ECLI:NL:RBROT:2026:9069

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
10-214837-25, TUL: 18-258768-21; 01-053140-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 282 SrArt. 285 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontvoering, afpersing en bedreiging met vuurwapen in Rotterdam

De rechtbank Rotterdam heeft op 2 juli 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de verdachte samen met anderen twee mannen heeft ontvoerd, vastgehouden, afgeperst en bedreigd met een vuurwapen. De feiten vonden plaats in de periode van 10 tot en met 11 juli 2025 in Rotterdam. De slachtoffers werden onder dwang meegenomen naar een woning, waar zij werden vastgebonden, geslagen en bedreigd.

De bewijslast bestond uit verklaringen van de slachtoffers, politieproces-verbalen, DNA-sporen op een schoenveter waarmee een slachtoffer was vastgebonden, en tapgesprekken. De verdediging betwistte de betrokkenheid van de verdachte, maar de rechtbank achtte de verklaringen en het bewijs betrouwbaar en voldoende voor een bewezenverklaring.

De verdachte werd schuldig bevonden aan medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing door meerdere personen en medeplegen van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Gezien de ernst van de feiten en het strafblad van de verdachte legde de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werden twee eerdere voorwaardelijke straffen tenuitvoer gelegd vanwege overtreding van de proeftijd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor ontvoering, afpersing en bedreiging met een vuurwapen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-214837-25
Parketnummers vorderingen tenuitvoerlegging (TUL): 18-258768-21; 01-053140-23
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Datum zitting: 18 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam PI 1] .
Advocaat van de verdachte: mr. J. Zevenboom
Officier van justitie: mr. T. van den Bergh
Kern van het vonnis
De verdachte heeft samen met anderen opzettelijk twee mannen ontvoerd en vastgehouden. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan afpersing en bedreiging. De rechtbank legt aan de verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 48 maanden.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – in de periode van 10 tot en met 11 juli 2025 in vereniging met anderen de twee aangevers heeft ontvoerd en vastgehouden (feit 1), afgeperst (feit 2) en bedreigd (feit 3).
Feit 1
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd
en/of beroofd gehouden,
hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk met (dreiging van) geweld in een pand aan
de Jan Kruijffstraat heeft/hebben getrokken en/of geduwd,
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geheel en/of gedeeltelijk van hun kleding heeft/hebben
ontdaan en/of laten ontdoen,
- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan elkaar heeft/hebben
vastgebonden en/of vastgebonden heeft/hebben gehouden, en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vervolgens) heeft/hebben vastgehouden in een
woning/pand te Rotterdam;
Feit 2
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere
telefoons en/of een geldbedrag (van in totaal ongeveer 200 EUR) en/of een ring
en/of pasjes,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
een derde toebehoorde(n),
door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
*“We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, en/of
* “Als je nog een keer iets losser probeert te maken, dan krijg je hem”, althans
woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, al dan niet met een
vuurwapen, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht te slaan;
Feit 3
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
althans met zware mishandeling,
door
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) de trekker over te halen,
en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
* “Als je niet meewerkt en meeloopt schiet ik je neer op straat”, en/of
* “We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, althans woorden
van gelijke dreigende aard of strekking.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat alle drie de feiten worden bewezenverklaard. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit voor alle drie de feiten, omdat de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten onvoldoende blijkt uit de bewijsmiddelen. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte in de periode van 10 tot en met 11 juli 2025 samen met anderen de twee aangevers heeft ontvoerd en vastgehouden, afgeperst en bedreigd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie [2]
Op 11 juli 2025 omstreeks 14:35 uur heeft het Arrestatieteam (AT) een inval gedaan op [adres 2] , [postcode 2] Rotterdam. Wij zijn samen met andere collega's van de recherche de woning ingegaan.
We kregen van het AT te horen dat twee mannen vastgebonden in kamer vier lagen. Hierop zijn we met beide mannen in gesprek gegaan. Deze personen gaven op genaamd te zijn:
[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2001
en
[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2002.
