ECLI:NL:RBROT:2026:8957

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/10/722157 / KG ZA 26-655
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorzieningen bij geschil over wederkerige erfdienstbaarheid van weg

Partijen zijn eigenaren van aangrenzende percelen met een erfdienstbaarheid van weg die wederkerig geldt. Zij betichten elkaar van het niet naleven van deze erfdienstbaarheid door het parkeren van voertuigen en opslag van goederen op de ontsluitingsweg.

In een kort geding vorderen zij elkaar te veroordelen om de strook grond vrij te houden en te ontruimen, onder dreiging van dwangsommen. De voorzieningenrechter stelt vast dat alle partijen zich niet aan de erfdienstbaarheid hebben gehouden en dat er voldoende spoedeisend belang is om voorlopige voorzieningen te treffen.

De rechter veroordeelt partijen over en weer om binnen drie dagen de strook grond waarop de erfdienstbaarheid rust te ontruimen en ontruimd te houden totdat in een bodemprocedure definitief wordt beslist. Tevens worden dwangsommen van €500 per dag met een maximum van €10.000 opgelegd. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Partijen worden wederzijds veroordeeld om de strook grond waarop de erfdienstbaarheid rust te ontruimen en ontruimd te houden met dwangsommen, totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/722157 / KG ZA 26-655
Vonnis in kort geding van 21 juli 2026
in de zaak van
GARDEN LUX VERANDA B.V.,
statutaire vestigingsplaats: [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. S.A. van Leeuwen,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

woonplaats: [woonplaats] ,
2. MARQA B.V.,
statutaire vestigingsplaats: [plaats] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. M.J. Duinkerke.
Partijen worden hierna Garden Lux, [gedaagde 1] en Marqa genoemd. [gedaagde 1] en Marqa worden samen [gedaagden] genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
Partijen zijn eigenaars van aangrenzende percelen grond met daarop bedrijfspanden. Op een gedeelte van de percelen grond rust een erfdienstbaarheid van weg. Garden Lux en [gedaagden] betichten elkaar er over en weer van zich niet aan die erfdienstbaarheid te houden. In deze zaak vorderen zij elk – kort gezegd – dat de andere partij onder druk van een dwangsom wordt veroordeeld om zich aan de erfdienstbaarheid te houden. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen over en weer grotendeels toe. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaardingen van 29 juni 2026, met bijlagen 1 tot en met 13;
  • de aanvullende bijlagen 14 tot en met 16 van Garden Lux;
  • de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie (tegenvordering), met bijlagen 1 tot en met 10;
  • de mondelinge behandeling op 7 juli 2026.

3.De vorderingen in conventie en in reconventie

3.1.
Garden Lux vordert in conventie om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen om binnen drie dagen na het in dezen te wijzen vonnis, althans op een door U.E.A. in goede justitie te bepalen termijn, de Strook te ontruimen, zodat Garden Lux de erfdienstbaarheid weer onbelemmerd kan uitoefenen;
II. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen om zich te onthouden van elk handelen of nalaten, hoegenaamd dan ook, waardoor de uitoefening van de erfdienstbaarheid door Garden Lux wordt belemmerd;
III. te bepalen dat [gedaagde 1] voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat hij in strijd handelt met het onder I. en II. bepaalde, aan Garden Lux een dwangsom verbeurt van € 2.500,00 per dag, althans een door U.E.A. in goede justitie te bepalen bedrag per dag, tot een maximum van € 50.000,00;
IV. te bepalen dat Marqa voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat zij in strijd handelt met het onder I. en II. bepaalde, aan Garden Lux een dwangsom verbeurt van € 2.500,00 per dag, althans een door U.E.A. in goede justitie te bepalen bedrag per dag, tot een maximum van € 50.000,00;
V. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis in deze procedure, en te vermeerderen met wettelijke rente over deze kosten indien betaling binnen die termijn uitblijft, en te bepalen dat [gedaagden] hoofdelijk nakosten verschuldigd zijn, welk bedrag na betekening van het vonnis wordt verhoogd met de kosten van betekening.
3.2.
[gedaagden] vorderen in reconventie om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Garden Lux te gebieden om binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de strook grond (ontsluitingsweg) met daarop de erfdienstbaarheid, zoals die volgt uit de akte met nummer [nummer 1] en zoals ter indicatie weergegeven op de tekening in randnummer 10/productie 3, te ontruimen en ontruimd te houden door deze vrij te maken en vrij te houden van al haar materiaal, materieel en voertuigen;
II. te bepalen dat, indien en voor zover na ontruiming als bedoeld onder I. Garden Lux andermaal materiaal, materieel en/of voertuigen op de erfdienstbaarheid plaatst, Garden Lux voor iedere keer dat dat plaatsvindt een dwangsom van € 2.500,00 per gebeurtenis, althans per dag of gedeelte van een dag dat er materiaal, materieel en/of voertuigen op de strook grond (ontsluitingsweg) met daarop de erfdienstbaarheid zijn geplaatst, zulks telkens tot een maximum van € 50.000,00 per keer dat in strijd met het gebod als bedoeld onder I. wordt gehandeld;
III. Garden Lux te veroordelen in de kosten van het geding, en met bepaling dat Garden Lux de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zal zijn, indien zij de proceskosten niet binnen veertien dagen na het vonnis zal hebben voldaan, zulks tot aan de dag der algehele voldoening.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

