Nederland aan het procesdossier toe te voegen.

De wrakingskamer overweegt dat een rechterlijke (tussen)beslissing op zichzelf nooit een grond voor wraking kan zijn, omdat wraking niet bedoeld is als hoger beroep op beslissingen. Ook de motivering van een dergelijke beslissing kan alleen aanleiding geven tot wraking indien deze duidelijk ingegeven is door vooringenomenheid of partijdigheid, wat hier niet is gesteld of gebleken.

Verzoekster heeft niet toegelicht waarom uit de motivering van de beslissing vooringenomenheid of partijdigheid zou blijken. Haar opmerking dat de rechter het wrakingsverzoek niet persoonlijk moet opvatten, wijst er juist op dat het haar om de juistheid van de beslissing gaat, hetgeen niet via wraking kan worden aangevochten.

Daarom verklaart de wrakingskamer het verzoek kennelijk ongegrond en wijst het af zonder zitting. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen omdat geen sprake is van vooringenomenheid of partijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/723477 / HA RK 26-721
Beslissing van 22 juli 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
woonplaats: [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
tot wraking van
mr. I.W.M. Laurijssens,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 16 juli 2026 de rechter gewraakt die de zaak behandelde tussen verzoekster en Stichting Woonzorg Nederland met zaaknummer / rolnummer 11923203 CV EXPL 25-21802 (de hoofdzaak). Het dossier van die zaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.
1.2.
De wrakingskamer heeft gezien:
  • het wrakingsverzoek van verzoekster, dat zij op 16 juli 2026 mondeling heeft gedaan tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak. Dat verzoek is opgenomen in het proces-verbaal van die zitting;
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 17 juli 2026.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
De rechter heeft aan het begin van de mondelinge behandeling besloten dat een gewijzigde set producties van Stichting Woonzorg Nederland aan het procesdossier wordt toegevoegd. Naar aanleiding van deze beslissing heeft verzoekster de rechter gewraakt.
2.2.
Een rechterlijke (tussen)beslissing alleen kan nooit grond vormen voor wraking, want wraking is niet bedoeld als een soort hoger beroep. De wrakingskamer is er niet om opnieuw te kijken naar de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die de zaak krijgt als er hoger beroep wordt ingesteld.
2.3.
Ook de motivering van de (tussen)beslissing kan normaal gesproken geen grond vormen voor wraking, zelfs niet als de wrakingskamer die motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te kort door de bocht vindt of als die motivering er niet is.
Dit is alleen anders als de motivering van de (tussen)beslissing alleen maar ingegeven kan zijn door vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter. De wrakingskamer let daarbij op alle omstandigheden van het geval, ook bijvoorbeeld op de in de motivering gebruikte woorden.
2.4.
Verzoekster is het er niet mee eens dat de set producties is toegevoegd. Die beslissing is geen grond voor wraking.
Verzoekster heeft niet gezegd dat én waarom uit de motivering van de beslissing om de gewijzigde set producties aan het procesdossier toe te voegen vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter blijkt of waarom zij daar bang voor is.
De opmerking van verzoekster aan het einde van de mondelinge behandeling dat de rechter het wrakingsverzoek niet persoonlijk moet opvatten, is naar het oordeel van de wrakingskamer juist een sterke aanwijzing dat het verzoekster niet om de vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter gaat, maar dat het juist haar bedoeling is om de juistheid van de door de rechter genomen beslissing aan de orde te stellen.
Daarvoor is de wrakingsprocedure echter niet bedoeld.
2.5.
Om die reden wordt het verzoek zonder zitting meteen afgewezen.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart het wrakingsverzoek van verzoekster ten aanzien van mr. I.W.M. Laurijssens in de civielrechtelijke zaak met zaaknummer / rolnummer 11923203 CV EXPL 25-21802 kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. A.M.H. Geerars en mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter is deze beslissing door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en door hen ondertekend.
de griffier de jongste rechter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.