Beide mannen waren zichtbaar onder de indruk van wat er gebeurd was, zo praatten zij door elkaar heen, vulden elkaar soms aan en waren hevig aan het transpireren. Beide mannen verklaarden dat zij daar sinds gisteravond onder bedreiging van een vuurwapen vastgebonden gelegen hadden. Zij dachten dat hun laatste uur geslagen had.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangever 2] [3]
Op 11 juli 2025 hoorden wij een persoon die ons opgaf te zijn:
Achternaam [achternaam slachtoffer 2]
Voornamen [voornaam slachtoffer 2]
Plaats delict [adres 2] , [postcode 2] Rotterdam
Ik ging gister naar Rotterdam rond 20:00 uur. Op straat deed een man alsof hij tegen mij aan liep en voelde ik een pistool in mijn rug, en dan kan je niet veel. Dit was op 10 juli 2025 ongeveer om 20:00 uur. Het andere slachtoffer is mijn vriend, [slachtoffer 1] . Hij zat nog in de auto. Toen werd ik in de woning meegenomen en moest ik [slachtoffer 1] bellen dat hij ook naar het café moest komen. Dit lukte niet heel goed. Toen zijn ze zelf naar buiten gegaan en hebben ze hem zelf mee genomen. Toen bleef er iemand achter bij mij. In het totaal waren er vier verdachte.
Verdachte 1
Hij komt uit Spanje. We noemen hem [bijnaam] . Donkere jongen, 178 cm ongeveer, Dominicaan, bruine ogen, kort afro haar met een taper fade, en een baardje die niet helemaal klopt (geen volledige baard). Hij is zeker 22 jaar oud, spreekt Nederlands. Ik ken hem van vakantie in Spanje. Ik wist dat hij van deze omgeving was. Hem hebben we in Dordrecht opgehaald. [slachtoffer 1] reed, dus hij weet misschien waar we hem hebben opgepikt. Alle andere verdachte spraken Papiamento. Met ons spraken ze wel Nederlands. Hij had een grijs joggingspak aan, hij heeft gouden tanden, gouden ketting en een opvallende gouden ring.
Verdachte 2
Hij bleef de hele tijd bij ons en werd gebeld door verdachte 3. Donkere jongen, Aziatische ogen lijkt wel, kort haar, bruine ogen, dun postuur, ingevallen wangen, slippers met een grijs trainingspak en een zwart schoudertas. Hij had een vuurwapen, mijn telefoon en mijn geld. Het vuurwapen zag eruit als dat van de politie. Ik denk dat het een echt vuurwapen was, want er gingen kogels in en hij kon herladen. Hij heeft alleen geslagen met het vuurwapen en niet geschoten. Wel de trekker over gehaald, maar er kwamen geen kogels uit.
Verdachte 3
Hij was de persoon waarmee video gebeld werd. Palmbomen op de achtergrond en ik zag hem even door een foutje. Video belde en heeft zijn gezicht niet duidelijk laten zien. Kaal en een donker korte baard, donkere huidskleur. ongeveer 45/50 jaar oud. Verdachte 3 ging me bang maken met zijn honden en foto's daarvan laten zien.
Verdachte 4
Heeft me alleen even naar het toilet gebracht en was er verder niet bij. Ik kan geen omschrijving geven.
V: Wat was de reden dat ze jullie daar vast hielden?
A: In eerste geval was het om het geld. Ze zeiden van ik ga je moeder bellen en ze moeten 25.000 euro betalen.
V: Je werd door verdachte 1 en verdachte 2 onder schot naar binnen getrokken en toen?
A: Ik moest naar boven. Toen in de woonkamer staan. Verdachte 2 zette het vuurwapen tegen mijn hoofd en de trekker over halen. Er zaten geen kogels in, maar ik schrok me natuurlijk dood, want ik wist niet dat er geen kogels in zaten. Toen het niet lukte om mijn vriend via de telefoon te halen zijn ze hem gaan halen. Verdachte 1 zei af en toe iets, maar ik had het idee dan verdachte 2 de leiding had.
