2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte [slachtoffer] heeft belaagd in de periode van 3 november 2024 tot en met 24 december 2024. De volledige bewezenverklaring staat in in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster
Ik doe aangifte wegens stalking, gepleegd door [verdachte] . Na mijn eerste aangifte in 2018 had de politie een stopgesprek met [verdachte] gevoerd, maar [verdachte] stopte niet met mij te stalken. Uiteindelijk werd [verdachte] vervolgd voor stalking. Er werd hem een contactverbod opgelegd die geldig was tot 7 juli 2023, maar op 3 juli 2023 nam [verdachte] opnieuw contact met mij op door een sms-bericht naar mij te sturen. Hiermee overtrad hij het contactverbod. Helaas stopte het niet want op 16 oktober 2023 kreeg ik wederom een e-mail van [verdachte] met daarin een persoonlijk bericht en een link van een Youtube video. Ik heb nogmaals aangifte gedaan en het contactverbod van [verdachte] werd vervolgens verlengd.
Op 15 november 2024 kreeg ik een LinkedIn bericht van hem. In dit bericht stond de volgende tekst:
"Ik stuur je eenmalig een bericht, in de hoop dat je me een keer wilt spreken. ik hoor dat je verloofd bent, en wens je veel geluk. Kunnen we een keer (af)spreken, om het heftige verhaal positief af te sluiten voor ons beiden? Dank voor je reactie, of bij het uitblijven daarvan, alsnog bedankt. Hartelijke groet, [voornaam verdachte] ".
Op 24 december 2024 kregen mijn ouders een kerstkaart opgestuurd op hun woonadres. In deze kerstkaart stond mijn achternaam en de achternaam van mijn vriend vermeld. In de kerstkaart stond de volgende tekst:
"Gericht aan: [slachtoffer]Zodat je goedgemutst het nieuwe jaar in gaat![naam 2] en [naam 3] "
2.
Verklaring van de verdachte
Ik heb [slachtoffer] het bericht op LinkedIn van 15 november 2024 gestuurd. Ik heb haar ook een kerstkaart op het adres van haar ouders gestuurd en die ondertekend met [naam 2] en [naam 3] . Mijn ouders zijn bij de ouders van [roepnaam slachtoffer] langs geweest om te vragen hoe het met haar ging. Dit hadden mijn ouders en ik in onderling overleg besloten omdat dit mij de meest verantwoorde wijze leek om contact met haar op te nemen.
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige
Wij zijn de ouders van [voornaam slachtoffer] . Op 3 november 2024 kregen wij een belletje om de deur open te doen. Ik zag twee oude mensen. Ik hoorde de man zeggen: "Wij komen voor onze zoon [voornaam verdachte] ." Ik hoorde hen verklaren dat hun zoon ermee zat dat hij onze dochter wilde ontmoeten om zijn excuses aan te bieden. Ik vertelde de ouders duidelijk dat onze dochter dit niet wilt. Dat zij hem niet wil. Wij hoorde de vader van [voornaam verdachte] voornamelijk vragen stellen over onze dochter.
2.3.2.Bewijsmotivering
Ten aanzien van het derde gedachtestreepje wordt overwogen dat de politie op 12 augustus 2024 heeft waargenomen dat de verdachte zijn profielfoto op zijn YouTube account heeft gewijzigd naar een profielfoto waarbij zowel zijn eigen gezicht als dat van aangeefster voor de helft zichtbaar zijn. Omdat niet kan worden vastgesteld wanneer de verdachte deze wijziging heeft doorgevoerd, kan deze gedraging niet in de tenlastegelegde periode worden geplaatst, zodat de verdachte van dit onderdeel wordt vrijgesproken.
De gedragingen zoals vermeld in de overige drie gedachtestreepjes zijn door de verdachte bekend en kunnen worden bewezen.
De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of deze bewezen feitelijke gedragingen kunnen worden gekwalificeerd als belaging in de zin van artikel 285b Sr. Bij de beantwoording van deze vraag is beslissend of sprake is van gedragingen waardoor wederrechtelijk en stelselmatig en opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander, met het in de delictsomschrijving nader omschreven oogmerk.
Op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Stelselmatig
Bij beoordeling van de stelselmatigheid zijn de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen relevant. Daarnaast dienen de omstandigheden waaronder de gedragingen hebben plaatsgevonden, evenals de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer, mede in aanmerking te worden genomen.