De feitelijke situatie
4.1.
Garden Lux is eigenaar van een perceel grond met daarop een bedrijfsruimte aan het adres [adres 1] in [plaats] . [gedaagde 1] en Marqa zijn eigenaars van naastgelegen percelen grond met bedrijfsruimten aan de [adres 2] en [adres 3] in [plaats] . De feitelijke situatie is als volgt, waarbij het groen omlijnde gedeelte het perceel van Garden Lux is (perceelnummer [nummer 2] ), het oranje omlijnde gedeelte de percelen van Marqa zijn (perceelnummers [nummer 3] en [nummer 4] ) en het blauw omlijnde gedeelte het perceel van [gedaagde 1] is (perceelnummer [nummer 5] ):
[afbeelding percelen]
De erfdienstbaarheid
4.2.
Ten laste en ten gunste van, onder andere, de percelen van partijen is in een notariële akte van 31 december 2020 een erfdienstbaarheid van weg gevestigd, die – voor zover van belang – als volgt luidt:

VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID VAN WEG
Ter verdere uitvoering van bovengenoemde koopovereenkomst zijn partijen voorts nog overeengekomen na te melden recht van erfdienstbaarheid van weg te vestigen en te aanvaarden. Ten behoeve en ten laste van het aan de koper verkochte perceel kadastraal bekend [gemeente] , sectie [sectie] nummer [nummer 5] , aan welk perceel door het kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte is toegekend van eenduizend vijfhonderd een en veertig vierkante meter (1.541 m2), met het zich daarop bevindende gerealiseerde bedrijfspand plaatselijk bekend [adres 2] te [plaats] enerzijds en ten behoeve en ten laste van de aan de verkoper in eigendom verblijvende percelen kadastraal bekend [gemeente] sectie [sectie] nummers [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 2] aan welke percelen door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend van vierhonderd vijf en zestig vierkante meter (465 m2), respectievelijk zevenhonderd zeven en dertig vierkante meter (737 m2) respectievelijk eenduizend negenhonderd twee en negentig vierkante meter (1.992 m2) met de zich daarop bevindende gerealiseerde bedrijfspanden plaatselijk bekend [adres 3] en [adres 1] te [plaats] alsmede ten behoeve van het aan de verkoper in eigendom verblijvende perceel kadastraal bekend [gemeente] sectie [sectie] nummer [nummer 6] , aan welk perceel door het kadaster een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte is toegekend van vierduizend eenhonderd vijf en twintig vierkante meter (4.125 m2) met het zich daarop bevindende gerealiseerde bedrijfspand plaatselijk bekend [adres 4] te [plaats] anderzijds, wordt hierbij gevestigd en aangenomen:
de erfdienstbaarheid van weg om met personenauto’s en vrachtauto’s op de minst bezwarende wijze te mogen komen en te gaan van en naar de openbare weg: [straat] , naar en van de voormelde bedrijfspanden (en de bijbehorende parkeerplaatsen) plaatselijk bekend [adres 2] , [adres 3] , [adres 1] en [adres 4] te [plaats] over de ontsluitingsweg, zulks om deze bedrijfspanden (en de bijbehorende parkeerplaatsen) te kunnen bereiken en te kunnen bevoorraden en welke ontsluitingsweg met een breedte van ongeveer tien meter schetsmatig met streeparcering is aangegeven op de aan deze akte gehechte tekening.
Met betrekking tot deze erfdienstbaarheid van weg gelden voorts nog de volgende
bepalingen:
1. Het is de gerechtigden van de voormelde bedrijfspanden alsook de in opdracht
van de voormelde gerechtigden handelende derden casu quo huurders/gebruikers
van voormelde bedrijfspanden niet toegestaan om vervoermiddelen van welke
aard ook noch om andere zaken of goederen op de ontsluitingsweg te plaatsen,
zodat het gebruik van de ontsluitingsweg ongehinderd en onverminderd zal
kunnen plaatsvinden. (…)”.
4.3.
Het gedeelte van de percelen van partijen waarop de erfdienstbaarheid rust, is in de volgende afbeelding paars gearceerd weergegeven:
[afbeelding percelen]
Partijen moeten zich over en weer aan de erfdienstbaarheid houden
4.4.
