Uitspraak
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
Rechtbank Rotterdam
Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van diefstal door twee of meer verenigde personen en witwassen. De tenlastelegging betrof de diefstal van elektronische goederen, waaronder drones, uit een vrachtwagen in Rotterdam op 9 januari 2026. Daarnaast werd verdachte verdacht van het witwassen van geld afkomstig uit deze diefstal.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit van diefstal niet wettig en overtuigend was bewezen. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het eens over vrijspraak van diefstal, zodat de rechtbank zonder nadere motivering tot vrijspraak overging. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde witwassen kon niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had of het vermoeden moest hebben dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. Verdachte had een alternatief scenario geschetst, namelijk dat het ontvangen geld een lening betrof, wat niet zonder meer ongeloofwaardig werd geacht.
De politie had een pseudokoop gedaan van een gestolen drone en observeerde een derde die geld overhandigde aan verdachte. Desondanks ontbrak het aan bewijs dat verdachte betrokken was bij de diefstal of de verkoop van de goederen. De rechtbank besloot ook tot vrijspraak van witwassen.
Verder werd de in beslag genomen Volkswagen Fox teruggegeven aan verdachte. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens de vrijspraak van verdachte. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van de verdediging, begroot op nul euro.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam, zittingsplaats Dordrecht, en uitgesproken op 10 juni 2026.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van diefstal en witwassen wegens onvoldoende bewijs.