ECLI:NL:RBROT:2026:8963

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
12063390 RR FORM 26-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:44 lid 3 BWArt. 6:106 BWArt. 6:228 BWArt. 7:17 lid 1 BWArt. 7:17 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens bedrog, dwaling en non-conformiteit bij aankoop puppy

Eiseres kocht een puppy van gedaagde en stelde dat de puppy verschillende aangeboren gezondheidsproblemen had die al bij aflevering aanwezig waren, waardoor sprake zou zijn van non-conformiteit. Tevens voerde zij bedrog en dwaling aan vanwege vermeende inconsistenties in de documentatie en herkomst van de puppy.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende feiten had aangevoerd om bedrog aan te tonen, aangezien de vermeende inconsistenties niet bewezen dat gedaagde opzettelijk had misleid. Ook slaagde het beroep op dwaling niet, omdat niet was vastgesteld dat de overeenkomst onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken tot stand was gekomen.

Ten aanzien van non-conformiteit stelde de rechtbank vast dat de puppy ten tijde van aflevering geen gezondheidsproblemen vertoonde, mede omdat eiseres en gedaagde samen een dierenarts hadden bezocht die geen problemen constateerde. De latere gezondheidsproblemen konden niet worden toegeschreven aan een gebrek dat al bij aflevering bestond.