V: Kan je vertellen wat er toen gebeurde?
A: Toen heeft hij mijn voeten en mijn armen aan elkaar gebonden, met kleding en veters en hebben ze me aan de muur/kast half opgehangen, en toen zijn ze het met zijn tweeën mijn vriend gaan halen. Toen voelde ik dat ik geen bloed kreeg en had ik wel een paniekaanval. Het duurde echt lang. Toen uiteindelijk kwamen ze wel terug en hebben ze me even los gemaakt, maar heel kort. We zijn tussen toen en wanneer de politie binnen kwam een keer los geweest om naar het toilet te gaan en we wisten een keer bijna te ontsnappen maar toen zagen ze ons en ging hij ons weer slaan met het vuurwapen. Mijn vriend heeft de meeste klappen gekregen, vandaar dat hij ook meer last had van zijn hoofd. Ik denk dat als de politie niet binnen was gevallen dat we dan dood waren geweest.
V: Ben je bang geweest?
A: Ja, er was geen moment dat ik niet bang was. Op een gegeven moment was het alleen bidden en hopen dat de politie kwam.
V: Zaten jullie ergens op te wachten?
A: Ja, op een kogel, zoals ik net ook al zei. Ik had echt verwacht dat ik vandaag al niet gehaald zou hebben. Verdachte 1 was er tot 00:00 uur of 01:00 uur 11 juli 2025 en daarna heb ik alleen Verdachte 2 en de gast over de telefoon (verdachte 3) gezien.
V: Wat waren de dreigingen?
A: Continu. Toen we een keer onze handen wat losser hadden zei hij; "Als je nog een keer iets losser probeert te maken, dan krijg je hem." Dan stond hij met het vuurwapen. Hij ging de hele tijd ons extra bang maken met alcohol, handschoenen, kogels laten en het vuurwapen laden.
V: Wat deed hij met het vuurwapen?
A: Hij heeft het bij binnenkomst echt op mijn hoofd gericht en de trekker over gehaald, er zaten gelukkig geen kogels in. En hij heeft het op mijn voorhoofd gericht. Ik ben ook geslagen op mijn slaap met het vuurwapen.
V: Wat gebeurde er toen de politie binnen kwam?
A: Verdachte 2 rende snel naar boven. De politie ging er niet gelijk achteraan. Alleen verdachte 2 was toen nog in de woning.
V: Kan je jou pijn en letsel omschrijven?
A: Mijn schouderbladen doen heel veel pijn. Mijn handen, polsen, voeten en enkels zijn opgezwollen. Ik heb wondjes om mijn polsen.
V: Kan je je gevoel even heel goed op papier zetten?
A: Ik zat daar met de intentie dat ik aan het wachten was op de dood. Er was geen moment dat ik dacht dat ik het zou overleven. Ik voelde me heel bedreigd. Ik ben ook niet zo snel bang, maar met deze gasten was ik echt bang, bang zeg maar.
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever 1] [4]
Op 11 juli 2025 hoorde ik een persoon die mij opgaf te zijn:
Achternaam [achternaam slachtoffer 1]
Voornamen [voornaam slachtoffer 1]
Plaats delict [adres 2] , [postcode 2] Rotterdam
Wij kwamen op 10 juli 2025 in de avond aan in Rotterdam. Ik heb een rondje gereden en we passeerden een Mc Donalds. [slachtoffer 2] vroeg mij daar te stoppen. [slachtoffer 2] stapte uit de auto.