Partijen verwijten elkaar over en weer zich niet aan de erfdienstbaarheid te houden, in die zin dat voertuigen en goederen worden geparkeerd c.q. gestald op het gedeelte van de percelen waarop de erfdienstbaarheid rust. Partijen hebben niet weersproken dat zij zich hier, in ieder geval in het recente verleden, inderdaad zo nu en dan schuldig aan hebben gemaakt, zij het dat zij van mening verschillen over de precieze aard en omvang van de overtredingen en de daaruit voortvloeiende hinder. Partijen hebben hun stellingen over en weer ook onderbouwd met filmpjes en video’s. Daarmee staat vast dat partijen zich niet aan de erfdienstbaarheid hebben gehouden. De erfdienstbaarheid vermeldt immers expliciet dat het “
niet[is]
toegestaan om vervoermiddelen van welke aard ook noch om andere zaken of goederen op de ontsluitingsweg te plaatsen”. Hoewel het partijen naar voorlopig oordeel is toegestaan om auto’s/vrachtwagens gedurende het lossen van goederen (korte tijd) op de ontsluitingsweg te laten staan, is het parkeren c.q. stallen van voertuigen en de opslag van goederen duidelijk niet toegestaan.
4.5.
De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het standpunt van Garden Lux dat [gedaagden] er geen belang bij hebben dat Garden Lux zich aan de erfdienstbaarheid houdt, omdat [gedaagden] niet over het perceel van Garden Lux hoeven te gaan om bij hun percelen te komen. De tekst van de erfdienstbaarheid is immers duidelijk. Het gaat om een wederkerige erfdienstbaarheid, ten behoeve én ten laste van alle betrokken partijen. Het is, zo blijkt uit het slot van het citaat onder 4.2, géén van partijen toegestaan om vervoermiddelen, zaken of goederen op de ontsluitingsweg te plaatsen. De erfdienstbaarheid vermeldt geen enkele uitzondering of voorbehoud op deze regel. Gelet op de algemene werking van de erfdienstbaarheid, die ook kenbaar is uit het Kadaster, moet de tekst daarvan objectief worden uitgelegd. Dat de strook van ongeveer tien meter breed die in de erfdienstbaarheid is genoemd daarin wordt aangeduid als ontsluitingsweg en dat deze dat karakter ook heeft is feitelijk juist, voor alle partijen, maar daaruit volgt niet dat het voor één of meer partijen de enige ontsluitingsweg is of moet zijn. Dat [gedaagden] ook op andere wijze naar de openbare weg kunnen gaan, doet dus niet ter zake. [gedaagden] hebben als mede-begunstigden van de erfdienstbaarheid in beginsel belang bij naleving daarvan.
Ook feitelijk hebben zij dat, want [gedaagden] hebben onweersproken gesteld dat het plaatsen van vervoermiddelen, zaken en goederen op de strook van 10 meter op het perceel van Garden Lux tot gevolg heeft dat personeel, leveranciers en/of klanten van Garden Lux hun voertuigen (tijdelijk) op de percelen van [gedaagden] plaatsen. Dit hindert [gedaagden] in hun bedrijfsvoering en is onrechtmatig, omdat zij die hinder gelet op de gehele situatie niet hoeven te dulden.
[gedaagden] hebben dan ook belang bij hun vordering in dit kort geding die ertoe strekt dat Garden Lux de erfdienstbaarheid respecteert. De discussie tussen partijen over de vraag of de erfdienstbaarheid (gedeeltelijk) moet worden aangepast of opgeheven en waar de grens van de strook waarop de erfdienstbaarheid ziet precies loopt, hoort thuis in een bodemprocedure.
4.6.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de discussie tussen partijen inmiddels niet meer alleen met woorden wordt gevoerd; te vrezen valt dat de situatie verder zal escaleren en dat de discussie fysiek wordt beslecht. Dit moet worden voorkomen en daarom bestaat aanleiding én voldoende spoedeisend belang om voorlopige voorzieningen te treffen in afwachting van het oordeel in een bodemprocedure over de vraag of en, zo ja, in hoeverre de erfdienstbaarheid moet worden gehandhaafd. In die procedure kan ook aan de orde komen waar de precieze perceelsgrenzen lopen, nu partijen het ook daarover niet eens blijken te zijn.
4.7.