De vordering tot vergoeding van medische kosten, aankoopprijs en immateriële schade werd daarom afgewezen. Ook de immateriële schadevergoeding werd niet toegekend omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens ontbreken van bedrog, dwaling en non-conformiteit en veroordeelt eiseres in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12063390 RR FORM 26-15
datum uitspraak: 26 juni 2026
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.C.J.L. Huurman,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 21 januari 2026 heeft ontvangen, met bijlagen, en
  • de brief van 28 januari 2026 van [eiseres]
  • de nadere producties 6 t/m 9 van [eiseres] ,
  • het reactieformulier van [gedaagde] , met bijlagen.
1.3.
Op 21 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: de gemachtigde van mevrouw [eiseres] , mr. C.C.J.L. Huurman en mevrouw [gedaagde] samen met haar man, [echtgenoot gedaagde] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft van [gedaagde] een puppy genaamd [naam puppy] (hierna: [naam puppy] ) gekocht. Na verloop van tijd hebben zich verschillende gezondheidsklachten ontwikkeld bij [naam puppy] . [eiseres] heeft zich gewend tot een dierenarts in Duitsland, waar verschillende problemen zijn vastgesteld, waaronder een waterhoofd (hydrocephalus), een afgeplatte luchtpijp (tracheale hypoplasie), een zeer nauwe neusingang en recidiverende epileptische aanvallen. Volgens [eiseres] zijn deze aandoeningen aangeboren en is daarom sprake van non-conformiteit, aangezien deze afwijkingen aanwezig waren ten tijde van de aflevering van de puppy. Verder heeft [eiseres] ernstige twijfels over de herkomst en documentatie van [naam puppy] en is er volgens haar mogelijk sprake van fraude. Volgens [eiseres] is er daarom ook sprake van bedrog of dwaling. [eiseres] heeft de overeenkomst als gevolg daarvan buitengerechtelijk vernietigd en vordert in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om een bedrag van € 4.170,29 aan haar te betalen. Dit bedrag bestaat uit € 1.500,- voor de aankoop van de hond, € 1.464,65 aan medische kosten en € 1.205,64 aan advocaatkosten. Verder eist [eiseres] een bedrag van € 500,- aan immateriële schadevergoeding.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering van [eiseres] . Zij betwist dat [naam puppy] gezondheidsproblemen had ten tijde van de aflevering van [naam puppy] . Volgens [gedaagde] is zij voorafgaand aan de verkoop samen met [eiseres] naar een dierenarts geweest, waar de dierenarts geen gezondheidsproblemen bij [naam puppy] heeft geconstateerd.
2.3.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af omdat naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van bedrog dan wel dwaling. Ook slaagt het beroep op non-conformiteit niet. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
Beroep op bedrog en dwaling slaagt niet
2.4.
[eiseres] heeft de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd op grond van bedrog dan wel dwaling. Als gevolg van deze buitengerechtelijke vernietiging maakt [eiseres] volgens haar aanspraak op terugbetaling van de aankoopsom, de volledige vergoeding van de gemaakte medische kosten, een vergoeding voor immateriële schade en de wettelijke rente over deze bedragen. De kantonrechter is van oordeel dat van zowel bedrog als dwaling geen sprake is. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] op deze gronden daarom af. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
Bedrog
2.5.
Van bedrog is alleen sprake als [gedaagde] opzettelijk onjuiste informatie heeft gegeven of juist heeft achtergehouden (artikel 3:44 lid 3 BW Pro). De kantonrechter is van oordeel dat dit niet is komen vast te staan omdat [eiseres] daarvoor onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd.
2.6.
Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] haar twee paspoorten gegeven die inconsistenties met elkaar vertonen, zoals verschillende geboortedata. Ook is [naam puppy] ter identificatie getatoeëerd, terwijl in Europa een microchipidentificatie is vereist. [eiseres] geeft daarom aan dat zij ernstige twijfels heeft over de herkomst van [naam puppy] en vermoed dat er sprake is van fraude met betrekking tot de import en documentatie van [naam puppy] . De kantonrechter overweegt dat de aanwezigheid van de twee verschillende paspoorten met tegenstrijdige gegevens weliswaar vragen oproept over de documentatie van [naam puppy] , maar dat dit op zichzelf onvoldoende is om aan te nemen dat [gedaagde] opzettelijk [eiseres] heeft misleid. [gedaagde] heeft ter zitting uitgelegd dat zij enige tijd in Rusland is geweest en [naam puppy] daar heeft aangeschaft. Het eerste paspoort heeft zij van de fokker ontvangen. Toen zij vervolgens naar Nederland terugkeerde en de exportdocumenten diende in te vullen, heeft zij zelf ook een tweede paspoort ingevuld. Dat de geboortedata in beide paspoorten van elkaar verschillen, kan zij weliswaar niet verklaren anders dan dat zij wellicht de tweede datum zag als exportdatum, maar uit die enkele omstandigheid volgt nog niet dat zij [eiseres] opzettelijk heeft willen bedriegen. Ten aanzien van de tatoeage heeft [gedaagde] verklaard dat identificatie door middel van een tatoeage in Rusland gebruikelijk is. Ook deze omstandigheid rechtvaardigt zonder nadere onderbouwing niet de conclusie dat sprake is geweest van bedrog.
Dwaling
2.7.