Ik zag dat een voor mij onbekende jongen de auto instapte en op de bijrijdersstoel ging zitten. Het was ondertussen donker geworden en deze jongen vroeg mij om het licht uit te doen. Ik zal deze jongen, jongen 1 noemen. Ik deed het licht uit en toen zag ik dat er een andere jongen rechtsachter instapte en doorschoof naar links, achter mijn stoel. Ik zal deze jongen, jongen 2 noemen. Ik zag dat jongen 2 een zwarte handpistool tegen mijn achterhoofd zette. Ik hoorde jongen 2 zeggen dat als ik niet zou meewerken en meelopen, hij mij zou neerschieten op straat. Wij zijn alle drie uitgestapt. Toen wij buiten stonden zei jongen 2 dat ik mijn telefoon aan hem moest geven. Dat heb ik gedaan. Jongen 2 stopte zijn pistool in de rechterzak van zijn vest. Jongen 2 ging links achter mij, tegen mij aanstaan en zei dat ik moest lopen. Trekkend, duwend begeleide jongen 2 mij naar de overkant van de straat. Jongen 1 liep achter ons. Aan de overkant van de straat gingen wij een appartementencomplex binnen. Op de tweede verdieping, de tweede deur links gingen wij naar binnen. Daar zag ik [slachtoffer 2] op de grond vastgebonden liggen. Jongen 2 zei mij dat ik mijn kleren uit moest doen. Ik deed mijn kleren uit. Jongen 2 zei mij dat ik op mijn buik moest liggen. Jongen 2 heeft mij toen vastgebonden aan mijn armen en mijn voeten. Ik kreeg toen last van mijn neus en keel en vroeg de jongens of ik rechtop mocht zitten. Beide jongens hebben mij toen zo gedraaid dat ik op mijn kont kon zitten. Jongen 1 was toen aan het facetimen met een rode iPhone met een andere jongen. De telefoon stond op luidspeaker, maar ik kon het niet verstaan omdat ze in een vreemde taal spraken. Volgens mij was het Papiaments of Surinaams. Via de jongen aan de telefoon vroeg jongen 1 allerlei informatie aan mij, zoals waar ik woon, of ik geld heb liggen, of ik überhaupt geld heb liggen. De jongens geloofden mij niet en ik kreeg gelijk een klap met de pistool in mijn gezicht van jongen 2. Ik werd links op mijn hoofd geslagen. Ik zat rechtop en door de klap viel ik op de grond. Ik bleef op de grond liggen, want ik was bang dat, als ik weer rechtop zou gaan zitten, ik weer zou worden geslagen. Jongen 1 is naar mij toegekomen en zei mij dat ik mijn wachtwoord moest geven van mijn telefoon. Dat heb ik gedaan. Ik zag dat jongen 1 de iCloud van mijn telefoon verwijderde, de rest liet hij op mijn telefoon zitten. Jongen 1 is toen weggegaan met mijn telefoon en met ons geld. Ik had ongeveer 180 tot 200 euro. Hoeveel [slachtoffer 2] bij zich had, dat weet ik niet. Jongen 2 bleef met ons in de kamer. Jongen 2 was met de rode iPhone de hele tijd aan het facetimen met die andere jongen, die ik jongen 3 ga noemen en jongen 1. Ze bleven maar vragen om geld. Ze zeiden dat ik loog en dat ze mij zouden gaan mishandelen zodat ik eerlijk zou zeggen dat ik geld had. Jongen 2 had op een gegeven moment het scherm van de iPhone naar mij toegedraaid. Ik zag toen dat jongen 3 niet in Nederland was. Ik zag namelijk palmbomen op de achtergrond. Ik moest aan de jongens de namen opnoemen van personen, die in mijn telefoon stonden, die zij konden bellen voor geld.