Partijen worden over en weer veroordeeld om de gedeelten van hun perceel/percelen waarop de erfdienstbaarheid rust binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, totdat in een bodemprocedure is beslist. Dit betekent dat partijen alle vervoermiddelen, zaken en goederen die op dit moment op de strook van tien meter (de ontsluitingsweg) staan, moeten verwijderen én verwijderd moeten houden. Daarbij dienen voorlopig de grenzen van die strook te worden aangehouden die overeenkomen met de schetstekening in het kadaster. Totdat de grenzen van de percelen van partijen én de erfdienstbaarheid in een bodemprocedure zijn vastgesteld, moeten [gedaagden] het door hen beweerdelijk op de grens van de erfdienstbaarheid geplaatste hek ook verwijderen. Op dit moment valt niet uit te sluiten dat dit hek zich onrechtmatig op de ontsluitingsweg bevindt. Dit hek, dat daar pas kort geleden is geplaatst en waarvan niet is gesteld of gebleken dat of waarom het noodzakelijk was om dat, zonder overleg, te plaatsten, geeft kennelijk ook aanleiding tot ongewenste verdere escalatie.
4.8.
De voorzieningenrechter acht het noodzakelijk om aan de veroordelingen een dwangsom te verbinden, zodat er een stok achter de deur is dat partijen de veroordelingen daadwerkelijk nakomen. De dwangsom wordt voor ieder van partijen gesteld op € 500,00 per dag of dagdeel, met een maximum van € 10.000,00. De voorzieningenrechter spreekt echter de hoop uit dat het niet zover hoeft te komen dat daadwerkelijk dwangsommen worden verbeurd en dat partijen de tussen hen bestaande discussie zo snel mogelijk in een bodemprocedure laten beslechten. Van alle partijen wordt verwacht dat zij zich zakelijk en rustig tegenover elkaar gedragen en dat zij ervoor zorgen dat ook anderen (familieleden, werknemers) dat doen.
4.9.
De voorzieningenrechter hecht er nog aan op te merken dat het natuurlijk wel is toegestaan dat leveranciers, werknemers en klanten van partijen hun vervoermiddelen tijdelijk op de ontsluitingsweg stil laten staan om goederen te laden of te lossen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat partijen hier naar elkaar in redelijkheid mee om zullen gaan en dat partijen erop zullen toezien dat hun leveranciers, werknemers en klanten niet langer op de ontsluitingsweg stilstaan dan strikt noodzakelijk is.
De proceskosten worden gecompenseerd
4.10.
Omdat alle partijen zich in het recente verleden niet aan de erfdienstbaarheid hebben gehouden en alle partijen, in conventie of in reconventie, worden veroordeeld om het gedeelte van hun perceel/percelen waarop de erfdienstbaarheid rust te ontruimen en ontruimd te houden, kan geen van partijen worden aangemerkt als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten in conventie en in reconventie te compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.11.
De veroordelingen in dit vonnis worden, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gedeelte van hun percelen waarop de erfdienstbaarheid rust te ontruimen en ontruimd te houden, totdat in een bodemprocedure anders is beslist;
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan Garden Lux te betalen een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat hij de veroordeling in 5.1. niet nakomt, met dien verstande dat [gedaagde 1] maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
5.3.
veroordeelt Marqa om aan Garden Lux te betalen een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat zij de veroordeling in 5.1. niet nakomt, met dien verstande dat Marqa maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
in reconventie
5.4.
veroordeelt Garden Lux om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gedeelte van haar perceel waarop de erfdienstbaarheid rust te ontruimen en ontruimd te houden, totdat in een bodemprocedure anders is beslist;
5.5.
veroordeelt Garden Lux om aan [gedaagden] samen te betalen een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat zij de veroordeling in 5.4. niet nakomt, met dien verstande dat Garden Lux maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
in conventie en in reconventie
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
5.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.
3349 / 106