Een beroep op dwaling strekt ertoe overeenkomsten die onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken tot stand zijn gekomen en die bij een juiste voorstelling van zaken niet zouden zijn gesloten, in bepaalde gevallen vernietigbaar te maken ten behoeve van degene die een onjuiste voorstelling van zaken had (artikel 6:228 BW Pro).
2.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] geen geslaagd beroep op dwaling kan doen. Niet is komen vast te staan dat dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. [eiseres] heeft weliswaar aangevoerd dat de gang van zaken rond de import en documentatie van [naam puppy] bij haar ernstige twijfel heeft doen ontstaan over mogelijke fraude, maar heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat er daadwerkelijk is gefraudeerd, laat staan hoe die fraude er precies uit heeft gezien. Een enkel vermoeden dat er iets niet in de haak is, is onvoldoende om vast te stellen dat [eiseres] bij het sluiten van de overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had. Bovendien heeft [eiseres] niet gesteld dat zij de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten als zij wel op de hoogte was geweest van de volgens haar relevante feiten en omstandigheden, hetgeen wel een vereiste is voor een geslaagd beroep op dwaling.
Geen sprake van non-conformiteit
2.9.
[eiseres] heeft tevens een beroep gedaan op non-conformiteit van [naam puppy] , omdat [naam puppy] verschillende aangeboren gezondheidsproblemen zou hebben.
2.10.
De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:17 lid 1 BW Pro de afgeleverde zaak (in dit geval [naam puppy] ) op het tijdstip van aflevering aan de koopovereenkomst moet beantwoorden. Uit het tweede lid van artikel 7:17 BW Pro volgt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (“non-conform” is) indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.
2.11.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [naam puppy] non-conform was ten tijde van de aflevering van [naam puppy] . Allereerst heeft [eiseres] niet weersproken dat zij samen met [gedaagde] , voorafgaand aan de verkoop van [naam puppy] , naar de dierenarts is geweest en dat de dierenarts geen gezondheidsproblemen heeft vastgesteld. Daarmee staat vast dat [naam puppy] in ieder geval ten tijde van de aflevering nog geen problemen had met zijn gezondheid.
2.12.
Dat de gezondheidsproblemen die later zijn ontstaan bij [naam puppy] het gevolg zijn van aangeboren aandoeningen en daarom al aanwezig waren ten tijde van de aflevering van [naam puppy] , is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet vast komen te staan. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat een Duitse dierenarts verschillende aangeboren afwijkingen heeft geconstateerd bij [naam puppy] , maar dit leest de kantonrechter niet terug in de door [eiseres] overgelegde stukken. Daaruit valt slechts op te maken dat het gaat om gezondheidsproblemen die kenmerkend zijn voor dit ras, maar niet dat deze ook bij [naam puppy] al sinds de geboorte aanwezig waren.
2.13.
Hoewel de kantonrechter sympathie heeft voor de gezondheidsproblemen van [naam puppy] en de emotionele stress die dit bij [eiseres] als baasje heeft veroorzaakt, zijn er naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aanknopingspunten om tot de conclusie te komen dat [naam puppy] al vanaf het moment van de aankoop niet voldeed aan de overeenkomst, oftewel dat [naam puppy] toen al gezondheidsproblemen had. Daarom wijst de kantonrechter de vordering van [eiseres] tot betaling van € 4.170,29 af.
Geen immateriële schadevergoeding
2.14.
[eiseres] eist een bedrag van € 500,- aan immateriële schadevergoeding ter compensatie van haar leed.
2.15.
Op grond van artikel 6:106 BW Pro kan aanspraak gemaakt worden op een vergoeding voor immateriële schade. Daarvoor is wel vereist dat sprake is van één van de in het artikel genoemde gevallen. [eiseres] heeft enkel aangevoerd dat zij leed heeft ervaren als gevolg van de situatie omtrent [naam puppy] . Dit is echter onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een van de in 6:106 BW genoemde gevallen. Verder heeft [eiseres] geen concrete gegevens overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat sprake is van een aantasting in haar persoon. De gevorderde immateriële schadevergoeding is daarom onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.16.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De rechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten voor iedere keer dat [gedaagde] voor een zitting naar de rechtbank is gekomen (artikel 238 lid 1 Rv Pro). Dat is in totaal € 50,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3.De beslissing

De rechter:
3.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,- ;
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64362
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u binnen drie maanden na de datum van de uitspraak het Gerechtshof in Den Haag vragen om de zaak opnieuw te beoordelen (hoger beroep). Dat doet u door de deurwaarder een dagvaarding te laten bezorgen bij de tegenpartij en die ook op te sturen naar het Gerechtshof. U heeft hiervoor een advocaat nodig.
Bent u eiser en bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u binnen drie maanden na de datum van de uitspraak het Gerechtshof in Den Haag vragen om de zaak opnieuw te beoordelen (hoger beroep). Dat doet u door de deurwaarder een dagvaarding te laten bezorgen bij de tegenpartij en die ook op te sturen naar het Gerechtshof. U heeft hiervoor een advocaat nodig.