Op een gegeven moment moest [slachtoffer 2] naar het toilet. Waarschijnlijk heeft jongen 2 toen iemand gebeld. Er kwam toen een andere jongen, ik zal hem jongen 4 noemen de kamer binnengekomen. Samen met jongen 4 heeft jongen 2 [slachtoffer 2] naar het toilet gebracht. Jongen 2 heeft mij diverse keren tegen mijn hoofd geslagen met zijn pistool. In de kamer heeft jongen 2 zijn pistool schoongemaakt met gele handschoenen en een flesje alcohol, dat op de tafel naast de asbak staat. Toen hij de pistool had schoongemaakt zag ik dat hij uit zijn zwarte tas, kogels pakte. Ik zag dat hij de kogels schoonmaakte en zijn pistool doorlaadde. Ik zag dat hij uit zijn tas en grote grijze mes pakte van ongeveer 30 á 40 centimeter. Hij pakte dat mes regelmatig uit zijn tas om ons intimideren. De jongens hebben mij met touw, veters en kleding vastgebonden. Elke keer als het een beetje lost kwam te zitten werd het strakker getrokken. Deze jongens heb ik nog nooit in mijn leven gezien. Zij zagen er als volgt uit:
Jongen 1:
Negroïde man, kleiner dan mij. Ik ben ongeveer 1,84, 1,85 meter lang. Hij heeft een beetje een mollig figuur. Ik weet niet of hij gezichtsbeharing heeft. Donker zwart/grijze trainingspak van het merk Nike. Hij droeg zijn capuchon op zijn hoofd. Hij droeg witte schoenen, ik weet niet welk merk.
Jongen 2:
Negroïde jongen, ik denk van Antilliaanse afkomst omdat hij Papiaments sprak. Hij was langer dan jongen 1 maar korter dan ik. Hij was dun, kort kroes haar en een stoppelbaard. Jongen 2 droeg lange mouwen, maar ik zag op zijn pols tatoeages, ik weet niet meer of dat links of rechts was. Ik kan niet zeggen wat voor tatoeages.
Jongen 3:
Deze jongen zag ik alleen via facetime. Het was een negroïde jongen met 2 gouden voortanden en kort kroeshaar.
Jongen 4:
Hij was helemaal bedekt, hij had een petje op en een masker voor zijn gezicht, maar ik kon wel zien dat het een negroïde jongen was. Jongen 4 was even lang als jongen 2. Deze jongen was ook dun. Hij droeg een grijze bodywarmer van Monclair. Deze jongen was ook snel weer weg.
De verdachten hebben de autosleutel van mijn huurauto weggenomen. Naast de autosleutel hebben de verdachten ook mijn iPhone, mijn geld, en mijn pasjeshouder met diverse pasjes weggenomen.
4.
Proces-verbaal van de politie [5] Uit onderzoek bleek dat [persoon A] het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik had. Er werd onderzoek gedaan in de politiesystemen en het bovengenoemde telefoonnummer kwam voor in onderzoek ' [onderzoeksnaam] '. Dit betreft een onderzoek naar een gijzeling/ontvoering aan de Hudsonstraat in 2024. Binnen dat onderzoek werd [persoon C] aangehouden als verdachte en werd zijn mobiele telefoon uitgelezen. In deze mobiele telefoon kwam het bovengenoemde telefoonnummer voor. Uit de aangifte van [aangever 2] bleek dat een van de medeverdachte van [persoon A] de volgende kenmerken had:
- Bijnaam [bijnaam] ;
- Zeker 22 jaar oud;
- Gouden tanden;
- Gouden ketting;
- Gouden ring;
- Woont op de Klarinet in Den Bosch;
- Tweelingbroer zit vast;
- Oom is mogelijk ook een verdachte en leek de opdrachtgever.
In een politieregistratie werd een tweeling [achternaam verdachte] , te weten [tweelingbroer verdachte] en [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2002, genoemd. De tweeling bleek volledig te zijn genaamd:
- [tweelingbroer verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats]
(zit momenteel vast in [naam PI 2] )
- [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats]
Beiden hadden de gevarenclassificatie 'vuurwapen gevaarlijk'.
5.
Deskundigenverslag [6]
Bemonstering
DNA-profiel
Bewijskracht
AAQK4314NL#05 het deel tussen de 2 knopen en het lange uiteinde uit knoop 2 van veterdeel 1
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal drie personen;
- slachtoffer [slachtoffer 2]
- [verdachte] en/of [tweelingbroer verdachte]
- minimaal één andere persoon:
- niet berekend, vanwege het resultaat van AAQK4314NL#07
- meer dan 1 miljard
- niet van toepassing
6.