Ook de omstandigheid dat de verdachte zich vóór de in de tenlastelegging vermelde
periode heeft schuldig gemaakt aan belaging van het slachtoffer, kan een rol spelen
bij de stelselmatigheid van het gedrag. Het (belagings)verleden mag dus worden betrokken
in een eventuele nieuwe strafzaak. Minimale grenzen ten aanzien van de duur en de frequentie zijn niet te geven. In dit kader is het volgende relevant.
Op 26 april 2019 is de verdachte veroordeeld voor belaging van aangeefster in de periode van 1 december 2016 tot en met 25 oktober 2018. Hierbij is hem een contactverbod opgelegd, gekoppeld aan een proeftijd. Vlak voor het aflopen van deze proeftijd heeft de verdachte weer contact opgenomen met de aangeefster, waarna de proeftijd van het contactverbod met een jaar is verlengd tot 30 oktober 2024.
Na afloop van ook die termijn heeft de verdachte weer contact opgenomen met de aangeefster. De verdachte heeft sinds 3 november 2024 op verschillende manieren geprobeerd met de aangeefster in contact te komen. Op 3 november 2024 zijn – in overleg met de verdachte – de ouders van de verdachte bij de woning van de ouders van de aangeefster langs geweest om de boodschap over te brengen dat de verdachte met de aangeefster in gesprek wilde, bij voorkeur ‘face to face’. Op 15 november 2025 heeft hij de aangeefster een bericht via LinkedIn gestuurd waarin hij schreef dat hij hoopte haar nog een keer te spreken. Tot slot heeft de verdachte op 24 december 2024 een kerstkaart gestuurd naar het adres van de ouders van de aangeefster, waarop de achternamen van de aangeefster en haar vriend stonden vermeld.
Uit de analyse van de inbeslaggenomen gegevensdragers blijkt ook dat de verdachte al vanaf 2016 intensief en obsessief met aangeefster bezig is geweest. Zo heeft hij, naast het hiervoor benoemde zoeken van contact, teksten over haar geschreven, videoboodschappen over haar opgenomen en op YouTube gezet, herhaaldelijk foto’s van haar bekeken, haar naam veelvuldig gegoogeld en in zijn omgeving over haar gesproken of naar haar geïnformeerd.
Al deze omstandigheden, alsmede de eerdere veroordeling voor belaging van ditzelfde slachtoffer en de invloed die dit op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de aangeefster heeft gehad, maken het handelen van de verdachte stelselmatig.
Wederrechtelijk en opzettelijk
Gezien de eerdere aangiften, de veroordeling, het voortdurend uitblijven van reactie van het slachtoffer en het opgelegde contactverbod stelt de rechtbank vast dat de verdachte wist, of op zijn minst had moeten weten, dat de aangeefster op geen enkele wijze contact met hem wenste. De verdachte heeft op zijn minst genomen het voorwaardelijk opzet gehad op de door hem gepleegde wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer van de verdachte, dat inhoudt dat hij niet zeker wist of de aangeefster echt geen contact met hem wilde en dat hij om die redenen meerdere contactpogingen heeft ‘moeten’ ondernemen. De verdachte heeft de aangeefster geen keuze gelaten in het al dan niet aanvaarden van contact en heeft de aangeefster aldus gedwongen te dulden dat hij stelselmatig contact met haar zocht. De rechtbank acht belaging in de periode 3 november 2024 tot 24 december 2024 dan ook bewezen.
Voor zover de verdachte zich beroept op het door hem geopperde alternatieve scenario dat inhoudt dat hij middels Spotify-accounts zou zijn uitgelokt om de aangeefster te benaderen, waardoor zijn handelen niet wederrechtelijk zou zijn, verwerpt de rechtbank ook dit verweer omdat de verdachte, in weerwil van zijn eigen overtuiging geen begin van aannemelijkheid van dit scenario heeft gegeven.
2.3.3.Volledige bewezenverklaring
primair
hij in de periode van
3 november 2024tot en met 24 december 2024 te
Rotterdam,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,
door:
- nadat hij op
26 april 2019 is veroordeeld voor belaging van die [slachtoffer] in de
periode van 1 december 2016 tot en met 2
5oktober 2018, waarbij hij een
contactverbod met die [slachtoffer] heeft gekregen tot 30 oktober 2023, en
- nadat hij vóór het einde van die proeftijd op 3 juli 2023 het contactverbod had
overtreden, waardoor de proeftijd werd verlengd tot 30 oktober 2024
- die [slachtoffer] een bericht te sturen via LinkedIn en
- die [slachtoffer] een kerstkaart te sturen via het adres van haar ouders en
- zijn ouders langs te laten gaan bij de ouders van die [slachtoffer] en op die manier
contact met die [slachtoffer] te zoeken,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, te dulden