Proces-verbaal van de politie [7] Volgnummer 7
Goednummer : [goednummer]
Kleur : Zwart
SIN : AAQK4314NL
Bijzonderheden : Geknoopte schoenveter
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
Uit de politiesystemen bleek dat [tweelingbroer verdachte] , voor, tijdens en na het incident gedetineerd zat.
8.
Proces-verbaal van de politie [9] Tapgesprek 13-07-2025 tussen [tweelingbroer verdachte] en [persoon B]
: nee! Ze hebben Broertje opgelicht. Maar grote neef heeft gelijk mensen op die mensen gezet en zo. Je weet het, toch. Hen vastgebonden.
[…]
[tweelingbroer verdachte] : hoe bedoel je vastgebonden.
: vastgebonden, toch. Hoe bedoel je? Broertje heeft die gasten gesproken. Broertje heeft die mannen meegenomen.
Tapgesprek 12-09-2025 tussen [tweelingbroer verdachte] en [persoon B]
Samengevat: [persoon B] weet het niet. De mensen hebben hem informatie gegeven en zeiden dat Broertje, niemand reageert. Ze zeiden dat iedereen vastzit. [tweelingbroer verdachte] zegt 'nee, joh bra. Het is onzin. Alleen broertje, man'.. Blijkbaar stond die gesignaleerd in 'Roffa' (Rotterdam).
[persoon B] : Want die gasten die vijftigduizend (50.000) hebben opgelicht... werden opgepakt en gingen 'zingen' (praten).
2.3.2.
Bewijsmotivering
Vast staat dat de verdachte samen met ‘verdachte 2’ in de periode van 10 tot en met 11 juli 2025 de twee aangevers naar de Jan Kruijffstraat in Rotterdam heeft gebracht en hen daar heeft vastgehouden.
De verdediging betwist de betrouwbaarheid van de verklaringen van de twee aangevers. Zij zouden niet het achterste van hun tong laten zien. Voorts zou aangever [slachtoffer 2] de verdachte er bewust in hebben geluisd. Dit laatste vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het dossier noch in de verklaring van de verdachte ter terechtzitting.
Hoewel de aangevers inderdaad niet het achterste van hun tong lijken te laten zien, komen hun verklaringen op cruciale punten (namelijk waar deze zien op de wijze waarop zij naar het adres van de medeverdachte zijn (over)gebracht en aldaar in een kamer zijn vastgehouden, als ook de wijze waarop de aangevers in die kamer door de verdachte en de medeverdachten zijn behandeld) overeen met elkaar en met de overige bewijsmiddelen. Dat betekent dat de verklaringen van de aangevers op die punten betrouwbaar zijn en kunnen worden gebezigd voor het bewijs. Daarnaast zijn de verklaringen afgelegd kort na de inval in het betreffende pand en het aantreffen van de twee aangevers door het arrestatieteam.
Voorts is DNA van de verdachte dan wel van zijn tweelingbroer aangetroffen op de schoenveter waarmee een van de aangevers is vastgebonden. Ten tijde van de ontvoering was deze tweelingbroer echter gedetineerd.
Gelet op het voorgaande kan de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten worden vastgesteld.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij in de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, hierin bestaande dat verdachte en verdachtes mededaders opzettelijk
- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk met (dreiging van) geweld in een pand aan de Jan Kruijffstraat hebben getrokken en/of geduwd,
- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geheel en/of gedeeltelijk van hun kleding hebben ontdaan en/of
laten ontdoen,
- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan elkaar hebben vastgebonden en vastgebonden hebben gehouden, en
- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (vervolgens) hebben vastgehouden in een woning/pand te Rotterdam;
Feit 2
hij in de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van telefoons en een geldbedrag (van in totaal ongeveer 200 EUR) en pasjes, dat/die aan die [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] toebehoorden, door
- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
* “We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, en
* “Als je nog een keer iets losser probeert te maken, dan krijg je hem”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en
- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , al dan niet met een vuurwapen, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht te slaan;
Feit 3
hij in de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op het hoofd, van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) de trekker over te halen, en
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
* “Als je niet meewerkt en meeloopt schiet ik je neer op straat”.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
Feit 2: afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 3: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de ten laste gelegde feiten worden veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdachte moet integraal worden vrijgesproken.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich (samen met anderen) schuldig gemaakt aan ontvoering, afpersing en een bedreiging. Dit zijn zeer ernstige feiten.
De verdachte heeft samen met één van zijn mededaders de slachtoffers onder bedreiging van een pistool of iets dat daarop lijkt gedwongen om naar de kamerwoning van de mededader te gaan. Daar hebben de verdachten hen zich laten ontkleden, hen vastgebonden en meermalen geslagen met voornoemd voorwerp. De verdachten wilden geld van de aangevers. Zij hebben geprobeerd dit met dreiging en geweld te krijgen.
De gebeurtenis is voor de aangevers zeer beangstigend geweest. Zij verkeerden in doodsangst. De verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van beide slachtoffers.
Daarnaast brengen geweldsdelicten als deze in het algemeen sterke gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweeg.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 26 mei 2026 blijkt dat de verdachte in 2022 onherroepelijk is veroordeeld voor een ernstig geweldsfeit. Strikt genomen kan dit niet worden gezien als recidive. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
Uit het rapport van reclasseringsinstelling Fivoor van 8 januari 2026 blijkt dat de reclassering zich zorgen maakt over de verdachte. Hoewel nog geen sprake is van een delictpatroon, wordt de ontwikkeling in zijn justitiële documentatie als zorgelijk beoordeeld. Het huidige toezicht verloopt stroef en de verdachte overtreedt eerder opgelegde bijzondere voorwaarden.
Gelet op de risico’s op delictgedrag acht de reclassering interventies noodzakelijk. Vanwege eerdere trajecten ziet zij echter geen mogelijkheden meer om via reclasseringstoezicht de kans op recidive te beperken. Het plan van aanpak is daarom niet uitvoerbaar. De verdachte staat niet open voor begeleid wonen en lijkt onvoldoende intrinsiek gemotiveerd voor ambulante behandeling. Een langdurige klinische opname is overwogen, maar ook hier wil de verdachte niet aan meewerken.
De reclassering adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van de strafeis van de officier van justitie. Daarom wordt een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, opgelegd.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.Vordering tot tenuitvoerlegging

5.1.
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting twee vorderingen ingediend tot tenuitvoerlegging van aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde straffen, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. Het parketnummer 18-258768-21 betreft een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het parketnummer 01-053140-23 betreft een eerder opgelegde voorwaardelijke geldboete van €350,00 (subsidiair 7 dagen hechtenis).
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat beide vorderingen moeten worden toegewezen.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich niet uitgelaten over deze vorderingen tot tenuitvoerlegging.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijden gepleegd. Door het plegen van deze feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd niet aan nieuwe strafbare feiten schuldig zou maken. Daarom worden beide vorderingen toegewezen en beslist de rechtbank tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 47, 57, 63, 282, 285 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 48 (achtenveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 18-258768-21)
beveelt de
tenuitvoerleggingvan de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, zoals opgelegd in het vonnis van 29 maart 2022;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 01-053140-23)
beveelt de
tenuitvoerleggingvan de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke geldboete van €350,00 (subsidiair 7 dagen hechtenis), zoals opgelegd in het vonnis van 30 september 2024.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. J.A. Terstegge en L. den Teuling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. P.A.J. van der Hart, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 juli 2026.
Mr. J.A. Terstegge is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] .
2.Pagina 1 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] , inclusief fotobijlage).
3.Pagina 21 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] ).
4.Pagina 30 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] ).
5.Pagina 107 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] ).
6.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 94 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] ).
7.Pagina 14 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] ).
8.Pagina 106 (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] ).
9.Pagina 138 e.v. (proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] ).